Summary Psychology of learning for instruction

-
ISBN-10 0205375197 ISBN-13 9780205375196
1514 Flashcards & Notes
171 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Psychology of learning for instruction". The author(s) of the book is/are Marcy P Driscoll. The ISBN of the book is 9780205375196 or 0205375197. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Psychology of learning for instruction

  • 1 Introductie leertheorieen en instructies

  • Wat is een epistemologie?
    De leer betreffende het wezen, de methoden en de grenzen van het ontstaan van menselijke kennis.
  • Wat is leren?

    Een aanhoudende verandering in menselijke  (potentiele) prestatie die resulteert in ervaring en interactie met de wereld

  • Wat is de definitie van 'leren' volgens Driscoll?

    Leren is een blijvende verandering in gedrag of gedragspotentieel die voortkomt uit ervaringen en interacties met de omgeving.

  • Leg uit hoe kennis wordt gezien door het objectivisme?
    1. De werkelijkheid/ kennis is objectief waarneembaar; deze wordt buiten de mens geleerd (en is dus waarneembaar). Kennis is uniek en wordt gezien in delen.
  • Licht de epistemologische traditie pragmatisme toe.

    De werkelijkheid wordt geïnterpreteerd via ervaringen en redeneringen en vervolgens vormgegeven in onderhandeling met anderen. Soms gezien als middenweg tussen objectivisme en Interpretivisme, maar kan ook op zich staand gezien worden. Pragmatisten zien absolute kennis als waardevol, maar een waarschijnlijk onbereikbaar doel. Ze gaan uit van wat werkt hoeft niet de werkelijkheid te zijn, maar het zou mogelijk zijn. THeorieen zijn meer werkhypothesen en worden aangehouden zolang het bewijs dit ondersteunt.

  • Waarom worden er theorieeen ontwikkeld?
    om een optredenvan een fenomeen te verklaren en om het voorkomen hiervan in de toekomst te voorspellen.
  • wat zijn de samenhangende links met de leertheorie
    result/resultaten: veranderingen in uitvoering verklaard door theorie
    means/middelen: veronderstelde structuren/methodes met als gevolg resultaat en processen verantwoordelijk voor leren
    inputs/inbreng: eigen ervaringen/aanleiding dat leren op gang brengt
  • Wat is epistemologie?
    De leer binnen de filosofie die zich bezig houdt met de aard en de oorsprong van kennis.
  • Wat is de kernvraag bij de epistemologie?
    Of kennis iets absoluuts is dat bestaat buiten het individu die er kennis van neemt, of dat kennis eerder iets is dat op basis van individuele ervaringen wordt opgebouwd, geconstrueerd.
  • Wat is een leertheorie volgens Driscoll?

    Een leertheorie is een reeks concepten die in de tijd en causaal met elkaar verbonden zijn. 

  • Hoe verklaart het objectivisme hoe kennis wordt geleerd?
    1. Door genelalisatie. Dat wil zeggen een algemen conclusie gebaseerd op veel observaties.
    2. Door wetten; kennis wordt geleerd door voorspelbare zekerheden
    3. Kennis is absoluut (overeenkomsten). Als deze relatief is ga je verschillen vergelijken.
  • Licht de epistemologische traditie interpretivisme toe. 

    De werkelijkheid wordt door iedereen op een andere manier geconstrueerd in hun eigen redeneringen. Of kennis waar is op een absolute manier is niet erg belangrijk, want kennis hangt af van iemands frame of reference, interpretaties.

  • Noem de first principles of instruction van Merril (2002)
    Het probleem: leren wordt bevorderd als lerenden bezig zijn met het oplossen van echte problemen.
    Het activeringsprincipe: het leren wordt bevorderd als voorkennis geactiveerd wordt op nieuwe informatie aan te koppelen.
    Het demonstratieprincipe: het leren wordt bevorderd als lerenden een voorbeeld of demonstratie zien. Dat voorbeeld moet overeenstemmen met het type inhoud dat geleerd wordt.
    Het integratieprincipe: het leren wordt bevorderd als lerenden hun nieuwe kennis integreren in het dagelijkse leven, door over de stof te discussieren, te reflecteren of hun standpunten te verdedigen of vaardigheden te demonstreren.
  • wat houdt epistemological traditions in
    tradities vanuit de filosofische leer die zich bezig houdt met de aard en oorsprong van kennis
  • Wat zijn de drie dominantie visies op leren en instructie?
    Behaviorisme, cognitivisme en constructivisme.
  • Welke wetenschappelijke stromingen zijn er in de geschiedenis van leren?

    Epistologische tradities:

    Objectivisme --> realiteit is extern en afhankelijk van de lerende en wordt geleerd door zintuigelijke ervaringen

    Pragmatisme --> realiteit bestaat, maar is niet direct bekend; kennis komt door tekenen en is altijd tijdelijk

    Interpretivisme --> realiteit en kennis worden geconstrueerd door de kenner door rationele gedachten

     

    Experimentele benaderingen:

    Ebbinghaus --> principe van associatie

    Thorndike --> Wet van effect

    Pavlov --> Klassiek conditioneren

    Gestalt theorie --> inzichtelijk leren

  • Uit welke drie basiscomponenten bestaat een leertheorie?

    1. resultaten :   welke veranderingen in de prestaties (potentieel) worden door de theorie verklaard?
    2. middelen:  welke processen/structuren veroorzaken deze veranderingen?
    3. inputs:  welke verschijnselen en factoren brengen dit proces teweeg?  Wat zijn de hulpmiddelen (bronnen) en ervaringen die de basis voor het leren vormen?
  • Leg uit hoe kennis wordt gezien door het interpretivisme?
    De werkelijkheid/ kennis wordt geconstrueerd in de mens. De mens heeft verschillende denkbeelden. De mens ziet kennis binnen een geheel (verschillende denkbeelden leren kennen vanuit interactie).

  • Licht de epistemologische traditie objectivisme toe.

    De werkelijkheid is direct waar te nemen d.m.v.  (zintuiglijke) ervaring en wordt door iedereen hetzelfde geinterpreteerd en is te begrijpen in algemene wetten. Kennis is absoluut en gelijkgesteld aan de waarheid. Wanneer je objectief kan vaststellen of iemand iets weet dan is dat waar.

  • epistemological, welke 3 hoofdtradities  zijn er?
    objectivism: waarheid is extern en afhankelijk van lerende en komt als geleerd door zintuiglijke ervaring

    pragmatism; waarheid bestaat maar kan niet rechtstreeks gekend worden kennis komt door signs en is altijd tijdelijk

    interpretism: waarheid en kennis zijn opgebouwd door de kenner door rationele gedachten
  • Op blz. 5 staat een figuur waarin  het proces van het ontwikkelen van een leertheorie staat omschreven.

  • Waarmee worden de drie dominante visies op leren en instructie gecombineerd?
    Met bepaalde ontologische en epistemologische stellingnames / filosofische inzichten.
  • Wat is het doel van een theorie?

    Het uitleggen van gebeurtenissen of fenomenen en het voorspellen van mogelijk verschijnen hiervan in de toekomst.

  • Hoe verklaart het interpretivisme hoe kennis wordt geleerd?
    Kennis wordt geleerd door werkhypothesen. Een mens beredeneert iets en gaat de veronderstelling onderzoeken. Daarbij wordt gefocust op verschillen (ezelsbruggetje: beredeneren door iets te bediscussiëren). De nieuw verworven kennis kan beargumenteerd worden.
  • Wat zijn epistemologische opvattingen?

    Wetenschapsfilosofische theorie over de oorsprong, aard, en reikwijdte van kennis.

    Epistomologie beantwoordt vragen als:

    Wat is de aard van de werkelijkheid?

    Wat kunnen we weten over de werkelijkheid?

    Hoe kunnen we dingen te weten komen over de werkelijkheid?

  • experimental approaches
    ebbinghaus: principe van associatie
    thorndike: wet van resultaat
    pavlov: conditionerend aanleren
    gestalt theorie: inzichtelijk leren
  • Wat is leren volgens Driscoll?
    Een blijvende verandering in gedrag of gedragspotentieel die voortkomt uit ervaringen en interacties met de omgeving.
  • Wat zijn ontologische stellingnames?
    Hebben betrekking op hoe de werkelijkheid eruit ziet.
  • Leertheorieën hebben relaties met andere wetenschappen, is geen mono-discipline. Leg dit uit.

    Verschillende psychologische disciplines (gedrag, cognitief of sociaal) met eigen 'beliefs' bepalen welke vragen over leren onderzocht moeten worden en welke theoretische constructies uitgewerkt moeten worden om tot verklaringen te komen.  Wetenschappen zoals biologie, psychologie, computerwetenschappen en onderwijskunde moeten proberen om tot overeenstemming (synthese) te komen zodat ze tot nieuwe inzichten over leren kunnen leiden. Voorbeeld:  omgaan met leerling met ADHD -  hoe kunnen de verschillende wetenschappen hierin samenwerken om antwoord te kunnen geven over de aanpak die leraren moeten hanteren in hun klas?

  • Leg uit hoe kennis wordtgezien bij het pragmatisme?
    Kennis wordt zowel binnen als buiten de mens geleerd. Die kennis wordt niet waargenomen als geheel maar wordt onderzocht waardoor overeenkomsten en verschillen zichtbaar worden.
  • Wat is leren?

    Leren is een blijvende gedragsverandering ten gevolge van ervaringen en interactie met de wereld.

  • Wat is er vanuit de drie dominante visies op leren en instructie vertaalt?
    De leerprincipes naar een aanpak voor instructie.
  • Hoe ziet het proces van theorie bouwen eruit?

    Doorlopend proces.   Vragen uit  nieuwsgierigheid of problemen >  uitvoeren systematische observaties  > verklaringen geven voor waargenomen observaties >  werkhypothesen opstellen >  onderzoek uitvoeren om de hypothesen te testen >  vergelijken van de resultaten met de hypothesen en eerste theorie >  theorie herzien en extra onderzoek >  veronderstellingen doen over de aard van de kennis en over 'hoe men dit te weten komt' >  vragen uit nieuwsgierigheid of problemen etc...

  • Hoe wordt kennis geleerd volgens het pragmatisme?
    Kennis wordt geleerd door werkhypothesen. Een veronderstelling wordt beredeneert, geïnterpreteerd en gecheckt in de praktijk. Daardoor worden verschillen en overeenkomsten duidelijk. 
  • Wat is een leertheorie?

    Een reeks concepten die in de tijd en causaal met elkaar verbonden zijn. De psychologische theorie over de wijze waarop mensen associaties leggen tussen verschillende stimuli.

    Een leertheorie is een set constructen wat results, means en inputs verbind.

    Results: Waaruit blijkt dat er geleerd is

    Means: Welke processen tot leren leiden

    Inputs:Waardoor leerprocessen uitgelokt worden

    Een theorie geeft geen waarheid benadrukt Driscoll op blz. 8. Ze raadt aan om eclectisch te zijn en moedigt synthese tussen theorieën aan.

  • Wat zijn epistemologische opvattingen?
    Filosofische vraagstukken over wat is kennis.
  • Wat is een leertheorie?

    Een reeks concepten die in de tijd en causaal met elkaar verbonden zijn.

    De psychologische theorie over de wijze waarop mensen associaties leggen tussen verschillende stimuli.

  • Er zijn twee 'vertrekpunten' (sources) voor de studie van het leren. Welke? 

    1. epistemologische vragen over de aard van kennis en hoe we dingen te weten komen. Antwoorden op deze vragen reflecteren iemands eerste veronderstellingen en de soort onderzoeksmethode die gebruikt gaat worden.
    2. de aard en representatie die nodig is om mentale kennis op te slaan, te gebruiken:  hoe wordt mentale kennis opgeslagen, welke operaties/regels zijn van invloed bij het mentaal waarnemen van fenomenen? 
  • Wat heeft zich ontwikkeld vanuit de epistemologische opvattingen?
    De psychologie en dus ook de psychologische leertheorieën.
  • Welke drie concepten geven de geldige bron van kennis aan? Leg ze kort uit.

    empirisme:   overtuiging enige geldige bron van kennis is zintuiglijke ervaring.

    nativisme:  overtuiging enige geldige bron van kennis in tenminste aangeboren

    rationalisme:  overtuiging dat rede de enige geldige bron van kennis is

  • Welke drie kennisfilosofische tradities worden onderscheiden?  

    Leg ze kort uit. 

    Geef voorbeelden van leertheorieen die hierop gebaseerd zijn.

     

    Objectivisme

    Pragmatisme

    Interpretivisme

    Aannames over werkelijkheid

    Realiteit is objectief, enkelvoudig, fragmentarisch

    Realiteit is geinterpreteerd, negotiated, consensual

    Realiteit is geconstrueerd, holistisch, multiple.

    Aard van de waarheid

    Generalisaties, wetten, overeenkomsten

    Werkhypothesen, overeenkomsten of verschillen

    Werkhypotheses, verschillen

    Bron van kennis

    ervaring

    Ervaring en rede

    rede

    Soort onderzoek

    Experimenten, a priori

    Ieder design wat overeenkomsten of verschillen aan het licht brengt

    Naturalistisch, emergent (opkomend)

    Leertheorieën

    Behaviorisme

    CIP

    Gagné’s instructietheorie

    Educational semiotics

    Bruner

    Vygotsky

    Piaget

    Constructivisme

    Situated cognition

     

    Ebbinghaus, THorndike, Pavlov

    Learning by associations, stimuli  and responses.

     

    Kohler, gestalt psychology

    Learning is interne verwerking, meer dan alleen associaties.

  • Waardoor zijn er verschillende leertheorieën ontstaan?
    Omdat verschillende groepen, verschillende opvattingen hadden over wat kennis is, waar het vandaan komt etcetera. Iemand was het oneens.
  • Welke vier concepten geven aan wat de inhoud van de kennis (wat is kenbaar)? Leg ze kort uit.

    van alles naar niets:

    realismealles kan geweten worden

    pragmatisme:  de realiteit bestaat maar is geen directe kennis. Kennis is voorlopig, tijdelijk en wordt verkregen door empirische (zintuiglijke) of rationalistische processen (redeneren)

    idealisme:  kennis bestaat alleen uit ideeën die de werkelijkheid vertegenwoordigen

    scepticisme onmogelijkheid om tot kennis te komen (onze kennis zal misschien nooit overeenstemmen met de realiteit)

  • Noem een voorbeeld waarmee iemand het oneens was in de opvattingen over wat kennis is?
    Onderzoeksbevindingen waren niet in overeenstemming met een eerdere theorie.
  • Welke drie kennisfilosofische hoofdoriëntaties (tradities) worden nog steeds bediscussieerd in de opvoedkundige en psychologische literatuur?  Leg ze kort uit. Geef voorbeelden van leertheorieën die hierop gebaseerd zijn.

    objectivisme:

    • realiteit is aangenomen, extern en gescheiden van LR
    • zintuiglijke ervaringen leiden tot kennis 
    • empirisme ( zintuiglijke ervaring enige bron van kennis) en realisme (alles kan geweten worden)
    • voorbeelden leertheorieën:  behaviorisme, CIP, Gagné's instructietheorie

    pragmatisme:

    • realiteit bestaat, maar is niet direct kennis
    • kennis is voorlopig, komt soms wel/niet overeen met de realiteit
    • empirische en rationalistische processen (via symbolen) leiden tot kennis  
    • voorbeelden leertheorieën:  Educatieve semiotiek (studie die het ontstaan en gebruik van tekens en tekensystemen toepast op het onderwijs), visies op leren en ontwikkeling Bruner en Vygotsky

    interpretivisme:

    • realiteit is aangenomen (intern en extern), wordt geconstrueerd door de LR
    • rationalisme (rede als bron van kennis) en idealisme (kennis : ideeën die de werkelijkheid vertegenwoordigen)
    • voorbeelden leertheorieën:  constructivisme, Piaget's ontwikkelingstheorie, Situated Cognition
  • Waardoor wordt een opvatting over kennis door ontwikkeld?
    Ervaringen.
  • Welke vijf -min of meer - onafhankelijke epistemologische dimensies onderscheidt Schommer (1994)? Leg kort uit.

    kennis:

    1. zekerheid:  staat kennis vast of zijn inzichten aan verandering onderhevig
    2. structuur :  is kennis simpel of is er sprake van een complexe kennisstructuur
    3. bron :  hoe kom je aan kennis?  Zelf denken en redeneren of van docent of boek?
    4. controle over kennisverwervingsproces:  kun je alles leren of bepaalt je aanleg dit?
    5. snelheid kennisverwerving:  vindt leren en begrijpen vlug of langzaam plaats?
  • Martin geeft college Biologie aan eerstejaars studenten aan de universiteit. Hij vindt het vervelend dat er telkens een bepaald groepje studenten achteraan in de collegezaal is dat veel kletst, waardoor zowel Martin als medestudenten afgeleid raken.
     
    In Driscoll worden verschillende behavioristische manieren genoemd om ongewenst gedrag te verminderen. Noem 2 van deze manieren. Beschrijf vervolgens hoe Martin één van deze manieren kan inzetten in zijn college om ervoor te zorgen dat het geklets minder wordt. 
    positive reïnforcement - iets geven (bonus, beloning)
    punishment - straffen
    reinforcement removal - iets wat je als beloning zou krijgen krijg je nu niet meer (inhouden loon)
    negative reïnforcement - iets wordt weggenomen om je de stimuleren (je heft geen examen meer te doen als.........

    De volgende manieren kunnen worden gebruikt om ongewenst gedrag te verminderen: 
    Punishment; Reinforcement removal; Extinction; Response cost; Time-out.
    Bijvoorbeeld:
    Punishment (straffen). Martin zou de kletsende studenten kunnen straffen door boos op ze te worden, of door ze strafwerk op te leggen (alhoewel dat op universitair niveau niet gebruikelijk is).
    Time-out. Hij zou de studenten die zo veel kletsen kunnen vragen de collegezaal te verlaten. 
    Hij zou kunnen stoppen ze aandacht te geven en aangeven dat ze die weer krijgen als ze het gewenste gedrag vertonen.
  • Noem 2 voorbeelden van soorten opvattingen over kennis mensen kunnen hebben?
    Een naive opvatting en een sophisticated opvatting.
  • Leg de drie leertheorieën globaal uit. 

    behaviorisme:

    • leren =  koppelen van reacties aan stimuli
    • eerste helft 20ste eeuw
    • gebaseerd op leren van laboratoriumdieren
    • taak LR:  krijgt beloning of straf naar gelang hij gewenst of ongewenst gedrag vertoont
    • accent op waarneembaar gedrag : hoe kan dit gedrag beïnvloed worden door manipulatie van omgevingscondities (bijv. feedback)

    cognitivisme:

    • leren =  kennisverwerving, gedachtenprocessen in LR centraal
    • 1950 - 1980 
    • gebaseerd op leren van mensen in 'kunstmatige' laboratoriumsituaties
    • taak LR:  passief ontvangen, verwerken en opslaan van informatie 
    • informatie kan rechtstreeks worden overgedragen van docent op LR

    constructivisme:

    • leren = kennisconstructie
    • 1980 - 1990
    • gebaseerd op leren van mensen in meer realistische omgevingen 
    • LR geeft actief betekenis aan informatie
    • docent:  cognitieve gids die als voorbeeld dient bij het uitvoeren van authentieke academische taken en die de uitvoering hiervan begeleidt
    • sociaal constructivisme:  leren als sociale onderneming, afhankelijk van interacties tussen LR en sociaal, culturele omgeving
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.