Summary Psychology of Learning for Instruction Pearson New International Edition

-
ISBN-10 1292040076 ISBN-13 9781292040073
536 Flashcards & Notes
68 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Psychology of Learning for Instruction Pearson New International Edition
  • Marcy P Driscoll
  • 9781292040073 or 1292040076
  • 2013

Summary - Psychology of Learning for Instruction Pearson New International Edition

  • 1 Introductions to theories of learning and instruction + Inleiding studietaak 1

  • Merrill (2002) ontwikkelde de 'first principle of instruction'. Welke principes onderscheidt Merrill? 
    (Het probleem: leren wordt bevorder als de ll bezig zijn met het oplossen van problemen)
    Het activeringsprincipe: leren wordt bevorder wanneer de voorkennis geactiveerd wordt om er nieuwe informatie aan te koppelen.
    Het demonstratieprincipe: leren wordt bevorder als de ll een voorbeeld of demonstratie zien.
    Het toepassingsprincipe: leren wordt bevorder als de ll actief hun nieuw verworven kennis of vaardigheden toepassen.
    Het intergratieprincipe: leren wordt bevorder als de ll hun nieuwe kennis integreren in hun dagelijks leven (of toekomstig beroep) door over de stof te discussiëren, reflecteren, demonstreren etc. 
  • Welk principe van de 'first principles of instruction' van Merrill (2002) staat in deze cursus centraal?
    Het activeringsprincipe. 
  • Hoe wordt het activeren volgens Merrill (2002) versterkt?
    Als de ll een bepaalde structuur aangereikt krijgen voor het verwerven van informatie en zich deze structuur herinneren. Daarnaast moet de instructie relevant zijn ten aanzien wat geleerd wordt en bijdragen aan de zelfeffectiviteit die de ll ontwikkelen om in opgedane kennis en vaardigheden toe te passen. Deze instructie met het herinneren van een structuur bevorderen. 
  • 1.1 What is a theory of learning?

  • Hoe ontstaat een (leer)theorie? 
    Een (leer)theorie ontstaat vanuit een vraag? Bijvoorbeeld: hoe leert iemand?
    Een vraag leidt de onderzoeker om systematische observaties uit te voeren en om aannemelijke antwoorden te construeren. Er ontstaan proposities. Deze proposities zijn de basis voor een theorie.

    Een propositie is een bewering (die wel of niet waar is).
  • Welke verschillende theorieën over leren zijn er?
    - behaviorisme: zegt dat je leert door het observeren van je omgeving. Leren komt van buiten af.
    - cognitivisme: dat het leren in de lerende plaatsvindt. Ze zeggen dat leren ontstaat door gedachten processen.
    - (sociaal)constructivisme : zegt dat leren een sociaal gebeuren is. Dat leren ontstaat door interactie met de omgeving. Het is een sociaal-culturele aangelegenheid.
  • Noem 3 benaderingen van waaruit leren kan worden verklaard.
    Behavioristen: leren kan worden begrepen in termen van observaties, zowel van de omgeving als van het gedrag van de lerende.

    Cognitivisten: leren ontstaat door gedachtenprocessen in de leerder zelf.

    Social psychologists beweren dat leren een sociaal gebeuren is en ontstaat door interactie tussen de leerder en zijn/haar sociaal/culturele omgeving.
  • Hoe ontstaan (deze, waaruit een theorie voortkomt) vragen? 
    • uit nieuwsgierigheid 
    • omdat je de wereld beter wilt begrijpen. 
    • vanuit belangrijke beslissingen die genomen moeten worden. Je wilt eerst iets meer weten, voordat je een beslissing neemt.
    • Sommige vragen worden uitgelokt door tegensprekende gebeurtenissen. 
  • Hoe ziet het proces van het ontstaan van een theorie eruit?
    - een vraag ontstaat door nieuwsgierigheid of een tegenstrijdige gebeurtenis.
    - systematische observaties worden uitgevoerd.
    - naar aanleiding van de observatie wordt er een verklaring gegeven
    - er wordt een hypothese afgeleid van de voorgestelde verklaring
    - er wordt onderzoek uitgevoerd om de hypothese te testen
    - resultaten van het onderzoek worden vergeleken met de gestelde hypothese en eerste theorie
    - theorie aanpassen en eventueel extra onderzoek uitvoeren.
    - een veronderstelling maken over de aard van kennis en hoe iemand tot deze kennis komt. 
     
  • Welke verschillende theorieën over leren zijn er? 
    - behavioristen: zeggen dat je leert door het observeren van je omgeving. Leren komt van buiten af.
    - cognitivisten: dat het leren in de lerende plaatsvindt. Ze zeggen dat leren ontstaat door gedachten processen.
    - (sociaal)constructivisme : zegt dat leren een sociaal gebeuren is. Dat leren ontstaat door interactie met de omgeving. Het is een sociaal-culturele aangelegenheid. 
  • Leg uit wat het objectivisme inhoudt
    Het objectivisme gaat ervan uit dat er een externe werkelijkheid bestaat en dat iedereen die ook als werkelijkheid aanvaardt. Bijvoorbeeld de kleur rood die we zien, ziet iedereen hetzelfde. Volgens objectivisten is zintuiglijke waarneming de enige manier om tot kennis te komen. Hierbij passen leertheorieën als het behaviorisme en cognitivisme.
  • Welke 4 domeinen doen volgens Wilson (1998) onderzoek naar leren?
    Psychology, Biology, Computer Science en Education. 
  • Leg uit wat het interpretivisme inhoudt
    Het interpretivisme is de tegenhanger van het objectivisme. Aanhangers van deze stroming geloven dat ideeën over werkelijkheid bestaan op grond van afspraken die mensen met elkaar maken. Kennis bestaat alleen uit ideeën die mensen hebben over hun werkelijkheid. Er zijn zoveel werkelijkheden als er mensen zijn. Wordt in de literatuur ook wel aangeduid als constructivisme.
  • Wat is een leertheorie?
    Een leer theorie is een veronderstelling over hoe mensen leren.
    Gedachten over hoe verandering in tot stand zijn gekomen. 
  • Noem 3 benaderingen van waaruit leren kan worden verklaard.
    Behavioristen: leren kan worden begrepen in termen van observaties, zowel van de omgeving als van het gedrag van de lerende. Cognitivisten: leren ontstaat door gedachtenprocessen in de leerder zelf. Social psychologists bewerken dat leren een sociaal gebeuren is en ontstaat door interactie tussen de leerder en zijn/haar sociaal/culturele omgeving.
  • Welke 3 basis componenten moeten gedefineerd worden om tot een leertheorie te komen?
    - The results: welke verandering in de prestatie wordt door de theorie verklaard?
    - The means: wat zijn de processen die tot dit resultaat leiden?
    - The input: wat zijn de middelen of ervaringen die de basis vormen voor leren? Hoe wordt het leren gestimuleerd?

     
  • Welke verschillende epistemologische overtuigingen worden er genoemd?
    - Empiricism, nativism en rationalism: worden boven in het tabel genoemd en gaat over de bron van kennis. Hoe komen we aan echte kennis? Via ervaringen (hier gaan de meeste theoretici van uit) of door denken en redeneren?  Aangeboren etc.
    - Skepticism, realism en pragmatism: worden in het midden genoemd en refereren aan de inhoud van kennis. Wat kunnen we weten?
    - Objectivisme, pragmatisme en interpretivism: hierover wordt nog steeds gedebatteerd in de educatieve en psychologische literatuur. 
  • Wat houdt de kennis filosofische stroming het objectivisme in?
    Objectivisme: verondersteld dat de realiteit buiten de kenner ligt en los staat van de kenner. Dit wordt gekarakteriseerd door het empirisme en het realisme. Het empirisme zegt dat sensorische ervaringen de enige valide bron van kennis is. En het realisme zegt over kennis dat we alle dingen in de wereld kunnen weten. 
  • Wat houdt de kennis filosofische stroming het pragmatisme in?
    Pragmatisme: op de vraag ‘Wat is kennis?’ antwoorden de pragmatisten dat realiteit echt bestaat, maar dat we die niet direct kennen. Kennis is ‘tijdelijk’ en niet absoluut. Soms correspondeert met de realiteit en soms niet. Kennis kan verkregen worden door empirie en door rationele processen.  Dus door sensorische ervaringen en redenatie. 
  • Wat houdt de kennis filosofische stroming het interpretivisme in?
    Interpretivisme: kennis is afhankelijk van de kenner. Het referentiekader bepaald wat waar is. Voorbeeld van de spin. Voor iemand die bang is voor spinnen lijkt een zwarte stip op de muur als snel op een spin. Terwijl iemand die niet bang is voor spinnen dit niet zo ervaart en de zwarte vlek als …? Ziet
    Het interpretivisme wordt gekarakteriseerd door rationalisme en idealisme. Het rationalisme zegt dat redenatie de bron van kennis is. Het idealisme zegt dat kennis alleen maar ideeën of representaties zijn van de realiteit. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Psychology of Learning for Instruction: Pearson New International Edition
  • Marcy P Driscoll
  • 9781292052694 or 1292052694
  • 2013

Summary - Psychology of Learning for Instruction: Pearson New International Edition

  • 1 Introduction to Theories of Learning and Instruction

  • Wat is leren?
    Leren is een voortdurende verandering in presteren of prestatiepotentieel dat een resultaat is van ervaringen en interactie met de wereld.
  • Waaruit bestaat een leertheorie?
    1: resultaten; die een verandering in presteren omschrijven
    2: middelen; theoretische structuren en processen die verantwoordelijk zijn voor het leren
    3: inputs; bronnen of ervaringen die het leren sturen
  • Noem 3 epistemologische tradities.
    Objectivisme, pragmativisme en interpretivisme.
  • Omschrijf objectivisme.
    Realiteit is extern en onafhankelijk van de lerende en wordt bekend door zintuigelijke ervaringen.
  • Omschrijf pragmativisme.
    Realiteit bestaat indirect. Kennis komt en is altijd tijdelijk.
  • Omschrijf interpretivisme.
    Realiteit en kennis zijn geconstrueerd door rationeel denken.
  • Noem 4 experimentele benaderingen van leren.
    1: Ebbinghaus; Priciple of association
    2: Thorndike; Law of effect
    3: Pavlov; Classical conditioning
    4: Gestalt Theory; Insightful learning
  • 1.1 What Is a Theory of Learning?

  • Een leertheorie zou de resultaten die verband houden met leren moeten verklaren én de voorwaarden waaronder het leren zich weer zal voordoen voorspellen.
  • 1.2 A Definition of Learning

  • Ondanks de verschillen tussen de leertheorieën delen ze in de basis wel bepaalde veronderstellingen over leren.
  • De verschillende leertheorieën zijn het erover eens dat leren een aanhoudende verandering is in menselijke prestatie of prestatiepotentieel. Dit betekent dat leerlingen dingen kunnen die ze niet zouden kunnen voordat ze dat hebben geleerd. Dit is onafhankelijk van de mogelijkheid die ze hebben om het nieuw geleerde te laten zien. Om het als leren te mogen beschouwen moet de verandering in prestatie of prestatiepotentieel van de leerlingen een gevolg zijn van de ervaringen en interactie met de wereld. Een verbetering van de motoriek kan veroorzaakt worden door leeftijd/rijping en wordt daarom niet als leren beschouwd. Leren vereist ervaringen, maar welke ervaringen zijn essentieel en hoe deze ervaringen verondersteld worden het leren veroorzaken vormt de focus van elke leertheorie.
  • Hoe wordt leren gedefinieerd door Driscoll?
    Een blijvende verandering in menselijk gedrag/prestatie of prestatievermogen en is altijd het resultaat van de ervaringen en de interacties die de lerende heeft met de wereld.
  • Goede indicatoren van leren vinden is net zo belangrijk voor het ontwerpen van instructie als het is om een leertheorie te ontwerpen.
  • 1.3 A Definition of Learning Theory

  • Een leertheorie bestaat uit een set constructies die gelinkt worden met samenhangende waargenomen prestatieveranderingen met daarbij wat gedacht wordt dat die veranderingen heeft veroorzaakt.
  • Aan welke eisen moet een theorie volgens Driscoll voldoen om een leertheorie te mogen heten?
    • - Het resultaat (results) : Wat zijn de veranderingen in het gedrag/prestatie?
    • - De middelen (the Means) : Welke processen worden er gebruikt?
    • - Welke input (The inputs) : Wat start het leerproces en wat zijn de bronnen en/of ervaringen die de basis vormen om te gaan leren?
  • Constructies verwijzen naar de begrippen die theoretici verzinnen om te worden verklaard door de theorie. Geheugen is bijvoorbeeld een constructie dat betrokken is bij cognitieve perspectieven van leren. Iemand kan iets herhalen omdat hij het heeft onthouden. We hebben het concept geheugen uitgevonden om dit resultaat te verklaren.
  • Om een leertheorie te bouwen moeten 3 basiscomponenten gedefinieerd worden. Noem deze.
    Het resultaat: wat zijn de veranderingen in gedrag/prestatie die verklaard moeten worden met de theorie.
    De middelen: welke processen hebben geleid tot deze resultaten inclusief veronderstelde structuren waaraan deze processen worden toegeschreven.
    De inputs: wat veroorzaakt het leerproces, wat zijn de bronnen of ervaringen die de basis vormen van leren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke condities gelden er volgens constructivisten voor leren en wat houden ze in?
1. complexe, realistische en relevante leeromgevingen
2. sociale onderhandeling als een integraal onderdeel van leren
3. Ondersteun verschillende perspectieven en het gebruik van verschillende leermethodes. 
4. Moedig eigenaarschap in leren aan, zorg voor geïndividualiseerde instructie. Constructivisten zetten de leerling centraal, deze oordeelt zelf over wat, wanneer en hoe leren zal gebeuren.
5. Koester zelfbewustzijn van studenten in hun eigen kennis constructie proces
Wat heeft feedback voor invloed op het verbeteren van prestaties in georganiseerde systemen?
Feedback is het gevolg van een respons, een typische bekrachtiger voor passend gedrag.
geeft ook informatie aan de lerende hoe zijn prestatie kan worden verbeterd.
Welke methoden geven constructivisten voor Instructie?
Instructie Doel                    Condities leren                   Methode instructie
- redenering                         "echte wereld"                      probleem-gebaseerd leren
- kritisch denken         

- retentie, begrip, flexibel    samenwerken                    coöperatieve leervormen

- zelfregulering                     eigenaarschap leren         probleemgestuurd                                                                                                             onderwijs 

- mindful reflectie                zelfbewustzijn in               rollenspel
                                               kennis constructie
Benoem 2 belangrijke implicaties van dit onderscheid in Theory of Learning tussen Bruner en Piaget/Ausubel:
1. Piaget: leerder is cognitief klaar voor leerstof
    Bruner: leerstof is klaar voor leerder

2. Ausubel: instructie moet passen bij kind & voorkennis
    Bruner: dominante manier van denken is de basis

Bruner -> stadia theorie = leeftijd + stadium
Wat wordt er bedoeld met de schema theorie en wat zijn schemata?
De schema theorie (als eerste geïntroduceerd door Bartlett 1932) is een verfijning van Ausubel’s meaningful Learning.

Schemata zijn raamwerken waar bepaalde informatie ondergebracht kan worden.
Een schema is vrij abstract en een zogenaamde frame kan een schema concreter maken.
Wat is subsumption & vormen??
Subsumption;  onderbrengen van nieuwe ideeën en informatie onder bestaande algemene en inclusieve ankerpunten in geheugen

Derative subsumption; nieuwe voorbeelden/ zaken zijn illustratief voor concept/geleerde
Correlative subsumption; bewerking, uitbreiding of wijziging concept of aanname door het classificeren van binnenkomende
Leg de assimilatie theorie van Ausubel uit:
Wanneer nieuw materiaal en het bestaande oude cognitieve structuur worden samengevoegd tot een hoger gedifferentieerde cognitieve structuur.
Wat houdt de MRL (Meaningful Reception Learning) theorie van Ausubel in?
= instructie theorie
Ausubel beschrijft hoe kennis opgeslagen kan worden in het LTG in cognitieve structuren met hiërarchie

leren = gestructureerd georganiseerd worden, bouwen van cognitieve structuren door middel van ankerpunten (specifieke, relevante ideeën in de cognitieve structuur van de leerder, zorgen ervoor dat de nieuwe informatie wordt verbonden met de bestaande informatie en dat de nieuwe informatie betekenis krijgt)
Welke modellen zijn er om informatie in het LTG op te slaan?
1. Network Models (mentaal concepten woordenboek)
2. Feature Comparison Models
3. Propositional Models
4. Parallel Distributed Processing Models
5. Dual-code Models
Welke twee soorten gedrag onderscheidt Skinner?
respondent gedrag en operant gedrag.