Summary Pulsar : nask 2.

-
ISBN-10 9001312489 ISBN-13 9789001312480
253 Flashcards & Notes
15 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Pulsar : nask 2.". The author(s) of the book is/are Willem Akkermans Corbis Machteld de Jong PrePressMediaPartners. The ISBN of the book is 9789001312480 or 9001312489. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Pulsar : nask 2.

  • 1 Stoffen

  • Waaraan herken je stoffen?

    Geur,Kleur,smaak,brandbaarheid,doorzichtigheid,hardheid,kookpunt,smeltpunt en fase bij kamer temperatuur.

  • Wat is een oplossing?

    Een mengsel van een vloeistof en een oplosbare stof.

  • Wat is een ander woord voor scheikundige, en scheikunde? 
    Chemicus en chemie 
  • In welke 3 fasen kan een stof voorkomen?

    Vloeibaar,gas en vast.

  • Noem 3 soorten stoffen
    • Vaste stof
    • Vloeibare stof       } FASEOVERGANGEN
    • Gas 
  • Wat doet een scheikundige? 
    Stoffen uit de natuur namaken
  • Waarom maakt een scheikundige stoffen uit de natuur na>?
    Om het die dan goedkoper zijn 
  • `Noem stofeigenschappen ? 
    • geur
    • kleur 
    • smaak
    • kookpunt
    • brandbaarheid
  • Noem een voorbeeld van stofeigenschappen
    Een kleurloze vloeistof kookt bij 100 graden, Moet dus water zijn
  • Wanneer moet je op de stof eigenschappen letten? 
    Wanneer je wilt waarvoor je een stof kunt gebruiken. 
  • Wat heeft elke stof? 
    Een uniek combinatie van stofeigenschappen
  • `Wat is een chemiekaart? 
    Een kaar met informatie over de stof. Er staat ook wat je moet doen als je een stof hebt ingeademd of doorgeslikt. 
  • 1.1 Stoffen herkennen

  • je kunt stoffen herkennen aan de stofeigenschappen zoals geur kleur smaak en brandbaarheid.

     

  • wat zijn stofeigenschappen ?

    eigenschappen waar je een stof aan kunt herkennen

  • Waaraan herken je stoffen?

    stoffen herken je aan stofeigenschappen

  • Waar houd natuurkunde zich mee bezig? 
    Met processen ( gebeurtenissen ) die je steeds kunt herhalen.
  • welke stofeigenschappen zijn er ?

    1 geur, 2 smaak, 3 brandbaarheid en 4 kleur

  • Welke stofeigenschappen heb je?

    - geur

    - kleur

    - smaak

    - brandbaarheid

    - doorzichtigheid

    - hardheid

    - kookpunt

    - smeltpunt

    - fase bij kamertemperatuur

  • Wat zijn omkeerbare veranderingen? 
    Processen die je steeds kunt herhalen. 
  • wat is een mengsel ?

    een mengesel bestaat uit twee of meer stofen door elkaar

  • welke 3 faseovergangen heb je?

    je hebt gas, vloeibaar en vast

  • Geef de voorbeelden van Scheikunde die in het boek omschreven zijn:
    • Lucifer afstrijken 
    • Schimmelen van kaas en brood
    • roesten van fiest
  • wat is een zuivere stof ?

    een stof die uit een stof bestaat

  • wat voor soort zintuigen heeft de mens?

    je kunt waarnemen met je ogen, oren, neus, huid, tong.

  • Chemische reacties : 
    blijvende veranderingen van stoffen
  • hoe onderzoek je of een stof zuiver is of een mengsel is ?

    door de tempratuur te meten tijdens smelten,koken of stollen je maakt dan een temperatuur-tijd-diagram

  • wat voor soort waarnemingen kun je met die zintuigen doen?

    je kunt zien, horen, ruiken, proeven en voelen

  • Waar houd scheikunde zich mee bezig?
    Met stoffen, en de verandering van stoffen. 
  • bij een zuivere stof blijft de temperatuur tijdens de fase-overgang gelijk

  • wat wordt er bedoeld met gezichtbedrog?

    dat je hersenen je in de steek laten door de zintuigen

  • Natuurwetenschappen
    • Scheikunde
    • Natuurkunde
    • Biologie
  • een mengsel heeft een smelttraject een stoltraject of een kooktraject de temperatuur neemt tijdens de faseovergangen een klein beetje toe, bij een stoltraject neemt de temperatuur langzaam af 

  • hoe bescherm je jezelf bij practicum?

    - Je draagt een laboratoriumpas

    - Lang haar doe je in een staart

    - Je doet een veiligheidsbril op

    - Je eet en drinkt niet.

  • Fasen:
    De vaste toestand  ( s ) solid
    de vloeibare toestand l liquid
    de gasvormige toesta g  gaseous
  • welke mengsels zijn er allemaal ?

    je hebt suspensie, oplossing, legering, rook, schuim, emulsie en nevel

  • Hoe doe je practicum veilig? Wat zijn de veiligheidsregels?

    in het looppad horen geen tassen, stoelen of krukken (je kunt struikelen)

    - werk tijdens een practicum altijd rustig. Ren nooit!

    - stoffen haal je altijd met een spatel of lepel uit een potje. Heb je wat stof uit een potje gehaald doe hem dan direct weer dicht. Als je knoeit met een stof of vloeistof ruim je meteen weer op.

     - doe in  je reageerbuis maximaal 1/3e deel vloeistof.

     -als je een reageerbuisje verwarmt, gebruik je een reageerbuisknijper en zet je een veiligheidsbril op.

    - als je een reageerbuisje verwarmt, richt dan niet op jezelf of op anderen

    - was meteen je handen als een stof op je komt.

    - na afloop van het practicum laat je een schone en droge werkplek achter. je ruimt alles netjes op.

    - Volg de instructies.

    -Weet waar de veiligheidsvoorzieningen zijn (nooddouche, oogdouche, brandblusser, branddeken).

     

     

     

     

     

  • oplossingen zijn heldere mengsels van een oplosmiddel met een andere stof, een oplossing kan gekleurd of kleurloos zijn

  • een suspensie is een mengsel van kleine deeltjes van een vaste stof en water, een suspensie is altijd gekleurd en troebel,

  • een emulsie is een mengsel van twee vloeistoffen, die niet in elkaar oplossen. een emulsie is altijd troebel en heeft een kleur. om de vloeistoffen in een emulsie met elkaar te mengen heb je een emulgator nodig, een emulgator is een hulpstof om twee vloeistoffen te mengen 

  • een legering is een mengsel van twee metalen.

  • schuim is een fijn verdeeld gas in een vloeistof.

  • in rook zweven kleine vaste deeltjes in een gas

  • nevel is een vloeistof die fijn verdeeld is in een gas

  • een suspensie kun je scheiden door gebruik te maken van deeltjesgrootte. de stof die achterblijft op het filter heet residu. de vloeistof die door het filter gaat heet het filtraat. een suspensie scheid je ook door gebruik te maken van een verschil in dichtheid. de vaste stof zinkt naar beneden.  

  • door af te schenken kun je het water en de vaste stof scheiden 

  • bij indampen maak je gebruik van een verschil in kookpunt. de stof met het laagste kookpunt verdampt. bij indampen scheid je water van een opgeloste vaste stof.

  • bij destilleren vang je de vloeistof op die het eerste kookt. deze vloeistof is het destillaat. bij destilleren maak je gebruik van het verschil in kookpunt

  • bij extraheren scheid je twee vaste stoffen door de enen stof op te lossen en de andere niet. je gebruikt daarbij een extractiemiddel. bij extraheren maak je gebruik van een verschil in oplosbaarheid. na extraheren moet je meestal filtreren of indampen 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat ontstaat er als je koolstof volledig verbrandt?
Dan krijg je koolstofdioxide
Wat is een molecuulformule?
In de molecuulformule staat uit welke atomen een molecuul bestaat.
Hoe heet het getal rechtsonder het symbool?
Het getal onder het symbool heet index, dat geeft het aantal atomen aan
Hoe ziet het symbool van een atoom eruit?
Het symbool van een atoom bestaat uit een hoofdletter, of een hoofdletter gevolgd door een kleine letter
Hoe heet het systeem waar je informatie over atomen van de elementen vindt?
Periodiek Systeem
Een molecuul bestaat uit kleinere deeltjes, hoe heet dit?
Atomen
Stoffen bestaan uit...
Moleculen
Ar
Argon
Ne
Neon
He
Helium