Summary Pulsar : NaSk.

-
ISBN-10 9001312403 ISBN-13 9789001312404
302 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Pulsar : NaSk.". The author(s) of the book is/are Benno Berendsen Corbis vrije Machteld de Jong PrePressMediaPartners. The ISBN of the book is 9789001312404 or 9001312403. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Pulsar : NaSk.

  • 1.1 Een ontwerper kiest materiaal

  • Waar let de ontwerper op bij de keuze van het materiaal?

    De eigenschappen van het materiaal

  • waar let een ontwerper op bij het kiezen van materiaal?

    hij let op de eigenschappen van het materiaal.

  • Een ontwerper let op Prijs, Vormbaarheid, Kracht, Doorschijnend en het Uiterlijk van het Materiaal

  • wat moet een ontwerper weten om het juiste materiaal te kiezen?

    Veel eigenschappen van materialen kennen. Hij kiest passend bij het product.

    Kunststof is licht, goedkoop en in alle kleuren te krijgen.

    Hout is sterk, maar het is brandbaar en kan slecht tegen vocht.

    Metaal is ook sterk en geleid elektrische stroom goed.

    Steen is zwaar en kan duwkrachten goed opnemen, maar trekkrachten niet.

  • Waar vind je informatie over de eigenschappen van stoffen?

     

    De Binas

  • hoe noem je dichtheid ook wel?

    De massa van 1 kubieke centimeter van een stof. 

  • Waarin staat het smeltpunt van stoffen gegeven?

    Wat is de laagst mogelijke temperatuur van Kelvin (K)?

    In K (temperatuur in kelvin=eenheid van temperatuur bij natuurkunde en techniek).

    Absolute nulpunt = 0 K = - 273 graden Celsius.

  • Hoe kun je temperatuur omrekenen in kelvin naar celsius?

    Door de formule: T(kelvin)-273= T(Celsius)

  • kijk in tabel 15 voor meer eigenschappen  van stoffen.

    kijk in tabel 16 voor gegevens voor enkele vloeistoffen.

  • 1.2 Stoffen

  • Waaraan herken je een stof?

    De stofeigenschappen

  • wat is een stofeigenschap? leg uit welke stofeigenschappen je hebt?

    dat is een eigenschap waaraan je de stof kunt herkennen.

    - geur

    - kleur

    - smaak

    - brandbaarheid

    - smeltpunt

    - kookpunt

    - dichtheid

  • Waaraan herken je een reactie?

    De stofeigenschappen van de nieuwe stof

  • hoe weet je dat er een reactie heeft plaatsgevonden?

    als er een faseovergang is geweest en de stof anders is geworden.

  • Bij een vaste stof trillen de deeltjes op een vaste plaats, Bij een vloeibare stof bewegen de deeltjes dicht bij elkaar en door elkaar heen, In een gas is de afstand tussen de deeltjes groot. De deeltjes bewegen ver van elkaar

  • hoe noteer je een reactie?

    beginstof(fen)>product(en)

    bijvoorbeeld:

    ijzer + water + zuurstof > roest

  • wat zijn atomen?

    De kleinste als zodanig herkenbare bouwsteen.

    Bepalen de eigenschappen van een stof.

  • wat zijn moleculen?

    Kleinste deeltje van een moleculaire stof dat nog de chemische eigenschappen van die stof bezit. Molecuul is opgebouwd uit atomen.

    Bepalen de eigenschappen van een stof.

  • Wat is een kristalrooster?

    Bij vaste stoffen zitten de deeltjes in een regelmatig patroon.

  • Hoe is het patroon bij een vloeistof?

    Geen regelmatig patroon: de deeltjes trekken elkaar sterk aan maar kunnen wel vrij bewegen.

  • Hoe is het patroon bij een gas?

    Afstand tussen deeltjes veel groter en trekken elkaar nauwelijks aan. Deeltjes bewegen zicht door de hele ruimte waarin het gas zich bevindt, dus geen patroon.

  • Wat gebeurt er al je een stof verwarmt?

    De deeltjes gaan sneller bewegen en nemen meer plaats in (meeste stoffen zetten uit). 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

hoe heten 2 protonen en 2 neutronen bij elkaar?
helium
alfa-straling =
2 protonen en 2 neutronen
bètastraling =
elektronen
gammastraling =
golven energie
atoomnummer =
het aantal protonen.
massagetal=
het aantal protonen en neutronen bij elkaar.
isotopen =
zijn stoffen met hetzelfde aantal protonen en een verschillend aantal neutronen.
Wat is de massa van neutronen?
massa van 1
Een atoom bestaat uit een kern, waar bestaat de kern uit?
- neutronen
- protonen
Inwendige bestraling =
Je wordt bestraald door radioactieve stoffen in je lichaam te verplaatsen. Na de behandeling worden de radioactievebronnen weer uit het lichaam verwijdert.