Summary R&I aantekeningen HC's, WG, IC's

-
433 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "R&I aantekeningen HC's, WG, IC's". The author(s) of the book is/are . This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - R&I aantekeningen HC's, WG, IC's

  • 1.1 HC1

  • wat is een voorbeeld van een open regelsysteem in het lichaam?
    hart; wat erin komt, komt eruit. de versterkingsfactor is dan 1. (A)

    een positieve terugkoppeling is ook een open regelsysteem. na registratie krijg je een effect dat exponentieel toeneemt, zoals de bloedstolling. 
  • wat zijn voorbeelden van verstoringen in effectoren of verstoringen van buitenaf het regelsysteem?
    • effectoren: hartinfarct, nierprobleem
    • buitenaf: voedselvergiftiging, hitte, kou, medicijnen
  • wat is ernstiger: een verstoring van buiten, in een effector, in de sensor of in de referentie?
    • buiten/effector: heeft wel invloed, maar hoeft niet ernstig te zijn: compensatie is vaak mogelijk
    • sensor/referentie: fataal, want er kan niet goed meer geregeld worden
  • wat is de Cheyne-Stokes ademhaling?
    vertraging over de zenuwen resulteert in een fase-verschiuving tussen sensor en effector. pas als de pCO2 heel hoog is, komt dat door ij de neuronen en gaat de persoon pas sneller en dieper ademhalen. dan komt het weer terug, dan is de CO2 weer onder z'n relatieve nulpunt en komt dat ook weer traag door, waardoor de ademhaling weer traag stopt. het duurt daarna weer tot de ademhaling reageert op de verhoging van CO2. 

    je ziet iemand dus afwisselend snel/langzaam ademen
  • wat zijn de belangrijkste verschillen tussen autonoom en hormonaal systeem?
    • autonoom: snel, weinig verschillende transmitters, elektrisch signaaltransport, weefselspecifiek
    • hormonaal: traag, veel verschillende hormonen, via bloed signaaltransport, invloed op alle cellen
  • beschrijf de ligging van het orthosympathisch en parasympathisch zenuwstelsel
    • orthosympathisch: ruggenmergzenuwen Th1-L3
    • parasympathisch: hersenzenuwen III, IV, IX en X + sacraal ruggenmerg
  • beschrijf de lengte van de preganglionaire en postganglionaire neuronen van het orthosympathisch en parasympathisch zenuwstelsel
    • orthosympathisch: kort preganglionair neuron en een lang postganglionair neuron. 
    • parasympathisch: lang preganglionair neuron en een kort postganglionair neuron (vlakbij doelorgaan)
  • wat zijn de overeenkomsten in informatiekanalen tussen OS en PS?
    • beide werken met receptoren
    • beide kunnen lokale en wijdverbreide signalen geven
    • neuronen en endocriene cellen kunnen producten afgeven aan bloed (hormonen)
    • neuronen en endocriene cellen genereren elektrische potentialen en kunnen gedepolariseerd worden
    • peptiden die als hormoon bekend stonden, blijken ook neurotransmitter te zijn 
    • 1 cel kan zowel hormoon als neurotransmitter zijn
    • 2 gen kan coderen voor zowel neurotransmitter als hormoon
  • waarom is de bijnier een speciaal orgaan?
    embryonaal gezien uit 2 kiembladen: kern is neuraal blad en cortex is een epitheliaal blad. de kern is een ganglion van het sympathische zenuwstelsel. hier komen zenuwen in het bijniermerg: stimuleren cellen (speciale cellen: chromoffine cellen (maken adrenaline). dit komt bijna overal, doordat het vrij in het bloed komt. dus eigenlijk is de bijnier een postganglionair neuron
  • van welke receptoren maken het OS en PS zenuwstelsel gebruik?
    preganglionair: ionkanaal, N2 receptor (ligand gebonden ionkanalen)
    postganglionair: GPCR
    • OS: adrenerge receptoren -> alfa-1/2, beta-1/2/3
    • PS: muscarinerge receptoren -> M-1/2/3/4/5


    N- en M-receptoren maken gebruik van acetylcholine, de adrenerge receptoren gebruiken adrenaline/noradrenaline
    bijniermerg = sympathisch ganglion, dus geeft oiv acetylcholine adrenaline af. 
  • wat is het verschil tussen alfa- en beta-receptoren, aangezien ze allebei op adrenaline/noradrenaline werken?
    alfa-adrenerge recptoren zijn meer gevoelig voor noradrenaline, de beta-adrenerge receptoren voor adrenaline
  • waarom kan je pijn ergens anders voelen dan waar de oorsprong is?
    pijn is een sensatie die terug wordt gebracht naar het CZS. die zenuwen lopen vaak samen in bundels waar ook de efferente sympathische zenuwen door lopen. die geven pijn of andere nare sensaties aan. dat zijn de autonome afferente signalen. je hebt ook andere autonome efferente signalen, die niet onaangenaam zijn en waar je dus weinig van merkt. die signalen lopen terug met de vezels die van de n. vagus terugkomen. 

    als het onaangename signalen zijn, dan gaan ze terug naar het niveau van het ruggenmerg zijn en als het meer metabole signalen zijn, dan gaan ze terug met de parasympathicus mee.
  • wat is autonome dysreflexie?
    • dwarslaesie hoger dan Th4-6, snel opkomende hoofdpijn, vlekken voor ogen, rood hoofd, beklemd gevoel op borst, transpireren, onder de laesie koude extremiteiten, kippenvel, bleke huid, levensbedreigend


    reflex treedt op vanwege nare prikkel -> pijn uit blaas (doordat er geen drang is tot legen hiervan). onder de laesie komt hierdoor een sympathische reactie, deze kan niet naar boven, dus wordt steeds heviger. je krijgt een adrenalinestoot, waardoor je enorme vasoconstrictie krijgt. hierdoor gaat de bloeddruk omhoog, waartegen het hart probeert op te werken en via de aortaboog en carotis gaat dit signaal naar de hersenen. 

    de reactie van de hersenen hierop is dat de hartslag naar beneden gaat, maar deze signalen worden geblokt door de dwarslaesie. de bloedvaten in de bovenste helft gaan juist open staan, je krijgt een knalrood hoofd, transpireren en hoofdpijn 

    behandeling: blaas legen, vaatverwijders (alfa-blokkers)
  • welke drie groepen hormonen heb je qua opbouw?
    • amines: bron = tryptofaan en tyrosine (aminozuren). bijv. catecholaminen, schildklierhormoon T3/4
    • peptiden en proteinen: insuline, LH, FSH
    • steroid hormonen: gekoppeld aan eiwitten, deel gebonden/deel vrij. koppelt aan receptoren, met als bron cholesterol 
  • welke soorten binding aan receptoren heb je?
    • specifiek en hoge affiniteit
    • membraanreceptor: snel -> ligand gated, GCPR, autofosforylatie
    • intracellulair
    • nucleaire receptor
  • welke soorten regulatie heb je op de secretie van hormonen?
    • neuraal: adrenerg, cholinerg, dopaminerg, serotinerg
    • chronotroop: pulsatiel, dag/nachtritme, slapen/waken
    • feedback: hormoon-hormoon, substraat-hormoon, mineraal-hormoon
  • beschrijf de verschillende onderdelen van de hypofyse?
    • neuraal deel = neurohypofyse
    • epitheliaal deel = adenohypofyse

    vanuit de hypothalamus kunnen hormonen via het bloed aan de neurohypofyse worden afgegeven. de adenohypofyse heeft geen eigen circulatie, dus via een omweg komen hormonen daar terecht. 
  • de hypofyse is een hormoonklier, dus geeft hormonen af aan het bloed. welke?
    • neurohypofyse: uiteinden van zenuwcellen geven ADH (= AVP) en oxytocine (weeen) af. korte halfwaardetijd
    • adenohypofyse: initiatie vanuit hypothalamus. voortgeleiding naar hypofyse via portale vaten, met uiteindelijk regulatie op orgaanniveau. de hypothalamus geeft een paar hormonen af, via de bloedvaatjes in de hypofyse (dus geen zenuwen) en daar zitten cellen met receptoren die de gewenste hormonen uit de hypofyse opnemen uit het bloed, zodat ze zelf een ander hormoon kunnen produceren, wat weer in de circulatie komt, zoals TSH
  • wat is de H-H-bijnieras?
    hypothalamus geeft CRH aan adenohypofyse -> adenohypofyse geeft ACTH aan bijnierschors -> bijnierschors geeft aldosteron, cortisol en androgenen af (cortisol werkt inhiberend op hypothalamus + hypofyse)
    ACTH zelf werkt ook inhiberend op de hypothalamus via het portale stelsel (short feedback loop)
  • wat is de H-H-schildklieras?
    hypothalamus geeft TRH aan adenohypofyse -> adenohypofyse geeft TSH aan schildklier -> schildklier maakt T3 en T4.
  • uit welke 3 lagen bestaat de bijnierschors?
    1. zona glomerulosa -> mineraalcortico's (aldosteron)
    2. zona fasciculata -> glucocortico's (cortisol) en androgenen
    3. zona reticularis -> (nor)adrenaline
  • wat zijn de gevolgen van langdurig gebruik van cortisol?
    cortisol heeft de volgende functies:
    sparen van glucose ten behoeve van het CZS via;
    • gluconeogenese uit aminozuren in lever
    • afbraak spiereiwitten
    • rem aminozuuropname spieren, maar NIET lever
    • rem glucoseopname weefsels
    • lipolyse

    verder remt cortiso ontstekingsreacties en vorming antilichamen en remt het de botvorming.

    bij langdurig gebruik van cortisol is dat dus niet gunstig, bovendien kan je osteoporose krijgen (door rem botvorming)
  • wat is het limbisch systeem en hoe is dit verbonden met cortisol?
    een reactie van het lichaam op iets uit de omgeving -> hoe bedreigend dingen zijn. limbisch systeem kent ook de aansturing van emotioneel gedrag. 

    hoe intensief een stressituatie is, wordt mede bepaald door het limbisch systeem

    stress signalen via de cortex (somatisch zenuwstelsel) -> limbisch systeem beoordeelt ernst -> reticulaire formatie ook betrokken -> sympathische zenuwstelsel wordt aangezet, waardoor neuronen actief worden en massale uitstoot geven van hormonen -> arousal, behavioral activation, aggressiveness

    tegelijk vindt er signalering richting de kernen in de hypothalamus plaats -> afgifte van CRH -> ACTH door hypofyse -> afgifte cortisol door bijnierschors

    sympathische zenuwen gaan via het ruggenmerg en bijniermerg en geven adrenaline af. 

    cortisol + adrenaline zorgen voor verdringing van insuline -> glucose komt vrij
  • waarom maken steroidhormonen veel gebruik van intracellulaire receptoren?
    omdat steroidhormonen van zichzelf hydrofoob zijn en dus over de plasmamembraan kunnen. hierdoor is het wel zo dat steroidhormonen vaak gebonden in het bloed voorkomen en dus niet actief zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

kan je transpireren in enorme kou?
je kan wel zweten, de beweging blijft dezelfde beweging. intern loopt de temperatuur op, waardoor je kan transpireren. het laagje zweet op de huid gaat bevriezen, dus je verliest warmte, maakt het gevaar op bevriezen groot. de lage luchtvochtigheid is daarnaast gevaarlijk, nog sterker dan bij teveel warmte in de omgeving, is dat je vochttekort krijgt.

luchtvochtigheid in de longen is bij 37 graden vele malen hoger dan buiten de longen. dus bij iedere ademtocht verlies je vocht en je ademt ook sneller door de inspanning. verder transpireer je nog, dus je verliest heel veel water.
hoeveel energie verbruik je als je inspanning gaat leveren tijdens de kou?
normaal is 2000-2500 kcal per dag, maar nu kan dat wel drie keer zo hoog worden
welk effect heeft koude op neurofunctioneren?
onder invloed van temperatuur neemt de prikkelgeleiding af, bewegen en waarnemen gaat moeilijker. de pijnsensatie verdwijnt.
welk effect heeft koude op de circulatie?
bij kou krijg je vasoconstrictie van perifere bloedvaten. van de schil, dus zowel de huid als de ledematen, en naarmate het kouder wordt trekt de circulatie zich steeds meer terug. de kern wordt dus kleiner. als je inspanning gaat doen bij zo'n koude omgeving, wordt je extra blootgesteld aan koude, doordat er meer bloed naar je spieren (periferie) moet. 

de druk kan hoger worden in de circulatie bij koude (want vasoconstrictie perifere bloedvaten), dus dan ga je meer urine produceren. 
hoe komt het dat je in eerste instantie vasoconstrictie van de huid krijgt en uiteindelijk toch vasodilatatie tijdens inspanning/
alle organen die niet meedoen aan inspanning, krijgen minder bloed, dus ook de huid. je begint altijd met vasoconstrictie van de huid door alfa1-adrenerge receptoren (sympathicus). als de temperatuur toeneemt, gaat er vasodilatatie optreden van de huidvaten, wat voor een groot deel wordt geregeld vanuit het CZS. de sympathische zenuwsignalen worden geremd, dus een rem op de alfa1-adrenerge receptoren. 

vanuit een ander systeem, namelijk ACh lekkage en release van lokale vasodilatoren krijg je daarnaast ook indirect vasodilatatie van de huidvaten (endotheel)
waar is de warmtebelasting van je lichaam van afhankelijk?
  • belasting
  • soort beweging (rendement!)
  • omgevingstemperatuur
  • warmteafgifte mogelijkheid

als je niet aan warmteafgifte tijdens inspanning zou doen, zou je iedere 5-6 minuten van inspanning 1 graden stijgen qua lichaamstemperatuur

de snelheid waarmee de temperatuur stijgt, is afhankelijk van de intensiteit van de beweging. niet van de tijd. druk je uit in VO2 max. het betekent dat als 200 watt voor iemand 50% is, dan neemt de temperatuur minder toe dan wanneer 200 watt 70% intensiteit is. de warmteproductie is hetzelfde, maar de intensiteit is anders.
ook bij een goed functionerend thermoregulerend systeem loopt tijdens inspanning de kerntemperatuur op. waarom is dit zinvol?
verhoogde stofwisseling door verhoogde temperatuur. 10% toename van enzymactiviteit bij iedere graad omhoog, wat handig is bij inspanning. ook de prikkelgeleiding neemt toe: deze processen zijn ook temperatuurgevoelig. 

de referentiewaarde voor temperatuur gaat een stukje mee omhoog, maar je moet hem wel in de gaten houden -> anders oververhitting
welk(e) mechanisme(n) van warmteafgifte is/zijn van groot belang tijdens inspanning?
transpireren -> verdamping
waarom is het handig als je in de woestijn loopt dat je je afschermt van de zon?
via straling van de zon neem je warmte op. je straalt dus niet uit, maar door straling neem je wel veel warmte op
wat zijn preventiemaatregelen tegen een hypo?
goed je bloedglucosespiegel van tevoren en achteraf controleren en je insulineschema aanpassen en glucoserijke drank meenemen