Summary Rechtsgeschiedenis

-
449 Flashcards & Notes
4 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Rechtsgeschiedenis

  • 0.1 Inleiding

  • Wat is de lijn van Meijers?
    De lijn van Meijers is dat de rechtsgeschiedenis door haar kritische belichting van het verleden het beste middel om de betrekkelijke waarde van de rechtsinstellingen van het heden te begrijpen.

    Zij laat ons de ontwikkeling der rechtsbeginselen i.v.m.  de zich wijzigende maatschappelijke omstandigheden en geestelijke stromingen zien.

    Zij kan ons bevrijden van overgeleverde rechtsbegrippen, dien hun historische rol vervuld hebben, maar voortleven krachtens de suggestieve kracht, die van het bestaande uitgaat.
  • Wat meent Hans Ankum?
    Ankum meent dat rechtshistorisch onderwijs voor juristen noodzakelijk is, waarbij het van belang is dat de lijn die Meijers heeft uitgezet in het hoog te houden.

    Het recht is - volgens Ankum - een historisch verschijnsel 'dat verandert onder invloed van veranderingen in economisch-sociale verhoudingen en religieuze en maatschappelijke opvattingen, zoals de rechtswetenschap zich wijzigt onder invloed van wijzigingen in het wijsgerig denken en in het denken over mens en maatschappij.'
  • Wat moet er volgens Jonathan Soeharno aan de rechtenstudie veranderen?
    Hij vindt dat 'rechtenstudenten moeten leren beter de brug te slaan van bron naar praktijk. Je leert in de rechtenstudie dat de wet een bron is van recht. Dat mag zo zijn, maar de bron van de wet ligt daarvóór.

    VB:
    Neem de non-discriminatieregel: de oorspronkelijke bron daarvan is een ideaal van gelijkheid dat n de verlichting is uitgekristalliseerd. Hij vindt dat de academie een plaats moet zijn waar je het recht in het licht van de (oorspronkelijke) bronnen leert te doorgronden. Dan krijg je beter in de vingers waar het in het recht om gaat. En dan wordt je ook beter in het toepassen van het recht in de praktijk.
  • Het geldende positieve recht is veelal historisch bepaald, bouwt voort op een traditie.
  • Wat stelde de Duitse jurist Friederich von Savigne in 1803?
    Von Savigne stelde dat 'Die Gesetzgebungswissenschaft eine historische Wissenschaft is. Sie ist auch eine philosophische.'
  • Wat is rechtsgeschiedenis?
    • Rechtsgeschiedenis is niet de zoektocht naar de geschiedenis van een rechtsinstituut in een ver en geïdealiseerd verleden

    • De methode van de rechtsgeschiedenis heeft niet enkel aandacht voor het positieve recht, maar ook de culturele en politieke geschiedenis dragen bij aan een goed beeld van de geschiedenis van het recht.

    • Waar de rechtsvergelijking onderzoek doet naar de oorzaken van verschillen en overeenkomsten tussen rechtsstelsels, tracht de rechtsgeschiedenis vanuit het hedendaagse recht een blik in het verleden te werpen.
  • Vindt Hammerstein dat de juridische opleiding goed is vormgegeven?
    Hammerstein is van mening dat de juridische opleiding dat deze te kort is en te weinig generalistisch. Een allround gevormd jurist 'moet bekend zijn met het buitenlandse recht, het Romeins recht, of bijvoorbeeld het Angelsaksische recht om het Nederlandse recht te kunnen begrijpen.'
  • Wat zijn de kenmerken ve codificatie?
    1. een overheid die gezag uitoefent over haar onderdanen
    2. op schrift gesteld
    3. door het machtswoord van de overheid is dit recht exclusief geldig en daardoor volledig  
  • 0.1.1 Leerdoel

  • Wat is een codificatie?
    1. Het werkwoord codificatie is het op schrift stellen van wetgeving
    2. Een codificatie is een op schrift gestelde wetgeving die aan een aantal criteria voldoen.
    a. Een codificatie is het geheel van een bepaald rechtsgebied op schrift vast te leggen, en de overheid dient deze codificatie uit te vaardigen.
    b. Een codificatie bevat géén casuïstische maar algemene rechtsregels. Deze rechtsregels brengen een ordening aan in de juridische materie en zijn in een begrijpelijke taal gesteld.
    c. Een codificatie geldt voor iedereen op gelijke wijze in het gehele nationale staat. De overheid moet dus in staat zijn om gezag uit te oefenen over zijn onderdanen. 
    d. De rechtsregels in een codificatie richten zich niet naar historische toevalligheden, maar zijn opgesteld op grond van doelmatigheid. 
    e. De rechter dient gebonden te zijn door de codificatie. De codificatie is leidend bij de rechtsvinding en dient de vrijheid van het eigen oordeel van de rechter uit te sluiten.
  • Wat zijn de leerdoelen van de cursus Rechtsgeschiedenis?
    1. Welke Romeinsrechtelijke rechtsbronnen zijn er bijeengebracht in de codificatie van Justitianus?

    2. Op welke wijze functioneert deze compilatie in de ME en moderne tijd in het juridische onderwijs en als secundair recht, het ius commune?

    3. Hoe verhoudt het Corpus iuris civilis zich in deze periode t.o.v.  andere rechtsbronnen?

    4. Op welke wijze heeft het wetenschappelijk onderzoek van juristen naar het Corpus iuris civilis bijgedragen aan de moderne codificaties in Frankrijk, Duitsland en Nederland?
  • 1. De ontwikkeling van de Europese rechtsgeschiedenis in de periode 500 v.Chr.  tot 1950 maakt een geografische verplaatsing van Rome naar Constatinopel/Istanbul, Noord-Italië, Frankrijk naar Nederland en Duitsland.

    2. Scheidslijnen tussen de vakgebieden privaatrecht, staats- en administratief recht en strafrecht zoals vastgelegd in codificaties die rond 1800 tot stand zijn gekomen, komen in de voorgaande periodes niet voor.
  • Wat zijn de leerdoelen van RG?
    1. Het kunnen indelen van de geschiedenis van het privaatrecht in de belangrijkste tijdvakken;
    2. Een wet (kunnen) toetsen of deze voldoet aan de definitie van het begrip codificatie;
    3. Het kunnen omschrijven van de Romeinsrechtelijke rechtsbronnen die bijeen zijn gebracht in de codificatie van keizer Justitianus;
    4. Het aan kunnen geven op welke wijze de compilatie van Justitianus in de ME en moderne tijd een centrale rol speelt in het juridisch onderwijs, en als secundair recht (het ius commune);
    5. Het kunnen beschrijven hoe het Corpus iuris civilis zich in de periode van de ME en moderne tijd verhoudt t.o.v.  andere rechtsbronnen;
    6. Het kunnen omschrijven van de wijze waarop het wetenschappelijk onderzoek van juristen naar het Corpus iuris civilis heeft bijgedragen aan de moderne codificaties in Frankrijk en Nederland;
    7. Het kunnen omschrijven van onderscheidenlijke opvattingen in het verleden die hebben bestaan over de wijze van oordeelsvorming door de rechter.  
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - rechtsgeschiedenis

  • 1.1 Inleiding

  • Het begint met de XII tafelenwetgeving uit Rome. Twee puntjes daarvoor: 
    -Hammurabi
    -Athene
  • 1.2 Codex hammurabi

  • Hammurabi (ca.1810 v.Chr- 1750 v.Chr) was een koning in Mesopotamië. Hij liet een aantal uitspraken in een steen (stèle) beitelen. Is dat codificatie of jusrisprudentie?
     De rechter moest naar deze regels handelen is dus positief recht.
  • In de Codex Hammurabi geen landbouw, geen scheiding privaat/straf/bestuursrecht maar wel
    -procesrecht en straffen voor misdrijven
    -militaire dienst
    -landbouwpacht
    (mist wat)
    -handelsrecht
    zeden en familierecht, erven
    -aansprakelijkheid van scheepsbouwer en aannemer
    -huurrecht van dingen en slaven
  • Er zijn ook kleitabletten gevonden met uitspraken
  • 1.3 Athene

  • Griekenland was een verzameling stadstaten, polis, 700, en die hadden eigen recht maar gemeenschappelijke taal en Olympische spelen en zo. Alleen van Athene, Gortijn (op Kreta) en Egypte (toen Grieks) is wat over.
  • Plato zegt dat de mensen, niet de goden, de wetten maken (stukje tekst dat het tegendeel laat zien met de opmerking: probleem is hier de vertaling uit het grieks).
    Volgt een tekst over Kreta, met als conclusie dat wetten zich vormen naar de geografische en sociaal-maatschappelijke omstandigheden. dat idee komt vaker langs
  • 1.4 Athene:Draco

  • Draco schreef de wetten op in Athene in 621 v Chr. Er was adel en echte mensen, onrust, en de staat liet het aan de burgers over om voor zichzelf op te komen.
    Waarschijnlijk Draco maakte waarschijnlijk drie grote borden en of die wetten nieuw waren of alleen opgeschreven weten we niet. Verschil tussen moord en doodslag.
    Voor veel delicten gold de doodstraf ('Draconisch'); voor een kleine overtreding passend, voor een zware overtreding kon het niet zwaarder.
  • 1.5 Athene:Solon

  • Solon is een apparatchik, burgers vragen hulp als Athene vastloopt in een kleptocratie. 594/593 v Chr. Hij wil eunomia: een staat, geregeerd door goede wettten. Hij dicht! over:
    -Slecht en goed bestuur
    -Waarschuwing voor dictatuur
    -Verantwoording afleggen
  • Solon schaft af dat je door schulden slaaf kunt worden. Ook reorganiseert hij de democratie: wie wat heb, mag meepraten. Aristoteles schrijft hierover de 'Politica', wordt in de USA no volop gelezen.
  • Solon schrijft de wetten op, Draco wordt afgeschaft alleen het verschil tussen moord en doodslag blijft. Nu is er onderlinge solidariteit en regels die passen bij stadsleven. Staat krijgt monopolie op vervolging.
  • Solon heeft misschien andere regels uit  andere landen gebruikt, daar is discussie over. Wetten gelden 100 jaar maar ze worden gebruikt tot 403 v Chr. Solon gaat op reis en legt overal uit wat en hoe.
  • De regels van Solon waren vaag, bewust. dat werd als voordeel gezien.
    Rond 330 v. Chr., als er nieuwe regels komen zijn ze ouderwets en wil men duidelijkheid, maar dat komt ook door de taal. 
    Het concept van geschreven wetten valt goed, in 403 v. Chr.  is er een regel dat de wet bekend moet zijn voor hij toegepast kan worden maar die wordt slecht nageleefd.
  • 1.6 De jury in Athene

  • De rechtspraak was belangrijk in Athene:
    -strafrecht
    -privaatrecht
    -gekozen bestuurders die verantwoording moesten afleggen
  • Er was een jury: een grote groep burgers die  de feiten beoordeelde en het toepasselijk recht. Eiser moest 1/5 van de stemmen halen, of kreeg een boete.
    Begin van het jaar werd door loting 6000 man gekozen uit Atheners, ouder dan 30, die jury wilden zijn. Kleine zaak: jury van 201, grote zaak: iedereen.
    Op zittingsdag werd geloot wie vandaag jury was. De juryleden waren vooral 'oude wijze mannen' maar er werd gezorgd dat verschillende soorten mensen mee konden doen.
  • Na de pleidooien moest de jury stemmen over:
    - eiser of verdediging heeft gelijk, straf nodig?
    - welke straf
    geheime stemming door jetons in een vaas te gooien. meerderheid van stemmen. Geen hoger beroep.
  • 2.1 Periodisering van het Romeins recht

  • Periodes
    -Archaïsche periode (aka koningstijd) tot 510 v Chr
    -Republiek (510 - 27 v Chr)
     -Principaat (27 v.Chr. - 284 n Chr.)
    -Na-klassieke periode en val van het westen (476) en het oosten (1453)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke 2 stromingen zijn in deze periode (laatmiddeleeuwen) te herkennen in Europa?
  1. In de Duitse staten en Bourgondië trachtten lagere staatkundige eenheden als steden en leenmannen de bevoegdheid om wetgeving uit te vaardigen uit handen vd keizer naar zich toe te trekken.
  2. In Frankrijk trachtten de 'pays' juist door koninklijke wetgeving in hun macht te worden ingeperkt.


NB:
Voor Holland, onder bestuur van graven, beredeneerde Philips van Leiden in zijn boek de cura republicae et sorte principatis 'over de zorg voor de respublica en de rol vd vorst, zat ook zij een eigen autonome macht hadden om wetgeving uit te vaardigen.
De macht vd koning(en) was aan beperkingen onderhevig. Wat waren deze beperkingen?
In Engeland schreef de jurist en clericus Henry Bracton:'De koning kan niet beneden de mensen staan, maar enkel onder god en het recht, want het recht creëert de koning.'
Wat was de gedachte van Azo van Bologna?
Op gelijke voet wordt tegenwoordig de koning geacht te zijn begiftigd met dezelfde macht in zijn territorium zoals de keizer dit bezit zodoende kan hij doen wat hem behaagt. Nogmaals, dat kan hij doen o.g.v.  het ALG. BELANG omdat hij het in werkelijkheid deed om met anderen vrede te sluiten. Ten bate vh alg.  belang is veel mogelijk.

NB:
De gedachte van Azo van Bologna verbreidde zich in deze periode dover de landen in Europa.
Welke jurist bemoeide zich met de discussie over het recht vd koning wetgeving uit te vaardigen?
De Franse jurist Azo van Bologna liet zich rond 1200 in met deze discussie en stelde zich aan de zijde van de Franse koning die wilde ingrijpen in Bretagne waar lokale leenheren zich teveel bevoegdheden toeëigenden.
Wie was bevoegd om wetten uit te vaardigen in de ME?
DE KEIZER meende zich op enkele bronnen te kunnen beroepen waarin het Romeinse volk dit recht aan de keizer had overgedragen --> de wetgeving van Justitianus.

DE PAUS eiste tijdens de investituurstrijd, naast het recht vd paus om keizers af te zetten en bisschoppen te ontslaan en weer aan te nemen, het recht op om wetten uit te vaardigen. 'Dat het alleen hem is toegestaan om, volgens de noden vd tijd, nwe wetten uit te vaardigen'.  

De versnippering van territoria tijdens de ME maakte dat IN RANG LAGERE VORSEN DIE ONDER DE KEIZER STONDEN, hun deel vd macht opeisten. Met de regel 'rex imperator in terra sua' onderbouwden koningen dat ook zij recht hadden om wetgeving uit te vaardigen.
Wat introduceerde Thomas van Acquino met het werk van Aristoteles?
Een nieuwe dimensie in de juridische wetenschap. Enkel het becommentariëren en glosseren vd rechtsbron voldeden niet. Met het normatieve stelsel van Aristoteles' filosofie kon getoetst worden of de positieve rechtsbronnen voldeden binnen de maatschappelijke omstandigheden. Door te toetsen aan
  • de rede
  • de universele maatstaven
konden rechtsbronnen beoordeeld worden.
Wie was Thomas van Acquino?
Thomas van Acquino was lid vd Orde van Domicanen, een geestelijke orde die zich niet in een klooster terugtrok, maar juist naar buiten ging en de discussie zocht.

De vertaling vd Politika werd door Thomas van Acquino becommentarieerd, zij het dat Thomas van Acquino dit commentaar maar gedeeltelijk heeft kunnen afronden en alleen de eerste 3 boeken van Aristoteles heeft behandeld.
Waarom was deze vertaling noodzakelijk?
Deze vertaling in het Latijn was noodzakelijk omdat kennis vh Grieks enkel bij een handvol wetenschappers aanwezig was. Griekse bronnen konden dus niet geraadpleegd worden.
In welk jaar en door wie werd de Politika van Aristoteles vertaald?
In de jaren 1255/56 werden 2 vertalingen vd  Politika vd Griekse denker Aristoteles in het Latijn gemaakt,
  1. één niet volledige
  2. een tweede door de Vlaamse geestelijke Willem van Moerbeke


De vertaling van Moerbeke gaf middeleeuwse filosofen en juristen de woordenschat en ideeënwereld die noodzakelijk waren om staatsrechtelijke concepten te bediscussiëren. 
Waarop berust het laatmiddeleeuws rechtsdenken?
Het laatmiddeleeuws rechtsdenken rust op 2 pijlers:
  1. het geleerde recht zoals dat bekend werd uit het herontdekte manuscript van Justitianus 
  2. het toegankelijk worden vd Politika van Aristoteles door de vertaling van deze tekst uit het Grieks in het Latijn.