Summary Rechtshandeling en overeenkomst 7e druk

-
867 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Rechtshandeling en overeenkomst 7e druk

  • 3 Begrip rechtshandeling (de rechtshandeling)

  • Waarom is het van centrale begrip 'rechtshandeling' door de wetgever geen omschrijving opgenomen in het BW?
    Omdat in de juridische literatuur op dit punt geen overeenstemming bestaat en dat het voor een wetgever niet verstandig is om in deze een bepaalde theorie vast te leggen.
  • Het ontbreken van een begripsomschrijving met betrekking tot de 'rechtshandeling' neemt niet weg dat in de wet wel aanwijzingen te vinden zijn over wat de wetgever zich bij het begrip 'rechtshandeling' voorstelt. Artikel 3:33 BW geeft aan wat voor een rechtshandeling nodig is.
  • artikel 3:33 Wil en verklaring
    Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.

    In dit artikel is de wilsverklaring het wezenskenmerk voor een rechtshandeling.
  • Hoe wordt in de literatuur de rechtshandeling vaak gedefinieerd?
    als een handeling die op rechtsgevolg is gericht of als een handeling waarmee rechtsgevolg wordt beoogd.
  • Wat wordt er onder 'rechtsgevolg' verstaan?
    het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een bepaalde juridische relatie.
  • 4 rechtshandelingen versus andere handelingen (de rechtshandeling)

  • Wat onderscheidt rechtshandelingen van gewone handelingen?
    Het gegeven dat rechtshandelingen gericht zijn op het intreden van rechtsgevolg. Het lezen van de krant of het lopen in het bos zijn menselijke handelingen, maar zijn geen rechtshandelingen want zij zijn niet gericht op het ontstaan, het gewijzigd raken of het tenietgaan van een juridische relatie.
  • Waarom is een onrechtmatige daad geen rechtshandeling hoewel er wel een rechtsgevolg in het leven geroepen wordt?
    Een onrechtmatige daad is weliswaar voor het recht een relevante handeling, en roept ook een rechtsgevolg in het leven (er ontstaat een verbintenis tot schadevergoeding), maar daarmee is zij nog geen rechtshandeling; het gedrag is hier op puur feitelijk gevolg gericht (verbrijzeling van de ruit, terwijl het recht er eigener beweging een verbintenis aan koppelt.
  • Rechtshandelingen zijn uitsluitend die handelingen die, naar hun aard, gericht zijn op een of meer bepaalde rechtsgevolgen. Voorbeelden het sluiten van een koop- of arbeidsovereenkomst, het opzeggen van een huurcontract.
  • Op welk rechtsgevolg is het sluiten van een koopovereenkomst gericht?
    het ontstaan van de verbintenis om een zaak en geld uit te wisselen.
  • Op welk rechtsgevolg is het sluiten van een arbeidsovereenkomst gericht?
    het ontstaan van de verbintenis om arbeid te verrichten en loon te betalen.
  • Hoe kun je een 'rechtsfeit' omschrijven?
    als een feit waaraan rechtsgevolg - dus het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een juridische relatie - is verbonden. Tot deze omvangrijke rubriek behoren onder andere de rechtshandeling. Ook andersoortige handelingen -met name onrechtmatig daad- kunnen tot een rechtsgevolg leiden; zij zijn dan als rechtsfeit te kwalificeren.
  • Een onrechtmatige daad is geen rechtshandeling maar is wel een rechtsfeit en heeft rechtsgevolg.
  • Wat is een bloot rechtsfeit?
    Dit zijn niet-handelingen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt en daarmee de status van rechtsfeit hebben. Voorbeeld geboorte of overlijden.

    Aan de kwalificatie rechtsfeit zijn geen rechtsgevolgen verbonden. De gedachtegang loopt andersom: een feit wordt rechtsfeit genoemd omdat - en dus nadat - is geconstateerd dat aan dat feit een of meer rechtsgevolgen verbonden zin,
  • 5 Meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen (de rechtshandeling)

  • De rubriek rechtshandelingen kan worden ontleed in:
    - eenzijdige rechtshandeling;
    - meerzijdige rechtshandeling.
  • Omschrijf de meerzijdige rechtshandeling:
    De meerzijdige rechtshandeling laat zich omschrijven als een rechtshandeling - dus op een rechtsgevolg gerichte handeling- die door meer dan 1 persoon wordt verricht.

    deze rubriek bestaat vooral uit overeenkomsten.
  • Wat is een ' Gesamtakte'?
    = een meerzijdige rechtshandeling die niet tot stand komt door aanbod en aanvaarding, maar ontstaat uit een aantal parallel lopende wilsverklaringen.
    Zo'n Gesamtakte doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een vergadering van aandeelhouders van een vennootschap een meerderheidsbesluit neemt.
  • Wat is een eenzijdig rechtshandeling?
    is een rechtshandeling die slechts door 1 persoon tot stand wordt gebracht.

    Deze kan eenzijdig gericht of niet-gericht zijn.
  • Wat is een eenzijdig gerichte rechtshandeling?
    Is een rechtshandeling die door 1 persoon tot stand wordt gebracht waarbij een ander persoon als ontvanger fungeert. Voorbeeld vernietiging koopovereenkomst of opzeggen huur- of arbeidscontract.
    De rechtshandeling wordt gericht tot de contractuele wederpartij maar zij zijn niettemin eenzijdig, omdat die ander niet hoeft in te stemmen maar uitsluitend als geadresseerde van de verklaring fungeert.
  • Hoe wordt de eenzijdig gerichte rechtshandeling ook wel genoemd?
    'empfangsbedurftig'; deze Duitse term geeft scherper dan het woord ' gericht' aan dat de ontvangst door een ander noodzakelijk is.
  • Wat is een eenzijdig niet-gerichte rechtshandeling?
    Voor de totstandkoming hiervan is noch instemming van een andere persoon, noch de ontvangst door een andere persoon noodzakelijk. Voorbeelden maken van een testament, verwerping of aanvaarding van een erfenis.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Artikel 6:257 (blokkering paardensprong) beperkt zich tot de positie van ondergeschikte hulppersonen (6:170), wat wordt hieronder verstaan?
Men zal het begrip ondergeschikte in dezelfde zin moeten opvatten als 6:170; niet beslissend is of de hulppersonen zijn werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst verricht, maar uitsluitend of zijn 'werkgever' te allen tijde instructies kan geven over de wijze waarop de ondergeschikte zijn werkzaamheden dient te verrichten. Ook een ambtenaar is een ondergeschikte.
Maar voor zelfstandige  hulppersonen zoals een onderaannemer geldt artikel 6:257 dus niet.
Kan men de blokkering van de paardensprong (6:257) in een exonoratiebeding uitsluiten?
Nee, artikel 6:256 is dwingend recht.
Wat houdt de blokkering van de paardensprong in van artikel 6:257?
De blokkering van een paardensprong houdt in dat indien de werkgever niet aansprakelijk gesteld kan worden de benadeelde ook niet de hulppersoon/werknemer aansprakelijk kan stellen.
Het artikel gaat zelfs zo ver dat het de ondergeschikte dezelfde verweermiddelen verschaft als zijn werkgever zou toekomen.
 Kan een kwalitatieve verplichting of een kettingbeding gewijzigd of ontbonden worden?
 Ja, hiervoor staan diverse middelen ten dienste om aan een al te drukkende verplichting te ontkomen. Behalve aan voor alle rechtshandelingen geldende gronde van nietigheid en vernietigbaarheid, zoals strijd met openbare orde en de goede zeden (3:40) valt te denken aan een beroep op onvoorziene omstandigheden (6:258).
Artikel 6:259 geeft juist voor de kwalitatieve verplichting en het kettingbeding een uitbreiding. Wijziging of ontbinding door de rechter is volgens artikel 6:259 onder bepaalde voorwaarden ook mogelijk wegens strijd met het algemeen belang of het aan de zijde van de schuldeiser ontbreken van een redelijk belang bij nakoming van de verplichting.
 Waarin ligt de zwakte van een kettingbeding?
 De zwakte van een kettingbeding ligt in de zuivere obligatoire karakter ervan. Het voortbestaan van het recht van de schuldeiser hangt bij iedere vervreemding af van de vraag of het beding door de schuldenaar inderdaad wordt ‘doorgegeven’. Laat de schuldenaar na het beding te maken, dan is weliswaar sprake van een tekortkoming in zijn verhouding tot de schuldeiser (op grond waarvan deze onder meer de overeengekomen boete kan innen), maar niettemin is de ‘ketting’ verbroken; de derdeverkrijger is niet gebonden. En in het geval van een faillissement van de schuldenaar heeft de schuldeiser slechts een concurrente vordering.
 Wat is een kettingbeding en welk arrest is hiermee verbonden?
 Blauboer/Berlips-arrest.
De schuldenaar neemt bij overdracht van het goed op zich, op straffe van een boete, ten behoeve van de schuldeiser bepaalde verplichtingen, onder gelijk beding, aan zijn verkrijgers op te leggen. De schuldenaar verbindt zich dus, in het geval van vervreemding een derdenbeding ten behoeve van de schuldeiser te maken.
Hiervan wordt veelvuldig gebruik gemaakt bij verplichtingen om iets te doen of te geven of blokkeringsregeling.
 Is een kwalitatieve verplichting een beperkt recht?
 Nee, maar ook voor kwalitatieve verplichtingen geldt dat een ouder recht voor een nieuwer recht gaat.
De curator kan het registergoed alleen met inachtneming van de kwalitatieve verplichtingen vervreemden.
 Is een kwalitatieve verplichting geldig als deze alleen is opgenomen in een notariële akte?
 Ja, tussen partijen onderling is de kwalitatieve verplichting geldig. Ten opzichte van derden wordt deze pas geldig na publicatie, dus inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster.
 Mag een blokkeringsclausule een onderdeel uitmaken van een kwalitatieve verplichting?
 Nee, op grond van artikel 6:252 lid 5 wordt een blokkeringsclausule (de verplichtingen die de rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden) uitgezonderd.
Executoriale verkoop van het registergoed zou door een blokkeringsclausule bemoeilijkt worden.
 
 Zijn kwalitatieve verplichtingen ten opzichte van alle goederen mogelijk?
 Nee, alleen ten opzichte van registergoederen