Summary Rechtshandeling en overeenkomst

-
ISBN-10 9013071368 ISBN-13 9789013071368
1318 Flashcards & Notes
213 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Rechtshandeling en overeenkomst
  • Jac Hijma
  • 9789013071368 or 9013071368
  • 6e [geactualiseerde] dr.

Summary - Rechtshandeling en overeenkomst

  • 1 Hoofdstuk 1 Algemene inleiding

  • wat is de belangrijkste bron van verbintenissen?
    de overeenkomst.
  • Een overeenkomst is een ....... handeling?
    Een meerzijdige handeling.
  • wat is een formele overeenkomst?
    dat is een overeenkomst waar de wet een vormvereiste aan stelt. 
  • bevat het BW een definitie van het begrip rh?
    NEEN, de wet geeft wel vereisten voor een rh in artikel 3:33 BW (soort van werkdefinitie).
    • Een overeenkomst schept verbintenissen ex. artikel 6:213.


    Twee gezichten van de overeenkomst:
    • Een overeenkomst wordt ook wel eens een contract genoemd en verbintenissen contractenrecht.
    • Het ontstaan van een overeenkomst is het ontstaan van een rechtsverhouding.


    Overeenkomst is een species van de genus rechtshandeling.
  • pak artikel 3:33 BW erbij en geef aan wat dit artikel weergeeft?
    dit artikel geeft aan dat voor de tsk van een rh een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard vereist is.
  • wat geldt als uitgangspunt ten aanzien van verklaringen?
    dat deze in beginsel elke vorm kunnen hebben en in een of meer gedragingen besloten kunnen liggen (artikel 3:37 BW).
  • wat is een consensuele overeenkomst?
    een consensuele overeenkomst is een vormvrije overeenkomst (consensualisme - grondbeginsel van het contractenrecht).
  • hoe noemen we een verklaring die in een of meer gedraging(en) besloten liggen?
    een stilzwijgende verklaring.
  • bevat het Burgerlijk Wetboek een definitie van het begrip rechtshandeling?
    NEE, de wet geeft wel vereisten voor een rechtshandeling in artikel 3:33 BW (soort van werkdefinitie).
  • waar in de wet vinden we de definitie van ovk?
    in artikel 6:213 BW ; een ovk is een meerzijdige rh en vormt daardoor een species van het begrip rh.
  • welke titel uit het wetboek is voor alle rechtshandelingen geschreven?
    voor zowel de meerzijdige als de eenzijdige rechtshandelingen is titel 3.2 (art. 3:32-59 BW) geschreven.
  • in welke twee vormen zijn rh onder te verdelen?
    in eenzijdige en meerzijdige rh.
  • wat is een eenzijdige rh?
    bij deze soort rh treedt het rechtsgevolg in door de wilsverklaring van een persoon.
  • wat is een meerzijdige rh?
    dan is voor het intreden van het rechtsgevolg de wilsverklaring van twee of meer personen nodig. Een rh - dus een op rechtsgevolg gerichte handeling - die door meer dan een persoon wordt verricht.
  • welke titels uit het Wetboek zijn voor alle obligatoire overeenkomsten van toepassing?
    titels 3.2 en 6.5.
  • waarin kunnen we eenzijdige rh onderverdelen?
    ongerichte en gerichte (ongerichte = het maken van een testament; ongerichte = het doen van een aanbod, opzegging).
  • wat vereisen gerichte eenzijdige rh in tegenstelling tot de ongerichte eenzijdige rh?
    een geadresseerde om rechtsgevolg te hebben terwijl bij de ongerichte eenzijdige rh enkel de wilsverklaring van een persoon voldoende is.
  • in welke artikelen verbindt de wet consequenties aan het onderscheid tussen gerichte en ongerichte rh?
    in artikel 3:32 2e lid BW en 3:34 tweede lid BW. 
  • noem eens voorbeelden van meerzijdige rh?
    het aangaan van een huwelijk, het sluiten van een ovk.
  • waarin kunnen meerzijdige rh onderverdeeld worden?
    in ovk en andere rh (voorbeelden hiervan zijn het besluiten van een vergadering of een AVA).
  • wat is een obligatoire ovk?
    de verbintenisscheppende ovk - denk aan koop, huur en arbeidsovk. 
  • welke titels uit het Wetboek zijn voor alle obligatoire ovk van toepassing?
    titels 3.2 en 6.5.
  • waar zijn rh geregeld in het wetboek?
    als onderdeel van het vermogensrecht in het algemeen in Boek 3.
  • waar in het wetboek is de obligatoire ovk geregeld?
    in Boek 6 (titel 6.5 artt. 6:213-279). 
  • waarin wordt de obligatoire ovk weer onderverdeeld?
    in wederkerige ovk (koopovk) en niet wederkerige ovk (schenking). 
  • waar moet goed op worden gelet bij schakelbepalingen?
    op de voorbehouden die daarin soms worden gemaakt.
  • noem de sleutelwoorden voor de tsk van ovk?
    wil en vertrouwen, aanbod en aanvaarding.
  • welk aspect onderscheid de rh van een gewone handeling?
    het aspect dat zij op het intreden van rechtsgevolg moet zijn gericht.
  • waarom is een OD geen rh?
    een OD is weliswaar een voor het recht relevante handeling en roept ook een rechtsgevolg in het leven (een verbintenis tot schadevergoeding) maar daarmee is zij nog geen rh. het gedrag is hier op puur feitelijk gevolg gericht terwijl het recht er eigener beweging een verbintenis aan koppelt.
  • wat houdt de menselijke autonomie in?
    de bevoegdheid om de eigen rechtspositie te bepalen (het moederbeginsel van het contractenrecht).
  • hoe kan een rechtsfeit worden omschreven?
    als een feit waaraan rechtsgevolg - dus het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een juridische relatie - is verbonden. 
  • is een OD als rechtsfeit te definieren en waarom wel / niet?
    JA, omdat een OD leidt tot een rechtsgevolg.
  • wat zijn 'blote feiten'?
    niet handelingen waaraan het recht rechtsgevolg verbindt en die daarmee de status van rechtsfeit hebben (geboorte/overlijden).
  • waarom zijn er aan de kwalificatie van een rechtsfeit geen rechtsgevolgen verbonden?
    omdat de gedachtegang immers andersom verloopt: een feit wordt een rechtsfeit genoemd omdat - en dus nadat - geconstateerd is dat aan dat feit een of meer rechtsgevolgen verbonden zijn.
  • hoe komt een ovk tot stand?
    een ovk wordt tot stand gebracht doordat de ene persoon een aanbod doet dat vervolgens door de andere persoon wordt aanvaard (6:217 BW). 
  • is instemming van de andere persoon bij een eenzijdige rh vereist?
    NEEN; die andere persoon brengt de rh niet zelf mede tot stand (zijn instemming is niet nodig) maar hij fungeert als ontvanger van de verklaring, als geadresseerde. 
  • noem eens voorbeelden van eenzijdige niet gerichte rh?
    het maken van een testament en de verwerping of aanvaarding van een erfenis. Hiervan is noch de instemming van een andere persoon, noch de ontvangst door een bepaalde persoon noodzakelijk. 
  • welke titel uit het wetboek is voor alle rh geschreven?
    voor zowel de meerzijdige als de eenzijdige rh is titel 3.2 (artt. 3:32-59 BW) geschreven.
  • welke titel is naast titel 3.2 mede van toepassing op de rh die een ovk is?
    dan is voor haar naast titel 3.2 ook het overeenkomstenrecht van belang, neergelegd in titel 6.5. 
  • welke ruimte kan men de schakelbepaling van artikel 3:59 BW geven?
    de wetgever heeft men name gedacht aan analoge toepassing in het personen,- en familierecht, tav procesrechtelijke rh wordt op voorzichtigheid aangedrongen. Het werkterrein van het artikel mag wel ruim worden genomen en men heeft er wel op gewezen dat de bepaling zelfs niet tot het privaatrecht is beperkt: onder omstandigheden zal een bepaling van titel 3.2 analoog kunnen worden toegepast op (r) handelingen van publiekrechtelijke aard, zoals op een tussen overheidslichamen gesloten ovk als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke belangen. 
  • is iedere ovk een rh?
    JA.
  • is iedere rh een ovk?
    NEEN.
  • is een liberatoire ovk onder de in artikel 6:213 BW neergelegde definitie te scharen?
    NEEN. 
  • welke titels dienen ook te worden geraadpleegd wanneer het een in de wet met name genoemde ovk betreft?
    Boek 7 (of 7a) BW. 
  • wat is een onbenoemde ovk?
    een ovk die niet uitdrukkelijk in de wet is geregeld. Deze wordt enkel beheerst door de algemene regels van de titels 3.2 en 6.5.
  • wat zijn gemengde ovk?
    ovk die de typische kenmerken vertonen van twee of meer benoemde ovk.
  • noem eens een voorbeeld van een gemengde ovk?
    een pensionovk - deze bevat zowel huur (van woonruimte) als koop (van voedsel). 
  • welke rechtsregels moeten nu worden toegepast wanneer de wetsbepalingen van de tot de gemengde ovk behorende contracten tot verschillende resultaten leiden?
    in dit geval heeft de wetgever gekozen voor de cumulatieleer - 6:215 BW: in beginsel moeten rechtsregels van benoemde contracten naast elkaar worden toegepast. (zie uitzonderingen in het wetsartikel. 
  • wat is een hoofdovk?
    een ovk die zelfstandig een reden van bestaan heeft, zoals bijv. alle benoemde ovk.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Rechtshandeling en overeenkomst
  • Jac Hijma
  • or
  • 1st

Summary - Rechtshandeling en overeenkomst

  • 1.2 De rechtshandeling

  • Begrip rechtshandeling
    Een op rechtsgevolg gerichte wil, die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
  • Wat is een rechtsgevolg?
    Het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een bepaalde juridische relatie.
  • Is een onrechtmatige daad een rechtshandeling?
    Nee, een onrechtmatige daad is weliswaar een voor het recht relevante handeling, en roept ook een rechtsgevolg in het leven (verbintenis tot schadevergoeding) maar daarmee is zij nog geen rechtshandeling: het gedrag is op puur feitelijk gevolg gericht, terwijl het recht er een verbintenis aan koppelt.
  • In welk wetsartikel vinden we de onrechtmatige daad?
    Artikel 6: 162.
  • Noem een aantal voorbeelden van rechtshandelingen...
    Het sluiten van een koop- of arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een huurcontract.
  • Wat is een rechtsfeit?
    Een feit waaraan rechtsgevolg - dus het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een juridische relatie - is verbonden.
  • Welke handelingen vallen onder de omvangrijke rubriek rechtsfeit?
    De rechtshandelingen, maar ook sommige menselijke handelingen zoals de onrechtmatige daden welke tot rechtsgevolgen leiden. In de 3e plaats zijn er de blote feiten  (niet handelingen) waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt, bijv. geboorte of overlijden.
  • Wat is het verschil tussen normale handelingen en rechtshandelingen?
    Het verschil is dat rechtshandelingen een rechtsgevolg beogen te hebben en menselijke handelingen niet.
  • Wat is het verschil tussen rechtshandelingen en rechtsfeiten?
    De wil van de partij(en). Bij een onrechtmatige daad heb je enkel de wil tot de feitelijke gedraging, niet tot het rechtsgevolg, de boete.
  • Wat is een meerzijdige rechtshandeling?
    De meerzijdige rechtshandeling wordt door meer dan één persoon verricht. Meestal is deze soort handeling een overeenkomst (tot stand gekomen door aanbod en aanvaarding art. 6:217).
  • Zijn er ook meerzijdige rechtshandelingen die geen overeenkomsten zijn?
    Ja, deze komen niet tot stand via het model van aanbod en aanvaarding, maar ze bestaan  uit een aantal parallel lopende wilsverklaringen. Men spreekt wel van ‘Gesamtakte’. Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een vergadering van aandeelhouders van een vennootschap een meerderheidsbesluit neemt.
  • Wat is een eenzijdige rechtshandeling?
    De eenzijdige rechtshandeling wordt door één persoon verricht. Zij wordt vaak gebruikt om een bestaande contractuele relatie te beëindigen.
  • Wat is vereist voor de geldigheid van deze eenzijdige rechtshandelingen?
    Dat de bewuste handeling tot een bepaalde andere persoon wordt gericht.
  • Voorbeelden van een gerichte eenzijdige rechtshandeling:
    Opzegging van een huurovereenkomst of vernietiging van een koopovereenkomst.
  • Er zijn ook niet gerichte eenzijdige rechtshandelingen, bijvoorbeeld:
    Het maken van een testament en de verwerping of aanvaarding van een erfenis. Voor de totstandkoming is naast geen instemming ook geen ontvangst door een andere persoon vereist.
  • Het onderscheid tussen eenzijdige gerichte en eenzijdige niet-gerichte rechtshandelingen komt in diverse wetsartikelen tot uitdrukking. Noem een voorbeeld:
    Art. 3:32 lid 2 en art. 3:34 lid 2.
  • Onder welk rechtsgebied vallen rechtshandelingen?
    Door de plaatsing van de titel rechtshandelingen in boek 3 BW valt zij onder het vermogensrecht. 
  • Bestaan er meer rechtsgebieden waarin rechtshandelingen worden verricht?
    Ja, bijvoorbeeld het personen- en familierecht, rechtspersonenrecht of procesrecht. Voor deze rechtshandelingen is de schakelbepaling van art. 3:59 opgenomen. Dit artikel stelt dat de regels van de rechtshandelingentitel buiten het vermogensrecht van overeenkomstige toepassing zijn, voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Rechtshandeling en overeenkomst
  • Jac Hijma
  • 9789013112696 or 9013112692

Summary - Rechtshandeling en overeenkomst

  • 1 Algemene inleiding

  • Wat is vereist voor het ontstaan van een rechtshandeling?

    Een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. (Wil en verklaring art. 3.33 BW)

  • De wet geeft geen begripsomschrijving van 'rechtshandeling', al zijn er wel aanwijzingen voor te vinden (bijv. in art. 3:33 BW).
  • Wat is het verschil tussen een meerzijdige en een eenzijdige "gerichte" rechtshandeling?

    Voor een meerzijdige rechtshandeling zijn meerdere partijen nodig vb overeenkomst. Voor een eenzijdige rechtshandeling is één partij nodig vb opzeggen huurovereenkomst. De ander hoeft niet in te stemmen bij een eenzijdige rechtshandeling maar fungeert als de ontvanger.

  • De rechtshandeling onderscheidt zich van andere handelingen doordat zij op het intreden van een rechtsgevolg is gericht (het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een juridische relatie).
  • Wat is een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling?

    Een rechtshandeling met één partij, waarbij noch de instemming of ontvangst door een ander persoon noodzakelijk is. vb testament.

  • Ook al is een onrechtmatige daad een voor het recht relevante handeling, het is geen rechtshandeling omdat het intredende rechtsgevolg niet is beoogd.
  • Wat zijn de voorwaarde voor een overeenkomst?

    Een meerzijdige rechtshandeling, een of meer partijen jegens een of meer partijen een verbintenis aangaan.

  • Wat wordt bedoeld met het autonomie- of zelfbeschikkingsprincipe?
    De bevoegdheid van elk individu om de eigen rechtspositie te bepalen. Dit is het 'moederbeginsel' van de contractsvrijheid.
  • Wat zijn de drie grondbeginselen van de obligatoire overeenkomst?

    Contractsvrijheid, vormvrijheid en verbindende kracht van de overeenkomst.

  • Meerzijdige rechtshandeling:
    Een op rechtsgevolg gerichte handeling die door meer dan 1 persoon wordt verricht. (Bijv. overeenkomst na aanbod en aanvaarding.)
  • Wat houdt contractsvrijheid in?

    Het staat partijen vrij een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen, met de inhoud die zij wensen en op het moment dat zij dat wensen.

  • Eenzijdige rechtshandeling: wordt door slechts 1 persoon tot stand gebracht.

    Vaak is hier voor de geldigheid vereist, dat de handeling tot een bepaalde andere persoon wordt gericht die als ontvanger fungeert maar zelf geen handeling inbrengt. (Bijv. opzegging huur-/arbeidscontract.) -> eenzijdig gerichte rechtshandeling.

    Als voor de totstandkoming geen instemming of ontvangst van andere bepaalde persoon vereist is -> eenzijdig niet-gerichte rechtshandeling.
  • Een meerpartijenovereenkomst is een overeenkomst tussen meer dan 2 partijen, dit wordt geregeld in art. 6:213 BW.
  • Wat zijn de grondbeginselen van het contractenrecht (de obligatoire overeenkomst)?
    1. Contractsvrijheid;
    2. Vormvrijheid (consensualisme);
    3. Verbindende kracht van de overeenkomst (pacta sunt servanda).

    Tezamen zorgen deze principes ervoor dat iedere overeenkomst, hoe ook gesloten, rechtens als verbindend zal worden aangemerkt.
  • Contractsvrijheid is niet uitdrukkelijk in de wet vastgelegd. Op dit beginsel zijn tevens uitzonderingen: de grens ligt daar waar de contractsvrijheid in conflict komt met een belang van hogere orde (art. 3:40 BW). 
  • 1.2 De rechtshandeling

  • Waar wordt de rechtshandeling geregeld in het wetboek?
    Titel 3.2 (artikel 3:33 ev)
  • Waarom is in het BW geen omschrijving opgenomen van het begrip "rechtshandeling"?
    Omdat in de juridische literatuur geen eenstemmigheid bestaat, en dat het in een dergelijke situatie voor een wetgever, die 'slechts' tot taak heeft een in de praktijk werkbaar regelstelsel te verschaffen, niet verstandig is om zich - in casu door het opstellen van een definitie - op een bepaalde theorie vast te leggen.
  • 1.2.1 3. Begrip rechtshandeling

  • Wat is een rechtshandeling?
    Een op rechtsgevolg gerichte handeling
  • Het rechtsbegrip 'overeenkomst' is speciales van het rechtsbegrip 'rechtshandeling'. Zie art. 3:33 BW,  art.6.261 BW en art. 6:213 BW. 
  • Wat bepaalt art. 3:33 BW over wat voor een rechtshandeling nodig is?
    Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil, die zich door een verklaring heeft geopenbaard. 
  • Wat wordt verstaan onder rechtsgevolg?
    Het ontstaan, gewijzigd raken of tenietgaan van een bepaalde juridische relatie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe en in welk arrest worden overeenkomsten uitgelegd?
Haviltex! Bij de uitleg van een overeenkomst komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Welke rechtsgevolgen heeft een overeenkomst?
Niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.
Wat stelt art. 6:248 lid 1 BW voorop?
De gebondenheid van partijen aan hetgeen zij overeenkwamen.
Wat kan de ander doen in zo een geval?
Hij kan door bekrachtiging ex art. 3:69 de ongeldigheid helen en de rechtsgevolgen voor zichzelf tot stand brengen.
Wat gebeurt er als iemand onbevoegd als gevolmachtigde in naam van een ander handelt?
Dan brengt hij geen rechtsgevolgen voor die ander teweeg.
Wat gebeurt er als iemand onbevoegd als gevolmachtigde in naam van een ander handelt?
Dan brengt hij geen rechtsgevolgen voor die ander teweeg.
Wanneer is art. 3:40 lid 1 van toepassing?
Indien de wettelijke bepaling betrekking op de inhoud of de strekking van de rechtshandeling heeft.
Wanneer is art. 3:40 lid 2 van toepassing?
Indien de wet het verrichten van de rechtshandeling verbiedt.
Wat als een rechtshandeling in strijd is met de wet?
Deze kunnen nietig, vernietigbaar of geldig zijn.
Wanneer is een rechtshandeling altijd nietig?
Indien de rechtshandeling in strijd is met de goede zeden of de openbare orde (lid 1).