Summary Rechtspersoon, vennootschap en onderneming

-
ISBN-10 9013117759 ISBN-13 9789013117752
690 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Rechtspersoon, vennootschap en onderneming". The author(s) of the book is/are Jan Bernd Huizink. The ISBN of the book is 9789013117752 or 9013117759. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Rechtspersoon, vennootschap en onderneming

  • 1 Inleiding rechtsvormen en ondernemingen

  • In welk Burgerlijk wetboek hebben privaatrechtelijke rechtspersonen een plaats voor het Nederlandse recht ?
    Boek 2
  • Wat word er bedoeld met Publiekrechtelijke rechtspersonen ?
    De staat voorop en overige overheden
  • 1.1.2 Privaatrechtelijke rechtspersonen

  • Welk wetsartikel geeft een opsomming van de Privaatrechtelijke rechtspersonen, en welke zijn deze ?
    Art. 2:3 BW

    verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid
  • 1.1.3 Rechtspersonenrecht

  • Wat word er bedoelt met het voorrecht van exclusieve aansprakelijkheid ?
    Crediteuren hebben in beginsel alleen aanspraak op het vermogen van de rechtspersoon
  • 1.1.4 Rechtspersoonlijkheid en rechtspersoonlijkheid

  • Wat betekend rechtspersoonlijkheid naar vermogensrecht en in welk wet artikel word het antwoord hierop gegeven ?
    Art. 2:5 BW

    Een rechtspersoon staat wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit.
  • 1.1.6 De stichting

  • Hoe word een stichting omschreven in de wet en op grond van welk wetsartikel is dit ?
    Art. 2:285 BW

    Een stichting is een door een rechtshandeling, in het leven geroepen rechtspersoon, welke geen leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemt vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken.
  • Hoe moet een stichting worden opgericht en op grond van welk wetsartikel is dit ?
    Art. 2:286 lid 1 BW

    Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte
  • 1.1.7 Publiekrechtelijke rechtspersonen

  • Welke algemene bepalingen kent de wet en heeft betrekking op Publiekrechtelijke rechtspersonen ?
    Art 2:1 BW

    Lid 1 De Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, bezitten rechtspersoonlijkheid.

    Lid 2 Andere lichamen, waaraan een deel overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet bepaalde volgt

    Lid 3 De volgende artikelen van deze titel, behalve art. 2:5 BW, gelden niet voor de in de voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.
  • 1.1.8 Kerkgenootschappen

  • Welke rechtsvorm hebben kerkgenootschappen en op grond van welk wetsartikel is dit ?
    Art. 2:2 BW

    Kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten rechtspersoonlijkheid.
  • Welke kenmerken en overige bepalingen met betrekking op kerkgenootschappen zijn in welk wetsartikel opgenomen ?
    Art. 2:2 lid 2

    Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voorzover dit niet in strijd is met de wet, met uitzondering van art. 2:5 BW gelden de volgende artikelen niet voor hen.
  • 1.1.9 Persoonsvenootschappen met rechtspersoonlijkheid

  • Nederland kent geen persoonsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid
  • Wat zijn de in boek 2 Burgerlijk wetboek geregelde rechtspersonen in beginsel (met betrekking op aansprakelijkheid)
    Exclusief aansprakelijk voor het aan de rechtspersonen toebehorende vermogen
  • 1.2 Positionering in het burgelijk recht

  • .
    .
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke 3 vormen van bijzondere procedures worden er gegeven?
1. Kort geding
2. Arbitrage
3. Bindend advies
Welke 2 vormen van indirecte dwangmiddelen zijn er?
Lijfsdwang (gevangenis)
Dwangsom (boete indien niet voldaan word aan het vonnis)
Beslaglegging kent 2 rechtsgevolgen welke zijn deze?
Juridische gevolgen (uitwinning)
Feitelijke gevolgen (blokkering, aan de ketting leggen)
Wat word bedoelt met conservatoir beslag?
Beslag leggen alvorens de executoriale titel is vergeven
Wat word bedoelt met executoriaal beslag?
Beslag legging op alle vermogensbestandsdelen
Wat word bedoelt met reële executie?
Het ten uitvoer brengen van het vonnis tegen de wil van de schuldenaar
Welke 3 buitengewone rechtsmiddelen zijn er?
1. Cassatie in belang der wet
2. Derden verzet
3. Herroeping
Wat zijn de 3 gewone rechtsmiddelen?
1. Hoger beroep of appèl
2. Cassatie
3. Verzet
Wat is een vorm van dwingend bewijs?
Een authentieke akte
Wie kan zich niet verschonen?
Journalisten, Bankiers, Registeraccountants, Belastingconsulenten