Summary Rekendidactiek meten en meetkunde

ISBN-10 9006955388 ISBN-13 9789006955385
357 Flashcards & Notes
36 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Rekendidactiek meten en meetkunde". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789006955385 or 9006955388. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Rekendidactiek meten en meetkunde

  • 1.1 Raakvlakken en verschillen tussen meten en meetkunde

  • Waar draait het bij meten en meetkunde om?
    - Bij meten: gaat het om het getalsmatige greep krijgen op 'eigenschappen' van de wereld. De essentie: een grootheid afpassen met een maat zoals: maateenheid meter voor de grootheid lengte


    - Bij meetkunde: draait het om het verklaren en beschrijven van de omringende ruimte. Essentie: ruimtelijke oriëntatie, gaat meestal niet over opmetenRuimtelijk redeneren.
  • Noem de grootheden voor meten voorbeelden van meetkunde.
    - Meten: lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht en tijdsduur (grootheden).

    - Meetkunde: plattegronden, routes, richtingen, eigenschappen van vormen/figuren, projecties, schaduwen, symmetrieën, patronen en 2D/3D weergaven van de werkelijkheid.
  • 1.2.1 Overeenkomsten tussen meet en meetkunde

  • Noem overeenkomsten tussen de domeinen: meten en meetkunde (4).
    - Ze komen beide al vanaf de kleutergroepen expliciet aan bod. 


    - Beide blijven dicht bij de waarneembare werkelijkheid. Daardoor bieden ze aan kinderen de mogelijkheid zélf ervaringen op te doen. 

    - Beide verschaffen kinderen het wiskundige gereedschap om hun dagelijkse leefwereld te kunnen begrijpen en beschrijven (zoals een liniaal of maatbeker). Maar ook het beheersen van wiskundetaal (zoals hoog, laag, noord, zuid). 

    - Beide kenmerken zich door redeneren en het ontwikkelen van een onderzoekende houding: wiskundige attitude
  • 1.2.2 Verschillen tussen meet en meetkunde

  • Noem verschillen tussen de werkwijzen van meten en meetkunde. Waar gaat het om?
    Bij meetactiviteiten gaat het om het leren meten met een passende maat. Het is vooral veel doen (uitvoeringen van metingen, aflezen van meetinstrument), kennen (de maten uit metriek stelsel) en begrijpen (optreden van meetfouten, maatverfijning en kiezen van de juiste maat). 

    Bij meetkundeactiviteiten gaat het om het onderzoeken van ruimtelijke relaties en het beredeneren hiervan. Kinderen zijn bezig met waarnemen, beschouwen, stellen en beantwoorden van de 'waarom-vraag', gericht op verklaren
  • 1.2.3 Samenhang in activiteiten

  • Hoe kun je de twee domeinen integreren? Noem een voorbeeld.
    Door de onderlinge samenhang die beide domeinen vertonen, kunnen ze geïntegreerd worden. Dit kan ook met andere reken-wiskundedomeinen en vakgebieden. 

    Zo kan je gaan construeren (bouwen) en representeren (afbeelden van de werkelijkheid) wat binnen meetkunde valt en tegelijkertijd een meetactiviteit doen: inhoud berekenen
  • 5.1 Meetkunde is overal

  • Noem een voorbeeld van meetkunde in de realiteit.
    - Schaduw van de vlaggenmast met meetkundige begrippen: boog, draaien, richting, oriënteren, windrichtingen. 

    - Rijdende trein: gebouwen ver weg bewegen langzaam, gebouwen naast de spoorlijn bewegen snel. 
  • 5.1.1 Deelgebieden van meetkunde

  • Het domein meetkunde kan worden beschreven aan de hand van deelgebieden, die onderling nauw samenhangen. Benoem de 5 deelgebieden.
    1. Oriëntatie in de ruimte. 
    2. Viseren en projecteren. 
    3. Transormeren.
    4. Construeren.
    5. Visualiseren en representeren.
  • Waar draait het bij oriëntatie in de ruimte om? (Deelgebied 1 van domein meetkunde)
    Het kunnen bepalen van: 
    - De eigen positie
    - De positie van anderen
    - De positie van objecten

    Het kunnen innemen van standpunten en beschrijvingen van routes kunnen volgen.   
  • Waar draait het bij viseren en projecteren om? (Deelgebied 2 van domein meetkunde).
    Verklaren van meetkundige verschijnselen door het trekken van (denkbeeldige) rechte lijnen, waardoor  duidelijk wordt wat je wel en niet kan zien. Het draait ook om verschijnselen zoals projecties en schaduwen (licht en schaduw).

    Accent ligt op het kijken en beschrijven van hoe het komt dat je iets wel/niet kan zien.
  • Waar draait het bij transformeren om? (Deelgebied 3 van domein meetkunde).
    Leerligen leren handelen met meetkundige vormen en figuren. Ze herkennen, benoemen, vergelijken van vormen en figuren. Het gaat over zaken als: verschuiven, draaien, symmetrie, verkleinen en vergroten van figuren.
  • Waar draait het bij construeren om? (Deelgebied 4 van domein meetkunde).
    Het gaat om het maken 2D en 3D meetkundige constructies.
  • Waar draait het bij visualiseren en representeren om? (Deelgebied 5 van domein meetkunde).
    Hier gaat het om het weergeven van de werkelijkheid.
  • Kun je altijd maar 1 deelgebied inzetten?
    Nee, deeldomeinen overlappen elkaar soms. Veel meetkundige verschijnselen en activiteiten zijn in meer dan 1 deelgebied in te delen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat houdt het cognitief conflict in?
De uitkomst van een voorwerp (voorbeeld het gewicht van een krant) komt niet overeen met wat het kind had verwacht (krant is groter dan een boek, dus is hij zwaarder dan een boek). (Par.3.2.1- blz.68-69)
Wat houdt het conservatieprincipe in?
Het gebrek aan inzicht bij jonge kinderen, waarbij ze niet begrijpen dat een verandering van vorm geen invloed heeft op de hoeveelheid.
Bijvoorbeeld: ranja in een hoog glas overgieten naar een breed laag glas. (Par.3.2.1, blz.86)
Hoe wordt het deelgebied transformeren (spiegel en symmetrie) in de hoger groepen ingericht?
- Leerlingen onderzoeken symmetrie van abstracte vormen.
- Activiteiten zijn meer gericht op het ontdekken van eigenschappen.
- Leren draai- en puntsymmetrie in vormen te ontdekken.
Meetkunde kent geen strikte leerlijn, er zit wel een didactische opbouw in de activiteiten met drie typen denkactiviteiten van toenemende complexiteit. Welke zijn deze?
1. Ervaren: leerlingen doen ervaringen op met concreet waarnemen, de precieze werking en het redeneren over (verklaren en verbinden) komt daarna aan orde.

2. Verklaren: leerlingen interpreteren, beschrijven en beredeneren. Dit kan ook in gedachte, zonder concreet materiaal: mentaal handelen.

3. Verbinden: meetkundige ervaringen en verklaringen worden nader doordacht en in verband gebracht met andere begrippen en verschijnselen.
In een schematische weergave wordt de werkelijke situatie nog verder losgelaten oftewel nog verder geschematiseerd. Waar is de essentie van zo'n weergave? (visualiseren en representeren)
Het gaat bij een geschematiseerde weergave om de onderlinge ligging van de plaatsen, maar niet om hun exacte geografische ligging.
Welke samenhang met andere zaakvakken heeft het domein: meetkunde?
- Aardrijkskunde: oriënteren, lokaliseren, kaartlezen.
- Kunstvakken: perspectieftekenen, symmetrie in patronen. 
Welke samenhang met andere reken-wiskunde gebieden heeft het domein: meetkunde?
Er is een duidelijke samenhang tussen de domeinen meetkunde en verhoudingen. Deze twee komen samen bij: vergroten en verkleinen (transformeren).
Hoe ziet het deelgebied visualiseren en representeren eruit bij de hogere groepen.
- Leerlingen onderzoeken verschillende weergaven van de werkelijkheid, zoals de mate van details.
- Leerlingen volgen activiteiten waarin ze bewust worden van de noodzaak van het gebruiken van een schaalverdeling. Ze leren om na te gaan of een representatie een schaalgetrouwe afbeelding is.
- Ze maken kennis met schematische weergaven zoals metrokaarten. 
- Ze leren tekenen in perspectief. 
- Maken kennis met een abstracte wijze om de aanzichten te noteren d.m.v silhouetten. 
Hoe ziet het deelgebied visualiseren en representeren eruit bij de groepen 1 en 2.
- Leerlingen doen ervaringen op en verkennen eenvoudige kaarten, plattegronden en routebeschrijvingen. 
- Samenhang met het deelgebied: oriëntatie in de ruimte. 
Hoe ziet het deelgebied construeren eruit bij de bovenbouw?
- Complexere blokkenbouwsels worden onderzocht. 
- Activiteiten zijn gericht op relaties tussen vlakke en ruimtelijke figuren via het maken van een doorsnede.