Summary Relatievermogensrecht geschetst

-
ISBN-10 9069169061 ISBN-13 9789069169064
292 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Relatievermogensrecht geschetst". The author(s) of the book is/are F Schonewille F van den Barselaar. The ISBN of the book is 9789069169064 or 9069169061. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Relatievermogensrecht geschetst

  • 1.1 Art. 1:81 BW: normen

  • Art. 1:81 karakteriseert in twee korte volzinnen kern van betrekking tussen twee personen die door sluiting van burgerlijk huwelijk in het leven wordt geroepen. Art. heeft uitsluiten betrekking op huwelijkse periode en de erin vervatte verzorgingsverplichting vervalt op moment van overlijden van een echtgenoot. Vervalt tevens op moment van ontbinding huwelijk door echtscheiding, art. 1:157 e.v. alsmede afd. 1 Titel 17 Boek 1, bevat bijzondere bepalingen over (nahuwelijkse) verplichtingen tot levensonderhoud van ene jegens andere echtgenoot. In geval van scheiding van tafel en bed art. 1:!68.  Huwelijk blijft weliswaar in stand, maar (morele) lading die eerste volzin art. 1:81 daaraan geeft wordt opgeschort tot moment van eventuele verzoening art. 1:176. Partneralimentatiebepalingen treden na scheiding tafel en bed in plaats van tweede volzin verzorgingsverplichting art. 1:81. 
  • 1.2 Art. 1:82 BW: kosten kinderen

  • Art. 1:82 bepaalt dat ieder van de echtgenoten jegens de andere echtgenoot gehouden is om tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten van die verzorging en opvoeding te dragen (herhaalt wat ouders in het algemeen reeds op grond van van art. 1:247 en 1:404 e.v.moeten). Wetgever heeft in 1:82 echter aan gehuwde ouders ook onderhoudsplicht opgelegd jegens minderjarige stief- en pleegkinderen die onderdeel uitmaken van hun gezin. Tevens biedt art. mogelijkheid aan echtgenoten-ouders om elkaar aan te spreken ter zaken van leveren van inspanningen op gebied van verzorging en opvoeding van hun kinderen en betalen van daaruit voortvloeiende kosten. Zowel art. 1:81 als 82 heeft dwingendrechtelijke karakter, lijkt echter mogelijk dat echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden concrete uitgewerkte invulling hieraan geven. 

    (Zie eventueel nog voor schema p. 3 v/h boek)
  • 1.3 1:84 BW: kosten van de huishouding

  • In lid 1 art. 1:84 heeft wetgever uiteengezet op welke wijze de kosten van huishouding van echtgenoten door hen dienen te worden gedragen. Onder huishouding kan in dit verband worden verstaan: organisatie strekkende tot bevrediging van materiële en geestelijke levensbehoeften van de echtgenoten. Daaruit voortvloeiende noodzakelijke financiële verplichtingen vormen KvH (kosten van huishouding). Deze dienen, volgens hoofdregel 1:84, achtereenvolgens ten laste te worden gebracht van gemeenschappelijk inkomen van echtgenoten, voor zover toereikend, van privé-inkomend van echtgenoten, naar evenredigheid daarvan. Zelfde volgorde geldt vermogens van echtgenoten indien KvH in enig jaar totale inkomen van echtgenoten zou overtreffen. Eerst dient gemeenschappelijk vermogen worden aangesproken, daarna beide privévermogen, naar evenredigheid. Staat echtgenoten blijkens lid 3 art. 1:84 vrij bij schriftelijke overeenkomst afwijkende afspraken te maken (geen vormvereiste). 
  • 1.3.1 Begrip

  • Kosten huishouding vormen meest concrete facet van 'het nodige' genoemd in art. 1:81. In elk geval valt hieronder de kosten van verzorging en opvoeding van kinderen. Voorts ziet term mede op ten minste kosten van levensmiddelen, huisvesting, vakantie, ontspanning en medische behandeling van gezin. Kosten verbonden aan beroep van een echtgenoot vallen in algemeen hier niet onder. Gemeenschappelijk belang moet verder van geval tot geval worden beoordeeld of uitgave, gezien doel waarvoor deze werd gedaan en beschouwd in licht van financiële slagkracht van desbetreffende huishouden, wordt bestreken door art. 1:84.
  • 1.3.2 Geen verplichting tot samenwonen

  • Schrappen van verplichting voor echtgenoten om samen te wonen heeft geen gevolgen voor regeling van art. 1:84. Art. 1:84 is dus van toepassing op echtgenoten die uitdrukkelijk/stilzwijgend zijn overeengekomen niet samen te wonen. Echtgenoten die niet samenwonen zonder dat tussen hen overeenstemming hierover bestaat vallen terug op art. 1:81. Voor hen geldt dat zij verplicht zijn elkaar het nodige te verschaffen. Zij mogen rekening houden met inkomen en vermogen van ieder van hen waardoor andere uitkomst dat in geval van toepassing art. 1:84 het resultaat kan zijn. 
  • 1.3.3 Inkomen na belastingen?

  • Of 1:84 ziet op netto of bruto-inkomen is niet duidelijk. Ondanks feit dat heffingen van inkomstenbelasting invloed heeft op hoogte van netto-inkomens, ligt het meer in de rede om voor toepassing art. 1:84 uit te gaan van netto-inkomensbegrip, omdat deze regeling uitgaat van een lastenverdeling tussen echtgenoten op basis van hun daadwerkelijk ter beschikking staande inkomens.
  • 1.3.4 Fourneerplicht

  • Lid 2 art. 1:84 bepaalt dat echtgenoten jegens elkaar verplicht zijn, overeenkomstig rekensysteem lid 1, voldoende gelden ter beschikking te stellen - te fourneren - uit de onder hun bestuur staande goederen. Bestaat derhalve koppeling tussen draagplichtverdeling uit lid 1 en bijdrageplicht uit lid 2 art. 1:84. Bijzondere omstandigheden kunnen zich tegen fourneerplicht verzetten. Bijv. wanneer onder gemeenschap behorende goed onder ongunstige omstandigheden met verlies moet worden verkocht, terwijl één van privévermogens voldoende liquide middelen bevat om uitgaven tijdelijk te dekken. Hier ontstaat dan wel een verplichting tot verrekening, 
  • 1.3.5 Verrekentermijn

  • Wet zwijgt over tijdstip waarop/periode waarbinnen echtgenoten met elkaar moeten verrekenen. HR oordeelde dat uit hoofde van redelijkheid en billijkheid echtgenoot zijn vorderingsrecht (ontstaan op grond van art. 1:84) jegens de andere echtgenoot verliest indien niet periodiek na afloop van ieder kalenderjaar wordt verrekend doordat bedoelde echtgenoot beroep doet op zijn recht daartoe. Verrekentermijn omvat één kalenderjaar na afloop kalenderjaar waarin betreffende verrekenverplichting is ontstaan.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.