Summary Republiek van rivaliteiten : Nederland sinds 1813

-
ISBN-10 9053303340 ISBN-13 9789053303344
192 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Republiek van rivaliteiten : Nederland sinds 1813". The author(s) of the book is/are Piet de Rooy. The ISBN of the book is 9789053303344 or 9053303340. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Republiek van rivaliteiten : Nederland sinds 1813

  • 1 De verdeelde natie: 1813-1840


  • Was Nederland in 1830 nog enthousiast en eensgezind ten strijde getrokken tegen de zich afscheidende Belgen, de daaropvolgende periode bevorderde toch de verdeeldheid en daarmee de politisering.
  • 1.1 Republikeinse veelheid

  • De Republiek bestond uit een ingewikkelde samenwerking tussen verschillende gebieden, samen de Republiek der 7 verenigde Nederlanden
  • Wat was de rol van de prins van Oranje?
    Hij stond zowel onder als boven het gezag van anderen. Hij was van koninklijke bloede en had een ceremoniële functie maar hij stond onder het bestuur van de gewesten (Staten-Generaal).
  • Elke provincie was een overlegorgaan van zelfstandige instellingen. Er was geen duidelijk machtsorgaan.
  • Wat was kenmerkend voor de Europese stedenbanden?
    Een coöperatief systeem van onderling verschillende eigen waterschappen, gilden en steden.
  • Voor de 19e eeuw was de republiek een 'republiek van veelheid' met een systeem van 'checks and balances'.
  • De Republiek was niet langer in staat een groot en machtig leger en een sterke vloot op te bouwen en te onderhouden. Tijdgenoten zagen dit als een teken van verval.
  • Wanneer was de samenvoeging van De Republiek met België, en waarom?
    In 1814: Omdat een unie van deze landen goed tegenwicht zou bieden tegen het expansionistische Frankrijk en zo een grootmacht in Europa zou worden.
  • Wat kenmerkte de Napoleontische overheersing in de wijze van bestuur?
    Sterke centralisatie onder een autocratisch bestuur.
  • Met de samenvoeging van NL en België kwam er een constitutie (ook in 1814). Het parlement kreeg hierin het recht de begroting vast te stellen maar dit was in veel vormen ook zeer bepekt.
  • Wat stond er in de grondwet van 1814 (samenvoeging NL en BE) over de Staten-Generaal?
    De Staten-Generaal vertegenwoordigd het hele Nederlandse volk.
  • Volgens De Rooy begint 'Nederland' bij de grondwet van 1814.
  • Wie was de burgervader?
    Koning Willem I.
  • Willem I trad op als een 'burgervader'. Hij wilde eenheid in het volk brengen door een krachtig onderwijsbeleid in de hoop een natie te vormen.
  • 1.2 Gewesten

  • Naarmate de gewesten verder van Holland aflagen, genoten zij ook minder aanzien. Dit gold vooral voor de Zuidelijke Nederlanden, die toch al niet enthousiast waren over de samenvoeging met de Noordelijke Nederlanden ondanks hun eerdere verbintenis tijden het Habsburgse rijk.
  • ''Een monsterverbond van liberalen en katholieken leidde in 1830 uiteindelijk tot een opstand die leidde tot het ontstaan van de zelfstandige staat België.
  • Welke provincie koos de zijde van België in de opstand?
    Limburg.
  • Nederland was volgens de grondwet één staat en volk maar dit was een papieren werkelijkheid.
  • 1.3 Geloof

  • De grote verschillen tussen de gewesten werden ook zichtbaar in het geloof. De beleving van het geloof was voor veel mensen belangrijker dan ooit.
  • Welk geloof hield Holland in 1830 voornamelijk aan?
    Het protestantisme.
  • De verhoudingen in de Noordelijke Nederlanden waren geloofswijs als volgt:
    - Protestants : 60%
    - Katholiek: 38%
  • De katholieken in de Zuidelijke Nederlanden vormden geen zelfbewuste en sociale groep.
  • Sinds 1796 was er in Nederland een scheiding tussen kerk en staat. De band tussen deze instellingen was er echter nog wel. Christelijke normen en waarden waren volgens de staat bijv. nog steeds belangrijk voor de vorming van goede burgers.

  • De staat wenste zich dan ook te bemoeien met de wijze waarop de
    kerkgenootschappen functioneerden. In 1816 had Willem I een ‘Algemeen Reglement voor het bestuur van de Hervormde Kerk in het 'Koninkrijk der Nederlanden’ afgekondigd.


    Dit reglement plaatste het bestuur van de kerk nadrukkelijk
    in handen van een kleine elite, nauw verweven met de overheidsbureaucratie en benoemd door de koning.
    Voor de predikanten had dit grote voordelen: als een soort rijksambtenaren waren zij verzekerd van een overheidssalaris.
  • Welke visie had koning Willem I op het geloof?
    Hij wilde een algemene Christelijke kerk.
  • De predikanten konden door het Algemeen Reglement zich toeleggen op de verhoging van het beschavingsniveau doordat zij niet meer in allerlei lokale restricties waren verstrengeld.

  • de publieke moraal is niet zozeer verzekerd door het bestaan van instituties zoals kerkgenootschappen, maar door de internalisering van het geloof, door zich deze geheel eigen te maken en ernaar te leven. Het geloofsleven werd dan ook belangrijker en persoonlijker. De verhouding tussen kerk en staat werd hierdoor op termijn een bron van aanhoudende conflicten, waarin zelfs de onmetelijke afstand tussen arm en rijk zou worden overbrugd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.