Summary samengevat havo economie

-
ISBN-13 9789006107210
101 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "samengevat havo economie". The author(s) of the book is/are J P M Blaas. The ISBN of the book is 9789006107210. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - samengevat havo economie

  • 1 Domein D concept markt

  • Wat zijn de marktpartijen?
    1. Consumenten: vragers van consumptiegoederen
    2. Bedrijven: aanbieders van individuele goederen
    3. Overheid: aanbieder van collectieve goederen/vrager van consumptie- en kapitaalgoederen.
    4. Buitenland: aanbieders/vragers van consumptie- en kapitaalgoederen.
  • Hoe kunnen er veranderingen plaatsvinden in een bedrijfskolom (bijvoorbeeld de bedrijfskolom melk)?
    1. Integratie: door het verdwijnen van een markt. 
    2. Differentiatie: er komt een nieuwe markt bij.
    3. parallellisatie: uitbreiding van assortiment.
    4. specialisatie: verkleining van assortiment.
  • Wat zijn de marktvormen in de economie?
    1. Monopolie: één aanbieder, homogeen product.
    2. Homogeen oligopolie: Weinig aanbieders, homogeen product.
    3. Heterogeen oligopolie: Weinig aanbieders, heterogeen product.   
    4. Volkomen concurrentie: Veel aanbieders, homogeen product. 
    5. Monopolistische concurrentie: Veel aanbieders, heterogeen product.
  • Individuele vraagfunctie en collectieve vraagfunctie.
    individuele vraagfunctie: verband tussen de gevraagde hoeveelheid van één consument en de prijs van het goed.
    Collectieve vraagfunctie: Verband tussen de gevraagde hoeveelheid van alle vragers en het gevraagde product.
  • Individuele aanbodfunctie en collectieve aanbodfunctie.
    Individuele aanbodfunctie: Het verband tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid van een individuele producent.
    Collectieve aanbodfunctie: Het verband tussen de prijs van een goed en de aangeboden hoeveelheid van alle producenten die dit artikel aanbieden.
  • Wat zijn heterogene en homogene goederen?
    Homogene goederen: goederen die door de consumenten als gelijk worden gezien.
    Heterogene goederen: Gelijksoortige producten, maar de kopers hebben een voorkeur.
  • Wat zijn omzet en afzet bij verkoop?
    Omzet: Opbrengst van de verkoop uitgedrukt in geld.
    Afzet: De verkochte hoeveelheid.
  • Wat houdt de prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid in?
    Dit geeft aan in welke mate de gevraagde hoeveel verandert als de prijs verandert. 
    Elasticiteit wordt met  Δ aangegeven.

    Epv=Δ%Qv/Δ%P:
    Prijselasticiteit van de vraag=
    procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid/procentuele verandering van de de prijs.

    Ey=Δ%Qv/Δ%Y;
    inkomenselasticiteit van de vraag=
    Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid/procentuele verandering van het inkomen.
  • Wanneer is een prijs elastisch, inelastisch of noch inelastisch, noch elastisch?
    • Volkomen inelastisch: E=O
    • Relatief inelastisch: -1 < E < 0 en 0 < E < 1
    • Noch inelastisch, noch elastisch: E=-1 en E=1
    • Relatief Elastisch: E < -1 en E > 1
  • Wat zijn prijselastische en prijsinelastische producten?
    Inelastische producten:
    -Noodzakelijke goederen
    -Complementaire goederen (goederen die elkaar aanvullen)

    Elastische producten:
    -Luxegoederen
    -Substitueerbare goederen
  • Wat zijn inkomenselastische en inkomensinelastische producten?
    Positief en inelastisch:
    -Noodzakelijke goederen.
    Positief en elastisch:
    - Gewone goederen
    -Luxe goederen
    Negatief
    -Inferieure goederen
  • Wat is het doel van een ondernemer?
    Een ondernemer wil:
    1. Winst maken
    2. Voortbestaan
    3. Een bedrijf dat veel oplevert 
  • Wat is de marketingmix en wat is het doel hiervan?
    De marketingmix bestaat uit de vier P's:
    1. Productiebeleid: soort product, welke eigenschappen, innovatie.
    2. Promotiebeleid: Reclame, verkoopacties
    3. Prijsbeleid: Wat doen de concurrenten?
    4: Plaatsbeleid: Verkooppunten, website.

    Het doel van marketing is het bedenken van plannen om de afzet te vergroten of te behouden.
  • Een monopolie is een markt met één aanbieder. Het product wat hij verkoopt is homogeen. Er zijn veel vragers. Toetreding tot deze markt is zeer moeilijk. 
    Voordelen van een monopolie zijn dat er sprake is van veel continuïteit, dat massaproductie de kostprijs (GTK) doet dalen en dat de markt overzichtelijk is; gevaar op te te veel productiecapaciteit is klein.
    Nadelen zijn dat er sprake kan zijn van machtsmisbruik, inefficiëntie (gebrek aan concurrentie kan verspilling veroorzaken) en gebrek aan innovatie.
    De monopolist kan zijn prijs niet ongelimiteerd verhogen omdat:
    -kopers verdwijnen.
    -kopers alternatieven zoeken.
    -er gevaar komt voor het opstaan van concurrenten.
  • Waar is het prijsbeleid van een monopolist afhankelijk van?

    • Het streven naar maximale winst; MO = MK
    • Het weghouden van potentiële concurrenten.
    • Prijsdiscriminatie; het producentensurplus vergroten ten koste van het consumentensurplus.
  • Wat zijn samenwerkingsvormen die oligopolische bedrijven vaak aannemen?
    • Joint venture: een samenwerkingsverband om het risico te delen.
    • Kartel: motieven zijn rendement en continuïteit.
      soorten Kartellen:
      1. Prijskartel: minimumprijsafspraken.
      2. Productiekartel: afspraken over productiehoogtes.
      3: Rayonkartel: verdelen van geografische gebieden.

    • Voordelen van samenwerking:
      1. Schaalvoordelen --> veel produceren is een lage GTK
      2. Planning: afstemmen van investeringsbeslissingen.
      3. Innovatie: Beperkte concurrentie stimuleert zoeken naar nieuwe mogelijkheden.
    • Nadeel:
      Machtsmisbruik tegenover de consumenten.
  • Wat zijn voordelen en nadelen van monopolistische concurrentie?
    Voordelen:
    -gevarieerd aanbod, want nieuwe ontwikkelingen worden snel opgepikt.
    -Doelmatig: Efficiëntie staat hoog in het vaandel.
    -Motivatie.
    -Scherpe prijsstelling: veel concurrentie geeft lage prijzen.

    Nadelen:
    - Het kunnen geen collectieve goederen zijn.
    - Prijzen reageren altijd traag.
    - Sociale onrechtvaardigheid: Geld bepaalt. 
  • Hoe grijpt de overheid in bij de markt?
    • Het vaststellen van minimumprijzen (bijvoorbeeld loon).
    • Het vaststellen van maximumprijzen (bijvoorbeeld huurprijzen).

    • Vergunningen verplichten.
    • Quota instellen: hoeveelheden die men niet mag overschrijden. Bijvoorbeeld immigrantenquotum. 

    • Subsidies instellen die prijzen verlagen.
    • Kostprijsverhogende belastingen. 
      soorten:
      - BTW
      -Accijns
      -Energiebelasting
      -Belasting op personenauto's en motorrijwielen.

    • Mededingingsbeleid: Overheidsbeleid dat probeert de gezonde concurrentie te bevorderen. 
      Bijvoorbeeld: Autoriteit consument en markt.
  • Wat zijn oorzaken van werkloosheid?
    - Verlies van afzetmarkten.
    - Bedrijven gaan reorganiseren of failliet.
    - Verkeerde scholing van mensen.
    -Mensen zijn weinig mobiel: mensen willen niet verhuizen.
    -Slechte arbeidsbemiddeling:  werknemers en werkgevers komen met elkaar in contact om werk te vinden.
  • Wat zijn de soorten werkloosheid?
    -Conjuncturele werkloosheid: veroorzaakt door bijvoorbeeld crises. 
    -Structurele werkloosheid: werkloosheid die geen verband houdt met conjunctuurschommelingen. 
           -Frictie werkeloosheid: werkloosheid onder schoolverlaters.
  • Wat kan er gedaan worden om conjunctuurwerkloosheid te bestrijden, door de overheid?
    - De overheidsbestedingen kunnen worden vergroot, waardoor er stijging plaatsvindt van de effectieve vraag. 
    - De belasting kan verlaagt worden.
  • Wat kan er gedaan worden om structuurwerkloosheid te bestrijden?
    - Stimuleren innovatie: nieuwe markten worden geboren.
    - Arbeidstijdverkorting: Bedrijven hebben meer mensen nodig.
    - Bedrijfstijdaanpassing: langere openingstijden zorgt ervoor dat er meer mensen nodig zijn.
    - Vervroegd uittreden: ouderen gaan eerder met pensioen.
    - Verlaging van de arbeidskosten.
    - Scholing
    - verhuis- en reiskostenvergoeding.
  • Wat kan er gedaan worden aan seizoenwerkloosheid?
    - Variëren productiepakket.
    - Klimaatinvesteringen: tuinbouw onder glas.
  • Wat kan er gedaan worden aan frictiewerkloosheid?
    - voorlichtingen op bijvoorbeeld scholen.
    - individuele bemiddeling: onderzoek wat men kan en waar behoefte aan is.
  • Wat kan er gedaan worden aan een tijdelijk tekort op de arbeidsmarkt?
    - Buitenlandse werknemers aantrekken.
    - Belastingverhoging: minder koopkracht.
    - overheidsbestedingen verlagen: overheid koopt minder van bedrijven.
    - overwerken.
  • Wat kan er gedaan worden aan een langdurig tekort op de arbeidsmarkt?
    - Innovatie
    - Mensen mogen langer doorwerken (flexibele persionering)
    -  Kinderopvang en deeltijdwerk
    - Immigratie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.