Summary Samenvatting Algemene economie

-
198 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Samenvatting Algemene economie

  • 1.1 Economisch handelen en algemene economie

  • Wat betekent welvaart?
    Dit betekent het beschikken over goederen en diensten voor bevrediging van de behoefte.
  • Wat is schaarste en waarom is dit het sleutelwoord van welvaart?
    Schaarste is de spanning tussen de oneindige wens van mensen en de beperkte middelen. Hierdoor kunnen we dus niet al onze behoeftes bevredigen. Dit heeft dus te maken met welvaart omdat welvaart het beschikken over goederen en diensten voor de bevrediging van behoeften is.
  • Wat zijn middelen? (VB)
    Middelen zijn bijvoorbeeld grondstoffen, machines, arbeid, tijd en geld.
  • Wat is economisch handelen?
    Economisch handelen is het streven naar maximale welvaart met behulp van de aanwezige/schaarse middelen.
  • Uit welke 3 categorieën bestaat economisch handelen en waar streven deze naar?
    1. Consument: maximale individuele welvaart 
    2. Producent: maximale winst
    3. Overheid: maximale maatschappelijke welvaart
  • Op welke niveaus kan je economisch handelen in een land bestuderen?
    • Micro-economie: één apart gezin of een bedrijf
    • Meso-economie: een groep bedrijven of gezinnen (bepaalde markt/bedrijfstak)
    • Macro-economie: een geheel land 
    • Monetair: geld en de rol van banken in de economie
    • Internationale economische betrekkingen (IEB) bestudeerd buitenlandse handel van landen, internationale kapitaalstromen en monetaire betrekkingen tussen landen. 
  • 1.2 Bedrijfsomgeving

  • Waarom is de kennis van de externe bedrijfsomgeving belangrijk voor de onderneming, organisatie, overheid of individu?
    Je kan dan inspelen op kansen en bedreigingen vanuit de externe omgeving.
  • Uit welke 3 dingen bestaat de bedrijfsomgeving?
    1. De directe omgeving ( 5 krachten, leverancier, klanten concurrentie)
    2. De indirecte omgeving (vakbonden, overheid, publieke opinie)
    3. De macro-omgeving (rente, inflatie, conjunctuur, loonkosten)
  • Wanneer neemt het consumenten vertrouwen af?
    Bij een recessie of crisis. Dit zag je bijvoorbeeld in Griekenland, mensen haalden geld van de bank en gaven niks meer uit.
  • 1.3 Absolute en relatieve gegevens

  • Wat is het verschil tussen absolute en relatieve gegevens?
    Absolute gegevens zijn nummers, getallen of bijvoorbeeld hoeveelheden. Relatieve gegevens zijn procentuele veranderingen.
  • Wat is het verschil tussen nominale en reële stijging?
    • Nominale stijging is de waardestijging van een variabele, stijging tussen getallen
    • Reële stijging is de gelijk aan de nominale stijging maar dan moet je daar nog prijsstijgingen bij op tellen of vanaf trekken.
  • Wat is de formule van totale loonsom (absoluut en relatief)
    Absoluut: BBP= Av x Ap 
    Relatief: ∆BBP = ∆Av + ∆AP
  • 2.1 Welvaart en welzijn

  • Wat is welvaart?
    Welzijn is de mate van geluksbeleving. Hierbij kijken we, anders dan bij welvaart, wel naar de immateriële middelen.
  • Hoe meet je de welvaart in een land en hoe wordt dit weergegeven?
    Dit doe je door middel van het bruto binnenlands product (BBP). Dit zijn alle producten en diensten die binnen de landgrenzen geproduceerd worden. Hiervan kijken we alleen naar de toegevoegde waarde. Het BBP wordt weergegeven in euro's.
  • Wat is de formule van BBP?
    BBP= AV x AP
  • Waarom moet BBP steeds blijven groeien?
    Omdat de bevolking steeds blijft groeien en omdat mensen steeds meer willen.
  • Wat moet bepaald worden voordat de welvaart van de bevolking van landen vergelijkt kan worden?
    1. BBP per hoofd van de bevolking (BBP gedeeld door aantal mensen)
    2. Alle BBP's van deze landen moeten in een valuta worden weergegeven
    3. Het BBP moet gecorrigeerd worden op koopkrachtverschillen
  • Wat betekend KKP?
    KKP staat voor de koopkrachtpariteit. Dit is een lijst van landen en hun koopkrachtpariteit (kkp) per hoofd van de bevolking. Het bedrag wordt uitgedrukt in internationale dollars, een fictieve munteenheid die in elk land dezelfde koopkracht heeft als de Amerikaanse dollar in de Verenigde Staten.
  • Wat zijn de 3 grootste oorzaken van welvaartsverschillen tussen landen?
    1. Het verschil in arbeidsproductiviteit per gewerkt uur
    2. Het aantal arbeidsuren per werkende 
    3. Het aandeel van werkenden in de totale bevolking. 
  • Hoe wordt het welzijn door de UN gemeten?
    Dit wordt gedaan door middel van het HDI dit staat voor human development index.
  • Waaruit is het HDI samengesteld?
    1. Een lang en gezond leven, gemeten door de levensverwachting bij de geboorte
    2. Kennis, gemeten als de deelname aan het lager, voorgezet en hoger onderwijs
    3. Een redelijke levensstandaard, gemeten door het inkomen per hoofd van de bevolking
  • Wat is het verschil tussen het HDI en het BBP?
    Het BBP gaat alleen over materiële zaken en het HDI neemt ook immateriële zaken mee in de uitkomst. Ook is het HDI harder dan het BBP.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kunnen landen met een hoog inkomen nog voor groei zorgen?
Ze hebben al investeringen en kapitaalgoederen genoeg. Ze zullen het dus van slimme arbeid moeten hebben. Dit moeten ze stimuleren.
Welke niveaus kunnen we onderscheiden als we kijken naar deze foto?
  1. Landen met een laag inkomen – factorgedreven=de economische groei is gebaseerd op grotere inzet van de basisproductiefactoren land, grondstoffen en ongeschoolde arbeid. Hoe kunnen deze landen het bbp laten toenemen? Factorgedreven groei. Afrika vb.
  2. Landen met een middeninkomen – investeringsgedreven = het buitenland levert een belangrijk deel van de kapitaalgoederen, ze worden uit het buitenlandse besparingen betaald.
  3. Landen met een hoog inkomen—innovatiegedreven 
Wat is een take-off?
Een take-off is een periode van economische groei die situatie 2 in bovenstaande tabel mogelijk maakt.
Leg de foto is uit?
  • Bescheiden groei ->je hebt een hoge spaarquote en een hoge kapitaalcoëfficiënt – bescheiden groei omdat je al op hoog niveau zit.
  • Hoge groei -> je hebt een hoge spaarquote en een lage kapitaalcoëfficiënt -> er is nog veel groei voor de toekomst.
  • Bescheiden groei rechtsonder -> vb. Tanzania, Congo. Er is weinig mogelijkheid tot groei.
Wat is de spaarquote?
De besparingen als percentage op het BBP.
Waaraan is de omvang van de besparingen afhankelijk?
De omvang is afhankelijk van de spaarquote en het nationaal inkomen.
Waaruit worden netto-investeringen gefinancierd?
Deze worden gefinancierd uit besparingen.
Wat is de kapitaalcoëfficiënt?
Wat je nodig hebt aan kapitaalgoederen voor een eenheid eindproduct.
Waarvan is de kapitaalgoederenvoorraad afhankelijk?
Deze is weer afhankelijk van de netto-investeringen.
Waarvan is de groei van de productiecapaciteit (behalve van arbeid) afhankelijk?
De groei van de productiecapaciteit is verder afhankelijk van de kapitaalgoederenvoorraad.