Summary Samenvatting Bestuur en Beleid

-
213 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Samenvatting Bestuur en Beleid". The author(s) of the book is/are Dino. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Samenvatting Bestuur en Beleid

  • 1 College 1

  • Wat is het verloop van de beleidscyclus? (7 stappen)

    Probleemanalyse -> Beleidsprobleem -> Beleidsalternatieven -> Keuzealternatief -> Uitwerking beleidsvoornemens -> Beleidsuitvoering -> Beleidsevaluatie

  • Beleidsvoering is geen lineair proces maar vertoont door allerlei factoren een wisselvallig patroon. Er is één constant gegeven: overheidsbeleid dient altijd een bepaald doe.

  • Overheid kampte met een imagoprobleem omdat de overheid uitging van een 'maakbare samenleving'. Dit resulteerde in een overvloed aan regels, procedures en voorschriften. De overheid heeft inmiddels de 'mythe van bestuurbaarheid' laten varen. Dit is de gedachte dat dat de staat maatschappelijke processen vanuit een centraal punt kan reguleren en beheersen.

  • Welke 2 voorwaarden met een maatschappelijk probleem hebben om tot overheidsbeleid te leiden?

    1. Ze moeten manipuleerbaar zijn (vatbaar voor beleid)

    2. Het oplossen ervan moet uit een oogpunt van algemeen belang tot de verantwoordelijkheid van de overheid gerekend kunnen worden.

  • Wat is de definitie van operationeel beleid?

     

    Beleidsinstrumenten ingezet om een of meer doelstellingen te bereiken; beleid wordt gezien in termen van doelen en middelen

  • Wat is de definitie van strategisch beleid?

    Meer oog voor het beleidsproces  de wijze waarop het beleidsproces verloopt draagt bij aan het bereiken van het gestelde doel. Nadruk ligt op de weg waarlangs of de wijze waarop beleid moet worden gevoerd. Beleidsnetwerken staan hierbij centraal.

  • Welke 4 factoren bepalen of een maatschappelijke situatie als probleem wordt ervaren?

    1. Maatstaf: norm of ideaal, subjectief

    2. Waarneming en interpretatie

    3. Oorzaken van het probleem

    4. De te verwachten resultaten

  • Wat is de definitie van een maatschappelijk probleem?

    Een maatschappelijk probleem is de discrepantie die bestaat tussen een maatstaf, een norm of een beginsel van een maatschappelijke situatie, de oorzaken daarvan of de verwachte ontwikkeling daarin.

  • De maatstaf is een norm of ideaal, iets nastrevenswaardig  ook al is een maatstaf gebaseerd op harde feiten, het blijft een kwestie van kiezen, subjectief dus. 

  • Een maatschappelijk probleem moet worden geherdefinieerd worden tot een beleidsprobleem. Er wordt een eindsituatie geformuleerd en er wordt vastgesteld welke instrumenten (operationeel), langs welke weg (strategisch) en in welk tijdsperspectief de eindsituatie moet worden bereikt. Vanuit de gekozen maatstaf wordt de discrepantie aangegeven tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. Daarnaast is de beleidsvisie erin verwerkt. Het maatschappelijke probleem wordt geherdefinieerd vanuit een interventieperspectief, gericht op zinvol en doeltreffend handelen van de beleidsactor.

  • Als een probleem als beleidsprobleem erkend wordt kan het beleid op 4 verschillende aspecten gericht worden. Welke?

    1. De waargenomen of verwachte situatie

    2. De oorzaken van de situatie

    3. De verwachte gevolgen

    4. De maatstaf

  • Het oplossen van de oorzaken van een beleidsprobleem kan alleen als de oorzaken aan 3 voorwaarden voldoen. Welke?

    1. Ze moeten met enige maten van zekerheid kennen.

    2. Ze moeten voor beleid manipuleerbaar zijn.

    3. Ze moeten het manipuleren waard zijn.

     

    Het aanpakken van de oorzaken bij een probleem is de beste manier van oplossen.

  • Wat is het nadeel van het proberen op te lossen van de gevolgen van een probleem

    Het is niet effectief. Vaak verplaatst het probleem zich dan. Dit beleid valt in de categorie symptoombestrijding.

  • Beleidsinstrumenten zijn middelen die een regulerend of sturend effect hebben dat een beleidsactor aanwendt om een bepaald beoogd doel te bereiken.

  • Geef de indeling van de instrumenten weer en geef aan wat voor publiekrechtelijk effect ze hebben.

    1. Dwang -> Wet, verordening, heffing.

    2. Transactie -> Contract, verbintenis, subsidie.

    3. Overreding -> Informatie, voorlichting, public relations.

  • De intentie van de beleidsactor is bepalend voor de categorie waartoe een instrument behoort. Bovendien heeft het beleidsinstrument voor elke doelgroep een ander karakter en dus ook een verschillende uitwerking.

  • Laat het verschil zien tussen formele en informele instrumenten.

    Formele instrumenten: publieke erkenning, aanvaarde toepassing, behoren tot het normale gebruiken in de beleidsvoering.

    Informele instrumenten: behoren niet tot operationele instrumenten (zoals wetgeving, voorlichting, subsidie) maar strategische instrumenten. Bijv. Beinvloeden van machtsposities, forceren van een beslissing, over de streep trekken en onder druk zetten ect.

  • Omschrijf de werking van klassiek beleid

    Door middel van beleid (instrumenten) moeten een of meer doelen worden bereikt. In de klassieke optiek fungeert de overheid als de centraal sturende actor en beslist autonoom. De samenleving wordt gezien als passief. Bovendien gaat het klassieke beleid er vanuit dat maatschappelijke processen volledig zijn te beheersen en het acceptatie gehalte van de samenleving hoog is.

  • Het klassieke beleid is lineair. Welke 7 stappen heeft het?

    Agendavorming -> Beleidsvoorbereiding -> Beleidsbeslissingen -> Beleidsuitvoering -> Beleidseffecten -> Beleidsevaluatie -> Terugkoppeling.

  • Het Klassieke beleid is een top down benadering, waarbij de beleidsvoorbereiding het verdere beleidsproces programmeert en structureert.

  • Waarom is de benadering met volgens het klassieke beleid niet altijd handig?

    Het aantal actoren dat bij een beleidsprobleem is betrokken is erg groot. Verschillende beleidsactoren hebben vaak hun eigen strategie die op elkaar moeten worden afgestemd. Dit heet bestuurlijke dichtheid. Klassiek beleid is statisch omdat regelgeving een centrale plaats inneemt. Regelgeving kan zo achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het regelgevende instrument gaat uit van duidelijk vastgestelde doeleinden, terwijl de kunst van beleidsvoeren veel meer is. Het in harmonie brengen van divergerende belangen, verschillende opties, waarden en wensen.

  • De doelgroep bij het voeren van beleid is ook erg belangrijk. De overheid kan burgers maar in beperkte mate dwingen. De overheid kan gebruik maken van effecting instruments om beleidseffecten te bewerkstelligen. En gebruikmaken van detecting instruments om de populatie en haar wensen, belangen en bedoelingen te achterhalen. Dit zal de probleemgerichtheid en effectiviteit van het beleid kunnen voorkomen en er voor zorgen dat de doelgroep het beleid niet ontwijkt.

     

  • Wat is de visie van Modern beleid?

    Het beleid wordt vooral gezien als het resultaat van interactie i.p.v. een systematisch opgesteld stappenplan van doelen en middelen. De aandacht ligt bij de interactie tussen actoren die van elkaar afhankelijk zijn om het gezamenlijke beleidsdoel te bereiken. Het beleid is dan het resultaat van de strategieën van de betrokken actoren.

  • Wat is strategisch beleid?

    Bij strategisch beleid wordt dus vooral gedacht in termen van overleg, beinvloeding en bemiddeling, waardoor de overheid meer een toezichthoudende en regisserende functie heeft.

  • Waarbij operationele instrumenten, zoals wetgeving en subsidies, rechtstreeks en van bovenaf het gedrag van actoren beïnvloeden om de gestelde beleidsdoelstellingen te bereiken, is strategische sturing indirect gericht.

  • Afhankelijksrelaties tussen beleidsactoren ontstaan omdat er meerdere actoren (met hun eigen doelstellingen) nodig zijn om de beoogde beleidsdoelen te halen.

  • Hoe kan een actor zijn afhankelijkheid van een andere actor reduceren?

    1. Proberen controle te krijgen over de strategische bronnen van anderen.

    2. Alternatieve bronnen aanboren of dwangmiddelen aanwenden waarmee de zeggenschap over andere actoren kan worden vergroot.

    3. Reductie van ambitie.

  • Defineer Beledsnetwerken

     

    Dit zijn organisatorische werkverbanden, bestaande uit meerdere actoren die streven naar het voeren van beleid voor een als gemeenschappelijk beschouwd beleidsprobleem, ter bereiking van een of meer gezamenlijke beleidsdoelen.

  • Een beleidsactor moet omgaan met 3 dimensies. Welke?

    Het probleem het beleidsnetwerk en de eigen omgeving.

  • Noem een aantal kenmerken van een beleidsnetwerk.

     

    - Een verzameling van actoren.

    - Belangen, wensen en doelen van die actoren.

    - Formele regels.

    - Actie- en internactiemogelijkheden waarover elke actor beschikt.

    - Verwachte uitkomsten, kosten en baten van elke actie en interactie.

    - Interdependentie, want de actoren hebben elkaars medewerking nodig.

  • Het concept beleidsnetwerken combineert twee uitgangspunten: een oriëntatie op beleid (problemen, doelstellingen, middelen) en aandacht voor het beleidsproces (organisatorische relaties, gang van zaken in het beleidsnetwerk) om tot beleid te komen.

  • Een netwerk is geschikt om vanuit een centraal punt sturing te geven aan gecompliceerde beleidsvelden, waarin veel afhankelijkheidsrelaties bestaan en het aansturen van de ene actor consequenties heeft voor de andere.

  • Noem 3 voordelen van een beleidsnetwerk

    1. Interactie tussen betrokken beleidsactoren schept ruimte voor meerdere gezichtspunten, oplossingen en meer middelen

    2. Betrokkenheid van meerdere actoren verbreedt het draagvlak van het beleid en creëert medeverantwoordelijkheid.

    3. Informatie over het beleidsproject kan gemakkelijker via de beleidsactoren naar de betrokken partijen worden verspreid.

  • Noem nadelen van een beleidsnetwerk

    1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden kunnen vaag worden

    2. Rol v/d overheid in een netwerk waarin ook maatschappelijke actoren participeren kan gemakkelijk vervagen

    3. Interactie vereist openheid die op gespannen voet kan staan met gewenste vooruitgang, beschermende privacy

    4. Iedere actor probeert zoveel mogelijk winst uit de samenwerking te behalen en dit schaadt het gezamenlijke doel.

    5. Besluitvorm betrokken beleidsactoren kost veel tijd door terugkoppeling naar achterban.

  • Snellen werkt deze vorm van overheidssturing op de volgende manier uit:

    - Beleidsvorming is gezamenlijke beeldvorming: overheid beïnvloedt de participatie en sturingscapaciteit van de actoren in het beleidsnetwerk door een open dialoog aan te gaan.

    - Sturing vindt plaats door sleutelparameters. Vaststellen van criteria waaraan actoren moten voldoen

    - Sturing vindt plaats door structurering. Als er verschillen van inzicht of tegenstrijdige belangen in het beleidsnetewerk bestaan kan de overheid relaties tussen de partijen ordenen.

    - Sturing vindt plaats door procedurering, ordenen van de relaties in een beleidsveld door het voorschrijven van procedures.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de visie van het marktmodel op incentives?

- Individueel gedrag bijsturen richting het algemeen belang

- Financiele incentives als straffen en beloningen

- Mensen passen hun gedrag aan in de gewenste richting.

Hoe worden instrumenten voor oplossingen gezien in het polismodel?

- Middelen zijn ‘waarde’ geladen

- Samenleving is niet passief, geeft betekenins en speelt strategisch spel

- Duurzame betekenis en toepassing.

Hoe worden instrumenten als oplossingen gezien in het markt model?

- Middel om gegeven doel te bereiken (oplossing)

- Gericht op gedragsverandering rationeel handelende individu of actor

- Eenmalige interventies gericht op oplossen

Welke instrumenten van van der heuvel kunnen gebruikt worden voor de oplossingen die Stone bied?

Juridisch -> Regels en Rechten

Financieel -> Rechten en Prikkels

Communicatief -> Communicatie

Wat houdt de strategie changing the federalism van het besluitvormingsproces in?

Het aantal units dat meedoet in het besluiten vermeerderen of verminderen. Centraliseren of decentraliseren. Federalisme gaat ook over de vraag wie in welk geval autoriteit heeft over wie. 

Wat houdt de strategie changing the size in van het besluitvormingsproces?

Het gaat het om de vraag of besluiten moeten worden genomen over grote of klein groepen. Grotere groepen staan bekend als efficienter, weinig kans op slechte uitkomst door grote basis, democratische stem. En klein groepen staan bekend als persoonlijk en informeel, flexibel en hoge participatie van de leden.

Wat houdt de strategie changing the membership van het besluitvormingsproces in?

Bij deze strategie gaat men er vanuit dat besluitvormers handelen vanuit eigen interessegebied. Een verandering van leden die de macht hebben, of van de leden waarover de macht wordt uitgeoefend die iets te zeggen hebben over de besluitvorming, veranderd dan dus ook de besluitvorming. Het idee is dat een verandering van samenstelling van de leden verandering teweeg brengt in de besluiten omdat iedereen naar zijn eigen interest in de kwestie besluit.

Er zijn 3 soorten variaties in het veranderen van het besluitvormingsproces. Welke 3 zijn dat?

- Changing the membership

- Changing the size

- Changing the federalism

Hoe werkt recht volgens het rationaliteitsmodel? Noem 4 punten

- Mensen vertrouwen op de officiële kanalen van het recht.

- Officiële rechten zijn duidelijk en rechters passen de rechten feitelijk toe.

- Rechters zijn niet beïnvloedbaar door macht.

- Alle burgers hebben gelijke toegang tot de rechtszaal en ervaring en of geld heeft geen voordeel

Hoe werkt recht in de polis? Noem 5 punten

- Mensen krijgen ideeën over rechten van moraal en media en ook van officiele kanalen. (Overheid)

- Geldende rechten zijn nooit precies duidelijk, rechters moeten de rechten interpreteren.

- Rechters zijn beïnvloed door hun ervaring in het recht en ervaring in de maatschappij

- Groepen die ervaring in een rechtszaal hebben, hebben een voordeel

- Organisaties die tegenover elkaar staan in een rechtszaal zijn niet gelijk.