Summary Samenvatting BIO

-
344 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Samenvatting BIO

  • 2 Celbiologie, bacteriën en virussen

  • Prokaryoot
    Eencellig organisme zonder celkern. Bacteriën
  • Eukaryoot
    Organisme waarvan de cellen een celkern bezitten. Planten, dieren, schimmels
  • Celkern
    Hierin bevinden zich de chromosomen, waarin het DNA is opgeslagen.
  • Kernlichaampjes
    Hierin wordt rRNA aangemaakt, waarna dit wordt getransporteerd naar de ribosomen.
  • Kernmembraan
    Bevat kernporiën. Kleine gaatjes waardoor eiwitten, RNA en anderen moleculen de celkern in en uit kunnen.
  • Cytoskelet
    Geeft de cel structuur en vorm, maar dient ook als geleider van organellen die door de cel moeten worden vervoerd.
  • Vacuole plantaardige cel
    Blaasje in de cel, bevindt zich in het cytoplasma. Hier wordt water opgeslagen en zorgt voor stevigheid van de cel door middel van turgor
  • Vacuole dierlijke cel
    Klein en dienen als opslag voor bouwstenen en voedingsstoffen
  • Plastiden
    Korrel in het cytoplasma van planten, chromoplasten en leukoplasten
  • Chromoplasten
    Gekleurde plastide, hierdoor krijgen bloemen en planten hun kleur. Zoals bladgroenkorrels, in de bladgroenkorrels zitten fotosynthetische pigmenten, zoals chlorofyl.
  • Leukoplasten
    Ongekleurde pastide, voedingsstoffen opgeslagen, zoals zetmeel
  • Lysosoom
    Breken de afvalstoffen van de cel af
  • Ribosoom
    Helpen bij de opbouw van de cel
  • Trilharen (ciliën)
    Draadachtige uitsteeksels buiten het celmembraan, functie: beweging of waarnemen van omgevingssignalen
  • RER
    Transport eiwitten
  • GER
    Helpt bij de stofwisselingsprocessen
  • Golgi-apparaat
    Bewerkt, slaat op en transporteert eiwitten/vetten, afkomstig van het ER.
  • Mitochondriën
    Energiecentrale van de cel
  • Apoptose
    Zelfmoord pleging van de cel. Cellen doen dit wanneer ze beschadigd of te oud zijn. Apoptose is onderdeel van de steeds doorgaande verjonging van de cel.
  • Voordelen apoptose
    De steeds doorgaande verjonging van de cel
  • Nadelen apoptose
    Bij sommige vormen van kanker kan apoptose niet meer werken waardoor er alsnog heel veel slechte cellen zijn
  •  Bacterie
    - bestaat uit 1 cel
    - geen celkern > prokaryoot
    - flagellen: zweepharen waarmee ze zich kunnen bewegen
    - geen organellen
    - voortplanting via celdeling
  • Virus
    - kern van DNA of RNA
    - heeft geen cel
    - geen eigen stofwisseling, hierom niet beschouwd als levend wezen
    - koppelen aan een levende cel van een organisme en injecteren het erfelijk materiaal
    - lijdt tot ziekte bij de gastheer
    - planten zich niet voort, alleen vermeerderen in levende cel
  • Receptoren
    Eiwitten die signalen van binnen of buiten een cel kunnen waarnemen
  • Cascade
    Een serie reacties die kan optreden wanneer een signaalmolecuul bindt aan een receptoreiwit
  • Semi-permeabel
    Een membraan laat water en kleine moleculen door, maar geen grote moleculen of opgeloste stoffen
  • Permeabel membraan
    Volledig doorlaatbaar, celwand in planten en schimmels
  • Passief transport
    Stoffen passeren de cel zonder dat het energie kost
  • Actief transport
    Stoffen passeren de cel dat het energie kost
  • Diffusie
    Passief transport waarbij opgeloste deeltjes van het gebied met een hoge concentratie opgeloste stoffen naar het gebied gaan met een lage concentratie opgeloste stoffen. Zuurstof en koolstofdioxide worden op deze manier opgenomen en afgegeven
  • Osmose
    Passief transport, de diffusie van water door een semi-permeabel membraan. Water verplaatst zich naar een plek met een hoge concentratie opgeloste stoffen.
  • Osmotische waarde
    Aantal opgeloste deeltjes per volume eenheid
  • Osmotische druk
    De druk die door osmose wordt veroorzaakt
  • Turgor
    De druk van het cytoplasma op de celwand bij plantencellen
  • Plasmolyse
    Turgor is zo laag dat de inhoud van de cel slap binnen de celwand hangt
  • Hypertonisch
    Plaats waar de osmotische druk het hoogste is
  • Hypotonisch
    Plaats waar de osmotische druk het laagste is
  • Isotonisch
    Beide kanten van het celmembraan hebben een gelijke osmotische waarde
  • Waarom hebben dierlijke cellen geen turgor?
    Een dierlijke cel heeft geen celwand dus ook geen turgor. Wanneer een dierlijke cel te veel opzwelt zal deze kapot knappen.
  • Actief transport
    De cel vervult een zeer actieve taak om stoffen te vervoeren. Actief transport vindt plaats met behulp van transporteiwitten in het membraan en vereist energie. Kleine moleculen: ionenpomp. Grote moleculen: endo- en exocytose
  • Ionenpomp
    Ionen kunnen door het celmembraan heen
  • Endocytose
    Cel neemt stoffen op, van buiten naar binnen de cel
  • Exocytose
    Uitscheiding van stoffen, van binnen naar buiten de cel
  • Symbiose
    Langdurig samenleven van twee verschillende soorten.
    - mutualisme: +/+
    - commensalisme: +/geen voordeel, geen nadeel
    - parasitisme: +/-
  • Cellen, weefsels, organen, orgaanstelsel, organisme
    Plaatje
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Cholesterol
Een bouwstof voor cellen en hormonen en kan ook door middel van het voedsel het lichaam binnenkomen, de lever zorgt voor een evenwicht hier tussen
Afbraak van afval- en gifstoffen
Afvalstoffen uit het bloed gefilterd, onschadelijk gemaakt en omgezet, naar de darmen worden afgevoerd en uitgescheiden via het bloed.
Opslagfunctie
In de lever wordt glycogeen opgeslagen, die als het nodig is kan worden gebruikt. Zo zorgt de lever voor het constant houden van de bloedsuikerspiegel
Vetstofwisseling
Verandering van de structuur van vetzuren, verzadigde vetten omgezet in onverzadigde vetzuren, welke beter bruikbaar zijn voor de stofwisseling
Verwerking voedingsstoffen
Vetten en suiker omgezet in brandstoffen, via het bloed naar alle cellen in het lichaam.
Galkleurstof (bilirubine)
Hemoglobine wordt afgebroken uit dode rode bloedcellen
Lever
- produceert gal
- verwerkt voedingsstoffen uit de darmen
- vetstofwisseling
- opslagfunctie
- producent eiwitten
- afbraak afval- en gifstoffen
- vorming cholesterol
Urine
Hetgeen wat overblijft als de nuttige stoffen aan de voorurine onttrokken zijn
Terugresorptie
Door actief transport door de wandcellen van het nierkanaaltje in de bloedbaan opgenomen
Terugresorptie
Vindt in de nierbuisjes plaats, nuttige stoffen worden aan de voorurine onttrokken