Summary Samenvatting blok 1.6 klinische psychologie

-
445 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Samenvatting blok 1.6 klinische psychologie

  • 1 angststoornissen

  • Wat is fear?
    Een basis emotie, het activeert fight-or-flight response van het autonome zenuwstelsel. Hierdoor kan je snel reageren op direct gevaar.
  • Hoe noem je het als een fear response voorkomt zonder reden?
    paniekaanval. Er is hier ook sprake van controle verliezen, bang om dood te gaan.
  • Wat zijn de drie componenten van fear en paniek?
    Cognitief/subjectief component: ik voel me bang, ik ga dood
    Fysiek component: versnelde hartslag, zweten 
    Gedragscomponent: neiging om te vluchten
  • Wat is het anxiety response pattern?
    een complexe mix van onprettige emoties en cognities, deze zijn allebei meer op de toekomst gericht en breder dan fear.
  • Wat zijn de 3 componenten van anxiety?
    cognitief: negatieve gedachten, zorgen over mogelijke toekomstige gevaren 
    Fysiek: gespannenheid, chronisch aroused. Er is geen activatie van de fight of flight modes, maar bereid de persoon wel voor op gevaar. 
    Gedrag: sterke neiging om situaties met mogelijk gevaar te ontwijken. Geen vlucht gedrag zoals bij fear
  • Hoe komt het dat angst en fear erg conditioneerbaar zijn?
    Als een neutrale stimulus herhaaldelijk samengaat met een onprettige stimulus, kan er een fear response ontstaan voor de neutrale stimulus. Deze stimulus is dan een geconditioneerde stimulus geworden.
  • Wat houdt een angststoornis in?
    deze mensen hebben een onrealistische, irrationele fears of anxiety van hoge intensiteit.
  • Welke angststoornissen erkent de DSM-5?
    1. specifieke foibieen 
    2. sociale angst
    3. paniekstoornis 
    4. pleinvrees 
    5. gegeneraliseerde angstoornis
  • Wat is een fobie?
    De meest voorkomende angststoornis. Een aanhoudende en buiten proportionele angst voor een specifiek object of situatie dat niet echt zorgt voor gevaar. Vaak beseffen mensen zelf ook dat de angst irrationeel is. 
    Specifieke fobieen, sociale fobie en agorafobie vallen onder fobieen.
  • Wat is comorbiteit?
    het hebben van meerdere stoornissen
  • Wat is een specifieke fobie?
    Een extreme, onredelijke, hardnekkige angst die getriggerd wordt door een specifiek object of situatie. Voorbeeld: vlieganst, angst voor injecties, angst voor honden
  • Phobic beliefs
    Mensen weten wel dat hun angst irrationeel is, maar hebben een geloof over een stimuli van een fobie die de angst en vermijding van de stimulus/situatie in stand houdt. Vaak bevat dit gedachter over waarom dit eng is en hoe ze er op zouden moeten reageren.
  • Wat zijn de prevalenties van een specifieke fobie?
    • 12% - 20% van volwassenen heeft een specfieke fobie gehad. 
    • 75% heeft dan ook een andere specifieke angst 
    • Vrouwen 2x meer kans op specifieke fobie 
    • Er zijn culturele verschillen 
    • Ontstaan in kindertijd/adolescentie. Sommige wel eerder in de kindertijd.     
  • Wat zijn de subtypes van specifieke fobieën in DSM-5?
    1. Dieren 
    2. Natuurlijke omgeving
    3. bloed-injectie-verwonding 
    4. Situationeel
    5. Overig
  • Wat is het learning standpunt over fobieën? (klassieke conditionering)
    De fear respons kan gemakkelijk gecondioneerd worden door een neutrale stimulus herhaaldelijk te koppelen aan een traumatische of pijnlijke gebeurtenis.
  • Wat is vicarious conditioning?
    Direct conditioneren. Het kijken naar iemand met een fobie met het fobie object. Zo wordt de angst overgegeven aan de observator. Ook wanneer een niet fobisch iemand een nare ervaring ondergaat, kan dit geconditioneerd worden.
  • Hoe kunnen individuele verschillen invloed hebben op het ontwikkelen van een gecondioneerde fobie?
    Wanneer een individu al bekend is met de stimulus, is de kans op het ontwikkelen van een fobie veel kleiner. Sommige ervaringen zijn risico factoren en andere ervaringen juist beschermend. Vb: als ouders niet angstig zijn voor fobische objecten of situaties en het kind ziet dit vaak, kan het een beschermende factor zijn.
  • Wat houdt de biological preparedness --> prepared learning theorie in?
    Theorie dat mensen een ingebouwde aanleg hebben voor fobieen voor dingen die ook onze voorouders bedreigden. Zoals voor water en slangen. De evolutie heeft bepaald voor welke stimuli we gevoeliger zijn. Deze prepared fears zijn niet aangeboren, maar wel makkelijker te krijgen. Je hebt dus een predispostion voor de fobie.
  • Wat zijn de twee bewijzen voor de prepared learning theorie?
    - Wanneer mensen door middel van klassieke conditionering  een stimulus van slangen of spinnen zien, ontwikkelen ze sneller een angst en met minder extinction dan van een stimulus zoals een bloem. 
    -Laboratorium ape die nog nooit een slang hadden gezien, werden bang voor de slang door reacties van wilde apen. Maar dit gold niet voor stimuli als een konijn of bloem.
  • Wat is het non-associative fear acquisition model?
    Model dat stelt dat er een aantal aangeboren, evolutionair-relevante angsten zijn. Deze ontwikkelen zich vanzelf, hiervoor is geen traumatische ervaring nodig. Normaal gesproken: na herhaaldelijke blootstelling aan de stimulus, vind er extinction plaats en de angst verdwijnt. Waneer dit niet gebeurd, het wen proces verkeerd gaat, ontwikkel je een fobie.
  • Waar zorgt het sertonine-transporter gen voor?
    mensen die hier drager van zijn, ontwikkelen sneller een fobie.
  • Wat kwam er uit tweelingstudies gericht op fobieën?
    1-eiige groter kans op het ontwikkelen van dezelfde fobieën, dan twee-eiige. Ook kwam eruit dat omgeving een rol speelt.
  • Waar zorgt een lage SES voor?
    Een lage verbale vaardigheid --> grotere kans op sociale fobie
  • Wat zijn de manieren waarop een fobie kan worden verkregen?
    • traumatische gecondtioneerde ervaringen 
    • niet door traumatische ervaringen, maar geleidelijk verkregen, door factoren die niet meteen duidelijk zijn voor het individu. (meestal dier fobieën)
    • Disgust --> 
    • Disease avoidance model: het idee dat sommige fobieën voor dieren gerelateerd zijn aan pogingen om bepaalde ziektes die mogelijk door die dieren verspreid worden te vermijden
    • Paniekstoornissen: vaak gerelateerd aan (situationele) fobieën 
  • Wat is de beste vorm van therapie voor een specfieke fobie?
    Exposure therapie. Een gecontroleerde blootstelling aan de stimuli die angst opwekt. Cliënten worden geleidelijk in angstige situatie geplaatst en aangemoedig daar te blijven totdat de angst afneemt. Dit veranderd de activatie van de amygdala en werkt al na 1 lange sessie --> kans groter dat mensen behandeld willen worden
  • Wat gebeurt als je exposure therapie combineert met medicijnen en cognitieve herstructuering?
    • Medicijnen en cognitief helpt niet bij specifieke fobieën 
    • Combinatie van exposure met cognitief heeft geen toegevoegde waarde 
    • combinatie van exposure en medicatie: medicatie kan de werking tegengaan   
  • Waarom werkt exposure therapie zo goed?
    De phobic believs komen naar voren. Deze komen niet overeen met de realiteit. Vaak komen mensen die bang zijn niet in aanraking met de stimulus door het onwijken en zien dus ook niet in dat het helemaal niet zo eng is. Bij exposure therapie ervaren de personen het bewijs die tegengesteld is aan hun dysfunctional geloof.
  • Wat zijn de verschillende soorten exposure therapie?
    Systematic desensitization = eerst relaxen en dan word er een fear hierarchy opgebouwd, zodat de client telkens aan een wat meer angstig object wordt blootgesteld en zijn relaxte houding hieraan koppelt. In vivo/in vitro
    Flooding: client continue blootstellen aan aan situatie of object om aan te tonen dat het niet eng is. In vivo/in vitro
    In vivo: werkelijk blootgestelt worden
    In vitro: denkbeeldig 
    D-cycloserine: medicijn in combinatie met exposure
    Specifieke fobie: makkelijkst om te behandelen
  • Wat is een sociale angststoornis?
    Een hevige, blijvende angst van sociale of performance situaties. Gekarakteriseerd door een beperkende angst voor een of meerdere specifieke sociale situaties. In deze situaties is de persoon bang om negatief beoordeeld te woden door anderen, of dat ze zich beschamend gedragen. 
    Ze zijn ook bang voor het laten zien van anxiety symptomen, zoals trillen etc. Men ervaart bijna altijd de symptomen van anxiety. Soms zo heftig dat het over gaat in een panick attack
  • Wat is de meest voorkomende sociale angst?
    public speaking
  • Wat zijn de 2 subtypes van sociale angst?
    Performance situaties, zoals openbaar spreken 
    Non-performance situaties, zoals eten in het openbaar --> hierbij heeft de persoon vaak last van anxiety voor de meeste sociale situaties
  • Wat is de prevalentie van sociale angst?
    Komt vaak voor
    4-12% in westerse samenlevingen
    Vaker bij vrouwen, 60%
    Ontwikkelen tijdens late of midden adolescentie: eerder dan andere angststoornissen
    Erg aanhoudend 
    Tweederde leidt ook aan een andere angststoornis
    50% heeft depressie tegelijkertijd
    Een derde gebruikt alcohol om angst te verminderen
    Verschilt per cultuur: lage prevelentie in zuidwest Azie, wel een andere uiting van sociale angst: meer angst voor het beledigen van anderen
  • Hoe speelt klassieke conditionering een rol bij sociale angst?
    • Uit 2 studies blijkt dat 58% van de gevallen een directe traumatische ervaring kan nemen die bij heeft gedragen aan de angst
    • 92% is vroeger erg gepest 
    • Hebben vaak ouders die emtioneel koud waren.
    --> niet iedereen ontwikkelt hierdoor een sociale fobie
  • Wat is de evolutionaire context van sociale fobie?
    Het kan ontstaan zijn door een bijproduct van hiërarchie. Deze hierarchie is ontstaan door agressie tussen leden van de sociale groep --> verklaring waarom men makkelijk een angst ontwikkelt voor negatieve gezichtsuitdrukkingen dan dan voor positieve
  • Wat zijn de familie en ontwikkelingsfactoren van sociale angst?
    Hebben vaak ouders die ook sociale angst hebben 
    Vroege ervaringen kunnen aanzetten tot sociale angststoornis: ouders met sociale angststoornis zijn vaak minder warm, minder sociaal en gebruiken meer schaamte om dicipline uit te oefenen. (parent-child-interaction styles)
  • Wat zijn de cognitieve factoren die meespelen bij een sociale angststoornis?
    • Hebben vaak een verwerkings en interpretatie bias; hierdoor maken ze negatieve voorspellingen over sociale situaties. 
    • Ze denken al snel dat anderen hun lichamelijke reactie zullen opmerken 
    • Ze beoordelen hun peformance in sociale situatiees kritischer en onderschatten hun sociale vaaardheden
    • Self-focused attention: sterke neiging om hun aandacht op zichzelf te focussen tijdens sociale situatie
    • Alleen negatieve dingen van de sociale iteractie onthouden --> houdt de focie in stand
  • Wat zijn de behandelingen van een sociale angststoornis
    Cognitieve gedragstherapie:
    Exposure therapy
     Social skills training
    Cognitieve herstructuering: helpen om negatieve, automatische gedachten te identificeren, negatieve zelf evaluatie bij social peformanc aan te pakken en self-focused attention te verminderen. 
    Medicatie: antidressiva (helpt onmiddeling, maar cbt helpt beter op lange termijn)
  • Wat is agorafobie?
    Pleinvrees. Angst op iedere plaats waar de persoon zich niet veilig of gevangen voelt. Gaat samen met sterke drang om te vluchten. Zijn bang voor plaatsen waar vluchten fysiek moeillijk is of psychologisch beschamend. 
    Gaat vaak samen met angst voor een paniekaanval en de schaamte hiervoor. 
    Blijven vaak thuis en ontwijken opwinding want dat herinnert aan paniekaanval.
  • Wat is de prevalentie van agorafobie?
    4.7%
    De jaarprevalentie is 0,4 en 3%
    Vaak bij vrouwen
    Ontstaat vaak in adolescentie (geassocieerd met periode van stress)
    ontwikkeld vaak in perioden van stress
    50% comorbiteit met paniekstoornis
    1 van de meest genetisch bepaalde fobieën. (61%)
  • Wat zijn de behandelingen van agorafobie?
    Exposure therapie: 60-75% laat hierdoor verbetering zien. 
    Introceptive exposure:  blootstellen aan lichamelijke opwinding en hier mee leren omgaan 
    Medicatie: antidepressiva
    Benzo's: werkt op korte termijn, veel bijwerkingen en verslavend
  • Wat is de DSM-5 criteria voor een specifieke fobie?
    • onevenredige en onmiddelijke angst voor een specifiek object/situatie
    • objecten/situaties woden vermeden of getolereerd met intense angst
    • symptomen kunnen niet uitgelegd worden door mentale disorders en blijven ten minste 6 maanden 
    • fobie veroorzaakt siginificante distress en moeilijkheid in performen en beroepsactiviteiten   
  • Wat is de DSM-5 criteria voor een sociale angststoornis?
    • duidelijke angst voor sociale interacties, getypeerd door angst rondom het ontvangen van negatieve beoordeling of het beledigen van anderen 
    • sociale interacties worden vermeden, of worden ervaren met intense angst
    • het ontwijken, angst of anxiety blijft voor 6 of meer maanden en voorzooraakt significante distress en moeilijkheden in sociale performance en beroepsactiviteiten 
    • anxiety kan niet worden uitgelegd door de effecten van andere mentale en medische stoornissen, drugsgebruik of medicatie    
  • Wat is de DSM-5 criteria voor diagnose van agorafobie?
    • duidelijke angst voor situaties waar het individu buiten, in een menigte, open ruimte of publieke ruimtes is 
    • situaties worden vermeden, of worden ervaren met intense angst dat hulp niet aanwezig is, of dat paniek en andere symptomen voor zullen komen 
    • Het individu ervaart angst in ten minste 2 verschillende type situaties en symptomen van aniety of ontwijking zullen 6 maanden of langer aanwezig zijn
    • angst veroorzaakt moeilijkheden in het performen in sociale of beroepsactiviteiten en kunnen niet worden u8itgelegd door de effecten van andere mentale of medische stoornissen.    
  • Wat is het onderscheidt tussen normale en abnormale angst?
    Abnormale angst kenmerkt zich doordat de respons optreedt terwijl er objectief geen gevaar dreigt of wanneer de intensiteit van de angst niet overeenkomt met de ernst van de bedreiging.
  • Wat is discornant?
    als de responspatronen (subjectief gevoel, fysiek en gedrag) niet tegelijkertijd optreden. Vb: mensen die gevaarlijk werk doen
  • Wat is concordant?
    Als de responspatronen wel tegelijkertijd optreden. Dit is het geval bij een angststoornis
  • Welke biologische factoren hebben invloed op angst?
    1. Neuroticisme: vatbaar voor negatieve buien en meer risico op angststoornis
    2. Limbische syteem en delen cortex
    3. GABA en epinefrine  
  • Wat houdt de two-factor theory in van Bandura mbt specifieke fobieen?
    Een combinatie van klassiek en operant conditioneren. Je krijgt angst door klassiek conditioneren en je behoudt de angst door operant conditioneren
  • Wat houdt operant conditioneren in mbt specifieke fobie?
    Een mens leert situaties te onderscheiden die een plezierige staat van voldoening geven of niet. Volgens de wet van effect zal elk gedrag dat plezierige gevolgen heeft versterkt worden. (vb rat). Men moet het vermijdingsgedrag afleren om erachter te komen dat de CS niet meer in verband staat met de UCS. Hierdoor treedt dan extinctie op en gaat het verband verloren. Door stimulus generalisatie worden mensen met fobieen van meer stimuli bang
  • Wat is kritiek op het klassiek conditioneren mbt specifieke fobie?
    • Er zijn bijv. ook mensen met vliegangst zonder ooit gevlogen te hebben en mensen die vreselijke dingen hebben meegemaakt zonder daar een fobie aan over te houden 
    • Een betere benaming voor fobische stimuli zou een elicit stimuli zijn, een uitlokkende stimulus. Je weet immers niet of de fobische stimuli via klassiek conditioneren vreeswekkend wordt, maar je weet wel dat deze een fobische angst uitlokt.  
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar zorgt ervoor als een kind verwaarloosd en mishandeld is bij het ontwikkelen van een parafilie?
Belangrijke voorspeller voor psychologische problemen. 
2 keer zo hoog bij parafilieen dan bij normale populatie 
Negerende of misbruikende ouders zorgen voor onzekerheid, lage sociale skills, slechtere coping en niet kunnen hebben van blijvende relaties. Dit kan zorgen voor paraflilie want: 
Zo hoeft het individu geen normale/complexe relatie aan te gaan 
Seksuele bevrediging zoeken bij kinderen, zodat ze niet in een slechtere positie zitten dan de ander qua emotionele en sociale vaardigheden
Wat zijn risico factoren bij pedofilie?
Remote factoren: factoren uit het verleden. Slachtoffer van seksueel misbruik als kind, onveilige attachment stijl en dysfunctionele familie. 
Precipant factoren: leidt tot expressie van pedofiel gedrag. Depressie, stress, alcoholmisbruik
93% heeft ook nog andere stoornis
Wat zijn risicofactoren van parafilieen?
Man zijn
Hypersexuality: sterke link met exhibitionisme, voyeurisme en seksueel sadisme en machosisme.
Wat is de comorbiditeit van seksueel sadisme?
Persoonlijkheidssstoornissen zoals narcisisme en schizo. 
Oorzaak: chaotische of problematische jeugd kan een rol spelen.
Wat is seksueel sadisme stoornis?
Wanneer een individu seksueel opgewonden raakt van het psychologisch en fysiek leiden van een ander. Vaak thema's van dominantie, controle of vernedering. De diagnose wordt gegeven wanneer de peroson zch naar de fantasieën gedraagd of wanneer het voor distress en beperkingen zorgt.
Wat is er vaak gebeurt met mensen die transvestic disorder hebben?
  • Zijn vaak seksueel misbruikt voor de leeftijd van 10
  • Hebbben meer seksuele opwinding
  • Hebben vaak andere parafilieën  
Wat is het verschil tussen drug thera[y en CBT bij sociale angststoornis?
drug biedt onmiddelijk voordeel maar door CBT behouden de  clienten hun gains overtijd
Wat gebeurt er in de hersenen bij exposure therapie?
De activatie van de amygdala veranderd, het centrum van angst in de hersenen. Exposure therapie helpt zelfs al na 1 lange sessie: voordeel omdat de kans groter is dat mensen wel behandelt willen worden.
Wat is bewijs voor de disease avoidance model?
Bij hoge gevoeligheid voor disgust, ook hoge gevoeligheid voor fobie.
Wat houdt bloed injectie verwonding fobie in?
  • Zij ervaren niet alleen angst, maar ook walging. Daarnaast laten ze een unieke fysieke reactie zien: in plaats van versnelde hartslag en bloeddruk, is er juist sprake van een grote daling in hartslag en bloedruk. Gaat vaak samen met misselijkheid, duizeligheid en flauwvallen. 
  • Deze unieke lichamelijke reactie is er alleen bij blootstelling aan bloed of verwonding. Waarschijnlijk evolutionaire verklaring: door flauwvallen minder bloedverlies en stoppen van de aanval. 
  • Erg erfelijk 
  • 3-4% van de populatie