Summary Samenvatting gezinspedagogiek

656 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Samenvatting gezinspedagogiek

  • 1 Gezinspedagogiek 1A

  • Wat is superdiversiteit?
    Veelheid aan dimensies
    onderlinge mengvormen
    onderlinge interacties & veranderingen
    creolisering
  • Wat is creolisering?
    Dingen uit anderen culturen overnemen
    vb. Engelse woorden gebruiken
  • Wat is intersectionaliteit?
    • Koppelingen aan machtsverhoudingen
    • Persoonlijk, symbolisch (het idee dat we bepaalde groepen hoger of lager hebben staan, denk hierbij
      aan beroepen) en maatschappelijk niveau (formele verschillen, vrouwen verdienen minder dan mannen, als Australiër is het makkelijker om Nederlander te worden dan iemand uit oorlogslanden).
    • Kijkt naar machtsverschillen en wat maakt dat nou daartoe
    • Verschillen waar iedereen mee te maken heeft, als gevolg van globalisering die een enorme verscheidenheid en meervoudigheid van moderne en veranderende migratiestromen met zich meebrengt, in het contact met de ander.
    • Migranten komen uit alle windstreken van de wereld en trekken van land naar land. Zij verschillen met de bewoners van het gastland maar ook onderling in taal, geslacht, etniciteit, religie, seksuele identiteit, sociaaleconomische positie en migratiemotieven

    • Bij intersectionaliteit gaat het om de hierboven genoemde verschillen en hun combinaties. In het beroepenveld van de sociale professional nodigen deze verschillen uit tot het leren omarmen van verschillen en tot nader onderzoek.
  • het verschil dat wanneer een jongen met meerdere meiden naar bed gaat het stoer is, een meisje is in deze situatie een slet.
    Inersectionaliteit



  • Wat betekent dit voor de pedagoog?



    • -  Superdiv: je kijkt verder dan alleen maar ‘homoseksueel of allochtoon.’
    • -  Er is meer dan hoe je de mens definieert dan alleen seksuele geaardheid.
    • -  Je staat open voor het idee van verandering.
    • -  Interceptioneel denken: je kijkt niet alleen maar naar het beeld maar
      ook naar wie het zijn en dat je naar binnen je werk rekening mee kan houden.
  • Wat is superdiv?
    Je kijkt meer dan alleen naar homo of allochtoon
  • Kenmerken van armoede
    - relatief
    - meer dimensionaal
    - gradueel
    - letterlijke armoede
    - Tijdsduur
    - gevoelsmatige armoede
  • Relatief



    • de mate waarin jij je armoedig voelt hangt af van hoe
      goed je buurman het heeft.
  • Meer dimensionaal 
    een te kort aan middelen om aan je
    basisvoorzieningen te komen, dit hangt niet alleen af van hoeveel geld je heb maar hangt ook aan de context, hoeveel dingen bijvoorbeeld kosten. 50 euro voor kebab is heel veel, 50 euro voor kaviaar is goedkoop.
  • Gradueel 
    je kan het op verschillende niveaus indelen, verder kijken dan alleen arm en rijk.
  • Tijdsduur
    Hoelang het duurt
  • Letterlijke armoede
    geen geld, geen diploma.
  • Gevoelsmatige armoede
    gevoel van eenzaamheid, geen
    vrienden, depressieve gevoelens, geen werk, etc.
  • Oorzaken van armoede
    - macroniveau
    - meso niveau
    - micro niveau
  • Macroniveau armoede



    •   Demografische ontwikkelingen -> vergrijzing
    •   Scholing en arbeidsmarkt -> de voorzieningen in een
      land (ook als je het minder hebt)
    •   Opvang, hulp en zorg
    •   Cultuur t.o.v. armen
  • Meso niveau armoede



    •   Sociale perceptie
    •   Toegankelijkheid van publieke goederen en diensten
     Bekendheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid,
    beschikbaarheid, bruikbaarheid, begrijpbaarheid, betrouwbaarheid.
  • Micro niveau armoede



     Ontoereikend kapitaal
     Economisch, sociaal, cultureel



  • Leefwereld van kwetsbare huishoudens



    - Werkt door in verschillende levensdomeinen o Het gezinsleven
    •   Spanningen tussen opvoeders
    •   Spanningen tussen kinderen onderling o Onderwijs




      o Werk (basic baantjes blijven daarin hangen, hbo geschoold willen steeds meer diepgang).
      o Gezondheid o Huisvesting o Vrije tijd



  • Bourdieu’s veldtheorie



    - Typen kapitaal
    o Economisch kapitaal -> geld of dingen die in geld zijn uit te
    drukken, schaarse goederen
    o Sociaal kapitaal -> mate waarin iemand over voordelige
    sociale connecties beschikt en de competenties om deze te
    onderhouden.
    o Cultureel kapitaal -> beheersing van culturele competenties
    die eigen zijn aan hoge sociale posities. Bekendheid met de dominante cultuur, kennis en ‘snappen,’ bezit en formele waardering.
    • -  De mate van rijk of armoede bepalen je habitus -> leden van verschillende sociale strata verschillen in levensstijl, manieren, eetgewoonten, taalgebruik, vrijetijdsbesteding en culturele smaak. Hoe je naar de wereld kijkt.
    • -  Veld -> de combinatie van thuis, school, sport, vrienden, bijbaan en de combinatie en omgang hiervan.
    • -  Straatcultuur -> macho/masculien
    • -  Schoolcultuur -> burgerlijk/feminien
    • -  Thuiscultuur -> volks/traditioneel



  • Economisch kapitaal ->



    geld of dingen die in geld zijn uit te
    drukken, schaarse goederen



  • Sociaal kapitaal ->



    mate waarin iemand over voordelige
    sociale connecties beschikt en de competenties om deze te
    onderhouden.



  • Cultureel kapitaal ->



    beheersing van culturele competenties
    die eigen zijn aan hoge sociale posities. Bekendheid met de dominante cultuur, kennis en ‘snappen,’ bezit en formele waardering.
  • habitus -> 
    leden van verschillende sociale strata verschillen in levensstijl, manieren, eetgewoonten, taalgebruik, vrijetijdsbesteding en culturele smaak. Hoe je naar de wereld kijkt.
  • Veld -> 
    de combinatie van thuis, school, sport, vrienden, bijbaan en de combinatie en omgang hiervan.
  • Straatcultuur -> 
    macho/masculien
  • Schoolcultuur -> 
    burgerlijk/feminien
  • Thuiscultuur -> 
    volks/traditioneel



    1. Sociaal kapitaal
    2. - Opbrengsten van sociaal kapitaal
      o Informatie -> mond op mond informatie/reclame
      o Invloed -> met elkaar heb je meer invloed
      o Sociale accreditatie -> ‘hij is een goede trainer want...’ o Sociale identiteit -> je weet wie je bent, waar je goed en
      niet goed in bent, als je je verhoudt tot een grote groep die je
      feedback geeft. - Typen verbindingen
      o Bonding -> verbindingen binnen je eigen groep (asielzoekers hebben met elkaar een hechte band omdat ze zich begrepen voelen tot elkaar).
      o Bridging en -> dat je een verbinding weet te maken met anderen (van een hele andere categorie).
      o Linking sociaal kapitaal -> je bent een schakel tussen beide bovenstaande. Je zorgt ervoor dat een vriendin 



  • Informatie -> 



    mond op mond informatie/reclame



  • Invloed -> 



    met elkaar heb je meer invloed



  • Sociale accreditatie ->



    ‘hij is een goede trainer want...’



  • Sociale identiteit ->



    je weet wie je bent, waar je goed en
    niet goed in bent, als je je verhoudt tot een grote groep die je
    feedback geeft.



  • Bonding ->



    verbindingen binnen je eigen groep (asielzoekers hebben met elkaar een hechte band omdat ze zich begrepen voelen tot elkaar).



  • Bridging en ->

    o Bridging en -> dat je een verbinding weet te maken met anderen (van een hele andere categorie).



  • Linking sociaal kapitaal -> 



    je bent een schakel tussen beide bovenstaande. Je zorgt ervoor dat een vriendin van een vriendin jouw collega wordt.



  • Wat betekent dit voor de pedagoog?
    Nadenken over sociaal kapitaal. Het is een gevolg voor rijkdom, netwerken binnen en buiten je comfortzone.



  • De capability benadering



    • -  Armoede is het missen van mogelijkheden tot zelfontplooiing o Vrijheid centraal
      o Voorwaarden als onderwijs en gezondheidszorg
      o Geen gelijkheid, maar gelijkwaardigheid
    • -  Je hebt de vrijheid in mogelijkheden om zelf te kunnen en te willen
      wat je moet doen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de 4 stappen van het 4-stappenmodel?



o Het formuleren van zorgpunten, sterke punten en de visie van
het gezin op de problemen.
o Het vertalen van zorgpunten in mogelijke verstoringen in en
bedreigingen van de ontwikkeling van het kind.
o Het benoemen van gewenste ontwikkelingsuitkomsten.
o Het opstellen van werkdoelen, actiepunten en het werken met
het plan op tafel.
Wat is het 4-stappenmodel?
Helpt gezinsvoogden om aan de hand van de ontwikkeling van het kind concrete werkdoelen voor het gezin op te stellen.
Wat is planmatig werken?



voorkomt het overslaan van stappen en je werkt actief aan het creëren van een feitelijk beeld. Onder andere door...
  •   Stapsgewijs verzamelen van informatie zoals zorgpunten, sterke kanten kind en gezin, invloed gezin en omgeving.
  •   In de Deltamethode wordt actief naar objectieve informatie gevraagd.
  •   Vanuit daar concrete doelen formuleren gericht op het opheffen van het geweld en verbeteren van de situatie.
  •   Doelen SMART opstellen: specifiek, meetbaar, acceptabel (of actief), realistisch en tijdsgebonden.
Wat is De gezinsvoogd werkt op een respectvolle, activerende, positieveen transparante wijze samen met de ouders en de jeugdige?



De Deltametode benadruk het belang om direct vanaf de start
positeve factoren te belichten en te versterken.
 Bv: positieve factoren in de opvoedingssituatie, kracht
van het kind, etc.
Wat is positioneren?



Duidelijke grenzen stellen met het oog op het belang en de
veiligheid van het kind 
Wat is engageren?



Positieve manier samenwerken met het gezin
Wat is Communicatie met ouders, kind en derden uit het netwerk vanhet gezin is cruciaal.?



o Positieve manier samenwerken met het gezin (= engageren). o Duidelijke grenzen stellen met het oog op het belang en de
veiligheid van het kind (= positioneren).
Wat gebeurt erbij de kind in zijn context?



  • Systeemtheoretische benadering. Er is een wisselwerking
    tussen het kind en zijn omgeving.  1e milieu = het gezin
     2e milieu = de school




     3e milieu = vrienden, verenigingen, clubs etc.
    o Alle milieus zijn van invloed op de ontwikkeling van het kind
    en op de opvoedingssituatie.
    o De Deltamethode maakt gebruik van al deze bronnen door ze
    te onderzoeken, de activeren en te versterken.

Wat gebeurt erbij ontwikkeling en veiligheid van het kind staat centraal?
In de praktijk wordt dit wel eens uit het oog verloren. Vaak is het een combinatie van verschillende factoren die tot een zorgelijke situatie geleid hebben.
o Hoofddoel moet blijven: stoppen van mishandeling/huiselijk geweld/zorgelijke situatie.
Wat zijn de 5 uitgangspunten van de Deltamethode?
1. De ontwikkeling en veiligheid van het kind staat centraal.
2. Het kind in zijn context


3. Communicatie met ouders, kind en derden uit het netwerk van
het gezin is cruciaal.



4. De gezinsvoogd werkt op een respectvolle, activerende, positieve
en transparante wijze samen met de ouders en de jeugdige.



5. Planmatig werken