Summary Samenvatting Sensomotorische Coördinatie (2020-2021)

373 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Samenvatting Sensomotorische Coördinatie (2020-2021)

  • 1.1 HC1

  • Wat is motor behavior? (motorisch gedrag)
    Gedrag waarbij spierkracht wordt uitgeoefend die de ledematen of andere lichaamsdelen beïnvloed
  • Wat is het motorisch probleem met betrekking tot motorisch gedrag?
    Als je een bepaalde taak hebt, dan is het motorische probleem hoe je zal moeten bewegen om deze taak te volbrengen
  • Wat is het verband tussen discrete acties en elementaire acties?
    Een elementaire actie is over het algemeen een discrete actie
  • Wanneer spreek je van een motor equivalence?
    Op het moment dat verschillende bewegingspatronen dezelfde uitkomst produceren
  • Aan de hand van welke twee factoren kun je bepalen of een motorische actie doelgericht is of niet?
    1. Adaptability
    2. Persistence in response to failure
  • Waarom is het sensomotorisch principe zo belangrijk?
    Het is zintuigelijke waarneming die het mogelijk maakt dat motorisch gedrag doelgericht kan zijn.
  • Wat zijn de drie factoren van hoe je beweegt?
    1. Doel
    2. Persoon
    3. Omgeving
  • Hoe komt het dat de context beïnvloed hoe de bewegingen eruit zien?
    Motorische commando's hebben niet steeds hetzelfde effect, omdat de omstandigheden steeds een beetje anders zijn
  • Waarom moeten de commando's van het zenuwstelsel worden afgestemd op de toestand van het bewegingsapparaat en de omgeving?
    Omdat er geen 1-op-1 correspondentie plaats vind
  • Wat is sensomotorische integratie?
    Sensorische integratie is het vermogen van het centrale zenuwstelsel om informatie afkomstig van verschillende zintuigen te integreren
  • Wat zijn voor- en nadelen van open-lus-controle?
    Voordeel: Snel
    Nadeel: Geen correcties bij fouten en verstoringen
  • Wat zijn voor- en nadelen van gesloten-lus-controle
    Voordeel: Correcties bij fouten/verstoringen; nauwkeuriger
    Nadeel: Kost meer tijd
  • Wat i het verschil tussen feedforward-control en feedback-controle?
    Feedforward-control is wanneer een motorisch commando van te voren kan worden afgestemd op de situatie.
    Feedback control daarentegen is wanneer er correcties gemaakt moeten worden als gevolg van een waarneming
  • Waar dient de negatieve feedback lus voor?
    Dit zorgt voor een verkleining van de fout
  • Bewegingscoördinatie wordt gekenmerkt door context bepaald variabiliteit. Wat betekent dit?
    1. Dat het zenuwstelsel sensomotorische informatie gebruikt om de motorische commando's goed af te stemmen
    2. Bewegingen en hun aansturing, in de regel, nooit precies hetzelfde zijn
  • Heeft training in een simulator zin?
    Ja, het heeft een positief effect. Hoe meer van de sensorische informatie gesimuleerd wordt, hoe meer je eraan hebt. Want alles wat de proefpersoon ziet/voelt, is het gevolg van hun eigen bewegingen
  • Als er geen re-afferentie uit de handen & armen komt, kan de patiënt zijn handen dan nog bewegen? En kan de patiënt dan nog taken uitvoeren met zijn ogen dicht?
    • Ja, de patiënt kan zijn handen nog bewegen. Want alleen de sensorische neuronen werken niet meer, de motorische neuronen nog wel.
    • Bij de eerste keer zal de taak nog wel lukken, maar na verloop van tijd niet meer. Omdat de sensorische informatie dan ontbreekt.
  • Gaat het hier om feedback- of feedforward-controle?
    Het is feedforward-controle, want de informatie die binnenkomt is niet het gevolg van een eigen beweging.
  • 1.2 HC2

  • Het motorisch systeem heeft veel vrijheidsgraden en is hierdoor redundant, wat is hier het voordeel van?
    • Het motorisch systeem is hierdoor flexibel
    • Het motorisch systeem is hierdoor motorisch equivalent. 
  • Welke voordelen heeft het dat bewegingstaken op veel manieren uitgevoerd kunnen worden?
    1. Het vermijden van obstakels
    2. Motorische equivalentie
  • Welke drie niveaus treft het vrijheidsgradenprobleem en wat houden deze niveaus in?
    1. Trajectplanning: Het CZS kiest voor korte/efficiënte routes en houdt rekening met vervolgbewegingen
    2. Inverse-kinematica: Hoe kan het geplande traject worden vertaald in een opeenvolging van te doorlopen gewrichtshoeken?
    3. Inverse-dynamica: Het bepalen van krachten die gegenereerd moeten worden om de verlangde gewrichtshoeken te realiseren
  • Wat voor type oplossingen (randvoorwaarden) zijn er voor het vrijheidsgradenprobleem?
    • Bewegingsefficiëntie
      • Extreme gewrichtshoeken vermijden, dus kiezen voor de makkelijkste weg
      • De beweging moet zo vloeiend mogelijk verlopen
  • Wat gebeurt er als het motorisch systeem inderdaad streeft om de jerk te minimaliseren?
    De bewegingspatronen waar een hoge jerk bij zou optreden, vallen af. Dit betekent dat het vrijheidsgradenprobleem wordt verkleind en dat de efficiëntie van het bewegen wordt bevorderd.
  • Wat gebeurt er bij een lage jerk?
    Als de jerk laag is, dan is de beweging vloeiender en daarmee efficiënter
  • Waar is synergie op gebaseerd?
    De afhankelijkheden die bestaan tussen componenten van het motorische systeem. Eén type motorische activiteit kan bepalen welke andere activiteiten kunnen optreden
  • Wat is het voordeel van synergie?
    De activiteit van de ene handeling, heeft effect op de activiteit van de andere handeling. Hierdoor hoeft het zenuwstelsel minder vrijheidsgraden te reguleren: door de koppeling worden de bewegingen al op elkaar afgestemd.
  • Hoeveel vrijheidsgraden heeft de enkel? En hoeveel heeft de schouder?
    • 2 vrijheidsgraden
    • 3 vrijheidsgraden
  • Wat is het verschil tussen extensie en flexie?
    Extensie is een beweging met de klok mee en dit zorgt voor een negatieve verplaatsing met een negatieve hoeksnelheid
    Flexie is een beweging tegen de klok in met een positieve verplaatsing met een positieve hoeksnelheid
  • Wat is het verschil tussen speed en velocity?
    Speed is hoe groot de snelheid is, ongeacht de richting.
    Velocity is de snelheid met een richting
  • Om met het topje van je wijsvinger grote cirkels in de lucht te tekenen, zijn gecoördineerde bewegingen in het gewricht van je wijsvinger, pols, elleboog en schouder nodig.
    De bepaling van een combinatie van bewegingen in deze gewrichten die het gewenste bewegingstraject van je vingertop op levert, berust op:
    Inverse kinematica, bepalen welke combinatie gewrichten je nodig hebt (gaat om de bewegingen van de gewrichten)
  • Met een knie-brace wordt de bewegingsrange van je knie beperkt, maar je kunt hem nog wel buigen
    Welk effect heeft dit op het aantal vrijheidsgraden van je knie?
    Hij kan nog wel buigen, alleen minder ver. Maar het aantal vrijheidsgraden blijft dus nog wel hetzelfde
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Perceptual egocenter
De oorsprong van het coördinatenstelsel waarin perceptuele informatie over de locatie van een lichaamsdeel of een object is gerepresenteerd in het czs
Sensory dominace
Wanneer meerdere sensorische informatiebronnen verschillende informatie geven (over hetzelfde), kan de perceptie grotendeels of volledig bepaald worden door slechts één van dezelfde bronnen
Receptieve veld
Het gebied van de huid waarin stimulatie een reactie opwekt in de afferente vezels
Proprioceptive afference
Afferente signalen gegenereerd door somatosensorische mechanoreceptoren als reactie op stimulus die geproduceerd is als gevolg van de positie en beweging van lichaamsdelen en spanning in spieren en gewrichten
Proprioceptie (HC7)
Naast kinesthesie, ook het vermogen om kracht en inspanning waar te nemen
Kinesthesie
Het vermogen om de positie, stand en beweging van het eigen lichaam waar te nemen
Psychometrische curve
Levert een stereotype wiskundige S-functie op met twee parameters die de steilheid en omslagpunt bepalen
Psychofysica
De psychologie van het waarnemen van fysiologische eigenschappen; onderzoek doen naar waarneming door het meten van drempels en verbanden
Motorische homuculus
Representatie van de motorische somatotopie; aansturing van de spieren
Sensorische homuculus
Representatie van sensorische somatotopie; gedeelte over de waarneming