Summary Samenvattingen leerjaar 3 en 4 Biologie examen

-
237 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Samenvattingen leerjaar 3 en 4 Biologie examen

  • 1.1 Stofwisseling Stoffen worden omgezet

  • Wat is stofwisseling
    alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen
  • Waar zijn organische stoffen afkomstig van? Noem voorbeelden van organische stoffen? Zijn organische stoffen Fossiele brandstoffen (aardolie)?
    • Afkomstig (van producten) van organismen
    • Bijv. eiwitten, vetten en koolhydraten
    • Fossiele brandstoffen (aardolie)
  • Wat weet je van Anorganische stoffen?
    • Komen zowel in organismen als levenloze natuur voor
    • Bijv. mineralen en water
  • Wat weet je over Enzymen?
    • = Eiwitten die reactie van de stofwisseling versnellen
    • Werken heel specifiek (doen slechts 1 type reactie)
    • Enzymen worden hergebruikt
    • Er zijn knippende en ''samenvoegende'' enzymen
  • Wat is Enzymactiviteit?
    snelheid waarmee enzym een reactie versnelt
  • Waar hangt de enzymactiviteit van af?
    • Temperatuur
    • Zuurgraad (pH)
  • In een optimumkromme van een enzym:
    • Minimumtemperatuur (enzymen bewegen te langzaam)
    • Optimumtemperatuur
    • Maximumtemperatuur (Enzym veranderd definitief van vorm en is onwerkzaam geworden)
  • Wat zijn kenmerken van de Zuurgraad (pH)
    • Hoe lager de pH (lager dan 7), hoe zuurder de vloeistof
    • Hoe hoger de pH (groter dan 7), hoe basischer de vloeistof
  • Afbeelding 4 leren
    .
  • Afbeelding 5 leren
    .
  • 1.2 Stofwisseling Fotosynthese

  • Wat gebeurt er bij fotosynthese
    Water + Koolstofdioxide + (zon)licht ------> zuurstof + glucose
  • Waar vind fotosynthese plaats?
    in cellen met bladgroenkorrels (zitten enzymen voor fotosynthese in)
  • Hoe wordt koolstofdioxide (co2) opgenomen?
    Via de huidmondje
  • Hoe wordt water opgenomen? (fotosynthese)
    Via wortelharen
  • Bevatten de opperhuid en nerven van een blad bladgroenkorrels?
    Nee
  • Afbeelding 10 leren
    .
  • Afbeelding 14 leren
    .
  • 1.3 Stofwisseling Glucose als grondstof

  • Zetten Bladgroenkofrels/planten anorganische stoffen om in organische stoffen (glucose)?
    Ja
  • Waarin kan een plant glucose omzetten?
    • Suiker
    • Zetmeel (kan plant opslaan in bladeren of ondergronds)
    • Cellulose (zit in celwand van plant)
    • met glucose + nitraat (een zout) kan een plant eiwitten maken (Eiwitten zitten veel in het cytoplasma)
    • Vet (opslaan in zaden)
  • Wat is assimilatie?
    Het vormen van organische stoffen
  • Organische stoffen doen dienst als:
    • bouwstof    of
    • brandstof
  • Afbeelding 16 leren
    .
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ander woord voor Alleseter
Omnivoor
Kenmerken van een vleeseter (carnivoor)
  • Relatief kort darmkanaal
  • hebben knipkiezen
  • bovenkaak is breder dan onderkaak
  • grote scherpe hoekmannen vaak
Ander woord voor vleeseter
Carnivoor
Kenmerken van een planteneter (Herbivoor)
  • Lang darmkanaal
  • Plooikiezen, zodat je goed kunt malen
  • Vaak geen hoektanden
Ander woord voor planteneter
Herbivoor
Is plantaardig voedsel moeilijk verteerbaar
Ja (door celwanden die bestaan uit oa cellulose)
Wat voor een soort spier is de anus
kringspier
Wat weet je over de Endeldarm
  • Opslagplaats van onverteerde voedselresten
  • Via anus verlaten resten (=ontlasting) het lichaam
Wat weet je over de dikke darm
  • Neemt water op uit voedsel (bij diaree ontregelt)
  • Bevat bacteriën  > deze hebben enzym cellulase om celwanden af te breken van plantaardige resten
Wat weet je over de blinde darm
  • ligt vlak onder plek waar dunne darm over gaat in dikke darm
  • uitstulping aan de onderkant (wormvormig aanhangsel)