Summary Samenvattting geneeskunde selectie

-
370 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Samenvattting geneeskunde selectie

  • 1.1 Elektrofysiologie van hartcellen

  • Gap junction (nexus)
    Kleine kanalen tussen aanliggende cellen
  • 0. Depolarisatie fase
    Door instroom van Ca2+ in pacemakercellen en Na+ bij myocardcellen na het bereiken van de drempelwaarde
  • 1. Snelle repolarisatie fase
    Door het wegvallen van de instroom van Na+ na het spontaan dichtvallen van het natriumkanaal
  • 2. Plateaufase
    Membraan potentiaal blijft nagenoeg constant door instroom van Ca2+ en Na+ die de uitstroom van K+ balanceert. Hierdoor heeft de hartspiercel tijd om te contraheren.
  • 3. Repolarisatie fase
    Wordt veroorzaakt door de uitstroom van K+
  • 4. Diastolische (rust)potentiaal
    Er is geen significante stroom van ionen in de myocardcellen, waardoor het diastolische potentiaal constant blijft. 
    De pacemakercellen krijgen echter in deze fase hun functie; zij hebben namelijk geen rust potentiaal maar een diastolische depolarisatie door instroom van de funny current (If). Hierdoor kunnen ze zelfstandig hun drempelwaarde bereiken.
  • L-type calciumkanaal
    AV knoop krijgt door het tragere calciumkanaal (=T-type) en (afwezigheid natriumkanalen) een vertragingsfunctie (vertraging actiepotentiaal), hierdoor heeft het atrium genoeg tijd om te contraheren.
  • Calcium-induced- calcium release
    een biologisch proces waarbij calcium in staat is om calciumafgifte uit intracellulaire Ca2 + -opslagplaatsen (bijv. Endoplasmatisch reticulum of sarcoplasmatisch reticulum ) te activeren
  • Bundel van Bachmann
    Route waarlangs de elektrische activatie het linker atrium bereikt.
  • Endocardium / epicardium
    Binnenkant hart / buitenkant hart (hartvlies, binnenlaag hartzakje
                                                                                                                pericard)
  • Effectieve refractaire periode
    De plateaufase waarin natriumkanalen inactief zijn geworden en kunnen door het hoge membraanpotentiaal niet opnieuw geactiveerd worden. Ongevoelig voor impulsen, herstel rustpotentiaal.
  • Relatieve refractaire periode
    Cel begint te repolariseren, er worden geleidelijk meer natriumkanalen gevoelig. Het volledige aantal kanalen is nog niet actief, maar er zijn er al wel genoeg om met een versterkte prikkel een depolarisatie op gang te brengen die de drempel haalt voor een actiepotentiaal.
  • Tetanus
    Spieren contraheren ongecontroleerd en spastisch veroorzaakt door bacterie (kaakklem, wondkramp)
  • Ectopische activiteit
    Verschijnsel waarbij een actiepotentiaal ontstaat op een andere plek dan gebruikelijk (bijv. in myocardcel)
  • Acetylcholine
    Neurotransmitter nervus vagus (parasympatisch), verlaagt hartslagfrequentie (negatief chronotroop) en de geleidingssnelheid (negatief dromotroop).
    • Door funny current partieel blokkeren, GIRK open meer K+ efflux, treshold waarde omhoog door beïnvloeden van calciumkanalen
    • Door remming Ca2+ stroom (vertragen Ca2+ kanalen)
  • Catecholamines (nor-)adrenaline
    Neurotransmitter sympatisch zenuwstelsel, versnellen hartslagfrequentie (positief chronotroop) en verhogen contractiliteit (positief inotroop).
    • Door verhogen funny current, verhogen Ca2+ stroom
    • Door meer calcium influx--> versterken calcium-induced calcium release etc
  • 1.2 Elektrocardiagram (ECG)

  • Vector
    Een kracht die één richting en grootte heeft
  • Concordantie
    Zowel de T golf als het QRS complex zijn positief
  • Augmented elektrode
    Fictieve elektrode door gemiddelde te nemen van 2 elektroden
    Middenpunt is negatief en naam geeft aan waar positief:
    • augmented Voltage Foot - aVF
    • aVL (links)
    • aVR (rechts) 
  • P-golf
    Depolarisatie in de atria, actiepotentiaal ontstaat in de sinusknoop
  • QRS-complex
    Dit is de tijd dat de kamers depolariseren. Activatie van het septum en de 2 fronten (vanuit linker en rechter bundeltak)
  • T-golf
    De repolarisatiegolf, veroorzaakt door potentialen die gegenereerd worden wanneer ventrikels zich herstellen van depolarisatie. Repolarisatie is langzamer dan depolarisatie.
  • PQ/PR-interval
    De AV-knoop activatie. In de AV-knoop zijn weinig cellen geactiveerd zodat men niets registreert. Hier wordt geleiding sterk vertraagd en dat geeft tijd voor het vullen van de ventrikels.
  • QT-interval
    Contractie van ventrikel (begin Q-golf tot einde T-golf)
  • ST-segment
    Ventrikels zijn aan het contraheren (systole), pas na de T-top gaan ventrikels ontspannen (diastole). In het ventrikel zitten dus alle cellen in de plateaufase.
  • U-golf
    Is niet altijd te zien, maar representeert de repolarisatie van de papilairspieren in het ventrikel
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Negative inotropic agents
  1. Ca2+ channel blockers; verapamil, diltiazem, nifedipine
  2. Low extracellular Ca2+    (1 en 2 allebei tijdens plateaufase)
  3. High extracellular Na+
Positive inotropic agents
  1. Adrenergic agonists
  2. Cardiac glycosides
  3. High extracellular Ca2+
  4. Low extracellular Na+
  5. Increased heart rate
ESPVR
End-systolic pressure-volume relation
+contractility --> +steilere ESPVR lijn---> +stroke volume
(door meer samentrekkracht wordt er meer bloed uit de ventrikel gepompt, en blijft er minder bloed over ESV)
Isotonic
Afterloaded
Isometric
Preloaded
Staircase phenomenon (+heart rate=+myocardial tension)
Larger SR Ca2+ inhoud door:
  1. meer actiepotentialen dus meer calcium via Cav1.2 L-type
  2. NCX1 in reverse mode, meer calcium de cel in door hogere natrium concentratie in de cel
  3. Serca2a wordt gestimuleerd doordat meer calcium, +CaM (calmodulin) die activeert CaM kinase ll --> fosforylering PLN
Titin
Titin is belangrijk bij de samentrekking van dwarsgestreepte spierweefsels, het beperkt het bewegingsbereik van het sarcomeer onder spanning en draagt ​​zo bij tot de passieve stijfheid van de spieren
Dicrotic notch (incisura) en wave (windketel effect)
Druk in aorta stijgt nog na sluiten aortaklep, door de eerst uitgezette aorta die nu slinkt in diameter door de elasticiteit van het vat.
Derdegraads AV block (AV dissasociatie)
Er is geen relatie meer tussen atriale en ventriculaire activiteit. De atria worden geactiveerd door de SA knoop, terwijl de ventrikels hun activatie uit de purkinje vezels moet halen en dus een lage frequentie heeft.
Adventitia
Outer layer of fibrous connective tissue surrounding an organ.
The apex of the fibrous pericardium is continuous with the adventitia of the great vessels