Summary Scheikunde voor milieuwetenschappen 2

-
ISBN-10 9491465546 ISBN-13 9789491465543
146 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Scheikunde voor milieuwetenschappen 2". The author(s) of the book is/are Grada Elisabeth Ingrid Holtkamp. The ISBN of the book is 9789491465543 or 9491465546. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Scheikunde voor milieuwetenschappen 2

  • 1 koolstofchemie

  • wat is mesomerie?
    chemische met dezelfde formule
  • 1.1 Structuren met koolstofatomen

  • Wat is stereochemie
    ruimtelijke opbouw van (organische) verbindingen, moleculaire symmetrie en de gevolgen daarvan op de manier van reageren met elkaar.
  • Tetraëder is:
    H3C - CH3
    109,5 graden
    sp3 hybridisatie
    draaibaar
    langste binding
    (enkele binding)
  • Linieair is:
    H-C driedubbele binding C - H
    180 graden
    sp hybridisatie
    niet draaibaar
    kortste binding
    (3dubbele binding)
  • Trigonaal is:
    H2C = CH2

    120 graden
    sp2 hybridisatie
    niet draaibaar
    korte binding
    (2dubbele binding)
  • 3.1 Nucleofiele substitutie en eliminatie

  • Wat is een nucleofiele subsitutiereactie?
    Een reactie tussen een nucleofiel deeltje met een elektrofiel deeltje. Het nucleofiel deeltje vervangt een ander atoom of atoomgroep in het molecuul.
  • 3.1.1 Nucleofiele reagentia

  • Welke nucleofiele reagentie bestaan er?
    Negatief geladen nucleofielen en Neutrale nucleofielen
  • Wat is een nucleofiele reagentia
    Een deeltje die reageert met een ander deeltje welke een geheel of gedeeltelijk positieve lading heeft (dus een tekort aan elektronen).

    Ze zijn zelf negatief geladen of neutraal.
    Ze hebben of een vrij elektronenpaar of ze hebben een partiële negatieve lading.

    Ze zoeken naar een kern (een positieve lading)
  • Het carbanion is een:
    negatief geladen koolstofverbinding, een nucleofiel.
    het vrije e-paar neemt de plaats in van de vierde binding.

    voor stabilisering van een carbanion zijn inductieve of mesomere effecten nodig.
  • Een negatief geladen nucleofiel is:
    alle ionen met een - lading
  • Neutrale nucleofielen zijn:
    neutrale atomen, maar met een negatieve sigma lading door inductie effecten.
    Er is een partiële negatieve lading ontstaan doordat het omringende atoom elektronegatiever is dan het koolstofatoom.
  • hoe maak je een koolstof atoom een nucleofiel?
    Door ze te binden met een elektropositiever atoom, zoals een metaal.
  • 3.1.2 Elektrofiele reagentia

  • Wat is een elektrofiele reagentia?
    Een deeltje wat reageert met een ander deeltje welke een teveel aan elektronen heeft (dus negatiever is).

    Het heeft een positieve lading
    Het zoekt naar elektronen (negatieve lading)

    Er zijn positieve en neutrale elektrofielen.
  • Wat is het carbokation?
    Een elektrofiel deeltje, met een positieve lading.
    Hebben stabilisering door inductieve en mesomere effecten.
  • Alkylgroepen zijn inductief elektronstuwend of elektronzuigend?
    Ze zijn inductief elektronstuwend in vergelijking met H.
    Ze stabiliseren door de +I effect de positieve lading

    Hoe meer alkylgroepen, hoe stabieler het molecuul.
    Tertair is het meest stabiel, dan secundair en dan primair.

  • Neutrale elektrofielen zijn:
    deeltjes met een gebrek aan omringende elektronen (positieve lading) of een partiële positieve lading.

    Boortrifluoride, Aluminiumtrichloride
    halogeenalkanen
    Carbonylverbindingen (hierin kunnen de elektofiele eigenschappen van het c-atoom nog worden versterkt door inductieve effecten.

  • Halogeenmoleculen en neutrale elektrofielen ...
    Bijzondere groep. Deze verbinden zich met elektronen om uizonderlijk stabiele halogenideanionenen te vormen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de verschillende opkomende contaminenten?
  • Nanodeeltjes: beinvloeding door optische eigenschappen en katalystische activiteit
  • Siloxanen: Thermisch en chemische stabiele stoffen, koelvloeistof. Moeilijk afbreekbaar
  • Bijproducten van ontsmetting van water: CHCl3, CHCLBr2
  • Geneesmiddelen
  • Geperfluoriseerde organische stoffen: Lange koolstofketens, gesubstitueerd met fluoratomen en polaire hoofdgroep.
  • Polaire watersysteem verontreinigende organische stoffen: slecht gekaraktariseerde polaire verbindingen
Wat is een bioassay?
Een type experiment, welke gebruikt wordt voor biologische monsterafname. De effecten van chemische stoffen worden op levend materiaal getest.
Wat is een survey?
een eenmalige monitoring / monstercampagnes
Het algemene doel van monitoring:
  • Signaleren: Het opsporen van bronnen van verontreinigende stoffen en hun emissies.
  • Controleren: Vaststellen van gedrag van de stoffen, veranderingen in de mate van verontreiniging
  • Voorspellen: Het voorspellen van effecten en risico's
Monitoring van stoffen is?
Met zekere regelmaat bepalen van gehaltes van stoffen in het milieu.
  • MIilieumonitoring: abiotische monsterafname, zoals luchtkwaliteitsmeetnetten.
  • Biomonitoring: biologische monsterafname, zoals waterverontreiniging meten via mosselen (bioindicatoren)
Een blancomonster is?
monsters die zoveel mogelijk op het te analyseren monster lijken, zonder dat ze de te bepalen stoffen bevatten. Hiermee kan contaminatie opgespoord worden.
Wat is contaminatie?
Ongewilde toevoegingen aan de te analyseren stof. Storende componenten.
Wat is fractionering?
Het gezuiverde extract opschonen van eventueel aanwezige componenten die de bepaling kunnen verstoren. Vaak bij complexe mengsels.
Door het portioneren van het monsterextract, ontstaat een serie van fracties. In bepaalde fracties zitten de te analyseren stof, in de anderen zitten de storende componenten.
Welke technieken kun je toepassen voor zuiveren van de monsters?
  • Chemische behandeling: verzeping met sterke base of destructie met zwavelzuur. Brengt vaak wel verandering van componenten met zich mee. -> fractionering nodig.
  • Vloeistof-vloeistofextractie
  • Stoomdestillatie
Welke methode van ontsluiting gebruik je bij organisch materiaal?
  • Extractie
  • Vloeistof-Vloeistof extractie: organische stoffen transporteren naar een nietmetwater mengbare stof als hexaan.
  • Vloeistof-Vastestof extractie: Oplosmiddel langs vaste organische stof, waardoor het te analyseren stoffen onttrekt uit het monster. Dit kan via: De Sxhletopstelling of de Pressurized Liquid Extraction.
  • Superkritischevloeistofextractie: gebruik maken van een stof die zich zowel als gas als vloeistof gedraagt.
  • Vastestof extractie: Het monster door kolom leiden met materiaal waaraan de stoffen zich hechten. Dan wordt deze aanhechting afgespoeld, met een kleinere hoeveelheid vloeistof waardoor er een preconcentrering ontstaat.