Summary Schrijfpracticum 1 : zakelijk schrijven : werkboek

-
ISBN-10 9035805305 ISBN-13 9789035805309
479 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Schrijfpracticum 1 : zakelijk schrijven : werkboek". The author(s) of the book is/are Lieke van den Bulck van der Linden. The ISBN of the book is 9789035805309 or 9035805305. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Schrijfpracticum 1 : zakelijk schrijven : werkboek

  • 1 Zakelijk communiceren

  • Wat is communiceren?

    Communiceren is het mondeling of schriftelijk overbrengen van een boodschap van een zender aan een ontvanger.

  • Zakelijk communiceren is formeel communiceren. Zender en ontvanger zijn beide verankerd in een organisatie die bepaalde eisen stelt aan de wijze van communiceren en aan de vorm en inhoud van boodschappen. Functionele communicatie heeft altijd een bepaald doel. 

  • Cursus geeft inzicht in zakelijke communicatie als proces en elementaire richtlijnen voor het schrijven van effectieve teksten.

  • Wat zijn de vijf voorwaarden voor effectieve teksten?

    1. duidelijk
    2. efficiënt
    3. gepast
    4. aantrekkelijk
    5. correct
  • 1.1 Het communicatieproces

  • Het communicatieproces wordt duidelijk aan de hand van een communicatiemodel (zender, boodschapper, ontvanger) dat vaak wordt gebruikt in de communicatiewetenschap.

  • 1.2 Eisen aan zakelijke communicatie

  • Wat zijn kenmerken van zakelijke communicatie die bepalend zijn voor vorm en inhoud van de boodschap?

    1. Het formele karakter
    2. De functionaliteit (je hebt een bepaald doel voor ogen)
    3. Er is sprake van een organisatie die u de opdracht geeft 
    4. Er is een doelgroep waaraan u de boodschap richt (heretogene doelgroepen met verschillende belangen)
    5. Meestal onder tijdsdruk
  • Effectieve communicatie voldoet aan een vijftal eisen: een goede zakelijke tekst is:

    1. duidelijk 

    2. efficiënt

    3. gepast

    4. aantrekkelijk

    5. correct

     

  • Samenvatting vijf kenmerken van zakelijke communicatie:

    formeel, functioneel, namens een organisatie, in opdracht, voor heterogene doelgroepen, onder hoge tijdsdruk.

  • Samenvatting vijf eisen voor zakelijke communicatie:

    duidelijk, efficiënt, gepast, aantrekkelijk, correct.

  • 1.3 Kritische factoren

  • Welke vier hoofddoelen van zenders onderscheiden we in zakelijke communicatie?

    1. informeren
    2. motiveren
    3. overtuigen
    4. instrueren
  • Behoeften van de ontvanger.

    Elk schrijven is gericht aan een beoogde lezer met bepaalde behoeften, een doelgroep. Het gaat er dus om om de brief gepast is met het oog op de behoeften van de ontvanger.

  • Zenderinformatie.

    Ook  onbedoelde aspecten klinken mee in de toon van de brief. Je laat altijd iets blijken over:

    1. je eigen houding of opstelling in deze bepaalde situatie

    2. over het beeld dat je hebt van de ontvanger

    3. de ontvanger voelt wat er van hem of haar verwacht wordt

  • Wat zijn de vier soorten informatie die elke boodschap bevat? 

    1. zakelijke informatie
    2. expressieve informatie
    3. relationele informatie
    4. appellerende informatie
  • Context waarin een boodschap geschreven wordt. De boodschap moet passend zijn bij die bepaalde situatie.

    Als schrijver moet je rekening houden met randvoorwaarden. Die kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld: tijd, vorm, media.

  • Wat zijn de kritische factoren in zakelijke communicatie?

    De volgende aspecten: doelen, behoeften, soorten informatie en context.

  • 1.4 Het plannen van de boodschap

  • Plannen is het bepalen van de vorm en inhoud van de boodschap. Om een goede tekst te kunnen schrijven is het belangrijk om vooraf te plannen. De planning geschiedt op drie niveaus, die voor een belangrijk deel tegelijkertijd plaatsvinden:

    1. Procesplan - het plannen van het schrijfproces, plan van aanpak/actieplan

    (Hoe te werk gaan: wanneer beginnen met verzamelen en ordenen gegevens? Wanneer eerste versie klaar? Meelezer?

    2. Retorisch plan - bij retorische planning gaat het om bepalen van het onderwerp, de doelen en de doelgroep, en het verkennen van de randvoorwaarden.

    3. Bouwplan - soort blauwdruk van de uiteindelijke tekst. In de blauwdruk staat welke tekstdelen in het schrijven achtereenvolgens aan bod komen.

  • Wat zijn de drie soorten plannen voor zakelijke communicatie?

    1. procesplan
    2. retorisch plan
    3. bouwplan
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn hulpmiddelen om de uitwendige structuur van een tekst zichtbaar te maken?

1. Inhoudsopgave

- Bij tekst langer dan 4 kantjes, geeft beeld van structuur; bovendien lezer in staat gesteld halverwege te beginnen.

- Niet meer dan drie niveaus hanteren: hoofdstuk, paragraaf, subparagraaf.

- Andere kopjes mogen best in tekst, maar hoeven niet in inhoudsopgave genoemd te worden.

 

2. Inleiding

a. wat heb ik aan deze tekst?

b. welke invalshoek hanteert de schrijver?

c. hoe is de tekst opgebouwd?

 

3. Tussentijdse inleidingen en samenvattingen

- Mini-inleidingen kunnen beeld geven van informatie die aan de orde komt in hoofdstuk of op paragraafniveau.

- inleiding als routebeschrijving en fragmenten als richtingsborden gebruiken

- vooral bij (kranten)artikelen, nota's, scripties en informele teksten terughoudend zijn met gebruik van routebeschrijvingen en structurerende  passages. 

 

4. Alinea-indeling

- in plaats van zinnen zijn alinea's de bouwstenen van een tekst bij meer ervaren schrijvers

- maak een kladje, gebruik trefwoorden (inleiding, probleem, oplossing, voorbeeld enz.) en werk die die per alinea uit

- verband binnen de alinea door tekstopbouw

- vaak is de 1e zin van de alinea de kernzin. De toelichting op de kernzin is de rest van de alinea

- als het onderwerp bekend is kan de kernzin ook achteraan de alinea staan. bijvoorbeeld bij conclusie of afronding.

 

5. Structuuraanduiders

- onder structuuraanduiders verstaan we woorden, groepen woorden en zinnen die als voornaamste functie hebben verbanden tussen tekstfragmenten expliciet te maken

- voorbeelden: hoewel, maar, omdat, ten eerste en ten tweede etc.

- zonder structuraanduiders valt de tekst uiteen in losse bouwstenen

a. opsommend

b. redengevend

c. tegenstellend

d. vergelijkend

e. illustrerend

d. samenvattend

 

6. Titels en koppen

- De kop of titel van een tekstonderdeel is de kortste samenvatting van een hoofdstuk of paragraaf

- We hanteren bij kopjes de volgende richtlijnen:

a. kortheid (eventuele beperkingen in ondertitel)

b. informativiteit (duidelijk beeld geven van de informatie die volgt)

c. aantrekkelijkheid (kopjes zijn blikvangers)

 

Wat zijn de drie richtlijnen bij een methodische indeling?
  1. geef antwoord op de gestelde Centrale vraag (fout: antwoord blijft uit)
  2. beantwoordt zo kort mogelijk van A naar B (fout: teveel antwoorden)
  3. kill your darlings (de Cv bepaalt of darlings plaats in tekst verdienen)
Wat zijn de drie richtlijnen bij thematische, chronologische of geografische indelingen?
  1. zorg dat ordeningsprincipe niet wisselt
  2. Vermijd overlap tussen tekstonderdelen (bijzondere vorm is Droste-effect: terugkerende titels. fout!)
  3. Zorg dat de vlag (= de titelkeuze) de lading dekt 

 

Welke zes soorten vaste structuren zijn er?
  1. probleemstructuur
  2. handelingsstructuur
  3. maatregelenstructuur
  4. onderzoeksstructuur
  5. ontwerpstructuur
  6. evaluatiestructuur
Welke vier indelingsprincipes zijn er?
  1. thematisch (deelonderwerpen van het hoofdonderwerp of verschillende benaderingen en aspecten)
  2. chronologisch (invalshoek 'tijd' ; indeling gebaseerd op tijdsverloop, historische ontwikkeling)
  3. geografisch (invalshoek 'plaats'; verschillende plaatsen als basis)
  4. methodisch (de 'vorm' van een tekst als uitgangspunt door te werken in een tekstmodel)
welke voorkeur  van schrijfwijze geld als 1e? 
de oudere boven de nieuwere
sinds wanneer gelden de 2 morfologische als 1 uitgangspunt?
vanaf 2005 en we noemen het vormovereenkomst
wat is het basisbeginsel?
Nederlandse woorden vormen de spelling van de spraakklanken
Wat zijn voorbeelden tante Doortje stijl?
Door de directie wordt u verzocht op tijd aanwezig te zijn.
beter is
De directie verzoekt u tijdig aanwezig te zijn.
Wat is een tante Doortje stijl?
te vaak woordje 'door' gebruiken.