Summary Sekse, seksualiteit en Relaties

-
357 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Sekse, seksualiteit en Relaties

  • 1 Seksdifferentiatie

  • Verschillen op anatomisch niveau 


    1950: hersenen van de vrouwen zijn kleiner dan mannen, dit is in lijn met verstandelijke vermogens. 

    1975: aantal corticale neuronen in de hersenen van vrouwen en mannen is gelijk en er zijn derhalve geen functionele verschillen tussen beide 
  • Verschillen op neuro anatomisch niveau 


    limbisch systeem:
    - emotionele hersenen 
    - verwerking emoties vind diffuus plaats in de hersenen 
    - amygdala: herkennen en verwerken emoties, empathie en seksuele respons 
  • Verschillen op neuro anatomisch niveau

    hypothalamus:
    - meerdere kernen met uitlopers
    - prod sekshormonen
    - seksuele dimorfe kernen gelokaliseerd:
    * variëren in grootte tussen mannen en vrouwen
    * varieren in activiteit tussen mannen en vrouwen

    'the bed of the stria terminals':
    gaat over seksueel gedrag --> is groter bij mannen --> wordt gekleurd door VIP vezels

    kernen SCN en INAH3 --> associatie met seksuele oriëntatie
  • Funtionele verschillen in hersenen 

    Feromonen: stoffen die worden afgescheiden om soortgenoten van andere sekse aan te trekken 

    androgeenderivaten: mannelijk zweet 
    oestrogeenderivaten: vrouwelijk zweet 
  • Emotie 
    jaloezie: 
    - mannen --> correlatie met mate ervaren jaloezie en activiteit in insula 
    - vrouwen --> correlatie met mate ervaren jaloezie en activiteit van posterieure superieure temporale sulcus (STS) 
  • Seksuele respons 
    - mannen --> activiteit in thalamus, hypothalamus, cerebellum en insula --> bij foto's en videos 
    - amygdala --> beide activiteit 
    - mannen --> grote activiteit --> bij zien directe seksuele activiteit 
    - vrouwen --> grote activiteit --> bij zien voorspel 
  • Opwindingstoornis: probleem in de hersenen 
    - fMRI en PET scan onderzoeken 

    erectie problemen of lubricatie problemen : perifere fysiologische stoornis 
  • Waardoor komen sekseverschillen tot stand?
    - Y-chromosoom: essentieel voor mannelijke foetus
    - 7/8 weken --> TDF (tests determinant factor) op Y tot expressie
    - stimuleren differentiatie tot cellen van Leydig
    - Leydig: produceren AMH (anti-Muller-hormoon) en testosteron
    - AMH: degradatie buizen van muller
    - testosteron: ontwikkeling mannelijke inwendige genitaliën
    - voor uitwendige genitaliën: testosteron moet door enzym 5-alfa-reductase omgezet worden in dihydrotestosteron (10x zo actief als testosteron) 
    - afwezigheid dihydrotestosteron --> vrouwelijke uitwendige genitaal 

  • Waardoor komen sekseverschillen tot stand? meisjes:
    - geen TDF --> buis van Wolf zal degenereren --> buis van muller wordt eilleider
  • Uitwendige genitalia
  • Ontwikkeling van het brein

    - mannelijk: testosteron piek tijdens 2e trimester --> organiserende functie voor structuren --> bij puberteit testosteron weer pieken voor structuren activeren 


    voor seksuele aanleg zijn omgevingsfactoren veel minder van belang 
  • Congenitaal adrenale hyperplasie (XX)

    - enzym defect waardoor er geen cortisol gevormd kan worden in bijnieren
    - androgeen komen uit zelfde voorloper (cholesterol) wordt wel gevormd
    - lage cortisol --> verminderde feedback op ACTH --> hoog ACTH --> hoog androgeen 
    - gevolg: gedeeltelijke masculinisatie (vermannelijking) van het brein 
    - deze vrouwen zijn wel heteroseksueel --> homo wel vaker 
  • Androgeen-receptor defect (XY)
    - testes komen normaal tot ontwikkeling door de expressie van TDF
    - inwendige genitaliën zijn dus mannelijk
    - uitwendige genitaliën en brein ontwikkelen vrouwelijk
    - nog vrouwelijker --> geen menstruatie
  • 5-alfa-reductase defect
    - testosteron kan niet omgezet worden in dihydrotestosteron
    - hierdoor ontwikkeling van uitwendige genitaliën niet goed
    - brein wel masculinisatie
    - kinderen met indifferente genitaliën
    - als meisje opgevoed 
    - puberteit: M uitwendige genitaliën alsnog op gang en mannelijk gedragen 
  • Conncetiviteit mannen en vrouwenbrein 
    - man: informatie verwerking brein vooral binnen een hemisfeer --> snelle gecoördineerde actie 
    - vrouw: informatie verwerking brein tussen de twee hemisferen --> goed analytisch en intuïtief verwerken 
  • 2 Genderontwikkeling

  • Gender 
    • hoe een individu zich voelt en waarmee hij zich identificeert 
    • verwachtingen en normen kunnen veranderen 
  • Genderrol 
    • gedrag dat binnen een bepaalde cultuur en periode als typisch mannelijk of vrouwelijk wordt gezien 
  • Genderidentiteit 
    • beschrijft of een persoon zich man of vrouw voelt (of tussenin) 
  • Seksuele oriëntatie 
    • tot welk geslacht een persoon zich aangetrokken voelt 
  • Genderdysforie (GD)
    • als iemand een gevoel van onbehagenheid ervaart dat voorkomt uit de incongruentie tussen toegewezen en ervaren gender 
  • Sekse 
    • fysieke aspecten van geboortegeslacht van een individu 
  • Interseksualiteit 
    • geslacht kent meer variaties dan man en vrouw 
  • Spreken van genderdysforie 
    2 vd 6 
    • incongruentie ervaren gender en geslachtskenmerken 
    • verlangen eigen geslachtskenmerken niet te hebben 
    • verlangen geslachtskenmerken van ander gender te hebben 
    • verlangen van ander gender te zijn 
    • verlangen als iemand van het andere gender te worden behandeld 
    • overtuiging kenmerkende gevoelens en reacties van andere gender te ervaren 


    ook last van Distress en 6 maanden aanwezig zijn 
  • Desisters 
    • personen waarbij genderdysfore gevoelens als kind aanwezig waren maar op volwassen leeftijd zijn verdwenen 
  • Persisters 
    • zijn personen waarbij genderdysforse gevoelens ooit zijn verdwenen van kind tot volwassene 
  • Early onset 
    • vroeg begin van genderdysforie op kinderleeftijd 
    late onset
    • laat begin 
  • Factoren die invloed hebben op ontwikkelen genderdysforie 
    • genetische aanleg 
    • prenatale hormonen 
    • samenleving/ maatschappij 
    • omgevingsfactoren 
    • ouders 
    • psychologische factoren 
  • Criteria voor puberteitsremming 
    • levenslange genderdysforie 
    • toename genderdysforie bij de start van puberteit 
    • geen internerende comorbiditeit 
    • steunende omgeving 
    • goed begrip van de effecten van behandeling 
    • puberteitsstadium van Tanner zit tussen twee en drie 
    • persoon moet ouder zijn dan 12 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Bisphenol A
Niet vet of wateroplosbaar
als je het binnen krijgt ben je het na 24 uur weer kwijt
probleem is als je er continue aan wordt blootgesteld
Bisphenol C, F etc worden wel nog geproduceerd terwijl ze net zo toxisch zijn 
Genderdysforie
Genetische component (30-60%)
XY-CAIS
Volledige feminisatie vh brein: vrijwel uitsluitend heteroseksueel
XX-CAH
Gedeeltelijke masculinisatie vh brein: overwegend heteroseksueel
XX
In utero geen hormonale invloed (mogelijk X genen)
XY
In utero testosteron (en Y genen): organisatie postnataal, puberteit : activatie