Summary Seksuologie

-
ISBN-10 9031351873 ISBN-13 9789031351879
1080 Flashcards & Notes
153 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Seksuologie". The author(s) of the book is/are onder van L Gijs. The ISBN of the book is 9789031351879 or 9031351873. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Seksuologie

  • 1.1 inleidend overzicht

  • In de maatschappij wordt veel over seksueel gedrag gesproken. Er verschijnt wel eens een artikel over seksueel misbruik of over seksuele handelingen. Ook ontstaan er discussies over wat goed is en wat niet. Zo vond er in het televisieprogramma Pauw en Witteman een debat plaats tussen Barbara Barend (een lesbische sportjournaliste met een kind) en Mariska Orbán - de Haas (hoofdredacteur van Katholiek Nieuwsblad). Dit debat ging over lesbisch ouderschap. Mariska Orbán - de Haas vindt dat een zoon, opgevoed door twee moeders, in de toekomst zelf geen goede vader en echtgenoot kan zijn. Zij kaartte in deze discussie de theorie van Freud aan. Homoseksualiteit is in sommige gevallen nog steeds niet geaccepteerd.

    Hoofdstuk 1 Seksuologie: een inleidend overzicht

    Seksuologie heeft zich in de laatste jaren ontwikkeld tot een interdisciplinaire studie van seksualiteit. Er is steeds meer aandacht gekomen voor de behandelmethoden en de verscheidene invalshoeken, zoals het bekijken van seksualiteit vanuit een cognitief- of een genetisch oogpunt.

    Inhoud en leerdoelen

    Het boek bestaat uit zes modules:

     

    1. Seksuologie
    2. Seksualiteit
    3. Voorlichting en preventie van seksuele risico’s
    4. Hulpverlening bij seksuele disfuncties
    5. Specifieke groepen
    6. Bijzondere aandachtsvelden

    Ook heeft het boek een aantal leerdoelen:

    1. Kennis hebben van de biologische, psychologische en sociale kanten van seksualiteit
    2. Kennis hebben van de empirische methodologie binnen seksualiteit
    3. Kennis hebben van de normaliteit en abnormaliteit binnen seksualiteit
    4. Kennis hebben van de maatschappelijke en ethische kanten van seksualiteit
    5. Kennis hebben van de variabelen binnen seksualiteit
  • Op welk punt verschilden Magnus Hirscshfeld en Albert Moll van Mening? 
    Dit debat wordt heden te dagen nog steeds gevoerd. Geef een voorbeeld uit deze tijd waar je hetzelfde verschil van mening terugziet.

    Ze verschilden van mening over de manier waarop moet worden omgegaan met maatschappelijke dynamiek.
    Hirschfeld: Voorstander democratie en socialistisch internationalisme. Seksuologie wetenschappers moesten politiek en maatschappelijk actief zijn om seksuele vrijheid, emancipatie en tolerantie te bewerkstelligen.
    Moll: Pleitte voor een conformistische seksuologie en niet voor een reformatorische seksuologie. 

    Een voorbeeld van een conformistische houding is die van de Paus tegenover condoomgebruik.
    Een tegenhanger hiervan en dus een positie die pleit voor vrijheid, emancipatie en tolerantie is bijvoorbeeld de homogemeenschap of die van de transseksuelen. Heden ten dage wordt dit steeds meer geaccepteerd overal ter wereld, maar toch niet door iedereen. 

  • Dimorf voortplantingssysteem
    voortplantingssysteem waarbij iedere ouder de helft van het genetisch materiaal aanlevert
  • Twee onderzoekers hebben sekseverschillen in seksueel verlangen als onderwerp. Onderzoeker A werkt vanuit een essentialistisch perspectief en onderzoeker B vanuit een sociaal-constructionistisch perspectief. Geef voor beide onderzoekers een voorbeeld van een onderzoek. 

    Allereerst:

    - Essentialisme gaat er vanuit dat het menselijke seksuele gedrag wordt bepaald door biologische factoren en vorm krijgt volgens een universeel patroon, dat evolutionair bepaald en dus tamelijk stabiel is en slechts in geringe mate onderhevig is aan sociale verandering.

    - Constructionisme gaat er vanuit dat seksueel gedrag wordt bepaald door de betekenis die de maatschappij daaraan geeft.

    Een voorbeeld van een essentialistisch onderzoek: Onderzoek naar het seksuele verlangen van vrouwen met en zonder dyspareunie en of daar verschillen in zitten.

    Een voorbeeld van een sociaal-constructionistisch onderzoek: Onderzoek naar het seksuele verlangen van vrouwen uit verschillende culturen door middel van een vragenlijst. Hierbij moet opgelet worden of er veel sprake is van sociale wenselijkheid en of er grote verschillen zijn tussen bijvoorbeeld vrouwen uit een westerse samenleving of bijvoorbeeld vrouwen uit het Midden-Oosten. 

  • seksedimorfisme
    sekse wordt bepaald door twee X-chromosomen (meisje) of X- en Y-chromosoom (jongen)
  • Bespreek het verband tussen de volgende vier concepten: sekse, ouderschapsinvestering, interseksuele selectie en intraseksuele competitie.

    Interseksuele selectie: de partner selectie

    Intraseksuele competitie: de concurrentie binnen een sekse voor het krijgen van iemand van een andere sekse.

    Ouderschapsinvestering: de mate waarin een persoon bereid is te investeren het krijgen en succesvol opvoeden van nakomelingen

     

    De sekse met de hoogste ouderschapsinvestering, bij de mens de vrouw, zal relatief gesproken het meest interseksuele selectie gebruiken. De verklaring hiervoor is dat de sekse die het meeste investeert er het meeste belang bij heeft kieskeurig te zijn, zodat de kansen op genetisch reproductief succes vergroot worden. De sekse met de laagste ouderschapsinvestering vertoont vooral intraseksuele competitie, dit is bij de mens de man. 

  • Met betrekking tot seksualiteit is het algemene sociaal uitwisselingsperspectief door Rusbult uitgewerkt in de interdependentietheorie. De relationele dynamiek verloopt hierin volgens drie principes, welke?

    - satisfactie = (beloning – kosten) – de vergelijkingsstandaard
    - betrokkenheid = satisfactie – alternatieven + investeringen
    - betrokkenheid bepaald de mate waarin een relatie wordt voortgezet of wordt stopgezet.

  • Ina Vanwesenbeeck schrijft in H7: Crosscultureel gesproken is de health gap tussen de ontwikkelde en ontwikkelende wereld op het vlak van de seksuele gezondheid en rechten .." 
    Wat bedoelt zij met deze health gap
    Geef twee voorbeelden ter illustratie van je antwoord.

    De health gap houdt in dat in ontwikkelde landen ze veel verder zijn op het gebied van gezondheid en daar is de kennis bij de mensen over seksuele gezondheid ook meer aanwezig. In ontwikkelende landen is dit nog niet zo ver en is er dus een grote kloof tussen de ontwikkelde en ontwikkelende wereld.
    Voorbeeld 1: In de grootste delen van Afrika is het percentage moedersterfte vele malen hoger dan in de westerse wereld en dit heeft voornamelijk te maken met de gebrekkige hygiëne en gezondheidskennis wat daar aanwezig is.

    Voorbeeld 2: Het percentage ongewenste zwangerschappen en illegale abortussen is ook in de meeste landen in Afrika vele malen hoger dan in de westerse wereld. Dit door weinig kennis over anticonceptie en ook weinig toegankelijk tot anticonceptiemiddelen. Ook is het plegen van abortussen daar minder toegankelijk dan bijvoorbeeld in Nederland en kiezen meer vrouwen voor een (gevaarlijkere) illegale abortus. 

  • Verschillende strategieën en methodieken voor gedragsverandering ter preventie van soa's en hiv werden besproken in een 2 x 3 tabel. Twee doelgroepen (algemeen publiek/specifieke sociale groepen) x drie interventieniveau's (individu/groep/gemeenschap). Geeft een voorbeeld voor iedere cel in deze tabel.

    • Individu, algemeen publiek: Informatielijnen
    • Individu, specifieke sociale groepen: Partnerwaarschuwing van bijvoorbeeld soa's
    • Groep, algemeen publiek: Voorlichting school
    • Groep, specifieke sociale groepen: Voorlichting eigen taal en cultuur
    • Gemeenschap, algemeen publiek: Massamedia
    • Gemeenschap, specifieke sociale groepen: Gerichte internetsites voor homoseksuelen
  • In hoofdstuk 13 over de seksuologische hulpverlening geven Jan Wouda adviezen om de risico's van grensoverschrijding te beperken. Noem er vijf.

    1. Herkennen van patronen
    2. Bewustzijn van eigen innerlijke ervaring
    3. Erkennen van seksuele gevoelens voorstellen en gedragingen cliënt
    4. Besef van risicofactoren
    5. Kennen van regels eigen beroep en daarnaar handelen
  • Welke vragen zitten er in een seksuele mini-anamnese voor mannen met problemen met de erectie?

    • Wanneer is het probleem ontstaan?
    • Hoe is het ontstaan, in welke situatie?
    • Is er nog wel een spontane reactie mogelijk, bijvoorbeeld 's nachts?
    • Is de zin in seks veranderd?
    • Kunt u bij masturbatie nog wel een erectie krijgen?
    • Heeft u zelf een idee van de oorzaak?
    • Gebruikt u medicijnen?
    • Heeft u pijn?
    • Rookt u?
    • Drinkt u alcohol, zo ja hoeveel?
  • Met betrekking tot risicotaxatie binnen de forensische psychologie worden dynamische en statische factoren onderscheiden. Wat wordt hiermee bedoeld en geef een voorbeeld.

    Dynamische factoren zijn factoren die kunnen veranderen door behandeling, bijvoorbeeld probleemoplossende vaardigheden.

    Statische factoren zijn factoren die niet veranderd kunnen worden, bijvoorbeeld eerder gepleegde delicten. 

  • Bij het definiëren van deviante of abnormale seksualiteit zijn binnen de psychologie twee paradigma's dominant. Welke en wat houden deze in?

    Pathologisch paradigma: Deze vat deviante seksualiteit op als een (psycho)pathologische stoornis. Het is de gestoorde seksualiteit van een individu. Een natuurlijke seksuele ontwikkeling leidt in principe tot een normale seksuele objectkeuze.

     

    Interpersoonlijke paradigma: Deze ziet deviante seksualiteit niet op als stoornis, maar als overtreding van een interpersoonlijke of sociale norm die door een bepaalde groep of samenleving wordt aangehangen. 

  • In een onderzoek werd verstoring van de erectie gevonden bij 7% van de gezonden mannen, 20% van de mannen met een chronische ziekte en 30% van de mannen met diabetes. In een andere studie onder mannen met diabetes en een erectieprobleem, bleek bij 36% van de mannen het erectieprobleem te verdwijnen toen er sprake was van een nieuwe partner of afname van stress. Wat zeggen deze resultaten over de relatie tussen diabetes en erectiele disfunctie?

    Mannen met diabetes hebben veel last van erectiele disfunctie door onvoldoende productie van insuline in de pancreas. Van een klein deel van de mannen die erectieproblemen hebben zijn het psychologische problemen (36%) en van het overgrote deel heeft de erectiestoornis dus te maken met het hebben van diabetes en de gevolgen die daaraan verbonden zijn. 

  • Vanuit een biopsychosociaal perspectief kan de etiologie van problemen met het orgasme bij vrouwen worden geanalyseerd. Beschrijf één biologische oorzaak, één psychologische oorzaak en één sociale oorzaak.

    Biologisch: Aantasting centraal zenuwstelsel

    Psychologisch: Angst om zichzelf over te geven 

    Sociale oorzaak: Hoge druk van partner die graag wil dat ze klaarkomt

  • Onder andere in het tweede college van Rik van Lunsen over vrouwelijke disfuncties werd gesteld 'libido bestaat niet'. Leg uit waarom niet en wat het alternatief is.

    Libido is een interne drift als gevolg van deprivatie. Uit onderzoek is gebleken dat iets als spontane zin niet bestaat en dat seksuele opwinding/verlangen altijd getriggerd wordt door een seksuele prikkel.

    Een alternatief voor libido is verliefdheid als bewijs voor spontane zin. Verliefdheid is namelijk het sterkste afrodisiacum. 

  • Wat is genderdysforie en welke drie types kun je onderscheiden?

    De zelfervaring en het gevoel van onvrede en onbehagen man of vrouw te zijn.

    - Travestie

    - Transgenderisme

    - Transseksualiteit 

  • Geef een belangrijke bevinding of consequentie van The Hite report van Shere Hite.

    Slechts een derde van de vrouwen krijgt een orgasme door coïtus en daarom wordt het verwoed nastreven van een gelijktijdig orgasme tijdens coïtus niet aanbevolen. 

  • Welke hormonale verschillen zijn er in het bloed te vinden van premenopauzale versus postmenopauzale vrouwen?

    Postmenopauzale vrouwen hebben hogere FSH en LH waarden in hun bloed en lagere oestradiol, oestron, androsteendion en testosteron waarden. 

  • Bij de bespreking van het evolutionaire psychologische perspectief worden seksuele strategieën van vrouwen en mannen volgens Buss (2007) besproken. Mannen en vrouwen zien zich voor specifieke seksuele paringstaken gesteld met specifieke problemen op korte en lange termijn. Bespreek deze problemen voor mannen en vrouwen met betrekking tot de korte termijn strategie.

    Mannen

    • Maximaliseren van het aantal potentiële vrouwelijke partners
    • Identificeren van seksueel toegankelijke vrouwen
    • Herkennen van vruchtbare vrouwen
    • Minimum aan betrokkenheid en investering

    Vrouwen

    • Herkennen van mannen die hun bescherming kunnen bieden.
    • Identificeren van mannen die hun direct kunnen voorzien in de dagelijkse behoeften zoals voedsel en onderdak.
  • Ine Vanwesenbeeck bespreekt een experiment van Alexander en Fisher (2003) in Hoofdstuk 7 bij diversiteit naar sekse/gender. Alexander en Fisher onderzochten sekseverschillen in rapportage onder andere in (1) een conditie waar de proefpersonen te horen krijgen dat de onderzoeker het antwoord kan zien versus (2) een conditie waar de proefpersonen te horen krijgen dat de onderzoeker kan zien of de persoon liegt. In welke conditie verwacht je dat de sekseverschillen het kleinst zijn er waarom?

    In conditie 2. Alexander en Fisher hebben aangetoond dat mensen (vrouwen sterker dan mannen) zich laten leiden door sociale wenselijkheid op het gebied van seks. Dus zodra beiden sekse weten dat ze niet sociaal wenselijk kunnen antwoord, maar eerlijk moeten zijn zullen de verschillen minder groot zijn. Vrouwen zullen waarschijnlijk bijvoorbeeld meer bedpartners aangeven en mannen minder dan wanneer ze sociaal wenselijk antwoorden. Op deze manier is de verhouding ook weer enigszins gelijk, want het is namelijk technisch gezien niet mogelijk dat heteroseksuele mannen meer bedpartners rapporteren dan heteroseksuele vrouwen. 

  • Wat wordt het allergrootste risico genoemd van het vak van prostituee?

    Maatschappelijke veroordeling

  • Geeft korte definities van fimosis en dyspareunie en hoe kan fismosis tot dyspareunie leiden?

    Fimosis: de voorhuid (prepetium) van de penis te nauw waardoor deze niet goed over de glans penis kan schuiven.

    Dyspareunie: pijn op en rond de geslachtsdelen bij coïtus.

     

    Omdat de voorhuid niet goed teruggeschoven kan worden kunnen er ontstekingen onder de voorhuid ontstaan, waardoor coïtus pijnlijk wordt of zelfs niet mogelijk is. 

  • Te snelle zaadlozing (premature ejaculatie) is de meest voorkomende orgasmestoornis bij mannen. Noem en bespreek (kort) een psychologische en een farmacologische interventie.

    • Psychologische interventie: knijp techniek waarbij vlak voor ejaculatie er kort en hard in de penis wordt geknepen waardoor de ejaculatie wordt uitgesteld.
    • Farmacologische interventie: verdovende crème die voorgaan aan coïtus op de penis gesmeerd (en daarna weer afgeveegd) moet worden zodat deze minder gevoelig is en de ejaculatie uitstelt. 
  • Hoe ziet de hormonale behandeling van M-V transseksuelen eruit?

    - Anti androgenen: Andocur, om mannelijke geslachtskenmerken te onderdrukken

    - Oestrogenen: progynova,oestrogeenpleisters en meno-implant om de ontwikkeling van vrouwelijke kenmerken te versterken

  • In het hoofdstuk seksueel geweld: gevolgen en behandeling wordt geschreven: onderzoek naar de effecten van psychotherapeutische behandeling van kinderen na seksueel geweld kent een aantal belemmeringen. Welke?

    1. Kinderen zijn niet altijd een betrouwbare informatiebron

    2. Kinderen worden niet aangemeld voor therapie omdat ze emotionele of gedragsproblemen hebben, maar omdat ze seksueel misbruikt zijn.

    3. Herstel hangt niet alleen samen met het effect van een behandeling, maar ook met het functioneren van d volwassene van wie het kind afhankelijk is.

    4. Kinderen vallen vaak terug en symptomen veranderen gedurende de ontwikkeling van het kind. 

  • Hoeveel procent van de mannen verlangt wel eens naar sadomasochisme? En hoeveel procent van de vrouwen? Wat is frotteurisme?

    Mannen: 10,7%

    Vrouwen: 9,1%

     

    Frotteurisme: Zonder toestemming aanraken en wrijven tegen een andere persoon. 

  • Voor een depressie slikt een man Prozac. Wat is een mogelijke seksuele bijwerking?

    Interferentie met het ejaculatieproces, waarbij de latentietijd toeneemt. 

  • Waarvoor dient het WEA (walking erectile assessment)

    Middel om erectiestoornis te diagnosticeren. Bestaat uit visuele seksuele stimulatie + vibrotactiele stimulatie + aandachtsmanipulatie. 

  • Sanderijn van der Doef besprak de ontwikkeling van de genderidentiteit. Wat kun je hieromtrent verwachten bij een kind van 3,5 jaar? En bij een kind van 6 jaar?

    Kind van 3,5 jaar:

    • Besef gender is constant
    • Weten wat mannelijk en vrouwelijk is en stereotypisch zijn in interactie
    • Grote invloed leeftijdsgenoten

    Kinderen van 6 jaar:

    • Ontstaan groepsculturen en stereotype gedrag
    • Jongens: hiërarchisch en competitief
    • Meisjes: samenwerking en lief zijn
  • Er zijn meer M-V dan V-M transseksuelen.

    Juist

  • Na een GAB (geslachtsaanpassende behandeling) zijn M-V transseksuelen minder tevreden dan V-M transseksuelen.

    Juist

  • Wat is de Nederlandse vertaling voor uterus en wat gebeurt er met de uterus tijdens de opwinding, plateau, orgasme en herstelfase van de seksuele respons.

    De uterus is de baarmoeder.

    • Opwinding: Uterus gaat als het ware omhoog in het lichaam zodat deze beschermd ligt tijdens penetratie.
    • Plateau: Uterus ligt in volledig gestrekte positie en wordt gevoeliger. Het zorgt ook voor een tenteffect in de vagina.
    • Orgasme: Contracties in de baarmoeder
    • Herstel: De opening cervix blijft 25-30 minuten openstaan. De baarmoeder gaat weer terug in de oorspronkelijke positie en de vagina krijgt ook weer een normale grootte. 
  • Recent onderzoek van Meston en Buss (2007) laat zien dat personen allerlei redenen om aan seks te doen rapporteren. Op basis van factoranalyse zijn die redenen in vier hoofdgroepen op te delen, welke?

    - Fysieke redenen

    - Emoties

    - Middel om doelen te bereiken

    - Onzekerheidsreductie

  • Met betrekking tot seksuele selectie worden twee vormen besproken: intraseksuele competitie en interseksuele selectie. Let uit wat hiermee wordt bedoeld en illustreer dit met twee voorbeelden.

    • Intraseksuele competitie: het beconcurreren van personen binnen een sekse om toegang te krijgen tot de andere sekse. Bijvoorbeeld het machogedrag van mannen om zo meer aandacht te krijgen van vrouwen.
    • Interseksuele selectie: de partnerselectie. Vrouwen gaan bijvoorbeeld op zoek naar een partner die aan bepaald eisen voldoet zoals goede baan, veel status, verzorgend, en zijn daarin bereid veel tijd en moeite te steken. Mannen daarentegen kiezen meer voor de korte termijn strategie en zijn op zoek naar iemand die leuk en aantrekkelijk is voor de korte termijn. 
  • Vanuit een informatieverwerkingsperspectief is de rol van het geheugen met betrekking tot subjectieve seksuele beleving besproken. Twee verschillende geheugensystemen hebben ieder een andere bijdragen, leg dit uit.

    - Expliciet geheugen (declaratief): dit dient voor feiten en gebeurtenissen.

    - Impliciet geheugen (niet-declaratief): dit dient voor vaardigheden, priming, niet associatief leren, klassieke conditionering. 

  • Wat beïnvloedt de aantrekkelijkheid of het hebben van een buitenechtelijke seksuele interactie of relatie? Deze vraag is onderzocht door Hatfield en Prins. Zij deelden hun respondenten op in drie groepen: zij die te veel kregen, zij die te weinig kregen en zij die in evenwicht waren. Dit met betrekking tot begerenswaardigheid van het zelf en de partner. Bespreek de uitkomsten. 

    Relationele onbillijkheid initieert of versterkt de algemene relationele ontevredenheid, die op haar beurt duidelijk gecorreleerd is met buitenechtelijke seks. 

    Zij die te weinig kregen, dus partners die meenden dat ze begerenswaardiger dan hun partner waren begonnen eerder met buitenechtelijke seks en hadden er ook meer ervaring mee. De twee andere groepen verschillen niet van elkaar: zij hadden verhoudingsgewijs weinig buitenechtelijke seks. 

  • In een Nederlandse steekproef van 2000 mensen, helft man, helft vrouw, hoeveel homoseksuelen verwacht je bij mannen en bij de vrouwen?

    Bij mannen: tussen 7,1% en 13,4% dus tussen de 71 en 84 personen.

    Bij vrouwen: tussen 5,5% en 18,2% dus tussen de 55 en 182 personen. 

  • Welke DSM-IV stoornis wordt hier bedoeld? Aanhoudend of recidiverend onvermogen om de adequate lubricatiezwellingsrespons van seksuele opwinding te krijgen of in stand te houden tot het einde van de seksuele activiteit. 

    Opwindingsstoornis bij vrouwen

  • Waartoe dienen het intra-uterine device (IUD) en het intra-uterine system en wat is het verschil?

    Het IUD is het spiraaltje. Dit kleine apparaatje van plastic en koperdraad wordt in de baarmoeder aangebracht en zorgt bij gemeenschap voor een zaaddodend effect.

    Het IUS is het spiraaltje zonder koper. Dit wordt ook in de baarmoeder aangebracht en scheidt een hormoon (levonorgestrel) af. De betrouwbaarheid wordt hierdoor nog groter.

     

    Verschillen:

    IUD heeft koperdraad, IUS niet.

    IUS scheidt hormonen af, IUD niet. 

  • Seksueel overdraagbare infecties worden in drie groepen onderscheiden. Welke drie en geef binnen iedere groep één specifiek voorbeeld.

    - Virale aandoeningen: HIV, herpes genitales

    - Bacteriële infecties: chlamydia, syfilis

    - Niet-bacteriële aandoeningen: schaamluis

  • Met betrekking tot de etiologie van dyspareunie bij vrouwen werden somatische en psychische factoren besproken. Geef van ieder een voorbeeld en komt het ook voor bij mannen?

    Somatisch: vaginale infecties, wondjes

    Psychologisch: Angst voor pijn door bijvoorbeeld eerdere pijnlijke coïtus ervaring

    Dyspareunie komt ook bij mannen voor maar dan in specifiekere benamingen zoals fimosis of blue balls. 

  • Sanderijn van der Doef besprak masturbate bij kinderen t/m 6 jaar. Wat zei zij over verschillen tussen kinderen en volwassenen? Hoe verschillen kinderen van 3 jaar van kinderen van 6 jaar?

    - Volwassenen gebruiken het met een seksuele bedoeling en kinderen zien het meer als een spel of een ontdekking.

    - Kinderen van 3 weten nog niet dat het niet netjes is in het openbaar, kinderen van 6 hebben dit besef wel. 

  • Welke geslachtschromosomen heeft een man, XY of XX? Bij de seksuele differentiatie in de embryonale ontwikkeling is gesteld: het grondpatroon is vrouwelijk. Wat wordt hiermee bedoeld?

    XY

     

    Een embryo heeft van oorsprong vrouwelijke geslachtskenmerken. Na 5 maanden vindt er geslachtsdifferentiatie plaats en door afscheiding van het geslachtshormoon testosteron krijgt de embryo mannelijke geslachtskenmerken. Als deze afscheiding niet plaats vindt en er dus geen invloed van geslachtshormonen is dan zal de embryo vrouwelijke geslachtskenmerken krijgen. 

  • Wat is het effect van MDMA op de seksuele respons.

    MDMA is exctasy en dit zorgt ervoor dat bij 40% van de mannen de erectie hapert. Het orgasme stelt zich vaak ook uit en wordt als intenser ervaren. Ook geeft het een intens gevoel van verbondenheid, vaak ook met gevoelens van verliefdheid en een verhoogde kans op romantische of seksuele escapades. Het seksuele verlangen neemt ook matig tot sterk toe. 

  • Buss stelde een hiërarchie op van kenmerken van een seksuele partner (vrouw) die door mannen worden verlangd. De hiërarchie van kenmerken die vrouwen verkiezen verschilt voor twee kenmerken. Welke staat hoger, welke staat lager?

    Hoger: inkomenswervingscapaciteit
    Lager: Fysieke aantrekkelijkheid

  • Geef de seksuele responscyclus volgens Masters & Johnson en volgens Kaplan

    M&J: opwinding --> plateau --> orgasme --> herstel

    Kaplan: verlangen --> opwinding --> orgasme --> herstel

  • Wat is het motivatiecircuit?

    De amygdala ontvangt informatie vanuit het sensorisch systeem. Deze informatie wordt doorgegeven aan de nucleus accumbens. Dopaminecellen in het VTA (ventrale tegmentale gebied) worden gestimuleerd door de amygdala en laten dopamine vrij in de nucleus accumbens. Dopamine (DA) versterkt het signaal dat vanuit de nucleus accumbens naar de globus pallidus gaat, die op zijn beurt motorsystemen activeert. 

  • Wat betekent HBV, HIV en HPV en wat is een overeenkomst en wat een verschil?

    HBV: Hepatitus B virus

    HPV: Humaanpillomavirus -> genitale wratten

    HIV: hummaan immunodeficiënte virus

     

    Overeenkomst: Het zijn allemaal virale aandoeningen

     

    Verschil: Voor HBV injectie mogelijk ter preventie en HPV en HIV niet. 

  • Wat betekenen de termen verkrachting, aanranding, ontucht, schennis van eerbaarheid en pornografie?

    • Verkrachting: Geweld of dwang gebruiken bij het tegen de wil in van de andere persoon uitvoeren van seksuele handelingen.
    • Aanranding: Het tegen iemands wil in uitvoeren van seksuele handelingen
    • Ontucht: Onvrijwillige seksuele handelingen bij personen jonger dan 16 die zich in een afhankelijke positie bevindt ((stief)ouder, docent)
    • Pornografie: Het uitbeelden van seksuele handelingen in visuele (foto's, film tekeningen) of geschreven vorm. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.