Summary Seneca Maatschappijwetenschappen vwo deel 3: de 21ste eeuw

-
ISBN-13 9789492630025
307 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Seneca Maatschappijwetenschappen vwo deel 3: de 21ste eeuw". The author(s) of the book is/are Lennart Schra, Marco Veldman Durk van der Veen. The ISBN of the book is 9789492630025. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Seneca Maatschappijwetenschappen vwo deel 3: de 21ste eeuw

  • 12.1 Context: Prinsjesdag

  • Wat is het poldermodel?
    De Nederlandse variant van het consensus- of harmoniemodel. Conflicten behoren te worden opgelost door compromissen te sluiten in onderhandelingen.
  • Wat zijn de cultuurdimensies van Hofstede?
    1. Grote machtsafstand versus kleine machtsafstand.
    2. Individualistisch versus collectivistisch.
    3. Lage  onzekerheidsvermijding versus hoge onzekerheidsvermijding.
    4. Langetermijngerichtheid versus kortetermijngerichtheid.
    5. Masculien versus feminien.
  • Wat is enculturatie?
    Het aanleren en verwerven van de cultuur waarin men geboren wordt.
  • Wat is acculturatie?
    Het aanleren en verweven van een andere cultuur.
  • Wat is economisch kapitaal?
    Financieel bezit of een hoog inkomen.
  • Wat is sociaal kapitaal?
    Het hebben van connecties, netwerken, de graad van eer en respect die een groep geniet.
  • Wat is cultureel kapitaal?
    Culturele competenties, waaronder kennis, houdingen, opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor hoge sociale posities.
  • Wat is een politiek systeem?
    Hierin worden normen en waarden overgedragen zoals belangenafweging, compromissen sluiten en samenwerking.
  • Hoe het functionalisme paradigma aankijkt tegen (politieke) socialisatie.
    Men is geïnteresseerd hoe waarden en normen worden verworven. Dit bereikt de samenleving door geïnternaliseerde rolverwachtingen die de persoonlijkheid van de leden van die samenleving kan vormen. 

    Socialisatie is het middel om de cultuur over te dragen en steeds weer te laten voortbestaan.
  • Hoe het conflict paradigma aankijkt tegen (politieke) socialisatie.
    Het legt de nadruk op hoe socialisatie betekenis geeft aan de sociale ongelijkheid in de samenleving.
  • Hoe het sociaalconstructivisme paradigma aankijkt tegen (politieke) socialisatie.
    Hier wordt vanuit het individu geredeneerd. Een individu construeert een beeld van de werkelijkheid maar niet in een isolement.
  • Wat is een legitiem politiek systeem?
    Als een politiek regime geaccepteerd wordt door de bevolking.
  • Wat is de legitimiteit van de rechtsstaat?
    Als de burgers de besluiten door de rechterlijke macht als onafhankelijk ervaren en erop vertrouwen dat de overheid zich aan de wet houdt en rechtmatig handelt.
  • Aan welke zes politieke vereisten moet een grootschalige democratie voldoen?
    1. Gekozen volksvertegenwoordigers die de regering controleren.
    2. Vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen.
    3. Vrijheid van meningsuiting.
    4. Toegang tot meerdere onafhankelijke informatiebronnen, geen censuur of een monopolie voor staatsmedia.
    5. Vrijheid van vereniging.
    6. Inclusief burgerschap: alle volwassenen hebben dezelfde rechten.
  • Wat zijn een drietal probleemgebieden die betrekking hebben op de politieke cohesie?
    1. Politieke betrokkenheid.
    2. De bestuurlijke schaalvergroting.
    3. Gemankeerde communicatie.
  • Wat is het afspiegelingsmodel?
    De volksvertegenwoordiging moet zoveel mogelijk lijken op de samenstelling van het volk zelf.
  • Wat is het rolmodel?
    Hierbij is de representativiteit hoog als de standpunten van de volksvertegenwoordiger lijken op die van het volk.
  • Wat is het partijenmodel?
    Politieke partijen spelen een sleutelrol in een democratie omdat verschillenden partijen verschillende standpunten binnen het volk vertegenwoordigen.
  • Wat is het verschil tussen een politieke institutie en een politieke organisatie?
    Een politieke organisatie, een instelling, heeft een adres maar een politieke institutie niet.
  • Wat is een coalitie?
    Partijen die samenwerken voor een gemeenschappelijk doel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de global village gedachte?
Door globalisering zijn gebieden steeds hechter met elkaar verbonden. 
door de verbondenheid worden in welvarende landen de problemen van de niet welvarende landen ervaren.
Kennedy
Correlatie tussen militaire en economische macht van staten. 
grootmachten hebben hun macht te danken aan economische groei


grootmachten vervallen door imperial overstretch= grootmacht is teveel gegroeid om overal nog evenveel macht te hebben. 

hypothese voor de 21e eeuw : VS gaat ook imperial overstretch mee maken en ingehaald worden door china als grootmacht 


kritiek is : eenvoud van de theorie, oorzaak gevolg relatie
Huntington
Volgens huntington is de wereldgeschiedenis eigenlijk een strijd van beschavingen . Huntington beweert dat die verschillende beschavingen een belangrijke oorzaak zijn van internationale conflicten.
wie was fukyama, wat was zijn voorspelling over de ontwikkelingen van machtsverhoudingen?
Fukayama is politicoloog
deed met zijn artikel het einde van de geschiedenis een voorspelling
deze voorspelling was:  de verschillen tussen ideologieën worden steeds minder belangrijk
Hoe werken interstatelijke conflicten?
Internationaal is tussen staten
deze conflicten worden vaak door overleg en onderhandelingen opgelost
Hoe werken intrastatelijke conflicten?
Intrastatelijk betekent binnen een staat. Vaak heeft de staat dan 
  • interne soevereiniteit problemen ( burgers erkennen staat niet)
  • geweldsmonopolie probleem ( iemand anders dan de staat gebruikt geweld)


intra statelijke conflicten hebben ondanks dat het binnen een staat is een internationaal karakter door:
  • de internationale interdepentie ( bijv. Migratiestromen )
Identiteit
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft. Dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groepen waar hij wel of niet een deel van uitmaakt
Socialisatie
Het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen
Cultuur
Het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven
Sociale ongelijkheid
Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling