Summary Sensation & Perception

ISBN-10 160535211X ISBN-13 9781605352114
247 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sensation & Perception". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9781605352114 or 160535211X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sensation & Perception

  • 1.1.1 Sensation and perception

  • Sensation
    Het vermogen om een stimulus te detecteren en, mogelijk, deze detectie in een privé waarneming om te zetten.
  • Het (kort, algemene) proces van het verwerken van sensorische informatie van een zintuig:
    Het begint allemaal op hetzelfde punt (bv. bij het oog) en deelt dan nog de vroegere verwerkingsprocessen met de andere aspecten. Hierna wordt alle informatie verschillend verwerkt langs aparte paden.
  • Perception
    Betekenis en een doel geven aan een gedetecteerde gevoel.
  • Een wetenschappelijke methode om S&P te bestuderen is het gebruik van thresholds:
    Bij bijvoorbeeld je gehoor. Wat is het hardste geluid dat je zonder je gehoor te beschadigen kan luisteren? Als je je gehoor wel hebt beschadigd wordt deze threshold (negatief) weer anders
  • 1.2 Thresholds and the dawn of physics

  • Dualisme
    Het idee dat de ziel gescheiden van de materialistische wereld van het lichaam is.
  • Leg de begrippen materialisme en monisme uit. Hoe staat monisme in verhouding tot de stof in het boek?
    Het idee dat alles wat bestaat tastbaar is en dat alles inclusief de ziel en het bewuste het resultaat van interactie tussen 'bits of matter' is. De ziel is een aspect van het lichaam. De ziel is wat het brein doet. 
    Het boek gaat er vanuit dat perceptie onderdeel van onze 'mind' is en dat het een verzameling van de activiteiten van de neuronen in ons brein en zenuwstelsel is.
  • Wie was Gustav Fechner?
    Hij en Wilhelm Wundt waren de uitvinders van experimentele psychologie. Gustav Fechner verbond psychologie aan natuurkundige feiten (matter), dit noemde hij psychophysics, om zo de relatie tussen het lichaam en de 'mind' te kunnen beschrijven.
  • Psychophysics:
    De wetenschappelijke studie van de relatie tussen een stimulus en een sensatie.
  • Het eerste patroon dat opviel door Weber en Fechner --> Just Noticeable Difference:
    Komt voort uit Fechner's 'two-point-touch threshold'. Psychophysics wordt het best begrepen als er wordt gekeken naar hoe proefpersonen een verschil ervaren tussen 2 stimuli. Bij de 'Just Noticeable Difference' wordt er gekeken naar wanneer een verschil gaat opvallen. Bijvoorbeeld bij kaarsen: we kunnen de extra hoeveelheid licht ervaren als er 1 kaars extra wordt aangestoken terwijl er al 3 branden. We zien geen verschil als er 1 extra kaars wordt aangestoken terwijl er al 6 kaarsen branden. Dus de JND is het kleinst detecteerbare verschil tussen 2 stimuli.
  • Hoe heet de logaritmische relatie van de Just Noticeable Difference? Leg uit wat het is en wat we hier aan hebben.
    De Weber-Fechner Law. Het is de relatie tussen de fysieke intensiteit en de waarneembare intensiteit. Als de intensiteit wordt verdubbeld van een stimuli, verdubbelt de JND ook. Hierdoor hoeven we alleen maar de JND van een specifieke stimulus intensiteit te meten omdat we de rest kunnen voorspellen met de logaritmische relatie.
  • 1.2.1 Psychophysical methods

  • Er zijn veel methodes gebruikt om de perceptuele threshold te meten maar hiervan worden er veel niet meer gebruikt omdat ze lastig te beheersen zijn. Leg kort uit wat de 'method of limits' en 'method of adjustment' is. Leg ook uit waarom ze niet vaak meer worden gebruikt.
    • Method of limits: Psychophysical methode waarbij de stimuli intenser wordt totdat de proefpersoon aangeeft deze waar te kunnen nemen of waarbij de intensiteit van de stimuli afneemt totdat de proefpersoon aangeeft hem niet meer te kunnen waarnemen. Aan de hand van deze gegevens wordt de threshold bepaald.
    • Method of adjustments: Het zelfde als de 'method of limits' maar dan mag de proefpersoon de stimuli zelf aanpassen totdat deze wel of niet meer waargenomen wordt.
    • Bij beide methodes is de proefpersoon zich er erg van bewust dat er een verschil is tussen de stimuli. Door verwachting (error of anticipation) van de proefpersoon kan het zijn dat er een verschil wordt aangegeven onder de threshold (error of habituation).
  • Wat is de betere manier om een threshold te meten?
    Een '2-alternative forced choice' (2AFC) ontwerp. Houdt in dat er 2 alternatieven worden gepresenteerd, bijvoorbeeld goed/fout, meer/minder. De 'method of constant stimuli' is ook zo'n 2AFC ontwerp. Hierbij worden stimuli random door elkaar getoond en moet de proefpersoon antwoorden of hij de stimulus wel/niet (of meer/minder) waarneemt. Heeft wel heel veel verschillende metingen nodig om resultaat in elkaar te zetten.
  • Hoe bepalen we de threshold efficient?
    Met de 'Transformed Up/Down method). De stimuli neemt af totdat deze niet meer wordt waargenomen. Als de stimuli niet meer wordt waargenomen zal de stimuli weer toenemen totdat deze wel weer wordt waargenomen.
  • 1.2.2 Scaling methods

  • Cross-modality matching
    Een proefpersoon moet bijvoorbeeld de intensiteit van een smaak matchen aan de intensiteit van een geluid.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Feature search (parallel search)
Stimulus --> you’re attention goes to it à need some processing time so different targets at different parts in the visual field will not be processed
·This processing time of target that is presented also gives rise to the attentional blink
-if you have your spotlight on a specific feature, then going to take some time to process that and even if a target is at a same location, you can miss that target.
-That gives rise to a temporal attention problem you can have, you can show that in a rapid serial visual processing task (RSVP)
Feature search (parallel search)
is efficient
-Single different feature (vb. red bar) amongst others is very easy to find.
-Number of distractors doesn’t matter
·Stimilus Onset Asynchrony (SOA): 
how long before the appearing of target
Posner Cueing Paradigm (zie plaatje)
·No cue: fixate on the dot, then present a probe: meassure reaction time
·Exogenous cue (periphal cue): fixating on black dot, then just beforee target appears: exogenous cue (red square). Helps you respond faster
-valid (left) vs invalid (right)
·Endogenous cue (symbolic cue): cue not at location where target is going to appear, but in the center on where you’re fixating. Still gives you idea where target is going to appear.  Helps you respond faster
-valid (left) vs invalid (right)
Covert + Overt and voluntary
-First Covert: fixating on the middle with the robots and looking in surrounding parts and then see waldo à switch: Overt naar Waldo
-=Main model for attention. We use our attention to determine where our eyes are moving.
Overt and voluntary. 
·Vb. where is Waldo (zie plaatje)
-In such an image, you have to search for certain features, but a lot of similar looking objects in picture
-So you’re jumping from part to part in image that look like waldo’s features.
-You have to use your eyemovements, because too much detail. 
Overt and automatic
·Vb. focus on iets maar dan zie je een leeuw à focust op leeuw
-Acuity superior where we fixate (fovea)
-Sudden appearance causes ‘capture’ of attention. ➡ Fixation automatically shifted towards object
-We can examine object
> Hierdoor kan je ook andere dingen die veranderen ondertussen missen (change blindness bijv.)
Processing part selection
·Different theories / models. Can be divided in two classes (early/late?)
·Registration: happens when your focus hits the eye for instance
·Perceptual analysis: combining things to surfaces and stuff
·Semantic encoding/analysis: giving it a label
-Then we have our thing what we do with it, what comes in through sensory input
·Couple of theories state that there is early selection, so at perceptual analysis stage
Others say it’s later: after the semantic stage
Evidence for both, depends on kind of stimuli you use. At different stages several selection mechanisms.
Selection… Why?
·There is a limited processing capacity (both in space and time).
·Attention helps to select certain features that are further processed..
·(and attention helps reach our conscious awareness)
Inefficient search
It is not hard to distinguish T from L, but we need to attend to each item until we stumble on the target, and every distractor adds time. Why do we get these results? One theory is that these tasks involve serial self-terminating search, in which items are examined one after another either until the target is found or until all items have been checked. 
Moeilijker om te zoeken als je het niet herkent (voorbeeld zoeken naar chinees teken).