Summary Sheets colleges

-
476 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Sheets colleges

  • 1 Aantekeningen sheets 3 april

  • Inhoud van het vak:

    Economische benadering: Het gaat om de inrichting van de samenleving "the greatest happiness for the greatest number".

     

    Enerzijds is behoefte (verschillende mate van urgentie) en anderzijds is schaarste.

     

    Economie heeft niks met geld te maken. Het is alleen een praktische manier om de schaarse middelen & behoeften uit te drukken.

  • Het verdelings argument is lastig. Economen hebben niet zoveel te zeggen over vedeling. Behalve 1 ding:

     

    Situatie A: welvaartsvermindering

    Inefficiënte(minder welvaart geproduceerd dan had gekund) inzet van middelen, maar rechtvaardige verdeling.

     

    Situatie B: welvaartsmaximalisatie

    Efficiënte inzet van middelen (welvaart op zijn best geproduceerd) maar onrechtvaardige verdeling.

    Oplossing voor de onrechtvaardige verdeling: Het heffen van belasting en dat verdelen onder de armen zodat de verdeling rechtvaardig is.

     

    Welvaart B > A

     

    Economen kunnen niks zeggen over rechtvaardige verdeling --> ze kunnen wel de meest optimale situatie berekenen/bepalen.

     

    Economen kiezen alleen vanuit economisch oogpunt voor situatie B, niet over bijv. verplichte orgaandonatie. Men kan bewijzen dat verplichte orgaandonatie flinke aftrek heeft.

     

    Komende weken leggen we alleen de nadruk op efficiëntie en niet op de verdeling ervan.

     

     

  • Instituties

    Het beschikbaar komen van producten en diensten via:

    • de markt
    • de overheid
    • de instituties
  • Wat bepaalt het marktmechanisme/ prijsmechanisme?

    Het marktmechanisme bepaalt hoe een prijs tot stand komt op de markt. Enerzijds heb je de kant van de producent en de marginale kosten van het aanbod. Anderzijds heb je de kant van de consument en het marginale nut van de vraag.

  • Wat verstaat men onder consenting adults?

    Ruil onder "vrije" wil, niet onder dwang etc.

  • Overheid of Collectieve besluitvorming

    Collectieve besluitvorming:

    • productie
    • consumptie
    • meebetalen
    • prijs wordt bepaald door behoefte & schaarste
    • besluiten zijn bindend
  • Wat verstaat men onder het Particulier Initiatief?

    Het particulier initiatief is de samenkomst van collectieve & markt & particulier initiatief.

  • Wat zijn de kenmerken van het Particulier Initiatief?

    • Vrijwillig lid worden
    • Gebruik van de faciliteiten
    • Bijdrage gebruik
    • Regels
  • Wat is er zo ingewikkeld aan de markt en de interventies?

    Het ligt vaak ingewikkeld omdat er allerlei tussenvormen zijn van hoe de markt te beheren/ zijn gang laten gaan.

  • Welke plicht hebben consumenten en ook verzekeraars?

    1. Verzekeringsplicht van consumenten
    2. Acceptatieplicht door verzekeraars
  • Wat is het Centrale Punt binnen de economie?

    Tot welke mate van efficiëntie leidt een bepaalde inrichting van een sector?

  • Casus Donornieren--> Het gaat om efficiëntie.

    Hoe kunnen we beschikbaar komen van organen voor transplantatie zo optimaal mogelijk regelen?

     

    1. Presumed Consent--> effectief
    2. Betalen (via herverdeling). Enerzijds via de vrije markt en anderzijds via een orgaanbank--> efficiënt en rechtvaardig, maar leidt dit wel tot vrijwillige afstand?
    3. Survival Lottery, of gevangenen die levenslang hebben doden en hun organen gebruiken voor transplantatie.
    4. Donorplicht met goede orgaanbank--> serieuze economische analyse. Het gewenste aantal is verzekerd. Het werkt tegen luie mensen. Het is onrechtvaardig.
    5. Rijken kopen eigen bijdrage.

     

     

    Wanneer de vraag daalt: Wie geen donor is krijgt geen orgaan. Een goede oplossing tegen free riders.

    Wanneer de vraag daalt: Bij het niet gezond gedragen in het leven, dan heeft men geen recht op een orgaan.

     

    Organen oogsten op Haïti. Landen die gesteund worden door NL waar rampen of oorlogen zijn, daar mogen we organen terug van vragen.

     

    De uitkomst is dat we te veel focussen op de baten en niet op de kosten. Aanbodzijde focus/

    De kosten moeten minder zijn dan de baten.

     

    Bij donorplicht moet niet alleen rekening gehouden worden met de dode donoren, terwijl levenden ook baten opleveren en hierdoor de kosten lager gehouden kunnen worden.

     

    Kostenplaatje:

    • Donaties leveren evidente kosten op risico op.
    • Levende donaties-> Kosten afweging maken. Tijdens je leven kan je afstand doen van een orgaan, maar stel je voor dat je het orgaan zelf na 10 jaar weer nodig hebt.
    • Mensen met een bepaalde levensbeschouwing of geloofsovertuiging.
    • Welvaart is iets waar je zelf over beslist. Hoeveel ruimte wordt er geboden voor jouw welvaart in de samenleving --> welvaartsverlies met totale donatie bereid.
    • Prijs plus een bepaalde marge moet voldoende zijn om het persoonlijke welvaartsverlies te bekostigen bij levende orgaandonatie.
    • Elke ruil moet vrijwillig gebeuren, niet door anderen besloten -->anders leidt dit tot welvaartsverlies.

     

    Conclusie:

    Het gaat over een model van de vrije markt. Consumenten hebben een vrijwillige keuze tot donatie. Het prijsmechanisme werkt anoniem.

    Het model gaat wel uit van vaste veronderstellingen aangezien het een model is.

     

  • Drie conclusies voor het inrichten van markten (m.b.t. orgaandonaties):

    1. Die euro besteed aan orgaandonatie betekent dat die euro niet ingezet kan worden elders in de GZH.
    2. Wees creatief met inrichtingen. Je hebt enerzijds de aanbod kant (betalen) en de vraagkant (plicht) bepalingen. Verschillende modellen nagaan of ze voldoen aan de welvaartsmaximalisatie of welvaartsverlies
    3. Concrete systemen: Hoe goed lijken ze op het model? In casu: vrijwillig?

     

  • Wat zijn welvaartseffecten voor alle betrokkenen?

    Welvaartseffecten zijn alle kosten & baten zoals door betrokkenen gezien en gewaardeerd worden.

    --> Zowel welvaartsmaximalisatie als ook verlies

    --> Som van alle individuen voor bijvoorbeeld de gezondheidszorg --> Som van alle nut.

  • Wat zijn welvaartseffecten voor mij? --> Maximale individuele welvaart.

     

    --> wat is de beste alternatieve besteding

    --> zijn alle alternatieven uitgemolken? --> dan alleen maar verlies.

     

    Waarderen, kiesen en betalen liggen in één hand.

  • Wat is de waarde van water?

    • Situatie afhankelijk
    • Hoe meer eenheden, hoe meer totale waarde

    De waarde van een eenheid van een goed is situatie afhankelijk.

    Afnemende waarde leidt tot meer opbrengsten.

     

    Totale waarde neemt toe zolang je meer eenheden hebt, de opbrengsten nemen af= Marginaal nut

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is agendamacht?
  • Model sterk geënt op situaties met 'ondeelbare' goederen.

- Militaire programma's, infrastructuurprojecten

- Discrete keuzen bieden meer gelegenheid voor alles-of-niets strategie.

  • Ligt anders als continue variatie van omvang programma's mogelijk is.

- Sociale voorzieningen, dienstverlening.

Varieert het informatiemonopolie?

- Op ministerie van Defensie informatiemonopolie sterk:

  • Geheimhouding
  • Gene informatie-uitwisseling met 'collega-bewindslieden'
  • Geen mogelijkheden voor benchmarking

- Elders informatiemonopolie afwezig of minder sterk.

  • Informatie-uitwisseling met collega's in andere gemeenten, landen.
  • Mogelijkheden voor benchmarking
  • Contra-expertise van rekenkamers, onderzoeksinstellingen maatschappelijke deskundigheid.
Wat is de doelstellingsfunctie van ambtenaren?

- Public Service Motivation?

  • Ambtenaren werken 'voor de publieke zaak'
  • Maar verandert dat iets wezenlijks?
  • Identificatie met belang van eigen afdeling/departement.
  • Dus ook dan: streven naar maximalisatie budget voor afdeling/departement.

- Uiteenlopende strategieën voor behartiging eigen belang.

  • Collectieve strategieën (groter bureau) versus individuele strategieën (eigen carrière).
  • Belangentegenstellingen binnen bureaucratie.

- Verschillen tussen bureaus en agencies.

  • Bureaus met uitvoerende taken (veel belang bij omvang budget) versus bureaus zonder uitvoerende taken (transfers, toezicht en sturing).

 

Hoe luidt het kritiek op het model?

Monopoliepositie bureaus?

  • Soms wel enige concurrentie tussen bureaus om uitvoering van de taak. Vergelijk: concurrentie tussen landmacht, luchtmacht en marine.
  • En in elk geval concurrentie tussen bureaus om aandeel in budget. Vergelijk: concurrentie tussen defensie en verkeer en waterstaat om investeringsbudgetten.
  • Op andere terreinen: (potentiële) dreiging van uitbesteding overheidstaken.
Is het model empirisch houdbaar?

Lastig te toetsen:

  • Hoe stel ik als onderzoeker vast wat het politieke optimum is? Hoe stel ik vast wat de doelstellingsfunctie van ambtenaren is?

Wel enkele toetsen uitgevoerd:

  • Uit model volgt: daling van de kosten met x%, leidt tot stijging van het budget met 2x%. Hypothese gefalsificeerd.
  • Uit variant 2 volgt: indien in status quo budget hoger is, zullen nieuwe budgetten lager zijn, dan in vergelijkbare situaties waarin status quo budget lager is. Hypothese niet gefalsificeerd, vindt zelfs enige ondersteuning in empirisch onderzoek.
Uitkomst variant 2:
  • Ambtenaren worden beperkt in gebruik van informatiemonopolie en agendamacht.
  • Uitkomst nog steeds grotere output dan politiek optimaal, maar wel minder allocatieve inefficiëntie dan in eerste model.
Variant 2
  • Kritiek: aanname van onbegrensde agendamacht is niet realistisch
  • In veel gevallen is naast het nulalternatief ook handhaving van de status quo mogelijk. - Politici kennen huidige uitgaven voor bestaande anti-raket-verdediging, en (geschatte) effectiviteit daarvan.
  • Ambtenaren gedwongen in hun voorstel ten minste huidige batig saldo te evenaren.
Uitkomst variant 1: uitkomst op andere doelstellingsfunctie

- Politici krijgen keuze voorgeschoteld tussen:

  • Nulalternatief, en alternatief met de omvang van het politiek optimale programma.
  • Maar kosten van dat programma worden door bureaucraten begroot op veel meer dan noodzakelijke kosten.

- En kiezen voor programma dat de optimale omvang heeft, maar tegen aanzienlijk hogere kosten dan noodzakelijk wordt gerealiseerd.

- Overheid is niet te groot (geen allocatieve inefficiëntie), maar kent veel technische of productieve inefficiëntie.

Varianten 1: andere doelstellingsfunctie   "Is de maximalisatie van budget/output enig mogelijke en realistische invulling van ambtelijke doelstellingsfunctie?"
  • Nee: Niskanen in 2e instantie:
  • Bureaucraten streven naar maximalisatie van discretionair budget.
  • Discretionair budget= verschil tussen door politici beschikbaar gesteld budget en minimaal noodzakelijke kosten van beloofde programma.
Hoe luidt de door Niskanen voorspelde uitkomst?

- Bureaucraten spelen 'alles of niets'

  • Voorgelegde keuze is tussen nulalternatief (geen raketsysteem) en alternatief dat bureaucratisch optimum benaderd.

- Politici kiezen voor het laatste voorstel:

  • Vervult behoefte aan raketverdediging
  • Kosten zijn lager dan de baten
  • Dus beter dan nulalternatief

- Bij gegeven veronderstellingen over kosten en baten: "bureaucratic rule of two": overheidsprogramma's vallen twee maal zo omvangrijker uit als gewenst. Met andere woorden: allocatieve inefficiëntie.

- Maar: kosten van overheidsprogramma's = minimaal noodzakelijke kosten. In dit model van Niskanen is de uitkomst technisch efficiënt.