Summary Sheets colleges

-
476 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Latest added flashcards

Wat is agendamacht?
  • Model sterk geënt op situaties met 'ondeelbare' goederen.

- Militaire programma's, infrastructuurprojecten

- Discrete keuzen bieden meer gelegenheid voor alles-of-niets strategie.

  • Ligt anders als continue variatie van omvang programma's mogelijk is.

- Sociale voorzieningen, dienstverlening.

Varieert het informatiemonopolie?

- Op ministerie van Defensie informatiemonopolie sterk:

  • Geheimhouding
  • Gene informatie-uitwisseling met 'collega-bewindslieden'
  • Geen mogelijkheden voor benchmarking

- Elders informatiemonopolie afwezig of minder sterk.

  • Informatie-uitwisseling met collega's in andere gemeenten, landen.
  • Mogelijkheden voor benchmarking
  • Contra-expertise van rekenkamers, onderzoeksinstellingen maatschappelijke deskundigheid.
Wat is de doelstellingsfunctie van ambtenaren?

- Public Service Motivation?

  • Ambtenaren werken 'voor de publieke zaak'
  • Maar verandert dat iets wezenlijks?
  • Identificatie met belang van eigen afdeling/departement.
  • Dus ook dan: streven naar maximalisatie budget voor afdeling/departement.

- Uiteenlopende strategieën voor behartiging eigen belang.

  • Collectieve strategieën (groter bureau) versus individuele strategieën (eigen carrière).
  • Belangentegenstellingen binnen bureaucratie.

- Verschillen tussen bureaus en agencies.

  • Bureaus met uitvoerende taken (veel belang bij omvang budget) versus bureaus zonder uitvoerende taken (transfers, toezicht en sturing).

 

Hoe luidt het kritiek op het model?

Monopoliepositie bureaus?

  • Soms wel enige concurrentie tussen bureaus om uitvoering van de taak. Vergelijk: concurrentie tussen landmacht, luchtmacht en marine.
  • En in elk geval concurrentie tussen bureaus om aandeel in budget. Vergelijk: concurrentie tussen defensie en verkeer en waterstaat om investeringsbudgetten.
  • Op andere terreinen: (potentiële) dreiging van uitbesteding overheidstaken.
Is het model empirisch houdbaar?

Lastig te toetsen:

  • Hoe stel ik als onderzoeker vast wat het politieke optimum is? Hoe stel ik vast wat de doelstellingsfunctie van ambtenaren is?

Wel enkele toetsen uitgevoerd:

  • Uit model volgt: daling van de kosten met x%, leidt tot stijging van het budget met 2x%. Hypothese gefalsificeerd.
  • Uit variant 2 volgt: indien in status quo budget hoger is, zullen nieuwe budgetten lager zijn, dan in vergelijkbare situaties waarin status quo budget lager is. Hypothese niet gefalsificeerd, vindt zelfs enige ondersteuning in empirisch onderzoek.
Uitkomst variant 2:
  • Ambtenaren worden beperkt in gebruik van informatiemonopolie en agendamacht.
  • Uitkomst nog steeds grotere output dan politiek optimaal, maar wel minder allocatieve inefficiëntie dan in eerste model.
Variant 2
  • Kritiek: aanname van onbegrensde agendamacht is niet realistisch
  • In veel gevallen is naast het nulalternatief ook handhaving van de status quo mogelijk. - Politici kennen huidige uitgaven voor bestaande anti-raket-verdediging, en (geschatte) effectiviteit daarvan.
  • Ambtenaren gedwongen in hun voorstel ten minste huidige batig saldo te evenaren.
Uitkomst variant 1: uitkomst op andere doelstellingsfunctie

- Politici krijgen keuze voorgeschoteld tussen:

  • Nulalternatief, en alternatief met de omvang van het politiek optimale programma.
  • Maar kosten van dat programma worden door bureaucraten begroot op veel meer dan noodzakelijke kosten.

- En kiezen voor programma dat de optimale omvang heeft, maar tegen aanzienlijk hogere kosten dan noodzakelijk wordt gerealiseerd.

- Overheid is niet te groot (geen allocatieve inefficiëntie), maar kent veel technische of productieve inefficiëntie.

Varianten 1: andere doelstellingsfunctie   "Is de maximalisatie van budget/output enig mogelijke en realistische invulling van ambtelijke doelstellingsfunctie?"
  • Nee: Niskanen in 2e instantie:
  • Bureaucraten streven naar maximalisatie van discretionair budget.
  • Discretionair budget= verschil tussen door politici beschikbaar gesteld budget en minimaal noodzakelijke kosten van beloofde programma.
Hoe luidt de door Niskanen voorspelde uitkomst?

- Bureaucraten spelen 'alles of niets'

  • Voorgelegde keuze is tussen nulalternatief (geen raketsysteem) en alternatief dat bureaucratisch optimum benaderd.

- Politici kiezen voor het laatste voorstel:

  • Vervult behoefte aan raketverdediging
  • Kosten zijn lager dan de baten
  • Dus beter dan nulalternatief

- Bij gegeven veronderstellingen over kosten en baten: "bureaucratic rule of two": overheidsprogramma's vallen twee maal zo omvangrijker uit als gewenst. Met andere woorden: allocatieve inefficiëntie.

- Maar: kosten van overheidsprogramma's = minimaal noodzakelijke kosten. In dit model van Niskanen is de uitkomst technisch efficiënt.