Summary sociaalzekerheidsrecht

-
264 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "sociaalzekerheidsrecht". The author(s) of the book is/are Noordam. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - sociaalzekerheidsrecht

  • 10.1 Inleiding

  • Welke regelingen kent het stelsel van sociale zekerheid op grond waarvan gezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning kan worden verleend?
    Zijn er 3:

    - De Zorgverzekeringswet, Zvw

    - De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), vanaf 2015 Wet langdurige zorg (Wlz)

    - De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015)
  • Wat voor soort verzekeringen zijn de Zvw en AWBZ/Wlz? En wat strekken deze wetten te verzekeren?
    Volksverzekeringen. 

    Zvw: basispakket dat toegang biedt tot de dagelijkse geneeskundige zorg, zoals bijv. medicijnen, huisarts, of een ziekenhuisopname. Bestaat uit 1. natura verzekering, prestaties in natura die dan worden vergoed. 2. restitutieverzekering, vergoeding van gemaakte kosten. 

    AWBZ/Wlz: naturaverzekering voor onderdelen van medische zorg die individueel niet of slecht tegen een hoge premie verzekerd kunnen worden, zoals het verblijf in een verpleeghuis. 
  • Wat zijn de publieke randvoorwaarden voor de Zvw en de AWBZ/Wlz?
    Twee plichten: verzekerings- en acceptatieplicht. 

    Zvw: verzekerden moeten zelf een verzekeringsovereenkomst afsluiten met een private verzekeraar (verzekeringsplicht)

    AWBZ/Wlz: anders dan bij de Zvw hoeft is men van rechtswege verzekerd. 

    - Verzekeraars hebben wel een acceptatieplicht mbt het basispakket, en mogen dus niet weigeren, hierdoor is de privaatrechtelijke structuur van de Zvw voorzien van pbuleike randvoorwaarden. 

    - Voor de aanvullende verzekeringen is geen verzekerings- of acceptatieplicht.
  • Wat beoogt de Wmo?
    Deze sociale voorziening beoogt te bevorderen dat iedere inwoner van de gemeente kan meedoen in de samenleving. Zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en zelforganisatie - bijvoorbeeld door inschakeling van hulp in eigen kring (mantelzorg)

    Ondersteuning van gemeenten komt pas in beeld als het gaat om problemen die mensen zelf niet kunnen oplossen.
  • Hoe hangt de Wmo en Zvw samen met de AWBZ?
    AWBZ-prestaties zijn ondergebracht tot het Wmo-domein, bijv. beschermde woonomgeving bieden voor mensen met psychische problemen (beschermd wonen) of extramurale (buiten de wand/ziekenhuis) ondersteuning zoals dagopvang en vervoer. 

    Ook in de Zvw zijn AWBZ-prestaties ondergebracht, waaronder extramurale ondersteuning zoals verpleging en persoonlijke verzorging (wijkverpleging). 
  • Waarom wordt de AWBZ overgeheveld naar de wmo en zvw?
    Zodat de AWBZ weer terugkeert naar zijn roots, het is in de praktijk gaan fungeren als oplossingen voor knelpunten in de gezondheidszorg waardoor het steeds verder van zijn oorspronkelijke doel afdreef. 

    Steeds diverse lichtere vormen van zorg zijn hierdoor binnengeslopen. 

    Dit ging gepaard met een sterke groei in kosten, van 200 miljoen naar 28 miljard. Op deze manier komt de houdbaarheid van het zorgstelsel onder druk. De overheveling is dus om het tij te keren.
  • Waarop richt de Wlz zich?
    Op mensen die bijvoorbeeld in een intramurale (binnen de muren/binnen ziekenhuis) omgeving, permanent, zeg maar 24 uur per dag, zorg en toezicht nodig hebben. Reikwijdte is dus teruggebracht tot zware vormen van langdurige zorg, waaronder ouderzorg en gehandicaptenzorg.
  • Wat is de doelstelling van de hervorming van de AWBZ naar de Wlz? Hoe zal dit nader worden ingevuld?
    Tweeledig:

    1. Kosten terugdringen zodat langdurige zorg en ondersteuning gewaarborgd kan blijven.

    2. Hangt samen met de veranderende eisen die mensen stellen aan de kwaliteit van hun leven om meer te blijven in hun eigen omgeving zodat zij zelfstandig blijven en niet vereenzamen. 

    - Wordt ingevuld door integrale maatwerkbenadering. Gemeenten gaan maatwerk leveren, zij krijgen meer taken (passend onderwijs, verantwoordelijk voor gehele jeugdzorg etc.) zodat zij een totaal oplossing kunnen bieden, kunnen innoveren. 

    Het eigen probleemoplossend vermogen en ondersteuning van elkaar staan in de nieuwe zorgfilosofie voorop.
  • 10.2.1 Opdracht gemeenten

  • Waar staat de opdracht geregeld van de gemeente en wat is de inhoud hiervan?
    Wettelijke opdracht staat in art. 2.1.1 wmo. 

    Deze is uitgewerkt in art. 1.1.1. onder maatschappelijke ondersteuning. 
  • Wat houdt participatie en zelfredzaamheid in?
    Zie art.1.1.1 wmo

    Participatie is het meedoen in het maatschappelijk verkeerd. Zelfredzaam zijn is het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen.
  • 10.2.2 Algemene maatregelen/voorzieningen

  • Wat kunnen gemeenten doen ter uitvoering van hun wettelijke opdracht om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning?
    Algemene maatregelen nemen

    Algemene voorzieningen treffen

    En maatwerkvoorzieningen verstrekken.
  • Welke doel hebben algemene maatregelen?
    Drieledig:

    1: de sociale samenhang en de veiligheid en de leefbaarheid in de gemeente te bevorderen 

    2: huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden en 

    3. mantelzorg en vrijwilligerswerk te ondersteunen

    art. 2.2.1. en art 2.2.2 wmo
  • Wat is respijtzorg?
    Tijdelijke ontlasting van mantelzorgers, zodat ze rust krijgen van de zorg en kunnen relaxen. Valt onder ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, gaat dus niet bij deze vorm alleen om geven van advies, scholing en lotgenotencontact. 
  • Waarop richt de algemene voorziening zich en hoe onderscheid dit zich van de maatwerkvoorziening?
    Richt zich op: 1. de bevordering van de zelfredzaamheid en de participatie en 2. het bieden van opvang (art. 2.2.2. wmo). 

    Onderscheid zich doordat bij een algemene voorziening niet eerst onderzoek hoeft plaats te vinden voor de persoonlijke omstandigheden van de potentiele gebruiker. 
  • Wat zijn voorbeelden van algemene voorzieningen en welke moeten verplicht volgens de wet beschikbaar zijn?
    Volgens de wet verplicht:

    1. advies- en meldpunt voor huiselijk geweld, art. 2.2.5. wmo

    2. cliëntenondersteuning, art. 2.2.4. wmo. Gaat hierbij om adviseurs die betrokkenen helpen bij het organiseren van hun eigen situatie, waarbij het belang van de client voorop staat, lid 3.

    - Overige voorbeelden: vervoersvoorzieningen, of inloopvoorzieningen voor mensen die zich eenzaam voelen. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

- CRvB 5 maart 2013, 11/6009 WWB e.v., LJN BZ3688, USZ 2013/121, Onrechtmatig huisbezoek bij kamerbewoner, Geen redelijke grond en geen ‘informed consent’, Onrechtmatig verkregen bewijs.

Afwijzing aanvraag als alleenstaande.


Geen redelijke grond en geen informed consent. 


Anders dan appellant naar voren heeft gebracht, levert het enkele feit dat betrokkene de door appellant gevraagde bewijzen van onderhuur en betaling van huur niet kon overleggen geen redelijke grond op voor het huisbezoek. Minder grove middelen zoals uitnodigen op kantoor. 

EN 


De eis van “informed consent” houdt in dat de toestemming van de belanghebbende berust op volledige en juiste informatie over de reden en het doel van het huisbezoek en over de gevolgen die het weigeren van toestemming voor de verlening van bijstand heeft. 

Onrechtmatig huisbezoek bij  kamerbewoner. 


De handhavingsmedewerkers hebben, door zonder redelijke grond en zonder toestemming van betrokkene diens kamer te betreden, inbreuk gemaakt op het huisrecht van betrokkene. Dit betekent volgens

vaste rechtspraak (CRvB 12 januari 2010, LJN BK8928) dat wat de handhavingsmedewerkers in de kamer van betrokkene hebben waargenomen als onrechtmatig verkregen bewijs bij de beoordeling van het recht op bijstand
van betrokkene buiten beschouwing dient te blijven. 
Bruikbaarheid niet ondertekende verklaring.


Onrechtmatig verkregen bewijs strekt zich ook uit tot in huiskamer ingevuld formulier gezamenlijke huishouding. 
- HR 13 maart 2015, USZ 2015/113, Gezamenlijke huishouding, Twee woningen,Afwisselend verblijf in beide woningen, Vaststellen hoofdverblijf, Zwaartepunt van persoonlijk leven.

Essentie: Indien sprake is van twee personen aan wie ieder een woning ter beschikking staat, en die ieder afwisselend in deze beide woningen verblijven, zal ten aanzien van ieder van hen afzonderlijk moeten worden beoordeeld in welke van die woningen hij zijn hoofdverblijf heeft. Op basis van de feitelijke omstandigheden moet worden beoordeeld in welke van die woningen zich
het zwaartepunt van het persoonlijk leven van betrokkene bevindt.
HvJ EU 5 februari 2015, USZ 2015/83, C-655/13, ECLI:EU:C:2015:62, Begrip‘gedeeltelijk werkloze grensarbeider’.

Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 71, lid 1, onder a), i), van verordening nr. 1408/71 aldus moet worden uitgelegd dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds dienstverband bij een werkgever in een lidstaat, deeltijds werkzaam wordt bij een andere werkgever in dezelfde lidstaat, de hoedanigheid heeft van
gedeeltelijk werkloze grensarbeider in de zin van die bepaling. Dus in zijn werkland moet hij WW aanvragen. Dit in navolging op jurisprudentie De Laat. 
- CRvB 17 april 2015, USZ 2015/159, ECLI:NL:CRVB:2015:1239, Amber,Causaliteitvereiste (Illustratie Amber-problematiek).

Volgens vast rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld zijn uitspraak van
31 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3560) brengt uitleg van de in artikel 55, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet WIA vervatte causaliteiseis mee dat de bewijslast in beginsel rust op degene die het standpunt huldigt dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de eerdere en latere uitval. Het is in dit geval dan ook aan het Uwv om gegevens aan te dragen die buiten twijfel stellen dat er van enig oorzakelijk verband tussen beide arbeidsongeschiktheidsgevallen geen sprake is. Gelet op de aangehaalde rechtspraak dient te worden beoordeeld of het Uwv erin geslaagd is om aan te tonen dat buiten twijfel staat dat de bij appellant gediagnosticeerde rugklachten als gevolg van de HNP voortkomen uit een andere ziekteoorzaak dan die waaruit de beperkingen voor het verrichten van arbeid zoals vastgesteld bij de FML van 28 september 2010.
- CRvB 26 november 2014, USZ 2015/1, ECLI:NL:CRVB:2014:4054,Benadelingshandeling, Verminderde verwijtbaarheid.

Samenvatting: De werkgever had betrokkene, die ongeschikt was voor zijn eigen werk als woonbegeleider, andere werkzaamheden aangeboden. Betrokkene stelde dat dit werk, gelet op de feitelijke invulling daarvan niet passend was en hij dit niet kon volhouden. Omdat hij daarvoor geen begrip ondervond bij de werkgever, heeft hij aangestuurd op en ingestemd met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.

Betrokkene heeft een benadelingshandeling gepleegd in de zin van art. 45 lid 1 onder j ZW door, zonder eerst stappen te ondernemen jegens de werkgever, aan te sturen op en akkoord te gaan met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst en daarmee een loonaanspraak over meer dan een jaar prijs te geven.

Gelet op de periodieke evaluaties van de bedrijfsarts en de in het kader van de WIA-beoordeling opgestelde FML is echter gerede twijfel mogelijk aan de passendheid van twee van de drie taken die deel uitmaakten van het opgedragen werk. Gezien de twijfel aan de passendheid van het werk bevond appellant zich in een lastige positie. De stukken bevatten geen aanwijzing dat de werkgever voor die positie begrip had en betrokkene daadwerkelijk vrijliet in het al dan niet verrichten van het werk. Wel blijkt uit de periodieke evaluaties van de bedrijfsarts dat er een conflictueuze situatie was, die een belemmering vormde voor de re-integratie van betrokkene. Er moet van worden uitgegaan dat de werkgever geen actie heeft ondernomen ter verbetering van de onderlinge verhoudingen. Gelet op al deze omstandigheden kan betrokkene niet in overwegende mate een verwijt worden gemaakt van de gepleegde benadelingshandeling.
- CRvB 21 mei 2014, USZ 2014/222, ECLI 2014:1757 m.n. Fluit, Wijziging bedongen arbeid.

In gevallen als deze, waarin sprake is van re-integratie van een werknemer in het bedrijf van de werkgever, is voor een nieuwe loondoorbetalingsplicht van de werkgever bepalend of de (passende) werkzaamheden die de werknemer als gevolg van de re-integratie is gaan verrichten, moeten worden aangemerkt als nieuw bedongen arbeid. De wijziging in arbeidsduur met ingang van 1 juni 2008 is een weloverwogen, gezamenlijke keuze van werkneemster en werkgeefster geweest. Zij hebben daaraan een zodanige betekenis toegekend dat dit reden vormde om de arbeidsovereenkomst voor wat betreft de overeengekomen arbeidsduur en arbeidsdagen per week formeel te wijzigen. Zij hebben zich voorts naar die gewijzigde situatie bestendig gedragen. Appellant heeft zich met
juistheid op het standpunt gesteld dat de bedongen arbeid is gewijzigd, dat ten gevolge daarvan met ingang van 8 april 2009 een nieuwe periode van verplichte loondoorbetaling als bedoeld in art. 7:629 BW is ontstaan en dat de daaruit ontvangen inkomsten in mindering moeten worden gebracht op de uitkering van werkneemster.
- CRvB 18 november 2009, LJN BK3713, Bij loonsanctie is werkgever'risicoaansprakelijk' voor fouten bedrijfsarts, Negeren tweede spoor wordt bestraft.

De verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer impliceert verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde diensten door ingeschakelde deskundigen, zoals de arbodienst. De grief van werkgeefster dat zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op het oordeel van haar eigen deskundige, kan dan ook niet slagen. Werkgeefster heeft zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en het besluit tot oplegging van de loonsanctie kan mitsdien in rechte stand houden.
- CRvB 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754, Overgangsrecht Wetaanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW regelgeving; uitgangspunten bijindringender beoordeling evenredigheid van de bestuurlijke boete.
Voorwaarden uitkering


De Centrale Raad van Beroep oordeelt, evenals eerder Rechtbank Noord-Nederland, dat het in strijd is met internationaal recht wanneer de vanaf 1 januari 2013 geldende strengere regels voor boetes in de sociale zekerheid worden toegepast op overtredingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013.  
- CRvB 22 mei 2013, nr. 11/4900 WW-T, LJN CA0751. Benadelingshandeling,Prijsgeven loonaanspraken, Wijziging overeengekomen beëindigingsovereenkomst, Geen verwijtbare werkloosheid.

Benadelingshandeling: Door werkgever te vragen in te stemmen met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op een eerdere dan aanvankelijk met werkgever overeengekomen datum, heeft appellant een benadelingshandeling gepleegd. Hij heeft zijn loonaanspraak over de periode van 1 juli 2010 tot 1 januari
2011 prijsgegeven zonder dat is gebleken dat hij in een situatie verkeerde waarin het voor hem onmogelijk was geworden in dienst van werkgever te blijven. Zijn handelen heeft ertoe geleid dat de datum met ingang waarvan hij aanspraak maakt op een WW-uitkering nodeloos is vervroegd.

Zelfstandige: Op grond van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de WW eindigt het recht op uitkering voor zover de werknemer zijn hoedanigheid van werknemer verliest voor het aantal uren dat hij werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer in de zin van deze wet wordt beschouwd.  Dus als hij voor een gedeelte zelfstandig is, dan behoudt hij voor het andere deel zijn werknemerschap. Zie ook 77a WW, toestemming vragen.
- CRvB 18 februari 2009, USZ 2009/69, Verwijtbare werkloosheid en dringende reden.

Voorwaarden uitkering

Het punt is hier dat volgens de CRvB verwijtbare werkloosheid in de zin van art. 24 lid 2 sub a alleen wordt aangenomen als het ontslag voldoet aan de criteria die de Hoge Raad stelt aan een ontslag op staande  voet, en daar zit ook een onverwijldheidseis in (subjectieve dringendheid). Omdat de werkgever een half jaar heeft gewacht, is er dus niet onverwijld ontslag gegeven.


de subjectiviteit van de dringende reden, in onderlinge samenhang bezien met de aard en ernst van de gedraging en de andere relevante aspecten, zoals de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.

heeft KLM nog tot 16 augustus 2006 gewacht met het indienen van het ontbindingsverzoek. Daaruit kan naar het oordeel van de Raad niet anders worden
geconcludeerd dan dat KLM, tenminste subjectief, geen reden aanwezig heeft geacht voor een onverwijlde beëindiging van de arbeidsovereenkomst met appellant wegens een dringende reden.

kan niet anders worden geoordeeld dan dat niet is gebleken van een zo ernstige gedraging van appellant dat voor KLM een situatie was ontstaan die een ontslag op staande voet rechtvaardigde.