Summary Social and Personality Development

-
247 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Social and Personality Development

  • 2.1 The psychoanalytic viewpoint

  • Freud zei dat mensen gedreven worden door motieven en conflicten die onbewust plaatsvinden en dat onze persoonlijkheid gevormd wordt door vroege ervaringen.
  • 2.1.1 Freud's psychosexual theory

  • Volgens Freud zijn baby's egoïstische wezens die gedreven worden door 2 soorten instincten:
    • Eros: helpen de persoon te overleven, zoals honger, ademen en seks.
    • Thanatos: aangeboren, zelfbeschadigende destructieve instincten die alle mensen karakteriseren, zoals agressie.
  • Freud zei dat de ontwikkeling een proces is van conflicten: enerzijds zijn er instincten die voldaan moeten worden, anderzijds is er de maatschappij die zegt dat deze behoeften onwenselijk zijn en dus onderdrukt moeten worden. Hoe ouders hier in de eerste jaren van het leven mee omgaan, speelt een grote rol in hoe het gedrag en karakter van het kind ontwikkelt.
  • 2.1.1.1 Three components of personality

  • Wat zijn de 3 componenten van persoonlijkheid volgens Freud?
    1. Id: aangeboren instincten
    2. Ego: het rationele deel van de persoonlijkheid
    3. Superego: geïnternaliseerde morele standaarden, bewustzijn
  • 2.1.1.2 Stages of psychological development

  • Volgens Freud was het seks instinct het meest belangrijk. De psychoseksuele ontwikkeling verloopt in 5 fasen waarbij de aandacht verschuift van het ene lichaamsdeel naar de andere.
  • Wat zijn de 5 fasen van de psychoseksuele ontwikkeling en welke leeftijd hoort erbij?
    1. Orale fase, tot 1 jaar
    2. Anale fase, 1-3 jaar
    3. Fallische fase, 3-6 jaar (aandacht meer op geslachtsdelen)
    4. Latentiefase, 6-11 jaar (meer interesse in omgeving, meer abstract denken)
    5. Genitale fase, vanaf 12 jaar
  • In de fallische fase ontwikkelen kinderen een soort verlangen naar de ouder van het andere geslacht en daarmee een soort vijandigheid naar de ouder van het eigen geslacht. Dit heet het oedipus complex voor jongens en het electra complex voor meisjes. Ze gaan zich identificeren met de ouder van hetzelfde geslacht door hun gewoontes over te nemen.
  • Als een kind in een fase te veel of te weinig aan de seksuele behoeften is toegekomen, kan het zich op dit gedrag gaan fixeren, wat zich later in het leven nog in andere vormen kan uiten.
  • 2.1.2 Contributions and criticisms of Freud's theory

  • Er is weinig bewijs voor dat de conflicten in de psychoseksuele fasen zo veel invloed hebben op de latere persoonlijkheid. Mogelijke verklaring is dat Freud zijn theorie heeft gebaseerd op een klein aantal emotioneel verstoorde volwassenen.
  • 3 goede dingen aan de theorie van Freud:
    • Onbewuste processen
    • Het belang van vroege ervaringen op de latere ontwikkeling
    • De emotionele kant van de ontwikkeling 
  • 2.1.3.1 Comparing Erikson with Freud

  • Twee verschillen tussen Freud en Erikson:
    • Erikson zei dat kinderen actieve ontdekkers waren die zich aan hun omgeving aanpassen, in plaats van passieve 'slaven' aan biologische neigingen.
    • Erikson legde de nadruk niet zozeer op seksuele neigingen maar meer op culturele en sociale invloeden.
  • Hoe heet de theorie van Erikson?
    De psychosociale theorie
  • Erikson formuleerde 8 fasen van psychosociale crisis:
    1.  Vertrouwen versus wantrouwen: vertrouwen dankzij steun omgeving of angst en zorgen over anderen
    2. Autonomie versus schaamte en twijfel: onafhankelijkheid als onderzoek wordt gestimuleerd, anders twijfels over zichzelf en schaamte.
    3. Initiatief versus schuld: ontdekken van manieren om dingen in gang te zetten, schuldgevoel over daden en gedachten.
    4. Vlijt versus minderwaardigheid: groeiend besef van competenties, gevoelens van minderwaardigheid, geen vertrouwen in eigen kunnen.
    5. Identiteit versus identiteitsverwarring
    6. Intimiteit versus isolement: ontwikkeling van liefdevolle seksuele relaties en hechte vriendschappen, angst voor relaties met anderen.
    7. Generativiteit versus stagnatie: gevoel bij te dragen aan de continuïteit van het leven, bagatelliseren eigen activiteiten, self-centered.
    8. Integriteit versus wanhoop: gevoel van eenheid in wat men in het leven heeft bereikt, spijt van gemiste kansen
  • 2.1.3.2 Eight life crises

  • Elk conflict in de fasen van Erikson komt op zijn eigen tijd tevoorschijn, wat wordt bepaald door maturatie en sociale verwachtingen die mensen ervaren op bepaalde punten in het leven. Elke fase moet succesvol doorlopen worden om op een bevredigende manier naar de volgende over te gaan.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe denken kinderen van verschillende leeftijden over vriendschap?
  • Kinderen van 4/5 (Selman fase 0): elke plezierige interactie betekent vriendschap
  • Kinderen van 6-8 (Selman fase 1): gemeenschappelijke activiteit blijft belangrijk maar het gaat nu om dat iemand er bewust voor kiest iets leuks met hem te doen. Vaak nog eenrichtingsverkeer.
  • Kinderen van 8-10 (Selman fase 2): wederzijds vertrouwen, respect en vriendelijkheid. Vrienden psychologisch hetzelfde als zij.
  • Adolescenten (Selman fase 3 en 4): nog steeds psychologisch hetzelfde die elkaar vertrouwen en helpen, maar nu ook belangrijk dat intieme gedachten en gevoelens gedeeld worden. Belangrijk is voor elkaar opkomen en loyaliteit. 
Welke factoren beïnvloeden de identiteitsontwikkeling?
  • Cognitieve ontwikkeling
  • Opvoeding
  • Scholing
  • Sociaal-culturele context 
Marcia heeft 4 statussen van identiteitsontwikkeling genoemd. Welke zijn dit?
  • Identity diffusion: nog niet echt hebben nagedacht over een identiteit en er dus ook niet aan toegewijd zijn.
  • Foreclosure: toegewijd zijn aan een identiteit maar die is niet voortgekomen uit een crisis, maar bijvoorbeeld 'omdat mijn ouders gelovig zijn ben ik dat ook'. Ze hebben er dus niet zelf over nagedacht. 
  • Moratorium: dit is de typische identiteitscrisis: er wordt veel nagedacht over identiteit maar er is nog geen toewijding aan een identiteit.
  • Identity achievement: na lang over identiteit nagedacht te hebben, is er nu toewijding.
Harter zei dat zelfvertrouwen bestaat uit het beoordelen van zichzelf op verschillende onderdelen. Welke onderdelen?
  • Schoolse vaardigheden
  • Sociale acceptatie
  • Atletische competentie
  • Uiterlijk
  • Gedrag

Deze vormen samen een globale waardering: overall self-worth
Wat is personal agency?
Beseffen dat je zelf de oorzaak kan zijn van een gebeurtenis: als jij met je arm beweegt, beweegt de ballon heen en weer.
Wat is zelfconcept?
De perceptie die iemand heeft over zijn eigen unieke combinatie van eigenschappen.
Wat is de looking-glass self?
Het zelfconcept is grotendeels gevormd door hoe andere mensen op iemand reageren, een soort sociale spiegel.
Wat is het zelf?
De combinatie van fysieke en psychologische eigenschappen die voor iedere persoon uniek zijn.
Wat is de social stimulation hypothesis?
Dat socially deprived baby's zich abnormaal ontwikkelen doordat ze weinig contact hebben gehad met verzorgers die constant en responsief op het kind reageerden. Doordat iemand reageert op bijvoorbeeld het lachen van een kind, krijgt het kind het idee dat het controle heeft over zijn sociale omgeving. Dit zorgt weer voor een positief werkmodel van zichzelf. Als de aandacht van anderen dan  inderdaad goed uitpakt, ontstaat ook een positief werkmodel van anderen.
Wat is de maternal deprivation hypothesis?
Dat socially deprived baby's zich abnormaal ontwikkelen doordat ze geen hechting hebben kunnen vormen met een primaire verzorger. Echter blijkt dat ook kinderen die door verschillende personen zijn opgevoed en dus niet één hechtingsfiguur hebben, zich prima kunnen ontwikkelen.