Summary Social Psychology

-
195 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Social Psychology". The author(s) of the book is/are Aronson, Wilson & Akert. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Social Psychology

  • 1 Wat is sociale psychologie

  • definitie sociale psychologie
    studie naar de manier waarop gedachten, gevoelens en gedragingen van menen beïnvloed worden door de fysieke of niet-fysieke aanwezigheid van andere mensen
  • Sociale invloed definitie
    Het effect dat andere mensen hebben op onze eigen gedachten, gevoelens, houdingen en gedragingen. Dit kan door directe invloeden (overtuigingen), door aanwezigheid van anderen of door normen en waarden van niet aanwezigen. Ligt ten grondslag aan sociale psychologie.
  • Fundamentele attributiefout
    Invloed van omgevingsfactoren wordt onderschat, invloed van de persoonlijkheid op het gedrag wordt zwaar overschat.
  • Construal
    Gedrag is afhankelijk van interpretatie. Verschillende construals zijn behaviorisme, gestaltpsychologie en naief realisme.
  • Behaviorisme
    Watson, skinner. Om menselijk gedrag te begrijpen hoef je alleen te kijken naar de eigenschappen van de omgeving.
  • Gestaltpsychologie
    Kohler, Kurt Lewin. Bestuderen van subjectieve manier waarop objecten in de gedachten verschijnen (waarneming en interpretatie) is belangrijker dan bestuderen van de objecten zelf. Geheel is groter dan de som der delen.
  • Twee menselijke basismotieven bepalend voor interpretatie
    1. de behoefte om je goed te voelen over jezelf (self esteem approach)
    2. de behoefte om accuraat/juist te zijn (social cognition approach)
  • Self esteem approach
    Behoefte om je goed te voelen over jezelf.
    Gevoel van eigenwaarde ligt hieraan ten grondslag.
  • Eigenwaarde
    Mate waarin mensen zichzelf als goed en competent beschouwen. Bij kiezen tussen accuraatheid en eigenwaarde wordt gekozen voor het laatste.
  • Social cognition approach
    Manier waarop individuen naar zichzelf en naar de wereld kijken, en hierbij zo accuraat mogelijk willen zijn.
  • Self-fulfilling prophecy
    Overtuigingen over bijvoorbeeld prestatie op een test, die prestatie daadwerkelijk kunnen veroorzaken. Of een leraar die denkt dat een kind heel slim is onbewust net iets anders behandelen dan andere kinderen, waardoor deze beter scoort of hoger beoordeeld wordt.
  • 3 Sociale cognitie, hoe we denken over onze sociale wereld

  • Sociale cognitie
    Manier waarop mensen over zichzelf en over de sociale wereld denken.
  • Automatisch denken
    Onbedoeld, onbewust, onwillekeurig en kost vrijwel geen moeite. Nieuwe situaties worden automatisch vergeleken met opgedane ervaringen. Hierbij worden schema's geraadpleegd.
  • Schema's
    Mentale structuren die onze kennis over de sociale wereld organiseren.
  • Korsakov syndroom
    Er kan geen gebruik worden gemaakt van de schema's en geen nieuwe herinneringen worden opgeslagen waardoor elke situatie wordt ervaren alsof het de eerste keer in het leven is.
  • Toegankelijkheid van schema's
    Mate waarin schema's vooraan staan in onze gedachten en daarom eerder gebruikt zullen worden.
  • Priming
    Proces waarin recente ervaringen de toegankelijkheid van een schema verhogen. Gebeurt vaak door woorden of gebeurtenissen waarvan de persoon zelf niet eens bewust is.
  • Beoordelingsheuristieken
    Worden gebruikt wanneer er te veel schema's zijn of er geen schema voorhanden is: Mentale shortcuts
    Toegankelijkheidsheuristiek
    Representatieheuristiek
  • Toegankelijkheidsheuristiek
    Oordeel gebaseerd op het gemak waarmee iets verzonnen kan worden of een herinnering opgehaald kan worden.
  • Representatieheuristiek
    Hierbij wordt uitgegaan van hoeveel overeenkomst er is tussen hetgene wat we willen identificeren en een bekende categorie. Een fout die hierbij gemaakt wordt is dat er weinig rekening gehouden wordt met de base rate informatie.
  • Base-rate informatie
    Informatie over de relatieve frequenties en kansen (in sommige landen zijn meer nederlanders te vinden dan in andere landen)
  • Per cultuur verschillen de ervaringen en de normen en waarden, hierdoor verschillen ook de schema's per cultuur.
  • Analytische denkwijze
    Richt zich op de details van voorwerpen. Wordt in verband gebracht met de westerse culturen.
  • Holistische denkwijze
    Bekijkt de wereld als geheel, met name de verhouding tussen voorwerpen, de context. Wordt in verband gebracht met de oosterse culturen.
  • Verschil tussen analytische en holistische denkwijze kan getest worden door iemand naar twee plaatjes te laten kijken en de verschillen te laten zoeken. Mensen uit oosterse culturen zullen hierbij meer kijken naar verhoudingen en het geheel terwijl westerse mensen vooral naar de details zullen kijken. (verschil is niet altijd heel scherp!)
  • Gecontroleerd denken
    Bedoeld, bewust, vrijwillig en kost enige moeite. Deze vaardigheid wordt gebruikt om problemen op te lossen en toekomstplannen te maken.
  • Automatisch denken is veel krachtiger dan gecontroleerd denken. Ook komt het veel vaker voor dan voorheen werd gedacht.
  • Counterfactual thinking
    Het mentaal ombuigen van een gebeurtenis om te kijken hoe het gegaan zou kunnen zijn als bepaalde factoren anders waren geweest.
  • Des te makkelijker het is om het verleden mentaal te veranderen, des te sterker is de emotionele reactie erop.
    Degene die de zilveren medaille wint is minder tevreden dan degene die de bronzen medaille wint, omdat degene met de zilveren medaille zich makkelijker kan inbeelden hoe hij of zij eerste zou zijn geworden.
  • Overconfidence barrier
    Men heeft vaak te veel vertrouwen in de accutaresse van de eigen ideeen en inzichten. Door gecontroleerd over overtuigingen na te denken (bv neem de positie van de ander in) kan deze barriere doorbroken worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Realistische conflicttheorie
Gelimiteerde bronnen kunnen tot conflicten leiden tussen groepen, wat resulteert in toename van vooroordelen en discriminatie.
Ultieme attributiefout
Fundamentele attributiefout, maar dan over een hele groep.
Out-group homogeniteit
Individuen in de out-group worden gezien als meer hetzelfde (homogener) dan ze werkelijk zijn.
Institutioneel seksisme
Seksistische attitudes die de meeste mensen van een maatschappij hebben omdat deze mensen in een maatschappij leven waar stereotypen en discriminatie de norm zijn.
Institutioneel racisme
Racistische attitudes die de meeste mensen van een maatschappij hebben omdat deze mensen in een maatschappij leven waar stereotypen en discriminatie de norm zijn.
Institutionele discriminatie
Het leven in de maatschappij zal ervoor zorgen dat je sowieso enige vorm van discriminatie zal handhaven. 
Dit omvat institutioneel racisme en institutioneel seksisme.
Stereotype threat
Een persoon is zich ervan bewust dat het gedrag een bepaald cultureel stereotype kan bevestigen. Of een dergelijke threat wel of niet ervaren wordt is afhankelijk van de categorie waarmee je jezelf op dat moment identificeert.
Het moderne racisme
Mensen hebben geleerd om hun vooroordelen te verbergen om te voorkomen dat ze uitgemaakt worden voor racist, maar van binnen behouden ze de vooroordelen.
Discriminatie
Onrechtvaardige negatieve of gewelddadige actie naar mensen in een bepaalde groep, alleen om de simpele reden dat die mensen tot die groep behoren. Discriminatie is gebaseerd op stereotypen en vooroordelen.
Illusiecorrelatie
Relaties of correlaties zien tussen gebeurtenissen die eigenlijk niet aan elkaar gerelateerd zijn.