Summary Social psychology

-
ISBN-10 0077121783 ISBN-13 9780077121785
332 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Social psychology". The author(s) of the book is/are David G Myers. The ISBN of the book is 9780077121785 or 0077121783. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Social psychology

  • 1 Introducing social psychology

  • - Mensen zijn zich vaak minder bewust over hun keuzes dan ze zelf denken. Vanuit een intuïtief gevoel, proberen mensen hun keuzes te rationaliseren.
    - Mensen zijn vaak sneller over tegenslagen heen dan ze denken, bv. na break up = impact bias
  • 1.1 What is social psychology?

  • Wat is sociale psychologie?
    Sociale psychologie bestudeert hoe de gevoelens, gedachten en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de impliciete dan wel expliciete aanwezigheid van anderen.
  • 1.2 A brief history of social psychology

  • Wat is gestalt psychologie?
    Focust zich op de manier waarop mensen hun waarnemingen organiseren en structureren.
  • Wat is völkerpsychologie / mass psychologie?
    'De psychologie van mensen'. Claims dat mensen in dezelfde groep op dezelfde manier denken en collectieve ideeën, normen en waarden hebben.
  • Wat is het positivisme?
    Echte kennis kan alleen worden opgedaan door observatie en empirisch onderzoek.
  • Wat is evolutionaire psychologie?
    Hoe heeft natuurlijke selectie invloed gehad op menselijk gedrag?
  • 1.4 Social psychology key ideas

  • Wat is een axioma en wat zijn de drie axioma's in de psychologie?
    Axioma = basis aanname / assumptie

    - Menselijk denken, doen, voelen = f(Persoon x Situatie)
    - Mens construeert zijn realiteit
    - Mens is een sociaal dier: bijna alles wat mensen denken, doen en voelen wordt beïnvloed door anderen.
  • Wat houdt dit axioma in: Menselijk denken, doen en voelen = f(persoon x situatie)?
    Verschillende situaties spreken verschillende kanten van een persoon aan. Ze zijn bv. introvert in de ene situatie en extrovert in de andere. Maar ook: verschillende mensen reageren verschillend in dezelfde situatie.
    > bv. 2e wereldoorlog: door sociale druk verandert de invloed van de persoon zelf.
  • Persoon kiest situatie: mensen willen zich graag competent voelen, dus doen dingen waar ze goed in zijn.
    Situatie 'kiest' persoon: basketbal > lange mensen
  • Hoe we dingen waarnemen hangt af van de context (bv. illusie cirkels)
    Automatische invloed van situatie op persoon = priming
  • Wat wordt er bedoeld met dit axioma: De mens construeert zijn eigen realiteit?
    Het denken, doen en voelen van mensen wordt beïnvloed door zijn interpretatie van de situatie.
    Situatie > perceptie > cognitieve motivatie gedrag

    Bv. het toeschrijven van emotie, betekenis en bedoeling aan dingen die dat niet per se hebben > 'dat moet een reden hebben'
  • Begrippen uit alle hoofdstukken die passen bij axioma 1: Menselijk denken, doen en voelen = f(persoon x situatie)

    Publieke en private conformiteit, sociale identiteit, sociale vergelijking, attitudes, attractiviteit, priming, mimicry, altruïsme, bystander effect, attributie, aangeleerde hulpeloosheid (learned helplessness), mere exposure, basking in reflected glory, gehoorzaamheid, sociaal dilemma, pluralistic ignorance (collectieve onwetendheid), self-presentation
  • Begrippen uit alle hoofdstukken die passen bij axioma 2:
    Mens construeert zijn realiteit

    Actor-observer bias, ingroup favoritisme, outgroup discrimination, heuristieken, halo effect, corresponderende gevolgtrekking, mere exposure, zelfwaardering, sociale categorisatie, attitudes, cognitieve dissonantie, fundamentele attributiefout,
    just world belief, self-fulfilling prophecy, false consensus
  • Begrippen uit alle hoofdstukken die passen bij axioma 3:
    De mens is een sociaal dier


    Conformisme, sociale facilitatie, sociale inhibitie, sociale beïnvloeding, zelfconcept, discriminatie, stereotypen, vooroordelen, stereotype threat, groepspolarisatie, relatieve deprivatie, minimal group paradigm, normatieve en informationele beïnvloeding, intergroepscontact, groupthink, interdependentie
  • 3 The self

  • Wat is 'het zelf'?
    Een complex web van psychologische staat (cognities, emoties) en processen (waarnemen, evalueren) van een persoon.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Leg de decision tree (4-stappen model) van Latane en Darley uit + per stap de 4 factoren die de kans op helpen verminderen.
  1. Het incident opmerken > pluralistic ignorance (niemand doet iets, dus dan doe ik ook niks)
  2. Het interpreteren als een noodgeval > illusion of transparancy
  3. Persoonlijke verantwoordelijkheid ontwikkelen > diffusion of responsibility
  4. De keuze maken om te helpen > evaluation apprehension
Wat is het verschil tussen gewoon pro-sociaal gedrag en altruïsme?
Prosociaal gedrag:
  • Gericht om ander te helpen
  • Echt bedoeld om ander te helpen
Altruïsme:
  • Gericht om ander te helpen
  • Echt bedoeld om ander te helpen 
  • Zonder eigen belang!
Welke 4 factoren hebben invloed op behulpzaamheid?
  • Het aantal omstanders
  • Het zien van iemand die helpt
  • Tijdsdruk
  • We helpen mensen die op ons lijken (cultureel, sociaal of qua uiterlijk)
Welke 3 sociale normen bepalen de mate van hulp die we bieden?
  • Norm van sociale verantwoordelijkheid: wel helpen van mensen die niets aan hun lijden kunnen doen (bv. aardbeving), en niet helpen van mensen waarvan het hun eigen schuld is (bv. drugsverslaafde). Sterker bij mensen die conservatiever zijn, bv. republikeinen
  • Reciprociteitsnorm: de verwachting dat mensen degene helpen (niet aanvallen) die hen heeft geholpen.
  • Norm van 'family privacy': mensen zijn minder snel geneigd in te grijpen als het om een ruzie / geweld binnen de familie gaat.
Wat stelt het negative state relief model (feel bad, do good)?
Motivatie anderen te helpen is geheel egoïstisch, we helpen anderen om stemming te verbeteren.
Een negatieve stemming kan soms dus ook de kans op helpen vergroten, maar alleen als de kosten gering zijn, bv. bij schuldgevoel.
Wat stelt de social-exchange theory?
Het uitwisselen van beloningen en kosten. Als je iets geeft, verwacht je dat later terug. Dit kan external of internal zijn.
Welke 2 motieven zijn er om te helpen volgens de empathie-altruïsme hypothese (Batson, 1991)?
Iemand zien lijden zorgt voor omplezierige arousal

  • Helpen om de ander van distress af te helpen = altruïstisch helpen (empathische betrokkenheid)
  • Helpen om van je eigen distress af te komen = egoïstisch helpen (negative state relief)
Wat is non-reciprocal altruism?
Baby's, oude mensen en mensen met een slechte gezondheid worden sneller geholpen zonder dat de helper er iets voor terug wil.
Welke 2 redenen zijn er waarom we anderen helpen volgens de socio-biologische verklaring?
  • Kin protection: zelfopoffering voor de overleving van je genen (bv. kinderen) > genetisch egoïsme.
  • Reciprocity altruism: je helpt een soortgenoot, omdat je later wat terug verwacht. Groepsselectie: groepen die uit altruïsten bestaan hebben een grotere kans op voortbestaan.
Wat wordt er bedoeld met: feel good, do good?
Positieve stemming vergroot de kans op helpen in het algemeen, waardoor je positieve stemming verlengd wordt.