Summary Social research methods

-
ISBN-10 0199588058 ISBN-13 9780199588053
228 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Social research methods". The author(s) of the book is/are Alan Bryman. The ISBN of the book is 9780199588053 or 0199588058. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Social research methods

  • 1 Begrippen

  • Wat is Inductie?

    Een manier van redeneren waarbij je het algemene uit het bijzondere afleidt.
  • Wat is deductie?
    Een manier van redeneren waarbij je het bijzondere uit het algemene (een bestaande theorie) afleidt.
  • Wat is ontologie?

    Onderdeel van de wetenschapsfilosofie die beschrijft de
    eigenschappen of het zijn
    van het geheel van dingen waarvan aangenomen wordt
    dat ze bestaan of zijn > wat en hoe is de werkelijkheid.
  • Wat is objectivisme?

    heorie die uitgaat van het idee dat alle sociale verschijnselen bestaan
    onafhankelijk van de actoren. Ook gaat deze theorie uit van het idee dat de
    sociale wereld hetzelfde is als de natuurlijke wereld. 

  • Constructivisme

    Theorie die uitgaat van het idee dat alle sociale verschijnselen sociale
    constructies zijn. Sociale verschijnselen bestaan volgens deze theorie omdat
    ze gecreëerd zijn door sociale actoren. Ook gaat deze theorie uit van het idee dat de sociale wereld anders is dan de natuurlijke wereld.
  • Epistemologie

    Onderdeel van de filosofie die gericht is op de vraag wat kennis is en hoe men tot ware kennis kunnen komen.
  • Positivisme

    Theorie dat het weten beperkt kan worden tot datgene wat met zintuigen
    waargenomen kan worden–van zintuiglijke feiten tot wetten.



  • Interpretivisme

    Theorie die beweert dat kennis een kwestie van interpretatie is.
  • Empirie
    Dat wat waarneembaar is, wat men ervaart.
  • Reliabiltiy/betrouwbaarheid
    'Levert nog een keer onderzoeken hetzelfde resultaat op?'
  • Replicability/herhaalbaarheid

    Is hetzelfde onderzoek nogmaals te doen?

    Zijn de procedures expliciet beschreven en dus te volgen?
  • Measurement validity/meetbare validiteit

    Meet/beschrijft het onderzoek wat het zegt te meten/beschrijven?
  • Internal validity/interne validiteit


    Kloppen de onderzoeksconclusies?- causaliteit
  • External validity/externe validiteit

    Zijn de onderzoeksresultaten generaliseerbaar?
  • Ecological validity/ecologische validiteit

    “Heb ik wel de echte wereld onderzocht?
  • The Game

    Het afwegen van de verschillende onderzoekscriteria bij
    een onderzoek.

  • Research design/onderzoeksvorm

    Structuur van onderzoek en structuur voor het toepassen
    van onderzoeksmethoden
  • Experimenteel onderzoek

    Onderzoek waarbij het effect van een gemanipuleerde onafhankelijke variabele op een afhankelijke variabele vastgesteld wordt. Manipulatie vindt
    plaats op bepaald moment, verandering tussen tijdstip ervoor en tijdstip erna.Andere verschillen die mogelijk als onafhankelijke varia

    belen werken moeten worden vermeden
  • Cross-sectioneel onderzoek

    Het onderzoeken van variatie tussen verschillende eenhed
    en op een moment.
  • Longitudinaal onderzoek

    Longitudinaal onderzoek is onderzoek waarbij herhaaldelijk en steeds op dezelfde manier metingen worden verricht om een ontwikkeling in kaart te brengen. Het gaat dus over een lange afstand in de tijd.
  • Case studie

    Intensief en gedetailleerde analyse van één onderzoekseenheid.
  • Kritische case studie
    ''Als de theorie klopt, klopt het altijd.''
  • Representatieve case studie
    ''Wat gebeurt telkens precies?''
  • Extreme case studie
    ''Dit is niet normaal.''
  • Vergelijkend/comparative onderzoek

    Vergelijkend onderzoek is een manier van onderzoek waarbij de onderzoeker twee (of meer) groepen of situaties met elkaar vergelijkt. Het betreft meerdere casussen maar dezelfde methoden van onderzoek. Het is een soort case studie.
  • Stimuli
    Vragen
  • Intra-interviewer variability/veranderlijkheid
    Verschillende opvattingen van één interviewer
  • Inter-interviewer variability/veranderlijkheid

    Verschillende opvattingen van verschillende interviewers
  • Gesloten vragen

    Gesloten vragen beperken antwoorden van respondenten.
    Ze mogen kiezen uit ofwel een reeds bestaande set van dichotome antwoorden, zoals ja / nee, waar / onwaar, of multiple choice met een optie voor "andere" in te vullen, of ranking schaal antwoordmogelijkheden. De meest voorkomende van de rangschikking schaal vragen heet de Likert-schaal vraag.
  • Gestructureerd vraaggesprek

    Bij deze vorm zijn er een aantal vragen op papier gezet, maar zijn er veel mogelijkheden om door te vragen voor verdieping.
  • Probing

    Het op een andere manier stellen van de vraag wanneer de ondervraagde de huidige vraag niet begrijpt.
  • Prompting

    Het suggereren van het antwoord van de ondervraagde –het uitlokken van een bepaald antwoord.
  • Filtervragen

    Vragen die gesteld worden die het doel hebben na te gaan of de ondervraagde persoon beantwoordt aan de quota die opgelegd zijn voor de selectie van de respondenten. Na het antwoord staat steeds een verwijzing (filter) naar de volgende vraag.
  • Social desirability bias
    Sociaal wenselijke antwoorden
  • Acquiescence bias

    Acquiescence bias is wanneer respondenten van een enquête de neiging hebben om eens te zijn met alle vragen of om een positieve connotatie te geven.
  • Attitudeschalen

    Attitudeschalen zijn dataverzamelingsinstrumenten waarbij de onderzoeker
    respondenten vraagt op een continuum aan te geven wat hun houdingen of
    gevoelens zijn. (Likertschaal & Morenoschaal)
  • Operationaliseren
    Het vertalen van theoretische eigenschappen in waarneembare variabelen
  • Kwantitatief onderzoek

    Kwantitatief onderzoek is onderzoek waar veel onderzoeks
    eenheden aan meedoen.Als gevolg daarvan worden de gegevens statistisch geanalyseerd. >veel cijfertjes
  • Kwalitatief onderzoek

    Kwalitatief onderzoek is onderzoek met een beperkt aantal onderzoekseenhede waarbij informatie verkregen wordt door in te gaan op achterliggende motivaties, meningen, wensen en behoeften van de eenheid. Het representeren van de wereld in woorden. 
  • Ecologische fout

    Bevinding op hoger analyseniveau wordt vertaald naar lager analyseniveau.
  • Steekproef

    Manier van onderzoeken waarbij men een aantal mensen of zaken uit een grotere groep onderzoek en ervan uitgaat dat het resultaat voor de hele groep geldt.
  • Enkelvoudige aselecte steekproef

    Steekproef waarbij elk lid van de populatie/deelpopulatie een gelijke kans heeft om in de steekproef te komen
  • Gestratificeerde steekproef

    Het verdelen van een populatie in verschillende groepen. Van elke groep wordt een aantal elementen geselecteerd. De elementen in een populatie kunnen qua verhouding op een kenmerk namelijk scheef verdeeld zijn.
    Op deze manier wordt voorkomen dat de steekproefselectie ook scheef is.
  • Getrapte steekproef

    In deze vorm van steekproef trekken wordt eerst een steekproef getrokken uit een aantal hoge aggregatieniveaus waarna per hoog aggregatieniveau een steekproef van de elementen uit de lagere aggregatieniveaus wo rdt getrokken. Bijvoorbeeld: om het wetenschappelijk gehalte van een bibliotheek te bepalen kan men eerst een selectie maken uit het aantal categorieën waarin de bibliotheek haar boeken bewaart, en vervolgens per categorie een selectie maken van de boeken die de onderzoekerin de steekproef op wil nemen.
  • Steekproefkader
    Lijst van operationele populatie.
  • Area-sampling

    Steekproefmethode waarbij een onderzoeksgebied is onderverdeeld in kleinere blokken die dan weer worden willekeurig geselecteerd
    en vervolgens sub- bemonsterd of volledig onderzocht. Deze methode wordt meestal gebruikt wanneer een steekproefkader ontbreekt
  • Onderzoekspopulatie/operationele populatie
    De verzameling van eenheden.
  • Domein
    Afbakening van populatie.
  • Univariaat
    Bij deze manier van data-analyse wordt één variabele megenomen in de analyse. Het betreft rechte, veelal beschrijvende tellingen.
  • Bivariaat

    Bij deze manier van data-analyse worden twee variabel
    en meegenomen in de analyse. Er worden statistische verbanden/causale relaties onderzocht. Het betreft veelal verklarende analyses, maar heeft ook overgangsvormen met beschrijvende analyses.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Explain the 3 kinds of initial coding
  1. Descriptive
  2. In vivo
  3. Values
What are 2 points of critique of grounded theory?
  1. Others theories the researcher knows about influence how the new data is theorized
  2. Coding and categorizing might result in loss a sense of context
What is analytical induction?
An approach to the analysis of data in which the researcher seeks universal explanations of phenomena by pursuing the collection of data until no cases that are inconsistent with a hypothetical explanation of a phenomenon are found.
What are 10 points of advice for writing a scientific article and getting it published?
  1. Be professional
  2. Link your data to claims
  3. Do not make sweeping generalizations
  4. Make effective use of citations
  5. Make sure that the typescript has an effective structure
  6. Demonstrate your contribution
  7. Engage with the literature
  8. Do not give data second hand
  9. Demonstrate the research methods used
  10. Keep revising
What are the 4 advantages and 6 disadvantages of closed questions?

Advantages
  • Easy to process
  • May clarify the meaning of the question
  • Easy to complete
  • Reduce possibility of variability in recording answers

Disadvantages
  • Loss of spontaneity
  • Difficult to make forced choice answers mutually exclusive
  • May be variation in interpretation of answers
  • May be irritating
  • Difficult to establish a rapport
What are the both 4 (dis)advantages of open questions?

Advantages
  • Respondents can answer in their own terms
  • Allow for unusual responses
  • Questions are not suggesting answers
  • Useful for exploring when limited knowledge
  • Useful for generating fixed-choice format questions

Disadvantages
  • Time-consuming
  • Answers have to be coded
  • Require greater effort
What is prompting in a structured interview?
When the researcher suggests a possible answer to a question to the respondent.
When is probing required in a structured interview? Why is it problematic?
  • If an interviewee doesn't understand the subject
  • If an interviewee doesn't answer sufficiently

The interviewer's intervention may influence the respondent.
Explain the 3 non-probability sample methods
  • Convenient sampling is when the researcher uses a simply available group as sample
  • Snowball sampling is where the researcher first makes contact with a small and relevant group and from there on establishes contact with others.
  • Quota sampling is not-randomly selecting a stratified group
Explain the 4 probability sample methods

  • In the simple random sample, every element in the set has een equal chance of getting selected.
  • In systamatic sampling, the first element is selected randomly and then a sequence is followed from that start number.
  • In stratified sample, from each pre-defined subset of a population a proportional amount of elements is randomly selected.
  • In multi-stage cluster sample, first subgroups are selected randomly, then subgroups within the subgroups, etc.