Summary Sociale kaart van Nederland

-
ISBN-10 9059319184 ISBN-13 9789059319189
126 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociale kaart van Nederland". The author(s) of the book is/are Willem Gerbert Jan Duyvendak. The ISBN of the book is 9789059319189 or 9059319184. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Sociale kaart van Nederland

  • 1.2 Wat zijn instituties en organisaties

  • Wat zijn instituties?
    De formele en informele regels die ons gedrag in meerdere of minder mate reguleren.
  • Wat is het verschil tussen formele en informele instituties?
    Formele instituties: wetten, constitutie, statuten van organisaties of gedragscodes voor bepaalde beroepsgroepen zijn doorgaans gecodificeerd -> vastgelegd op papier

    Informele instituties: normen, conventies en routines, ontbreekt codificering -> sancties kunnen er wel zijn maar zijn niet vastgelegd op papier en worden ook niet door een daarvoor geautoriseerde organisatie opgelegd.
  • Wat zijn organisaties?
    Verbanden tussen mensen die een gemeenschappelijk doel nastreven
  • 1.3 Het proces van institutionalisering

  • Uit welke 3 fases bestaat het proces van organisatie en institutionalisering?
    1. Het ontstaan van instituties en organisaties
    2. Het voorbestaan van instituties en organisaties
    3. Het veranderen of zelfs het verdwijnen van instituties en organisaties
  • 1.3.1 Hoe verschijnen instituties en organisaties?

  • Hoe verschijnen instituties en organisaties?
    Verandering van instituties en organisaties treedt op als de machthebbers dit willen.
  • 1.3.2 Hoe blijven instituties en organisaties voortbestaan?

  • Hoe blijven instituties en organisaties voorbestaan?
    Instituties en organisaties blijven door padafhankelijkheid voortbestaan -> omdat ze als vanzelfsprekend worden gezien, zien mensen niet in dat er ook alternatieven bestaan
  • Wat is padafhankelijkheid?
    Is sprake als door een min of meer toevallige gebeurtenis of een toevallig proces in het verleden een dynamiek in gang wordt gezet waarvan vervolgens moeilijk af te wijken is. Padafhankelijkheid staat institutionele verandering in de weg, deels omdat de omschakelkosten naar een alternatief institutioneel arrangement hoog kunnen zijn, maar ook omdat mensen zo gesocialiseerd worden in het bestaande arrangement dat zij alternatieven nauwelijks overwegen of serieus nemen

    -> conservatieve kracht  -> zij maakt dat organisaties en instituties niet van het ene op het andere moment van karakter kunnen veranderen, maar vaak veel continuïteit kennen.
  • 1.3.3 Hoe veranderen en verdwijnen instituties en organisaties?

  • Hoe veranderen en verdwijnen instituties en organisaties?
    Institutionele ondernemers brengen problemen in bestaande instituties en organisaties onder de aandacht en formuleren een alternatief
  • 1.3.4 Drie vormen van institutionele veranderingen

  • Wat is de - institutionalisering?
    Is het proces waarbij de zeggingskracht van instituties steeds zwakker wordt, waardoor de institutie zal verdwijnen. Verandering van instituties kan ook schoksgewijs of geleidelijk verlopen.
  • Welke 3 vormen van institutionele veranderingen zijn er?
    Invullen
  • 1.4 Belangrijke maatschappelijke veranderingen

  • Welke 6 belangrijke veranderingen vonden er in de samenleving plaats?
    1. Verzuiling en verstatelijking
    2. Anti - institutionele stemming jaren 60 en 70
    3. Marktwerking in de jaren 80 en 90
    4. Individualisering
    5. Horizontalisering
    6. Internationlisering
  • 1.4.1 Verzuiling en verstatelijking

  • Wat is verzuiling en verstatelijking?
    Verzuiling: Tijdens de verzuiling werden veel publieke taken binnen de zuil verricht -> iedere zuil had een sterk maatschappelijk middenveld.

    Verstatelijking: Dit trad op na de verzuiling -> de productie van collectieve goederen en diensten werd de taak van de overheid. 

    Tegenwoordig treedt er weer marktwerking op
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de taken van het Nederlandse financiële systeem?
1. Betalingsverkeer
2. Handel vreemde valuta
3. Plaatsen obligaties / aandelen
4. Effectenhandel
5. Vermogensbeheer (particulieren / institutionele beleggers)
Wat is een depositogarantiestelsen?
Dit houdt in dat de tegoeden van rekeningshouders op een betaal- of spaarrekening tot een bepaald bedrag gegarandeerd worden, mocht de bank failliet gaan
Wat zijn zakenbanken / investeringsbanken?
Plaatsen voor bedrijven aandelen op de effectenbeurs
Voeren voor bedrijven de plaatsing van aandelen en obligaties op een effectenbeurs uit -> ze helpen bedrijven via de beurs aan investeringskapitaal
- Ze spelen ook een actieve rol in het fuseren en opsplitsen van bedrijven
Wat zijn private banken en welke zijn dit?
Specialiseren zich in het beheren van het vermogen van rijke particulieren.

1. Van Lanschot
2. Theodoor Gilissen Bankiers
3. Bank Insinger de Beaufort
Wat zijn consumentenbanken en welke zijn dit?
Consumentenbanken of nutsbanken richten zich op dienstverlening aan particulieren
- Doormiddel van het mogelijk maken van betalingsverkeer, sparen en kredietverstrekking

1.SNS
2. Triodos
3. ASN
Wat zijn systeembanken en welke banken zijn dit?
Systeembanken zijn banken waarvan een faillissement ernstige schade kan toebrengen aan de rest van het financiële systeem en de reële economie. Het zijn nationaal dominante banken

1. ING
2. Rabobank
3. ABN - AMRO
Waar houdt de DNB toezicht op? (De Nederlandse Bank)
Houdt toezicht op financiële organisaties van het land. Dat zijn niet alleen banken, maar ook de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen
Wat controleert de Nederlandsche bank en waar is de Europese Centrale bank verantwoordelijk voor?
De Nederlandse bank controleert de nationale banken
De Europese centrale bank is verantwoordelijk voor het Europese monetaire beleid
Hoe kan de overheid beperkte beschikbaarheid oplossen?
Door het gebruik van dergelijke goederen te reguleren
Hoe worden fictieve goederen verhandeld en wat geld hierbij?
- Voor fictieve goederen geldt: het aanbod kan zicht niet zomaar aanpassen aan de vraag
- Fictieve goederen: arbeid, land geld

Arbeid
- Ander woord voor de activiteiten van mensen -> het kan niet worden losgekoppeld van het leven
- Arbeid kan niet worden opgeslagen
- Aanbod kan niet worden verkleind door mensen even opzij te zetten
- Het arbeidsaanbod (kwantiteit als kwaliteit) wordt niet zozeer bepaald door individuele beslissingen van mensen die hun arbeidskracht willen verkopen, maar door een hele reeks instituties op het gebied van:
1. Arbeidsmarkt, sociale zekerheid, migratie, onderwijs en technologie

Land
- Wordt ook wel common pool resource genoemd door institutionele economen
- Producten wat weliswaar voor iedereen beschikbaar zijn
- Maar die als een individu of een groep hier aanspraak op maakt, minder beschikbaar zijn voor andere individuen of groepen

Geld
- Ruilmiddel
- Waarde hangt af van het vertrouwen dat ontstaat door het bankwezen en door overheidsfinanciën