Summary Sociale psychologie

-
221 Flashcards & Notes
29 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociale psychologie". The author(s) of the book is/are Barry Mastenbroek. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sociale psychologie

  • 1 wat is sociale psychologie

  • Sociale psychologie

    de wetenschappelijke studie van de effecten van sociale en cognitieve processen op de manier waarop individuen anderen waarnemen en beïnvloeden en tot anderen relateren. Centraal punt: hoe mensen anderen begrijpen en met anderen omgaan.

  • Sociale processen

    de manieren waarop onze gedachten, gevoelens en acties beïnvloed worden door de mensen om ons heen, de groepen waartoe we behoren, onze persoonlijke relaties, lessen van ouders en van de cultuur en de druk die we ervaren van anderen. sociale processen beïnvloeden ons zelfs wanneer anderen niet fysiek aanwezig zijn.

  • Cognitieve processen

    de manieren waarop we onze herinneringen, percepties, gedachten, emoties en motieven gebruiken om ons begrip van de wereld en onze acties te begeleiden.

  • Fundamentele Axioma's

     
  • De constructie van de realiteit

    Mensen nemen aan dat hun indrukken accuraat en waar zijn en verwachten daarmee dat anderen dezelfde indrukken hebben gevormd. We creëren een constructie van de realiteit door cognitieve en sociale processen

  • De doordringendheid van sociale beïnvloeding:

    betekent dat anderen onze gedachten, gevoelens en gedragingen beïnvloeden. Onze gedachten over de reacties van anderen en onze identificatie met sociale groepen vormen onze percepties, gedachten, gevoelens, motieven en ons zelfbesef. Soms wordt sociale beïnvloeding ervaren als sociale druk, maar meestal zijn we ons niet bewust van sociale beïnvloeding.

  • Motivationele principes


    * Mensen streven naar Mastery

    * Mensen zoeken naar verbondenheid

    * Mensen waarderen "mij en mijn"

  • Mensen streven naar mastery

    mensen hebben de behoefte om sociale gebeurtenissen te begrijpen en te voorspellen om vele soorten beloningen te verkrijgen. Het verkrijgen van beheersing is een belangrijke motivatie om onze poging om accurate meningen en opvattingen over de wereld te vormen en te behouden, omdat accurate opvattingen ons kunnen leiden tot effectief en bevredigend gedrag. 

  • Mensen zoeken naar verbondenheid

    mensen proberen van anderen waar ze om geven en wie ze waarderen, gevoelens van wederzijdse steun, aardigheid en acceptatie te creëren en te behouden. Zelfs wanneer het conformeren naar de standaarden van een groep destructieve gevolgen heeft voor mensen buiten de groep, is de behoefte voor verbondenheid nog steeds bevredigd

  • Verwerkingsprincipes


    Conservatisme

    Toegankelijkheid

    oppervlakkig versus diepgaand

  • Mensen waarderen “mij en mijn”

     mensen zijn gemotiveerd om zichzelf en alles wat aan hen gelinkt is, zoals familie, teams, naties of bezittingen, in een positief licht te zien. (in vergelijking met mensen die slechter af zijn)

  • Conservatisme:

    gevormde standpunten zijn moeizaam te veranderen, eenmaal ontwikkelde kennis houdt zichzelf in stand.

  • Toegankelijkheid

    toegankelijke informatie heeft de meeste impact. Wanneer we oordelen of beslissingen nemen, gebruiken we slechts een fractie van de potentieel relevante informatie. Die informatie die het meest beschikbaar is, heeft meestal de meeste impact op onze gedachten, gevoelens en gedragingen. 

  • Oppervlakkig versus diepgaand

    mensen verwerken informatie meestal oppervlakkig: ze leveren weinig inspanning voor het verwerken van informatie en gaan af op toegankelijke informatie. Soms echter verwerken mensen informatie diepgaand: ze stoppen tijd en inspanning in informatieverwerking. Dit gebeurt meestal wanneer iets relevant voor hen is en ze gemotiveerd zijn om hard na te denken. Bedreigingen van onze doelen, onenigheid of afwijzing bedreigen onze mastery en verbondenheid en kunnen ons motiveren om dieper over onszelf en informatie na te denken.

  • De drie motivationele principes en de drie verwerkingsprincipes bepalen de aard van de constructie van de realiteit en de sociale invloed.

  • 2 vragen en beantwoorden van onderzoeksvragen

  • Wetenschappelijke theorie

    een statement over de causale verbanden tussen abstracte constucten. Deze statement geldt voor specifieke type mensen, tijden en situaties om sociaal gedrag te verklaren.

  • Voorwaarden wetenschappelijke theorie:

    Constructen:  abstracte, algemene en niet direct observeerbare concepten (bijv kennis)

    Causale relaties: oorzaak (onafhankelijke variabele)-gevolg (afhankelijke variabele) relatie zodat gedrag beïnvloed kan worden.

    Algemeen: toepasbaar op veel mensen, situaties en tijden

  • Validiteitscriteria:


    Construct validiteit 

    Interne validiteit

    Externe validiteit



  • Construct validiteit

    de mate  waarin de onafhankelijke variabele en de afhankelijke variabele daadwerkelijk het voorgenomen theoretische construct meten. Wordt vaak bedreigd door de vertekening in sociaal wenselijke antwoorden waarin de mensen zich gedragen op een manier waarvan zij denken dat het sociaal wenselijk is of (bij laboratorium research) door demand characteristics => deelnemer vertoont bepaald gedrag omdat hij vermoedt welk doel het onderzoek heeft.

  • Interne validiteit

     zorgt ervoor dat de veranderingen in de onafhankelijke variabele de veranderingen in de afhankelijke variabele veroorzaakten en dat er geen alternatieve causale verklaringen mogelijk zijn. Niet experimentele onderzoeksontwerpen hebben vaak een lage interne validiteit omdat beide variabelen worden gemeten (niet gemanipuleerd); experimentele onderzoeksontwerpen, die willekeurige toewijzing van deelnemers aan groepen en manipulaties van variabele gebruiken, hebben een hoge interne validiteit.

  • Externe validiteit

     betekent dat resultaten gegeneraliseerd kunnen worden over andere plaatsen, bevolkingen en tijden Wordt gegarandeerd door replicaties van studies. Externe validiteit wordt beïnvloedt door de representativiteit van de deelnemers, invloed van culturen en de locatie.

  • Informed consent

    Deelnemers aan onderzoek moeten geïnformeerd worden over de ervaringen die zij persoonlijk zullen ondergaan en hier toestemming voor geven. Ze hoeven echter niet te weten welke theorie er getest gaat worden, welke verklaring er is voor de procedures of andere technische details. Er moet hen wel verteld worden dat ze zich op enig moment en zonder consequenties kunnen terugtrekken uit het onderzoek.

  • Debriefing

    indien deelnemers misleid zijn wordt achteraf  uitgelegd wat het doel van het experiment was en waarom zij misleid zijn hierover.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Organizational citizenship behaviors: 
Hulp bij taken die verder gaan dan de formele functieomschrijving, komen voort uit de motivatie om de organisatie vooruit te helpen, niet om er zelf goed op te staan. 
Public goods dilemmas (dilemma's over publieke goederen): 
De beschikbaarheid van publieke goederen hangt af van de individuele bijdrage door alle groepsleden.
Resource depletion dilemmas (dilemma's over uitputting van bronnen): 
Wanneer één groepslid een bepaalde bron gebruikt, zal er genoeg over zijn om zichzelf weer aan te vullen. Wanneer alle leden deze bron gebruiken, is hij binnen korte tijd leeg en kan niemand er meer gebruik van maken.
Sociaal dilemma:
 Een vorm van onderlinge afhankelijkheid waarin de meest belonende actie voor elke individu, als die door iedereen gekozen wordt, een negatieve uitkomst heeft voor de gehele groep.
Empathie-altruïsme model: 
veronderstelt dat mensen twee soorten emoties kunnen ervaren wanneer ze iemand zien lijden: persoonlijke ellende (paniek, bangheid, angst), wat leidt tot egoïstisch hulpgedrag, of empathische bezorgdheid (sympathie, medelijden, vertedering), wat leidt tot altruïstisch gedrag. 
Negative-state relief model of helping: 

Mensen helpen vanwege egoïstische motieven: We helpen anderen in slechte omstandigheden om het ellendige gevoel dat wijzelf door hun  lijden krijgen te laten verdwijnen. Dit model verklaart ook waarom mensen weglopen ipv te helpen: hun eigen leed verzachten. Niet alle negatieve emoties vergroten hulpgedrag. Wanneer negatieve emoties op het zelf gericht zijn (bijv bij depressie), worden mensen blind voor hulpvragende situaties. Alleen wanneer mensen gericht zijn op anderen zullen negatieve emoties leiden tot meer hulpgedrag.


Norm van familieprivacy: 
Je bemoeit je niet met familiare/huwelijkse problemen. De vrouw zou zich ongemakkelijk kunnen voelen en de man zou aggressief kunnen reageren
Omstander-effect: 
Hoe meer anderen aanwezig zijn om te helpen, hoe minder verantwoordelijk we ons voelen en hoe kleiner de kans dat we helpen.
Sociale verantwoordelijkheidsnorm:
 Zij die zich goed kunnen redden, moeten zij die daartoe niet in staat zijn helpen. Wanneer iemand hulp nodig heeft vanwege een reden waar hij/zij niets aan kan doen, zijn we eerder geneigd om te helpen dan wanneer iemand zelf verantwoordelijk is voor de malaise.
Publieksremming: 
Om voor schut staan te voorkomen, vermijden we helpen in de aanwezigheid van publiek. Of kijken we eerst wat andere omstanders doen (pluralistisch negeren).