Summary sociale psychologie H1

-
206 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - sociale psychologie H1

  • 1 sociale psychologie H1

  • definitie sociale psychologie
    Sociale psychologie is a. de wetenschappelijke studie van b. de manier waarop de gedachten, gevoelens en gedragingen van mensen c. worden beinvloed door d. de werkelijke of voorgestelde aanwezigheid van andere mensen.
  • de wetenschappelijke studie van sociale psychologie
    Sociaal psychologen maken gebruik van systematisch onderzoek met vaak zeer geavanceerde methoden om het denken, doen en voelen van mensen te doorgronden.
  • definitie b. gedachten, gevoelen en gedragingen
    Sociale psychologen zijn niet alleen geïnteresseerd in het uiterlijke zichtbare gedrag van mensen, mar ook in de onzichtbare processen die zich tussen de oren van mensen afspelen. Ook in de gevallen waarin het denken, voelen en doen van mensen automatisch of onbewust is.
  • definitie c. invloed
    De invloed die mensen op elkaar hebben is vaak subtiel, vaak heeft de beïnvloeder niet de bedoeling iemand te beinvloeden. Soms wel doelbewust, bijv in reclames.
  • definitie d. werkelijke of voorgestelde aanwezigheid van andere mensen
    Mensen kunnen ons beinvloeden als ze feitelijk aanwezig zijn, maar ook als de mensen zelf buiten beeld zijn. Daarnaast ook door niet het feit wat andere mensen vinden, maar door wat we denken dat andere mensen vinden, dat wil zeggen, door eigen interpretaties van het gedrag van anderen
  • Need to belong
    Het belangrijk vinden om erbij te horen, dit ligt diep in onze instincten.
  • Social tuning
    Het onbewust op elkaar afstemmen van gedrag, gedachten en gevoelens.
  • Kameleoneffect
    het overnemen van elkaars mimiek en bewegingen. Dit is sterker bij mensen die elkaar mogen.
  • Spiegelneuronen
    Spiegelneuronen of spiegelcellen, zijn hersencellen die de activiteit en ervaringen van anderen weerspiegelen in het eigen brein. Ze zorgen ervoor dat datgene wat ze zien automatische nadoen.
  • Empathie
    De spiegeling van de spiegelneuronen is niet allen beperkt tot bewegingen, maar ook emotionele en lichamelijke ervaringen, zoals verdriet en pijn. Dit mechanisme word gezien als de basis van empathie. Bij autistische mensen werkt dit niet goed.
  • Sociale imitatie kan soort overschrijdend zijn, een paard rent, jij ook.
    Niet alleen beïnvloeden we elkaar als we elkaar zien, maar ook als we aan elkaar denken.
    Het automatisch imiteren en afstemmen bevorderd groepsprocessen.
  • imiteren is belangrijk omdat:
    *de ander je onbewust aardiger gaat vinden.
    *het bevorderd een goede samenwerking
  • Besmetting door imiteren
    mensen besmetten elkaar als ze elkaar zien, bijv met paniek, juichen bij voetbal
  • Sociale psychologie beoefenen
    doorvragen, niets voor zelfsprekend nemen, een situatie uiteenrafelen tot de kleinste details, geen genoegen nemen met oppervlakkige verklaringen, beseffen dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Bij veel sociaalpsychologische inzichten en onderzoeksresultaten kan het lijken alsof iedere boerenpummel dat ook had kunnen bedenken en daarom word het vaak onderschat.
  • Hindsight bias
    Letterlijk inzicht achteraf vertekening, ik heb het altijd al geweten effect. Het probleem is, dat als je eenmaal iets weet, het lijkt alsof je het altijd al wist.
  • Sociaal onderzoek eerste indruk
    Men kijkt naar het uiterlijk. Mensen kunnen er zelf voor zorgen dat hun eerste indruk bewaarheid word door self fulfilling prophecy
  • sociaal onderzoek brainstormen
    Twee weten meer dan 1? nee, mensen komen met minder ideeen dan als ze alleen zijn, in een groep hoef je minder goed je best te doen.
  • Het gedrag van mensen
    het resultaat van zowel interne als externe krachten
  • Het omstander effect
    hoe meer mensen aanwezig hoe kleiner de kans dat er geholpen word. Oorzaken zijn het bystander effect en diffusion of responsebility
  • Bystander effect of omstander effect
    hoe meer omstanders, hoe kleiner de kans dat er geholpen word. Het is onduidelijk wie er moet helpen.
  • diffusion of responsebility
    Het is onduidelijk wie er moet helpen, iemand anders zal het wel doen. De verantwoordelijkheid is verdeeld. Het is onduidelijk wie er verantwoordelijk is.
  • Er zijn nog meer redenen waarom mensen niet snel hepen als er veel omstanders zijn: we zijn kuddedieren en nemen aan als niemand iets doet, dan zal het wel meevallen.
    Je reactie in een noodsituatie heeft te maken met de omgeving, de relatie met de omstanders en toevallige factoren.
  • proef met gehoorzaamheid elektrische schokken
    Mensen gaan ver als ze iets word opgedragen, zelfs tot het geven van gevaarlijke schokken. Ze gehoorzamen alleen maar als ze zich identificeren met de autoriteit en zijn doel. De autoriteit hoeft het niet te doen, hij geeft een opdracht, de uitvoerder doet het onder de verantwoordelijkheid van de ander, zo ontlopen ze beide de harde ernst van wat ze doen.
  • Voet tussen de deur effect
    Je begint met iets simpels en maakt het daarna moeilijker, mensen durven dan niet snel meer te stoppen omdat ze hebben gezegd mee te werken.
  • De interpretatie van de situatie
    mensen worden niet direct beïnvloed door de situatie, maar door de manier waarop ze de situatie interpreteren, waarnemen. Zoals bij het gevangenis experiment. Zo kan je iemand beter beïnvloeden door zijn zich op de wereld te veranderen dan de wereld zelf.
  • Sociale cognitie
    Kijken hoe mensen hun sociale omgeving waarnemen en interpreteren.
  • Betekenisgeving
    mensen geven een betekenis aan wat ze zien, ze zoeken een samenhang. bijv bij eigenschappen van mensen, aardig is ook lief
  • Wat mensen doen bij waarnemen is hun cognitieve capaciteit zo efficient mogelijk gebruiken. Alleen wanneer het echt van belang is, dan staan we ergens langer bij stil. Hetzelfde geld bij de sociale omgeving, snel en grof, quick and dirty. Informatie verwerken met alle gevolgen voor selectie aanvulling en verdraaiing. Pas wanneer een persoon belangrijk voor je is zul je er meer aandacht aan besteden.
    Een tweede basisprincipe van informatieverwerking is mensen gaan zo efficient en pragmatisch mogelijk om met hun aandacht.
  • vier basisprincipes van informatie verwerking.
    -mensen geven betekenis aan hun waarneming
    -mensen gebruiken hun cognitieve capaciteit efficiënt
    -Motieven en belangen kleuren de waarneming
    -veel reacties zijn onbewust en automatisch
  • Whishful thinking of motivated thinking
    We zien eerder wat we willen zien. Je denkt dat zoiets is, omdat je het hoopt, omdat het strookt met je motieven en belangen. Deze verborgen bedoelingen helpen je ego en soms een zelfbeeld van een ander.
  • Motieven en belangen kleuren de waarneming
    Niet zien wat je niet wilt zien. Op deze manier kijken mensen altijd een beetje de kant op die ze het beste uitkomt. Voor behoefte aan een betere zelfbeeld, behoefte aan controle.
    Een nadeel is dat we risico s minder snel zien. (hard gooien met de dobbelsteen in een casino om een hoge worp te krijgen) 
  • Automatische reacties
    Het grootste deel van de dingen die mensen doen, denken en voelen komt niet voort uit bewuste overwegingen, maar juist uit onbewuste drijfveren en associaties. Bijv, je leest aandachtig, maar je hoort toch je naam vallen of een huilende baby. Je onbewuste antenne staat altijd aan, als er voldoende cognitieve capaciteit is.
  • Geheugen bestaat uit 2 delen
    Explicietgeheugen: deze bevat de kennis waarvan we weten dat we die hebben. (het geleerde van een examen)
    Implicietgeheugen: bevat de kennis en de ervaringen waar we onbewust gebruik van maken, meestal zonder dat we dat goed beseffen. Het is kennis die ons denken en handelen beïnvloedt.(bijv een geur aan een oude herinnering)
  • Associaties en ervaringen kunnen zelfs worden opgeslagen in je lichaam, waardoor je lichaam weet dat iets wel of niet goed is, terwijl je daar niet helemaal bewust van bent. Soms zijn ze ook aangeboren, er is dan een somatische markering.
    De associatieve werking van onbewuste processen brengt met zich mee dat het onbewuste slecht is in uitgesproken ontkenning, dus het woordje niet.
  • Bij een gespleten persoonlijkheid weet de persoon op expliciet niveau niet dat de andere persoonlijkheden bestaan, op impliciet niveau zijn ze wel met elkaar verbonden.
  • snel en grof
    Het onbewuste maakt geen precieze analyse van de omgeving het werkt in termen, zoals goed, prettig en slecht. Verkeerde conclusies worden slecht gecorrigeerd. Hoor je leuke muziek, dan ben je vaak vrolijk.
  • Veel reacties zijn onbewust en automatisch
    vaak weet je niet waarom je zo reageert.
  • Embodiment
    associaties tussen lichamelijke en mentale reacties. Abstracte concepten zoals plezier, trots zijn gegrond in lichamelijke ervaringen. Dit betekend dat lichamelijke ervaringen ons denken en voelen kunnen beïnvloeden, en ook omgekeerd. Onderzoek van Martin een pen tussen de tanden en dan proberen te lachen.
  • Facial feedback
    Er blijkt een associatie tussen de stand van de mond en het gevoel. Zijn de lachspieren aangespannen, dan word dat geassocieerd met een goed gevoel.
    Facial feedback is een vorm van embodiment: de toestand van het lichaam, in dit geval het gezicht, geeft de hersenen informatie over de gemoedstoestand.
  • Lichamelijke houding en lichamelijke toestand
    Als mensen in een open houding zitten, dan beoordelen ze de stimuli positiever dan als ze in een afwerende houding zitten.
    Onderzoek: als je nodig moet plassen en dat in moet houden, strekt zich dat uit naar controle over andere impulsen.
  • Automatische embodiment: warmte
    Warme koffie in de hand, maakt dat iemand warmer beoordeeld. Het gevoel van de warmte zorgt voor openstelling tov anderen. Onderzoek: bij een onderzoek is gebleken dat mensen de temperatuur van de omgeving lager inschatten als ze aan iets vervelends dachten. Mensen die buitengesloten zijn hebben meer behoefte aan warme drankjes
  • Automatisch embodiment: gewicht
    Als mensen iets zwaars in hun handen hebben, dan vinden ze een onderwerp belangrijker en denken ze grondiger na. Mensen schatten gewicht van iets ook zwaarder in als ze over een belangrijk onderwerp nadenken.
  • Automatische embodiment: reinheid
    onbewuste associaties tussen moraliteit en fysiek schoon, een schoon lichaam is een schoon geweten. Wanneer mensen meer interesse tonen in zeep en schoonmaakmiddelen denken ze na over hun eigen misstappen.
    Zo is er ook het macBeth effect: die zich schoon wilde wassen na de moord op de koning.
  • De sociale structuur van de werkelijkheid
    Werkelijke situatie/werkelijkheid--interpretatie--gedrag--werkelijkheid
    Mensen reageren vaak op situationele prikkels zonder zelfs maar te beseffen dat ze door de prikkels beïnvloed worden. Ze reageren met name naar hun eigen interpretaties.
  • Social tuning
    mensen stemmen hun gedrag en ook hun zelfbeeld af op de verwachtingen van de ander.
  • Self fulfilling prophecy
    We kunnen de werkelijkheid niet zomaar los zien van de sociale waarneming, hij word door mensen gecreëerd.
  • Interactie patroon
    We proberen een rol te vervullen die strookt met je zelfbeeld en doelen en belangen, maar tegelijkertijd willen we de ander in zijn waarde laten en hem de ruimte geven om zijn rol op zijn manier te vervullen.
  • Correspondentie vertekening of fundamentele attributiefout
    de neiging om de invloed van de situatie op het gedrag van mensen te onderschatten, omdat het betekend dat je ten onrechte het gedrag van mensen correspondeert met onderliggende persoonlijkheidskenmerken.
  • Cognitieve dissonantie
    Het feit dat je iets doet wat tegengesteld is aan je mening, veroorzaakt spanning. Dit vervelende gevoel ervaar je door de tegenstelling in 2 gedachten. onderzoek, schrijf een betoog voor de verhoging van collegegeld, dit doe je uit vrije wil, maar je bent er tegen. Het gedeelte vrije wil zorgt ervoor dat je spanning voelt, omdat je er eigenlijk tegen bent. Zou je er geld voor krijgen, dan voel je de spanning niet, en is het geen cognitieve dissonantie, je hebt dan een reden.
  • Induced compliance
    opwekken, aanzetten tot meegaandheid. Dit is niet hetzelfde als gehoorzaamheid, omdat er geen sprake is van een opdracht. Zou je een verslag willen schrijven voor de verhoging van collegegeld, omdat ik er al zoveel krijg die tegen zijn. Je zou me er een groot plezier mee doen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Effecten van belang op oordeel en evaluatie
wishful thinking en onrealistisch optimisme.
Je gaat met een collega samenwerken en je hoopt dat het gezellig word dus hoop je al op een positief beeld.
Onrealistisch optimisme is dat mensen er vanuit gaan dat er positieve dingen gaan gebeuren in hun leven.
Bij voldoende Cognitieve capaciteit
minder stereotypering
kleinere primacy effecten
minder corresponderende vertekening
meer complexe indrukken.
Effecten van belangen op aandacht en individuatie
1. je moet het kunnen, als je tegelijkertijd iets anders doet lukt dat niet, er is geen cognitieve capaciteit over.
2. je moet de motivatie hebben, je moet willen.
Als motivatie zijn er verschillende factoren, afhankelijkheid, verwachting van interactie, dat je naderhand verantwoording af moet leggen of het idee dat jou oordeel voor iemand consequenties kan hebben.
Individuatie
het is de tegenpool van stereotypering, de persoon word niet gezien als lid, maar wordt beoordeeld op basis van persoonlijke eigenschappen en gedragingen. de persoon word gezien als individu, dit proces is bewust en doordacht.
Posititvteits-effect
Op de bekwaamheidsdimensie is er juist sprake van positief als iemand zich in bepaalde capaciteiten bewijst. Dit word meestal getoetst.
Negatieviteits-effect
Negatieve informatie legt meer gewicht in de schaal dan positieve informatie. De effecten zijn zelfs sterker als een persoon potentieel bedreigend is: immoreel en intelligent. Negatieve informatie is informatiever, doordat het sociaalonwenselijk is en meer afwijkt van de norm.
The big two
de waarnemingen van personen zijn grofweg in 2 soorten eigenschappen te verdelen.
1. likeability eigenschappen die gerelateerd zijn aan hoe mensen met anderen omgaan, hoe aardig en vriendelijk ze zijn en hoe moreel en betrouwbaar ze zijn.
2. Power eigenschappen die te maken hebben met vermogens, dominantie en bekwaamheden.
Primacy-effect
de eigenschappen die als eerste worden genoemd hebben meer invloed op het oordeel over een persoon dan de eigenschappen die achteraan staan. De eerste eigenschappen hebben daarom ook invloed op de latere eigenschappen.
Impressievorming
Dit proces vind plaats op een spontane in intuitive manier of beredenerend en doordacht plaats.
het geheel (onze totaalindruk van een persoon) is meer dan de som der delen. het vormen van een totaalindruk, het aaneenrijgen van losse stukjes informatie tot een samenhangend beeld. Hierbij telt niet elk onderdeel even zwaar en het kan dus asymmetrisch zijn.
Het actor-waarnemer-verschil
Je hebt meer informatie dan bij een corresponderende vertekening en daarom zie je dingen anders, je hebt een andere invalshoek. Het accent ligt hier meer op het verschil hoe mensen hun eigen gedrag en dat van anderen beschouwen. Je kijkt nog steeds teveel naar de persoon ipv de situatie.