Summary Sociale Psychologie Voor Managers

-
ISBN-10 9031332992 ISBN-13 9789031332991
321 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociale Psychologie Voor Managers". The author(s) of the book is/are A T H Pruyn H a M Wilke P Veen. The ISBN of the book is 9789031332991 or 9031332992. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sociale Psychologie Voor Managers

  • 1 Managementvraagstukken en sociale psychologie: een inleiding

  • Waar gaat het om in de sociale psychologie?
    Het draait om de vraag hoe gedachten, gevoelens en gedragingen beïnvloed worden door anderen in de omgeving.
  • 1.1 Het werkveld van de manager in bedrijven en instellingen

  • Wat zijn werkvelden van de manager?
    • Manager zelf (gedachtes, gevoelens, gedrag)
    • Werking van organisatie (leiderschap, samenwerking, communicatie)
    • Markt (consumenten: (infoverwerking, besluitvorming)
    • Strategisch beleid (gedrag van concurrenten, competitie, coöperatie, conflicten)
    • Technologie, informatica logistiek (mens-machine interacties)
    • Financiële markten (beslissingen van aandeelhouders)
  • Welke twee categorieën van methoden en technieken zijn er om gedrag binnen een bedrijf te analyseren?
    • Geaggregeerd niveau: tussen economische variabelen (relatie tussen promotie en aandelen)
    • Individueel niveau
  • Wat wordt op sociaal-psychologisch niveau voornamelijk van een manager verwacht?
    Dat hij in staat is het gedrag van verschillende stakeholders te begrijpen, verklaren én voorspellen.
  • Op welke vier niveaus draagt de sociale-psychologie bij aan het inzicht van managers? 

    • Gedrag van individu
    • Interacties tussen individuen
    • Processen binnen groepen
    • Verhoudingen tussen groepen
  • Wat is er voor nodig om gefundeerde beslissingen te maken als manager?
    Theorievorming van toepassing van kennis.
  • 1.2 Theorievorming in de psychogologie

  • Op welke twee verschillende manieren kunnen verschijnselen worden verklaard door wetenschappers?

    • Inductie: Bijzondere => algemene beweringen (theorievorming)
    • Deductie: Algemene theorie => bepaalde beweringen (afleiden)
  • 1.3 Reductie van mogelijke verklaringen

  • Hoe constateert een wetenschapper welke verklaring voor een verschijnsel via deductie de beste optie is?
    Dat kan hij alleen door te toetsen en het uitsluiten van alternatieven = reductie
  • Wat houdt wetenschappelijk bezig zijn in?
    1. Vragen stellen
    2. Verklaringen geven
    3. Juistheid toetsen
  • 1.4 Sociale psychologie omschreven

  • Wat is opvallend aan de definitie van Allport (1954) voor sociale psychologie?
    De mate waarin beleving en gedrag worden beïnvloed door expliciete en impliciete aanwezigheid van anderen.
  • Wat wordt bedoeld met impliciete en expliciete aanwezigheid van anderen?
    Impliciet = non-fysiek aanwezige beïnvloeding
    Expliciet = fysiek aanwezige beïnvloeding 
  • Waarom wordt her in de definitie van sociale psychologie onderscheid gemaakt tussen beleving en gedrag?
    Dit belangrijkste reden is dat (sociaal)psychologen uit gaan van de veronderstelling dat gedrag tot stand komt als gevolg van interne processen (beleving), die hun weerslag hebben op hoe iemand zich zal gedragen.
  • Wat betekent beleving?
    Het samenspel van gedachten en gevoelens. Anders gezegd dat wat een individu ervaart.
  • 1.5 Toetsing in de sociale psychologie

  • Welke hoofdmethoden worden er gebruikt om verklaringen te toetsen?
    • Correlationeel onderzoek: samenhang onderzoek tussen X en Y
    • Experimenteel onderzoek: toetsing van oorzakelijke verbanden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke cultuur verschillen zijn er te vinden tussen collectivistische en individualistische culturen
  • Communicatie: Collectivistisch is indirecter en contextgevoeliger
  • Relaties: groter tijdsperspectief, harmonieuze relaties
  • Sociale beïnvloeding: collectief: harmonie: individualistisch: opleggen eigen wil

Welke aspecten van sociale interactie verdienen bijzondere aandacht?
  • Rollen en netwerken
  • Communicatie: enge zin: dmv gesproken woord en ruime zin: symboliek achter gebaren en uitdrukkingen
  • Ethiek en mores: manier van zaken doen
Waarom vervullen symbolen een belangrijke rol?
Ze stellen ons in staat om met minimale inspanning te communiceren over complexe concepten en ideeën. 
Wat is het verschil tussen rituelen en gewoonten?
  • Rituelen: expressieve, symbolische activiteiten in vaste volgorde, vaak herhaald, vanuit collectieve norm, bewust
  • Gewoonten: regelmatig gedrag in vaste volgrde, vanuit individuele norm, niet bewust
Welke drie culturele basisdimensies onderscheid Schwartz?
  • Conservatisme vs. Autonomie: beperkte ruimte en onderdeel van het collectief (conservatief) vs. veel ruimte om te ontwikkelingen (autonomie) en aandacht voor het individu
  • Hiërarchie vs. Gelijkwaardigheid: ieder zijn rol in samenleving is duidelijk en ligt vast vs. vrijwillige samenwerking voor gemeenschappelijke belangen
  • Beheersing vs. Harmonie: Eigen wil opleggen in omgeving vs. acceptatie vd wereld
Welke drie maatschappelijk kernvragen hanteert Schwartz?
  1. Welke ruimte heeft het individu in de groep?
  2. Hoe stimuleer je verantwoordelijk gedrag?
  3. Hoe ga je om met de omgeving?
Welke twijfels zijn er aan de Hofstede dimensies?
  • Manier van meten
  • Representativiteit
  • Tijd- en context-specifieke karakter
  • Twijfel aan generalisatie
Wat zijn de cultuurdimensies van Hofstede?

  • machtsafstand versus gelijkheid
  • collectivisme versus individualisme
  • masculiniteit versus femininiteit
  • hoge mate van onzekerheidsmijding versus lage mate van onzekerheidsmijding 
  • korte-termijnoriëntatie versus lange-termijnoriëntatie 
Wat is het verschil tussen de emische en etische benadering?
  • Emisch: (abstracte) cultuurelementen zijn vaak zo uniek, dat zealleen maar gemeten kunnen worden met instrumenten die binnen die cultuur ontwikkeld zijn.
  • Etisch: richt zich op het opsporen van overeenkomsten tussen culturen en gemeenschappelijke elementen. Deze benadering stelt andere eisen aan meetinstrumenten waarmee de subtiele verschillen tussen culturen in kaart kunnen worden gebracht. 
Waarom als markteer aandacht besteden aan macro- en microculturen?
  • Macro: hoe internationaal verschillende culturen aanspreken?
  • Micro: hoe succes bijinnovaters bereiken?