Summary Sociologie en de moderne samenleving

-
ISBN-10 9053522891 ISBN-13 9789053522899
433 Flashcards & Notes
26 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociologie en de moderne samenleving". The author(s) of the book is/are onder van Jacques van Hoof. The ISBN of the book is 9789053522899 or 9053522891. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sociologie en de moderne samenleving

  • 1.1 Sociologie: Eerste kennismaking

  • Wat zijn de 3 hoofdvragen van de sociologie?
    Het orde- of cohesievraagstuk, het ongelijkheidsvraagstuk en het identiteitsvraagstuk.
  • Wat is het orde- of cohesievraagstuk?
    Dat wat de samenleving bijeen houdt en de manier hoe in de samenleving orde en samenhang tot stand komt.
  • Wat is het ongelijkheidsvraagstuk?
    Hoe de schaarse, algemeen begeerde zaken en voorrechten in de samenleving worden verdeeld en welke gevolgen dat dan heeft voor de onderlinge verhoudingen tussen groepen in de samenleving.
  • Wat is het identiteitsvraagstuk?
    De manier in hoeverre maatschappelijke verhoudingen het zelfbeeld en het zelfbesef (identiteit) van groepen en individuen in de samenleving beïnvloedt.
  • 1.2 Modernisering

  • Wat is modernisering?
    Het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen, vanaf de industriële revolutie.
  • Wat zijn de problemen met het moderniseringsbegrip?
    -Er bestaan zeer uitlopende, zelfs tegenstrijdige interpretaties van processen van maatschappelijke verandering.
    -Positief: geloof in vooruitgang en geestelijke bevrijding van de mens; vrije ontplooiing.
    -Negatief: gerationaliseerde, gemechaniseerde productie (ontmenselijkt: mens gereduceerd tot productiemiddel) en verval traditionele leefnormen en waarden.
  • 1.2.1 Modernisering in sociologisch perspectief

  • Wat is een institutie?
    Een complex van geschreven en ongeschreven regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond een bepaald facet van het sociale leven reguleren. (Bijv. huwelijk)
  • Wat is institutionalisering?
    Het proces waarbij zulke regels ontstaan en hun neerslag vinden in standaardpatronen.
  • Modernisering - Macro
    -Technische veranderingen, industrialisatie, wetenschapsontwikkeling.
    -Institutionalisering: Wanneer belangrijke veranderingen? Ontstaan moderne staten, democratisering, sociale voorzieningen (onderwijs, gezondheid, sociale zekerheid)
    -Verzakelijking relaties tussen mensen door geldeconomie
    -Verstedelijking, scheiding privaat - publiek
    -Secularisering
  • Modernisering - Micro
    -Cohesie: veranderende solidariteit, toename individuele zelfstandigheid en keuzevrijheid.
    -Stratificatie: leefomstandigheden, individuele stijging (stratificatie)
    -Identiteit: nieuwe constructies van identiteiten van groepen en individuen; individualisering.
  • 1.2.2 Hoofddimensies van het moderniseringsproces: differentiatie, commodificatie en rationalisme

  • Wat zijn de 3 hoofddimensies van het moderniseringsproces?
    Differentiatie, commodificatie en rationalisatie
  • Differentiatie:
    -Taakdifferentiatie: specialisatie, deeltaken (Arbeidsverdeling)
    -Systeemdifferentiatie: ontstaan organisaties en instituties: taken en functies verdeeld onder instituties (niet meer alleen binnen gezin bijvoorbeeld)
  • Commodificatie (Marx):
    Waarde wordt afgemeten aan geldelijke opbrengst (arbeidsmarkt & loonarbeid) + Toenemende rol van geld
  • Rationalisatie:
    -Het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid om deze meer voorspelbaar en beheersbaar te maken.
    -Rede (verstand) i.p.v. traditie, dogma. Bijvoorbeeld koopzondag
    -Secularisering: belang van religie verminderd in maatschappelijk leven.
  • 1.4 Cohesie, identiteit en ongelijkheid bij de Amsterdamse brommerkoeriers

  • Sociale structuur:
    De betrekkelijk duurzame en geordende relaties tussen de onderdelen van een samenlevingsverband (personen, groepen, organisaties, partijen, instituties), waardoor deze aan elkaar verbonden zijn tot 1 samenlevingsverband.
  • Internalisering:
    Het proces waarbij mensen zich regels eigen maken (geen voorschriften meer, maar zelfgekozen richtlijnen voor gedrag)
  • Identiteit:
    Het eigen zelfbeeld + het beeld van buitenstaanders (vaak nogal stereotiep)
  • De overlap tussen de persoonlijke en collectieve identiteit:
    Gedeelde leefstijl: eigen taalgebruik, eigen vrijetijdsgewoontes, eigen muzikale smaak enz.
  • Sociale ongelijkheid:
    -De ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken in de samenleving (kennis, inkomen, vermogen, opleidingskansen, gezag en privileges)
    -De ongelijke waardering en behandeling van personen op grond van hun maatschappelijke positie en leefstijl (bijv verschil tussen man en vrouw)\
  • Sociale mobiliteit:
    Het kunnen opklimmen of dalen van de sociale ongelijkheid ladder.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Institutionalisering
Proces waarin regels ontstaan en hun weg vinden in standaardpatronen
Modernisering vanuit sociologisch perspectief
1)Opkomst nationale staten, politieke instellingen, Parlementaire democratie, sociale voorzieningen, staatsbureaucratie

2) opkomst markteconomie- geld
3)  Opkomst verstedelijkt samenlevingspatroon( individualisering)
4) Opkomst seculiere samenleving- afbrokkelen religie, plaats moderne wetenschap
Sociologen onderzoeken?
structuur van groepen, organisaties ,samenlevingen en
de wijze waarop mensen in deze contexten  met elkaar omgaan
Sociologie is?
de wetenschap van de samenleving
Modernisering
Ontwikkeling in de tijd , maatschappelijke veranderingen
Universeel kenmerk van de sociale ongelijkheid:
een algemeen gedeelde voorstelling van een hiërarchie van beroepen op grond van hun bijdrage aan de samenleving als geheel.
Sociale gelaagdheid van de Nederlandse samenleving:
De lagen/rangstanden die Van Heek onderscheidde, brengen beroepen bijeen op grond van hun prestige, niet op grond van overeenkomstige economische kenmerken (bv inkomen) of kenmerken van de werksituatie (bv type werk)
Beroepsprestige als sleutel tot sociale stratificatie:
1. Een nauwkeurige reconstructie maken van de verschillen in prestige tussen verschillende beroepen.
2. Op grond daarvan sociale lagen onderscheiden.
Beroepsprestigeclassificatie:
Beroepen centraal i.p.v. klassen --> hierop is tegenwoordig ook het sociale aanzien gebaseerd.
Traditionele arbeiderscultuur:
Gekenmerkt door hechte banden met verwanten, buren, collega's, een sterk wijkgevoel en de bereidheid tot collectieve actie ter verbetering van de eigen situatie.
--> deze lijkt te verdwijnen door meer individualistische instelling: mensen zijn meer selectief.