Summary Sociology : a global introduction

-
ISBN-10 0273727915 ISBN-13 9780273727910
231 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociology : a global introduction". The author(s) of the book is/are John J Macionis & Ken Plummer. The ISBN of the book is 9780273727910 or 0273727915. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sociology : a global introduction

  • 3.1 Wat is sociologie

  • Giddens: Sociologie is de studie van het menselijke sociale leven, groepen en samenlevingen. Het bereik van de sociologie is extreem breed, van de analyse of ontmoetingen tussen individuen op de straat tot onderzoek naar wereldwijde sociale processen.
  • Object sociologie = wat individu (geïnternaliseerd) beïnvloedt vanuit de omgeving en omgekeerd en bovenindividuele structuren en processen (functioneren van organisaties of instituties, nationale cultuur of samenleving)
  • 3.2 Methoden en onderzoek: wat sociologen doen.

  • Doel sociologie: op zoek gaan naar waarheid over hoe maatschappij in elkaar zit. Uiteindelijk moet sociologie een manier van denken worden, kritische blik op het sociale.
  • 3.3 De sociologen als kritische burgers: sociologie in het dagelijkse leven.

  • Peter Berger: eerste wijsheid van sociologie is dat dingen niet zijn zoals zij lijken.

    Sociologisch perspectief als manier om het generale te zien in het specifieke. Generale patronen. Gemeenschap handelt anders bij verschillende categorieën mensen.

  • Zygmunt Bauman: 'defamiliarise the familiar'. Het idee dat mensen alles doen omdat zij dit zelf beslissen, opgeven. De samenleving leidt onze gedachten en behoeften.
  • Veel dingen worden gedetermineerd door factoren buiten onze controle (='walls of our imprisonment):

    - Cultuur

    - Sociale verdelingen

    - Power structuren

    - Families (gezinnen)

    - Religie

    - Educatie

    - Media

    - Wetenschap

  • Emile Durckheim: sociale krachten helpen bij het vormen, zelfs de meest individualistische geïsoleerde handeling van zelfvernietiging (= zelfmoord).

    Bij ene categorie meer waarschijnlijk dan bij andere.

    Hoe meer individualistisch en/of geïsoleerd, hoe hoger de zelfmoordaantallen.


    - Anomic suicide = door grote veranderingen en sociale breakdown.

    - Altruistic suicide = door veel te veel integratie.

    - Egoistic suicide = door te weinig regulatie.

    - Fatalistic suicide = door te veel regulatie.

  • 3.4 Sociol change and the Great Transformation

  • Change, transformation and society

    1. Nieuwe industriële economie: de groei van moderne kapitalisme.

    Manufacturing = door de hand gemaakt.

    2. Groei steden

    Enclosure movement = dwang boeren naar steden om daar op zoek te gaan naar werk in nieuwe fabrieken.

    Sociale problemen: armoede, ziekte, vervuiling, criminaliteit en dakloosheid.

    3. Politieke verandering: controle en democratie

    Eerst verschillen in hiërarchie verklaard door God's wil. Verschuiving naar indivudual liberty and individuele rechten.

    4. Verlies van de gemeenschap (gemeinschaft): de verduistering van gemeenschap

    Samenlevingen werden gradueel rootless en impersonal. Mensen meeste associeren op basis van zelf-interesse. Gesellschaft.

  • Verlichting. Franse filosofen hoeksteen, a solid respectable clan of revolutionaries. Arrival modern world:

    1. Rationaliseren en redenen: sleutel voor organiseren van kennis.

    2. Empirisme: feiten en observaties.

    3. Wetenschap: experimentele wetenschappelijke revolutie.

    4. Universalisme: zoeken naar de generale wetten van het heelal.

    5. Voortgang: verbeteren menselijke conditie.

    6. Individualisatie: startpunt voor alle kennis.

    7. Tolerantie: religieuze conflicten, overtuigingen etc. moeten getolereerd worden.

    8. Vrijheid: menselijke conditie zelf gekozen.

    9. Human nature uniform: rationeel, individueel en vrij.

    10. Secularisme: ondanks tolerantie of omdat tolerantie .. , verlichting was vaak tegen kerk.



  • Filosofen hielden zich vooral bezig met hoe de wereld zou moeten zijn (utopie van de ideale

    wereld)

     

    Grondlegger Sociologie: Auguste Comte in 1839

    Auguste Comte: ontwikkelde een wetenschappelijke manier om de maatschappij te benaderen.

    Hij beschreef 3 periode:

    1. Theologische fase
    (Middeleeuwen); gedachten en zienswijzen over de wereld werden geleid

    door religie (wereld is expressie van God’s wil)

    2. Metafysische fase
    (Renaissance); maatschappij is een natuurlijk fenomeen i.p.v. een

    bovennatuurlijk (Hobbes, filosoof)

    3. Wetenschappelijke fase

    Comte was een positivist van hieruit geloofde Comte dat de maatschappij overeenkwam met

    onveranderlijke wetten (zoals in de fysica de zwaartekracht).

    Positivisme: een manier om de wereld te begrijpen gebaseerd op wetenschap.

    Social statics: hoe de maatschappij een geheel vormt en behoudt.

    Social dynamics: hoe de maatschappij verandert.

     


    Sociologie is ontstaan als gevolg van de Franse revolutie en de Industriële revolutie.

    Hierdoor kwamen de volgende veranderingen / ontwikkelingen:

    1. Wetenschappelijke ontdekkingen en geavanceerde techniek waardoor er fabrieken kwamen en een geïndustrialiseerde economie ( kapitalisme ).

    2. Als gevolg van de fabrieken en de werkgelegenheid ontstaan steden die enorm groeien.

    3. Politieke veranderingen als gevolg van besef van individuele vrijheid en rechten.

    4. Verlies van de gemeenschap; groeiende individualisering. Modernisering zorgt voor een uiteenvallen van de hechte samenleving.

     

    C. Wrights Mills ( 1916 – 1962 ): Amerikaanse Marxist; Mills zag sociologie als een

    mogelijkheid om de valkuilen van het leven te ontvluchten. Niet het individu is verantwoordelijk

    voor keuzen en falen maar de maatschappij. Mills transformeerde individuele problemen naar: sociale, publieke en politieke problemen.


    Nadruk op:

    - De macht van de maatschappij tot het vormen van onze levens.

    - Het belang van het relateren van onze levens met de geschiedenis / biografie en met de

    maatschappij.

    - Sociologische verbeelding ( Socialogical imagination ). Een bewustzijn dat ons helpt te zienwat er gebeurt in de wereld en wat er gebeurt met jezelf en dit kunnen relateren.

     

    Visie op deze veranderingen:


    Comte en Toennies: angst voor ontworteling van mensen en overweldiging van verandering.

    Angst voor verlies van traditie.


    Marx: ongelijke verdeling van kapitaal.


    Sociaal uitgesloten / buitengesloten personen zullen eerder dan andere de gevolgen van de
    maatschappij waarnemen. Periode van sociale crisis zet aan tot denken.

  • 3.5 Sociol change and the Great Transformation2

  • Digitale-informatie-netwerk cyborg society

    - Digital age: shift van analoog naar digitaal.

    - Cyborg age: adaptie van leven met technologieën.

    - Information age: snelle groei en productie van beschikbare info.

    - Netwerk society: ontwikkelen nieuwe manieren van communiceren en relateren.

    - Virtual age: gemedieerde aard van realiteit.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is sociologie?

De wetenschap van de samenleving, het samenleven t.b.v. wetenschappelijke en toegepaste kennis. Ofwel de systematische en wetenschappelijke studie van de maatschappij.

Waar bestaat het Sociologische perspectief uit?

Het algemene in het bijzondere zien:
Algemene patronen identificeren het gedrag van bijzondere individuen. De maatschappij reageert verschillend op groepen mensen binnen die maatschappij. Er zijn vele factoren die ons leven vormen / bepalen ( leeftijd, ras, geslacht, sociale status ). Bv gedrag lijkt bijzonder, maar komt vanuit religie dus religie is het algemene.

 

Het vreemde in het gewone zien:
Is het relativeren van je eigen cultuur. Hiervoor moet je afstand nemen. Berger; dingen zijn niet wat ze lijken. Verwerpen van het idee dat menselijk gedrag datgene is wat mensen besluiten te doen en te accepteren dat de maatschappij onze daden en gedachten stuurt / leidt (dus doen en denken is cultureel bepaal ).

 

Individualiteit in de context van het sociale:
Individuen gedragen zich in socially patterned ways het sociale beïnvloedt het individuele. Zelfs zelfmoord ( Durkheim ) blijkt cultureel bepaald. ( hoe meer sociale relaties hoe minder kans op suïcide, en hoe individualistische hoe meer kans. Komt allemaal neer op sociale integratie.)