Summary solanum 5/6

-
ISBN-13 9789048603916
243 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "solanum 5/6". The author(s) of the book is/are Geen Idee. The ISBN of the book is 9789048603916. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - solanum 5/6

  • 3.1 Waarom voorplanting noodzakelijk is

  • Waarom is voortplanting noodzakelijk?
    1) Het overleven van een soort op lange termijn.
    2) Evolueren en veranderen van een soort om zich aan te passen aan de leefomstandigheden van dat moment.
  • 3.2 De celcyclus, een ontwikkelingsprogramma voor cellen

  • Geef de celcyclus en benoem alle delen.
    In de celcylus kunnen we twee fasen onderscheiden:
    1) M-fase: hier gebeurt de deling.
    2) Interfase: een voorbereiding om de M-fase. In de interfase kan je nog meer stappen onderscheiden:
    - G1:('gap' of opening): geen nettosynthese van DNA
    - S (synthese): verdubbeling van DNA
    - G2:('gap' of opening): geen nettosynthese van DNA
  • Wat is de G0-fase?
    De cellen worden daar naar een punt geleid waar ze in een soort rusttoestand komen.
  • Wat is de restriction point?
    The point of no return op het einde van de G1-fase. Cellen die voorbij dit punt geraken, kunnen verder gaan in de interfase en kunnen de volledige cyclus afmaken, ook als de omstandigheden ongunstig zijn.
  • Wanneer kunnen de controlepunten van geen belang zijn?
    Bij kankercellen, ze trekken zich niets aan van de controlepunten. Daardoor blijven ze steeds delen waardoor er een tumor kan ontstaan.
  • 3.3.1 De kern bevat chromatine

  • Wat is een kern?
    De kern is een bolvormig celorganel dat wordt omgeven door een dubbel kernmembraan met openingen, de kernporiën.
  • Met wat is de kern gevuld?
    Met een vloeistof, die kernplasma of nucleoplasma genoemd wordt.
  • Wat gebeurt er bij het kleuren van de celkernen van cellen in rust?
    Er kan in de kernplasma duidelijk een netwerk van draden gezien worden.
  • Hoe noemen de draden in de celkernen?
    Deze draden noemen we chromatinedraden.
  • Wat toonde zorgvuldige observatie van lichtmicroscopische preparaten aan? Wat konden we daardoor onderscheiden?
    Niet alle chromatinedraden nemen evenveel kleurstof op. Daardoor kunnen we de euchromatine (minder sterk gekleurde) en de heterochromatine (meer gekleurd) onderscheiden.
  • Wat toonde elektronenmicroscopische foto's aan?
    Dat er nog een verschil is tussen chromatinedraden. Namelijk dat op de ultradunne doorsnede de aparte chromatinedraden niet meer te herkennen zijn. Je kunt wel materiaal zien dat meer en minder gekleurd is.
  • 3.3.2 Samenstelling en bouw van chromatine

  • Wat zijn de twee hoofdbestanddelen van chromatine?
    DNA en verschillende soorten eiwitten. Soms komt er ook nog RNA voor.
  • Tot welke groep behoren de eiwitten van de chromatine?
    Histonen.
  • Welke types histonen zijn er?
    Er zijn 5 verschillende types: H1, H2A, H2B, H3 en H4. (In sommige cellen bij vogels komt een histon H5 voor in plaats van histon H1).
  • Hoe ontstaat een 30nm dikke draad?
    Bij zorgvuldige isolatie van chromatine blijkt die chromatine een 30nm dikke draad te vormen. Door de draad te behandelen met bepaalde detergenten verdwijnt de chromatinedraad en ontstaat er een structuur die gelijkt op een parelsnoer. Die parels bestaan uit 8 histonen. Een groepje van 8 histonen noemen we een octameer. Rond het octameer windt zich een DNA-molecule. Een histonenoctameer met het eromheen gewonden DNA heet een nucleosoom. De nucleosomen worden verbonden door stukken linker-DNA. De parelsnoer bestaat uit een heel regelmatige afwisseling van nucleosomen en linker DNA. Dit parelsnoer wordt op een bepaalde manier opgewonden.
  • 3.3.3.1 Relatie chromatine - chromosomen

  • Wat ontdekte wetenschappers in de 19e eeuw over het chromatinenetwerk?
    Dat het chromatinenetwerk in de cel soms verdween. In de plaats kwamen dikke, draadvormige structuren die met dezelfde kleurstoffen als chromatine kleurden. Ze hadden soms enige gelijkenis met een letter X. Deze structuren werden chromosomen genoemd.
  • (~) Wat zijn chromosomen?
    Chromosomen zijn dikke, draadvormige structuren die met dezelfde kleurstoffen als chromatine kleurden, ze gelijken op de letter X.
  • Hoe kunnen we het verband zien tussen chromatine en chromosomen?
    Door het proces van condensatie te bekijken. Een ander belangrijk gegeven is dat condenserende chromatinedraden voor het proces van condensatie een kopie van zichzelf maken.
  • Chromatinedraden maken voor de condensatie een kopie van zichzelf. Leg dit verder uit.
    De originele draad en de kopie hangen op 1 punt vast, het centromeer. Aan beide zijden van het centromeer komt een plaatvormige structuur voor, het kinetochoor.
  • (~) Wat is een centromeer?
    Als een condenserende chromatinedraad een kopie van zichzelf maakt hangen de originele draad en de kopie vast op een punt, het centromeer.
  • (~) Wat is een kinetochoor.
    Als een condenserende chromatinedraad een kopie van zichzelf maakt hangen de originele draad en de kopie vast op een punt, het centromeer. Aan beide kanten van het centromeer komt een plaatvormige structuur voor, het kinetochoor.
  • (~) Wanneer ontstaat de karakteristieke X-vorm?
    Als beide chromatinedraden condenseren.
  • (~) Wat toont de tekening?
    Als beide chromatinedraden condenseren, ontstaat een karakteristieke X-vorm. De eerste figuur toont de beide opgerolde chromatines, verbonden via het centromeer.
  • Wat toont de tekening?
    Als beide chromatinedraden condenseren, ontstaat een karakteristieke X-vorm. De eerste figuur toont de beide opgerolde chromatines, verbonden via het centromeer. Deze figuur toont hetzelfde, maar rond elke opgerolde chromatinedraad is nu de omtrek getekent.
  • Wat toont de tekening?
    Als beide chromatinedraden condenseren, ontstaat een karakteristieke X-vorm. De eerste figuur toont de beide opgerolde chromatines, verbonden via het centromeer. Deze figuur toont enkel de omtrek van de opgerolde chromatinedraden. Deze omtrek komt goed overeen met de waargenomen chromosomen.
  • Hoe noemen we een opgerolde chromatinedraad?
    Een chromatide.
  • Wat is een chromatide?
    Een opgerolde chromatinedraad.
  • Uit wat bestaat een chromosoom?
    Een chromosoom bestaat uit 2 identieke chromatides die vastzitten met het centromeer.
  • Wat is een zusterchromatide?
    De oorspronkelijke chromatide en zijn identieke kopie die aan elkaar vastzitten met het centromeer, noemen we zusterchromatides.
  • Hoeveel DNA-ketens bevat een chromosoom?
    2, een chromosoom bestaat uit 2 chromatines, elk chromatine is 1 DNA-keten.
  • Is een chromosoom altijd X-vormig?
    Neen, het kan ook V-vormig zijn. Het centromeer bevindt zich niet altijd in het midden van een chromosoom, maar soms aan de uiteinden.
  • Wanneer komen er geen 2 maar 1 chromosoom voor?
    Bij prokaryoten komt slechts 1 chromosoom voor, dat bovendien ook nog cirkelvormig is.
  • Wat is het belangrijkste verschil tussen een eukaryote en een prokaryote cel?
    Een eukaryote cel heeft geen kern.
  • Wat is het proces van condensatie?
    Wanneer een cel zich voorbereidt op deling gaan de 30nm dikke draden zich met behulp van eiwitten gaan opwinden op een vrij ingewikkelde manier. Dit proces van opwinden noemt men condensatie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar wordt inhibine gemaakt?
In de cellen van Sertoli.
Waar wordt testosteron gemaakt?
In de cellen van Leydig.
Welke hormonen spelen een rol bij de productie van zaadcellen?
- Testosteron -> steroïdehormoon
- FSH 
- LH
- Inhibine -> eiwithormoon
- Maar ook oestrogeen en progesteron
Leg de verandering van het tijdsverloop uit?
- Cyclus duurt 28 dagen
- Eerste 14 dagen is de ontwikkeling van het follikel (folliculaire fase) en de uitgroei van het baarmoederslijmvlies (proliferatiefase)
- Dag 14 treedt de eisprong op
- De laatste 14 dagen ontwikkelt en verdwijnt het geel lichaam (luteale fase) en is het baarmoederslijmvlies in de secretiefase
- Het begin van de maandstonden is het begin van de cyclus
Leg de verandering van de slijmprop in de cervix uit?
- Hoge concentratie oestrogeen zal slijmprop dunner maken.
- Gewijzigde slijmvlies helpt zaadcellen in de baarmoeder te komen en verhoogt overlevingskansen
- Stijgende concentratie zorgt na de eisprong voor het dikker worden van het slijmvlies.
Leg de verandering in de eierstokken uit bij het baarmoederslijmvlies?
- Door stijgende concentratie oestrogeen verdikt het baarmoederslijmvlies (proliferatiefase) 
- Baarmoederslijmvlies scheidt stoffen af (secretiefase)
- Wanneer er geen bevruchting is, verdwijnt het geel lichaam (gehalte progesteron en oestrogeen daalt)
- Baarmoederslijmvlies breekt af
- Kleine bloedvaten worden afgebroken (menstruatie)
Leg de verandering in de eierstokken uit bij de menstruatiecyclus?
- Stijging concentratie FSH in bloed
- FSH zet follikels aan tot rijping
- Meerdere follikels beginnen te rijpen
- Een follikel rijpt volledig en wordt Graafs follikel
- Follikelcellen scheiden oessstrogenen af
- Oestrogeen bereikt hersenen waar ze de hypothalamus aanzetten om de hypofyse meer FSH te laten afscheiden
- Meer FSH zorgt voor meer oestrogeen
- Na een bepaald aantal oestrogeen geeft de hypofyse LH af
- Graafse follikel maakt eisprong
- Geel lichaam ontstaat
- LH en FSH dalen, geen nieuwe rijping, daling zorgt voor opnieuw stijgen
-> alles opnieuw
Wat is de menstruatiecyclus?
De menstruatiecyclus is de verzamelnaam voor een aantal regelmatige terugkerende veranderingen die in het lichaam van de vrouw plaatsvinden.
Wat zijn de gonadotrofine releasing hormonen?
GnRH, via de poortadel kan de hypothalamus hormonen naar de hypofyse sturen die productie en afgifte van hypofysehormonen stimuleren of afremmen. Die hormonen noemt men gonadotrofine releasing hormonen.
Uit wat bestaat de hypofyse?
Uit een voorkwam, een tussenkwam en een achterkwab. De voorkwab en achterkwab geven verschillende hormonen af aan de bloedsomloop. Een aantal zijn belangrijk voor de menstruatiecyclus. In de onderstaande tabel vind je ze allemaal terug.