Summary Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider

-
ISBN-10 9085241618 ISBN-13 9789085241614
382 Flashcards & Notes
22 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider". The author(s) of the book is/are Ton Cremers. The ISBN of the book is 9789085241614 or 9085241618. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider

  • 1.1 Inleiding

  • Wat is methodisch begeleiden?
    Methodisch begeleiden houdt in dat je je werk uitvoert dmv een vaste, doordachte werkwijze en dat je daarmee één of meer doelen wil bereiken.
  • Uit welke stappen bestaat de methodische begeleidingscyclus?
    1. Beginsituatie vaststellen
    2. Probleem formuleren
    3. Doel formuleren
    4. Een plan maken en uitvoeren
    5. Begeleiding evalueren en bijstellen
  • Waarom heet het een begeleidingscyclus?
    Omdat als je de 5 stappen hebt doorlopen je weer van voren af aan begint.
  • 1.2 Beginsituatie vaststellen

  • Waarom is het vaststellen van de beginsituatie bij methodisch begeleiden zo belangrijk?
    Omdat je moet weten wat het vertrekpunt is om je begeleiding zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte van de cliënt
  • 1.2.1 Factoren die de beginsituatie bepalen

  • Welke factoren bepalen de beginsituatie?
    1. Soort instelling
      De aard van de instelling zegt al veel over de begeleidingsbehoefte. Richt zich op een bepaalde doelgroep
    2. FInanciële kaders
      Een instelling krijgt cliëntgebonden geld van de zorgverzekeraars. 24-uurs zorg vast bedrag per cliënt. Rest individueel naar zorgbehoefte bepaald.
    3. Bestaande cliënt
      Heeft als intaleprocedure gehad, veel informatie is al bekend. Check algemene koepelplan, dossiers en rapportages, doe navraag bij collega's en cliënt. Check of bestaande gegevens nog actueel zijn.
    4. Nieuwe cliënt
      Totaalbeeld vormen van de uitgangssituatie en de hulpvraag van de cliënt > daar begeleiding op afstemmen
      - intakegesprek
      - obeservatie
      - informatiebronnen
  • 1.2.2 Het intakegesprek (1e stap methodische cyclus)

  • Wat zijn de doelen van een intakegesprek?
    1. Nadere kennismaking cliënt
    2. Een samenwerkingsrelatie aangaan
    3. Gegevensverzameling
    4. Probleemverkenning en inventarisatie hulpvraag
    5. Informatievoorziening aan de cliënt over de instelling, de begeleiding en soms de behandeling
    6. Uitspreken en afstemmen van wederzijdse verwachtingen
  • Wat is de inhoud van het intakegesprek?
    Deze is afhankelijk van de instelling waar je werkt. Meestal standaard instellingsgebonden intakeformulieren.

    1.  de persoonsgegevens (om in te kunnen schrijven)
    • naam, adres, woonplaats
    • geboortedatum
    • geslacht
    • burgerlijke staat   
    • zorgverzekeraar en polisnummer


    2.  Informatie vergaren vanuit de biopsychosociale benadering om totaalbeeld te krijgen: 
    • Behoeften en beperkingen
    • Mogelijkheden, wensen en verwachtingen
    • Dingen waar een cliënt goed in is of plezier aan beleeft


    3. Informatieverstrekking aan de cliënt over:
    • Begeleiding
    • Verwachtingen
    • Regels en afspraken
  • Wat is de structuur van een intakegesprek?
    1. Aanloopfase (begroeten en social talk)
      Doel: op gemak stellen 
    2. Planningsfase (rollen, doelen, werkwijze bepalen)
      Doel: doel gesprek uitleggen en de komende fases toelichten
    3. Themafase (informatie verstrekken, informatie vragen)
      Doelen:
      - de cliënt bekend maken met de organisatie en
      - weten wat de verwachtingen van de cliënt vd organisatie zijn
      - antwoorden krijgen op de vaste intake-instellingsvragen
    4. Slotfase (vragen naar duidelijkheid, afronden en afsluiten)
      Doel: controleren of alles duidelijk is, vervolgafspraken maken


    Noot: regelmatig kunnen niet alle vragen door de cliënt beantwoord worden. Of via vervolggesprekken of bij naasten navragen. In de vervolggesprekken kom je tot de concretisering van het probleem en het formuleren van de doelen en bijbehorende acties.
  • 1.2.3 Gespreksvaardigheden bij het intakegesprek

  • Welke gespreksvaardigheden heb je nodig bij het intakegesprek waarbij het doel is informatie verzamelen?
    1. Actief luisteren
    2. Non-verbale houding
    3. Vragen stellen
    4. Samenvatten
    5. Concretiseren
    6. Reflectie van gevoel
    7. Reguleren
  • 1. Wat is het verschil tussen horen en luisteren?
    • Horen is het opnemen van geluiden waar je wel of niet iets mee doet.
    • Luisteren is actief
      > aan de basis van individuele begeleiding (bevordert de
         communicatie tussen 2 mensen)
      > je maakt echt contact > gevolg: maakt samenwerking concreet
      > kun je de begeleiding echta afstemmen op de individuele cliënt
  • 1. Wat bevordert actief luisteren?
    1. De communicatie tussen 2 mensen
    2. Het verder spreken van de cliënt
    3. Het opnemen van informatie uit de belevingswerled van de cliënt
    4. Het teruggeven van informatie
    5. Het openstaan voor de cliënt
    6. Aandacht en interesse hebben en tonen
    7. Geconcentreerd zijn
  • 1. Wat is de grootste valkuil bij (actief) luisteren?
    Dat je denkt aan een half woord genoeg te hebben. Dus al begint te interpreteren voordat iemand alles verteld heeft.
    Te voorkomen door: eerst luisteren en pas daarna interpretaties en verklaren. Ook wel: eerst denken, dan doen.
  • 2. Welke non-verbale houding moet je aannemen in intakegesprek?
    1. Open lichaamshoudeing, licht voorover gebogen, gericht naar de cliënt
    2. oogcontact maken, soms bij pijnlijke situaties wegkijken (makkelijker voor clënt om door te praten)
    3. non-verbale aanmoedigingen als knikken, hummen, wenkbrauwen fronsen of verbaasd kijken
    4. gebruik maken van stiltes in een gesprek (bij beslising nemen, gelegenheid tot nadenken)
  • 3. Wat voor soort vragen zijn er en wat betekenen ze?
    1. Open vragen
      Beginnen met een W (wie, wat, waar, waarom, wanneer, welke, waardoor) of met Hoe
    2. Gesloten vragen
      Beginnen met een werkwoordsvorm (Zullen we....) en worden beantwoord met ja of nee en dat wat er tussenin zit
      Soms alleen met de antwoordkeuzes die de vraagsteller biedt
    3. Brede vragen
      Om iets nieuws aan te boren. Bv Hoe zit u de toekomst?
    4. Dieptevragen
      Verduidelijking vragen mbt het onderwerp. Bv U zegt. Ik zie mijn moeder nit meer. Je vraagt: wanneer hebt u haar voor het laatst gezien en hoe is dat zo gekomen
    5. Doorvragen
      Vragen waarbij je doorgaat op wat de ander net heeft gezegd. Bv Ik vond het heel bijzonder. Jij vraagt: Wat vond je bijzonder?
    6. Waarom-vragen
      Uit interesse naar de beweegredenen van de cliënt. Oppassen dat het niet klinkt als ter verantwoording roepen. Dus let op intonatie
    7. Nieuwe vragen
      Over ander onderwerp of nieuw aspect aan bestaande onderwerp. Van de vraagsteller. Gaan in op wat de ander heeft ingebracht.
    8. Suggestieve vragen
      Vragen waarbij je het antwoord al in de mond legt. VOor de cliënt moeilijk om een ander antwoord te geven. 
  • 4. Waarom is samenvatten tijdens het intakegesprek zo belangrijk?
    Omdat je door kort te herhalen en samen te vatten na gaat of je de cliënt goed begrijpt. Dat is dus een vraag aan de cliënt en geen conclusie van jou.
  • 4. Wat is parafraseren en wanneer gebruik je dit in een gesprek?
    Je probeert de bedoeling van de cliënt te verwoorden omdat het de cliënt niet lukt om goed te verwoorden wat hij bedoelt.

    Bv:
    • Bedoel je dat je in die periode teveel hooi op je vork hebt genomen?
    • Begrijp ik het goed dat je hulp vraagt bij...
    • Als ik goed geluisterd heb dan...   
  • 5. Wat is concretiseren?
    Een vaardigheid waarbij de cliënt wordt aangemoedigd om zo specifiek mogelijk over feiten, meningen en emoties te spreken. 
    Er wordt hem gevraagd te verhelderen voor jou maar ook hemzelf zodat hij een scherper inzicht in zijn situatie krijgt (vaak eerste stap in onderkennen of herkennen van een probleem door de cliënt)
  • 5. Hoe concretiseer je?
    Actief luisteren, samenvatten, vragen stellen.
    Triggerwoorden zijn: altijd, alles, nooit, soms, iedereen, regelmatig, veel
  • 6. Wat is reflectie van gevoel?
    Je probeert het gevoel van de cliënt te verduidelijken zodat hij zijn emoties helder krijgt of het belang van gevoelens inziet.

    Bv. Uit uw woorden maak ik op dat u zich verdrietig en machteloos voelt. Klopt dat?
  • 7. Wat betekent een gesprek reguleren en hoe doe je dat?
    Het betekent structuur aanbrengen in een gesprek om de rode draad vast te houden en het gespreksdoel te bereiken.

    Door:
    1. openen
    2. gespreksdoelen vaststellen
    3. gesprekspunten vaststellen
    4. beschikbare tijd noemen
    5. terugkoppelen naar begindoelen
    6. samenvatten
    7. vragen stellen die sturing geven
    8. hardop denken
    9. afsluiten    
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke interventies bij groepsprocessen zijn er mogelijk?
  1. De samenstelling van de groep veranderen
    - niet zelfstandig beslissen + een dominante voor een neutrale
      vervangen is ook niet zomaar mogelijk dus is een uiterste
      maatregel
  2. de situatie in de groep veranderen
  3. je eigen rol aanpassen
    - bij actieve groep > passieve rol
    - bij passieve groep > actievere rol
  4. informele subgroepen (vriendenclubjes) beinvloeden als deze
    negatieve invloed op de groep hebben. Is lastig.
    - negeren (zolang ze geen grenzen overschreiden)
    - of juist actief betrekken en het positieve bevestigen > met de
      kans dat ze minder accent leggen op ongewenst gedrag)
    - netjes de groep uit elkaar spelen door verdeeldheid te veroor-
      zaken door onderwerpen of activiteiten waar binnen het groepje
      geen eensgezindheid over bestaat
  5. aandacht voor individuele groepsleden
    - aan degenen die er last van hebben
    - aan degenen die veroorzaken/versterken/instand houden
      Let op: niet veroordelend of eiket 'schuldig' plakken
Wat moet je als begeleider doen voordat je een interventie in de groep doet?
  1. observeren
  2. tijdig signaleren
  3. oorzaken achterhalen
  4. adequaat interveniëren
Wat zijn de voorwaarden voor een goed groepsklimaat?
  1. controle van factoren die het groepsklimaat beïnvloeden
    - zorgen voor gunstige omgevingsfactoren
    - evenwicht aanbrengen en houden in de groepssamenstelling
    - interactie tussen de groepsleden stimuleren
    - je bewust zijn van je eigen houding als begeleider
    - ongewenste situaties voorkomen of oplossen
  2. individuele aandacht aan groepsleden
    - voelen ze zich ondersteund en veilig
    - levert bijdrage aan ontplooiing, persoonlijke vorming en 
      ontwikkeling van eigen identiteit tov anderen
    - valkuil: alleen de aandachtstrekkers aandacht geven
  3. gelijkwaardige participatie van groepsleden bevorderen
    - dominanten remmen, passieven stimuleren
    - beter nog: dominanten zich leren beheersen en passieven leren
      om wa actiever met de groep mee te doen > soc vaardigheden
  4. onderlinge betrokkenheid stimuleren
    - voorbeeld geven door betrokkenheid bij de individuele leden en
      de groep als geheel te tonen
    - aanspreken inlevingsvermogen groepsleden
    - oprechte belangstelling en respect te laten tonen voor elkaar
    - te luisteren naar elkaar en positieve feedback op te geven
    - iedereen verhaal te kunnen laten doen
    - groepsgesprekken te houden
    - let op: betrokkenheid moet functioneel zijn (in belang doelen
      van de groep en individuele leden)
      
Hoe ga je om met ongewenste situaties (pesten, agressie, ongewensten intimiteiten) die het groepsklimaat beinvloeden?
Zorg dat groepsproblemen ook met de hele groep worden besproken.
Gevolg is:
  1. dader krijgt feedback van alle groepsleden
  2. slachtoffer krijgt begrip en steun van alle groepsleden
  3. overige groepsleden leren voor de toekomst de bezwaren van ongewenst gedrag inzien  
Hoe moet de houding van een begeleider zijn in een goep om een gunctig groepsklimaat te ontwikkelen?
Begeleiden ipv leiden: groepen functioneren het beste als groepsleden zoveel mogelijk zelf initiatieven nemen en problemen oplossen. Want:
  1. als jij leidt, gaan zij leunen > groep wordt passief
  2. als jij leidt heeft de groep te weinig het gevoel dat een prestatie een eigen prestatie is > nodig voor motivatie en andere groepsprocessen
Wat zijn de fasen van het groepsproces bij nieuwe groepen?
  1. Positie in de groep bepalen
    - kennismaken en onderzoek (wat is mijn plek? Wie zijn de
      anderen? Wi ligt mij? Wie/wat zijn de bedreigingen? Wie neemt
      welke rol aan?)
  2. grenzen verkennen
    - hoe ver kan ik gaan met regels overtreden? Wat gebeurt er dan?
    - begeleider zet in het begin duidelijk de 'hekjes' neer, later vieren
  3. evenwicht
    - stabiliteit, plek bekend, meer zekerheden, elkaar beter leren
      kennen, ontstaan van groepsnormen
    - ongewenste normen zijn op dit moment makkelijk te corrigeren
  4. ontplooiing
    - zekerheden en gevoel van veiligheid zijn toegenomen
    - de grenzen, speelruimte en de gevolgen van overschrijding zijn
      duidelijk
    - er kan gewerkt worden aan doelen
Hoe bereik je evenwicht in de groepssamenstelling?
  1. Evenwicht door indelen naar leeftijd of begeleidingsbehoefte
  2. Evenwicht tussen de verschillende rollen die men kan hebben in een groep
    - dominant - trekkers (paar anders gebeuert er niks)
    - neutraal - volgers (hebben dominant nodig)
    - passief - niet vooruit te branden (hebben aansporing nodig)
  3. Evenwicht in doelgericht werkende groepen:
    - taakgerichte groepsleden (denkers - voorbereiders - uitvoerders)
    - sociaal gerichte groepsleden (sfeer groep, ieders welzijn)
Waardoor wordt het functioneren van cliënten in een groep bepaald (en geoptimaliseerd)?
  1. Door de groepsindeling en groepssamenstelling (evt aanpassen).
  2. Door het groepsklimaat en groepsprocessen. Deze worden beïnvloed door de volgende factoren:
    - omgevingsfactoren (ligging, ruimte, inrichting, hygiëne, licht,
      temperatuur, ventilatie, lawaai etc). Bv veel lawaai > onrust
    - evenwicht in de groepssamenstelling
    - interactie tussen de groepsleden (kwantiteit en kwaliteit)
    - de houding van de begeleider
    - omgewenste situaties
Hoe verbeter je sociale vaardigheden van een cliënt?
Door eerst te kijken om welk(e) aspect(en) het gaat.
Een aandachtstrekker die weinig ruimte voor een ander laat, wordt vervelend gevonden. 
> Aan inlevingsvermogen en rekening houden met anderen moet gewerkt worden

Dan:
  1. het gedrag bespreekbaar maken   
  2. de cliënt confronteren met de gevolgen van zijn gedrag voor zichzelf en voor anderen
  3. zelf het goede voorbeeld geven
  4. methodische begeleiding met doelen en een plan
  5. oefenen in bijvoorbeeld een rollenspel (=belangrijk want is een vaardigheid)
Waar moet je aan denken als je het hebt over sociale vaardigheden?
  1. Anderen respecteren en accepteren
  2. assertief zijn
  3. anticiperen
  4. inleven
  5. omgaan met kritiek
  6. rekening houden met anderen
  7. luisteren
  8. afspraken nakomen