Summary Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider

-
ISBN-10 9085241618 ISBN-13 9789085241614
382 Flashcards & Notes
19 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider". The author(s) of the book is/are Ton Cremers. The ISBN of the book is 9789085241614 or 9085241618. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Specifieke doelgroepen saw 4 persoonlijk begeleider

  • 1 methodisch begeleiden voor gevorderden(1e stap methodische cyclus)

  • wat zijn de 5 stappen van de methodische begeleidingscyclus

    1 beginsituatie vaststellen

    2 probleem formuleren

    3 doel formuleren

    4 een plan maken en uitvoeren

    5 begeleiding evalueren en bijstellen

  • wat zijn belangrijke vertrek punten bij het vaststellen van de beginsituatie.

    - factoren die de beginsituatie bepalen

    - het intake gesprek

  • welke 4 aspecten van het intake gesprek(beginsituatie vaststellen) zijn er?

    - gespreksvaardigheden

    - observatie

    -  waarnemen en interpreteren

    - infobronnen

  • wat zijn factoren die de beginsituatie bepalen( in het geval van een nieuwe cliënt)

    - soort instelling (de instelling richt zich op een bepaalde doelgroep)

    - financiële kaders

    - nieuwe cliënt of bestaande cliënt  

  • wat zijn de doelen van een intake gesprek?

    - kennismaking met cliënt

    - een samenwerkingsrelatie aangaan

    - gegevens verzameling

    - probleem verkenning en inventarisatie hulpvraag

    - info voor de cliënt over de instelling, de begeleiding en behandeling

    - uitspreken en afstemmen van wederzijdse verwachtingen 

  • bij het verzamelen van info over de cliënt is het belangrijk om vragen te stellen over 3 belangrijke aspecten, noem deze aspecten.

    - bio

    - psych

    - sociale

  • hoe noemt men de benadering waarbij we de drie aspecten gebruiken om een totaal beeld te creëren van de cliënt?

    bio psychosociale benadering
  • noem de 4 aspecten van de structuur in een intakegesprek

    aanloopfase

    planningsfase

    themafase

    slotfase

  • begroeten en social talk aanloopfase

  • rollen doel en werkwijze bepalen planningsfase

  • info verstrekken en info vragen themafase

  • vragen naar duidelijkheid en afronden en afsluiten slotfase

  • wat zijn belangrijke gespreksvaardigheden bij een intake gesprek

    actief luisteren

    non verbale houding

    vragen stellen

    samenvatten

    concretiseren

    reflectie van gevoel

    reguleren

  • noem 4 positieve aspecten van een non- verbale houding

    een open lichaamshouding

    oogcontact maken

    aanmoedigingen als knikken, hummen, fronzen, verbaast kijken

    gebruik maken van stiltes in een gesprek

  •  noem acht vormen van vragen

    open vragen

    gesloten vragen

    brede vragen

    diepte vragen

    doorvragen

    waarom - vragen

    nieuwe vragen

    suggestieve vragen

  • met welke woorden beginnen open vragen vaak?

    wie, wat, waar, waarom, wanneer, welke, waardoor ..
  • wat is een goede manier van vragen om achter achtergrond info en de bedoelingen van de cliënt te komen

    het stellen van open vragen

  • met wat voor vraag kun je een nieuw onderwerp aanboren?

    brede vragen
  • wat is het doel van diepte vragen?

    verduidelijking krijgen over een onderwerp
  • heeft u allang geen contact meer? en hoe komt dat? is een voorbeeld van een dieptevraag.

  • wat is het doel van doorvragen?

    het stimuleert om het onderwerp te verdiepen en helpt het verhaal concreter en duidelijker te maken
  • een gesloten vraag kan ook want het effect is meestal dat de ander door gaat met vertellen. bijvoorbeeld kun je hier wat meer over vertellen?

  • waarom stel je waarom vragen?

    hiermee stel je interesse naar de beweegreden van de cliënt
  • wat is het voordeel van nieuwe vragen?

    nieuw perspectief openen. nieuwe vragen gaan in op wat de ander inbrengt
  • waarom vat je tijdens een intake gesprek het gesprek samen?

    om zeker te weten dat de Client en jij elkaar begrepen hebben. ( je maakt duidelijk dat de samenvatting geen conclusie is van jou, maar een vraag of de cliënt en jij elkaar goed begrepen hebben. 
  • naast kort herhalen en samenvatten kun je ook parafraseren

  • parafraseren is?

    je geeft in het kort een essentie weer van wat een persoon aan je verteld. of je vat het probleem van de persoon samen.
  • soms kan een cliënt niet goed verwoorden wat hij of zij bedoeld. door een parafrase te geven probeer je de bedoeling te verwoorden.

  • parafraseren en samenvatten zijn goede manieren om een gesprek te reguleren.

  • door te concretiseren wordt het beeld voor de cliënt en voor jou duidelijker.

  • wanneer je gevoelens reflecteert, probeer je het gevoel dat de cliënt heeft te verduidelijken.

  • het intake gesprek reguleren betekend dat je structuur aanbrengt in het gesprek.

  • openen, gespreksdoelen vaststellen, gesprekspunten vaststellen, beschikbare tijd noemen, samenvatten, vragen stellen die sturing geven, zijn voorbeelden van reguleren

  • observeren is - naast het stellen van vragen in het intake gesprek - een manier van gegevens verzamelen.

  • een vragenlijst of intake formulier, beoordeling schaal, een test, en audio en video materiaal kunnen dienst doen als meetinstrumenten bij een observatie.
  • kun je ook observeren zonder meetinstrumenten? zo ja hoe?

    door gebruik te maken van je oren, ogen, neus en tastzin
  • noem 4 observatie methoden

    continue observatie

    protocollaire observatie

    contextuele observatie

    interval observatie

  • elke observatie methoden worden vooral gebruikt tijdens een intake?

    continue

    protocollaire

    en contextuele observatie

  • bij continue observatie is er wel een doel maar het doel is niet concreet. je weet nog niet goed waar je precies op moet letten.

  • bij protocollaire observatie maak je gebruik van een observatie protocol of en observatie schema

  • met contextuele observatie verken je het client systeem om beter inzicht te krijgen in het functioneren.

  • bij contextuele observatie is de client het middelpunt maar ook de...

    omgeving
  • wat is het verschil tussen observatie methoden en observatie technieken?

    een methode zegt iets over wat je doet. een techniek over hoe je iets doet. een techniek is een verdere uitwerking van een methode.
  • noem 4 observatie technieken

    tijdgericht: time sampling

    gericht op gebeurtenissen: event sampling

    interne observatie: participerend observeren

    externe observatie: niet- participerend observeren

  • noem een observatie techniek waarbij je kijkt naar: wanneer en hoe vaak bepaalde gebeurtenissen zich voor doen.

    time sampling
  • noem een observatie techniek waarbij wordt vastgesteld of bepaalde gebeurtenissen wel of niet plaatsvinden in bepaalde omstandigheden/plekken.

    event sampling
  • noem een observatie methode waarin je actief betrokken bent in de situatie van de observatie.

    participerende observatie
  • lengte, gewicht, leeftijd of gezinssamenstelling zijn voorbeelden van objectieve gegevens

  • verreweg de meeste observatie in je werk als begeleider hebben een subjectief karakter

  • subjectieve observaties zijn niet minder waardevol dan objectieve, wel is zinvol te streven naar een zo objectief mogelijke observatie. dit doe je bijvoorbeeld door: time sampling en event sampling

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke interventies bij groepsprocessen zijn er mogelijk?
  1. De samenstelling van de groep veranderen
    - niet zelfstandig beslissen + een dominante voor een neutrale
      vervangen is ook niet zomaar mogelijk dus is een uiterste
      maatregel
  2. de situatie in de groep veranderen
  3. je eigen rol aanpassen
    - bij actieve groep > passieve rol
    - bij passieve groep > actievere rol
  4. informele subgroepen (vriendenclubjes) beinvloeden als deze
    negatieve invloed op de groep hebben. Is lastig.
    - negeren (zolang ze geen grenzen overschreiden)
    - of juist actief betrekken en het positieve bevestigen > met de
      kans dat ze minder accent leggen op ongewenst gedrag)
    - netjes de groep uit elkaar spelen door verdeeldheid te veroor-
      zaken door onderwerpen of activiteiten waar binnen het groepje
      geen eensgezindheid over bestaat
  5. aandacht voor individuele groepsleden
    - aan degenen die er last van hebben
    - aan degenen die veroorzaken/versterken/instand houden
      Let op: niet veroordelend of eiket 'schuldig' plakken
Wat moet je als begeleider doen voordat je een interventie in de groep doet?
  1. observeren
  2. tijdig signaleren
  3. oorzaken achterhalen
  4. adequaat interveniëren
Wat zijn de voorwaarden voor een goed groepsklimaat?
  1. controle van factoren die het groepsklimaat beïnvloeden
    - zorgen voor gunstige omgevingsfactoren
    - evenwicht aanbrengen en houden in de groepssamenstelling
    - interactie tussen de groepsleden stimuleren
    - je bewust zijn van je eigen houding als begeleider
    - ongewenste situaties voorkomen of oplossen
  2. individuele aandacht aan groepsleden
    - voelen ze zich ondersteund en veilig
    - levert bijdrage aan ontplooiing, persoonlijke vorming en 
      ontwikkeling van eigen identiteit tov anderen
    - valkuil: alleen de aandachtstrekkers aandacht geven
  3. gelijkwaardige participatie van groepsleden bevorderen
    - dominanten remmen, passieven stimuleren
    - beter nog: dominanten zich leren beheersen en passieven leren
      om wa actiever met de groep mee te doen > soc vaardigheden
  4. onderlinge betrokkenheid stimuleren
    - voorbeeld geven door betrokkenheid bij de individuele leden en
      de groep als geheel te tonen
    - aanspreken inlevingsvermogen groepsleden
    - oprechte belangstelling en respect te laten tonen voor elkaar
    - te luisteren naar elkaar en positieve feedback op te geven
    - iedereen verhaal te kunnen laten doen
    - groepsgesprekken te houden
    - let op: betrokkenheid moet functioneel zijn (in belang doelen
      van de groep en individuele leden)
      
Hoe ga je om met ongewenste situaties (pesten, agressie, ongewensten intimiteiten) die het groepsklimaat beinvloeden?
Zorg dat groepsproblemen ook met de hele groep worden besproken.
Gevolg is:
  1. dader krijgt feedback van alle groepsleden
  2. slachtoffer krijgt begrip en steun van alle groepsleden
  3. overige groepsleden leren voor de toekomst de bezwaren van ongewenst gedrag inzien  
Hoe moet de houding van een begeleider zijn in een goep om een gunctig groepsklimaat te ontwikkelen?
Begeleiden ipv leiden: groepen functioneren het beste als groepsleden zoveel mogelijk zelf initiatieven nemen en problemen oplossen. Want:
  1. als jij leidt, gaan zij leunen > groep wordt passief
  2. als jij leidt heeft de groep te weinig het gevoel dat een prestatie een eigen prestatie is > nodig voor motivatie en andere groepsprocessen
Wat zijn de fasen van het groepsproces bij nieuwe groepen?
  1. Positie in de groep bepalen
    - kennismaken en onderzoek (wat is mijn plek? Wie zijn de
      anderen? Wi ligt mij? Wie/wat zijn de bedreigingen? Wie neemt
      welke rol aan?)
  2. grenzen verkennen
    - hoe ver kan ik gaan met regels overtreden? Wat gebeurt er dan?
    - begeleider zet in het begin duidelijk de 'hekjes' neer, later vieren
  3. evenwicht
    - stabiliteit, plek bekend, meer zekerheden, elkaar beter leren
      kennen, ontstaan van groepsnormen
    - ongewenste normen zijn op dit moment makkelijk te corrigeren
  4. ontplooiing
    - zekerheden en gevoel van veiligheid zijn toegenomen
    - de grenzen, speelruimte en de gevolgen van overschrijding zijn
      duidelijk
    - er kan gewerkt worden aan doelen
Hoe bereik je evenwicht in de groepssamenstelling?
  1. Evenwicht door indelen naar leeftijd of begeleidingsbehoefte
  2. Evenwicht tussen de verschillende rollen die men kan hebben in een groep
    - dominant - trekkers (paar anders gebeuert er niks)
    - neutraal - volgers (hebben dominant nodig)
    - passief - niet vooruit te branden (hebben aansporing nodig)
  3. Evenwicht in doelgericht werkende groepen:
    - taakgerichte groepsleden (denkers - voorbereiders - uitvoerders)
    - sociaal gerichte groepsleden (sfeer groep, ieders welzijn)
Waardoor wordt het functioneren van cliënten in een groep bepaald (en geoptimaliseerd)?
  1. Door de groepsindeling en groepssamenstelling (evt aanpassen).
  2. Door het groepsklimaat en groepsprocessen. Deze worden beïnvloed door de volgende factoren:
    - omgevingsfactoren (ligging, ruimte, inrichting, hygiëne, licht,
      temperatuur, ventilatie, lawaai etc). Bv veel lawaai > onrust
    - evenwicht in de groepssamenstelling
    - interactie tussen de groepsleden (kwantiteit en kwaliteit)
    - de houding van de begeleider
    - omgewenste situaties
Hoe verbeter je sociale vaardigheden van een cliënt?
Door eerst te kijken om welk(e) aspect(en) het gaat.
Een aandachtstrekker die weinig ruimte voor een ander laat, wordt vervelend gevonden. 
> Aan inlevingsvermogen en rekening houden met anderen moet gewerkt worden

Dan:
  1. het gedrag bespreekbaar maken   
  2. de cliënt confronteren met de gevolgen van zijn gedrag voor zichzelf en voor anderen
  3. zelf het goede voorbeeld geven
  4. methodische begeleiding met doelen en een plan
  5. oefenen in bijvoorbeeld een rollenspel (=belangrijk want is een vaardigheid)
Waar moet je aan denken als je het hebt over sociale vaardigheden?
  1. Anderen respecteren en accepteren
  2. assertief zijn
  3. anticiperen
  4. inleven
  5. omgaan met kritiek
  6. rekening houden met anderen
  7. luisteren
  8. afspraken nakomen