Summary Sport, Bewegen en Gezondheid deel 2

-
116 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sport, Bewegen en Gezondheid deel 2

  • 1.1 Bloedsuikerregulatie

  • Diabetes mellitus is de medische term voor suikerziekte. Om te kunnen begrijpen wat er gebeurt bij diabetes mellitus, is het belangrijk om te weten hoe het lichaam in een gezonde situatie de hoeveelheid suiker in het bloed onder controle houdt.
  • Suiker is belangrijke brandstof die nodig is om weefsels hun functie te kunnen laten uitoefenen. Suiker behoort tot de voediigsstofgroep koolhydraten.
  • Koolhydraten kun je onderverdelen in enkelvoudige en meervoudige suikers. Een voorbeeld van enkelvoudige suiker is glucose. Een voorbeeld van meervoudige suikers is zetmeel.
  • Alle koolhydraten worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot glucose, zodat de koolhydraten opgenomen kunnen worden in het lichaam
  • Bloed zorgt voor de verspreiding van de glucose door het hele lichaam. De hoeveelheid suiker in het bloed wordt de bloedsuikerspiegel genoemd.
  • De bloedsuikerspiegel schommelt bij gezonde mensen tussen den 4 en de 8 mmol/l (millimol per liter). Het lichaam zorgt er zelf voor dat deze grenzen niet overschreden worden. Op het moment dat glucose opgenomen wordt in g=het bloed, stijgt de bloedsuikerspiegel. Door deze stijging gaat er een signaal naar de alvleesklier (pancreas) dat er insuline nodig is.
  • Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt in bepaalde cellen van de alvleesklier. Deze cellen worden de bètacellen van de eilandjes van Langerhans genoemd.
  • Insuline kan op 2 manieren zorgen voor een verlaging van de bloedsuikerspiegel. Allereerst zorgt insuline ervoor dat glucose vanuit het bloed opgenomen kan worden in de cellen. Insuline is de 'sleutel' die de cel opent voor de glucose. In de cellen wordt glucose gebruikt als brandstof.
    Daarnaast zorgt insuline ervoor dat glucose die niet direct nodig is, in de cellen opgeslagen wordt als glycogeen. Glycogeen is een ingewikkeld koolhydraat dat bestaat uit lange strengen glucosemoleculen. De opslag van glycogeen vindt vooral plaats in de lever en het spierweefsel.
  • Op het moment dat de bloedsuikerspiegel laag is, gaat er een signaal naar de alvleesklier dat er glucagon nodig is. Glucagon is een hormoon dat eveneens gemaakt wordt in de alvlees klier
  • De cellen die glucagon maken worden de alfacellen (a-cellen) van de eilandjes van Langerhans genoemd.
  • Glucagon brengt de bloedsuikerspiegel omhoog door ervoor te zorgen dat het in de lever opgeslagen glycogeen omgezet wordt in glucose, waarna het afgegeven wordt aan het bloed.
  • De opslagcapaciteit voor glycogeen is beperkt. Opgeslagen glycogeen blijft ± 8 uur  beschikbaar. Wordt het binnen deze tijd niet gebruikt, dan wordt glycogeen omgezet in vet. Vet kan onbeperkt omgeslagen worden.
  • Gedurende de dag vinden er schommelingen plaats in de bloedsuikerspiegel. De bloedsuikerspiegel stijgt door eten, de bloedsuikerspiegel daalt door het lichaam glucose verbruikt. Tijdens inspanning zal er meer glucose verbruikt worden dan in rust. Daardoor zal er tijdens inspanning een sterkere daling van de bloedsuikerspiegel plaatsvinden dan in rust.
  • De hormonen insuline en glucagon zorgen er samen voor dat de bloedsuikerspiegel binnen de grenzen blijft
  • 1.2 Diabetes mellitus

  • De medische term van suikerziekte is diabetes mellitus. Letterlijk betekent dit 'doorloop zoet als honing'. Deze naam is gegeven omdat zoete i=urine een van de verschijnselen van diabetes is.
  • Bij gezonde mensen is er geen glucose aanwezig in de urine
  • Bij diabetes is het lichaam niet in staat om de bloedsuikerspiegel te regelen.
  • Er zijn verschillende soorten diabetes te onderscheiden. De bekendste vormen van diabetes zijn diabetes type 1 en type 2 en zwangerschapsdiabetes.
  • 1.2.1 Diabetes type 1

  • Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte
  • Vaak ontstaat het al op jonge leeftijd. Het begint meestal heel acuut met heftig ziek zijn
  • Bij een auto-immuunziekte is er sprake van een 'vergissing' van het afweersysteem van het lichaam.
  • Normaal gesproken zorgt het afweersysteem voor het opruimen van ziekmakers. Bij diabetes type 1 heeft het afweersysteem de bètacellen van de eilandjes van Langerhans kapot gemaakt. Het gevolg is dat het lichaam geen insuline kan maken. Zonder insuline kun je niet leven. Je hebt de insuline nodig om glucose in de lichaamscellen te krijgen. Mensen met diabetes type 1 zullen insuline moeten inspuiten.
  • Oorzaak voor het ontstaan van diabetes type 1 is nog onduidelijk. Er kan sprake zijn van genetische aanleg voor het ontwikkelen van diabetes. In de meeste gevallen speelt erfelijkheid maar een kleine rol. Het is nog onvoldoende bekend waarom het afweersysteem de eilandjes van Langerhans gaan aanvallen. Met behulp van wetenschappelijk onderzoek wordt gezocht naar oorzaken
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.