Summary Sprekend verleden

-
268 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sprekend verleden". The author(s) of the book is/are Weet ik veel. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sprekend verleden

  • 3.1 Kenmerken van de industriële samenleving

  • Pas sinds de laatste tweehonderd jaar maakt de mens veel gebruik van machines en zijn de mensen gebruik gaan maken van o.a. steenkool, gas, olie, elektriciteit en atoomenergie. Dit werd pas mogelijk door een groot aantal uitvindingen vanaf het einde van de 18de eeuw.
  • Er waren nog meer dingen nodig voor het ontstaan van de industrieën: energiebronnen, grondstoffen die deels uit Europa en deels uit koloniën werden gehaald, zeer veel kapitaal die vooral in de beginperiode door rijke kooplieden en banken werden verschaft en voldoende arbeidskrachten.
  • De landbouw werd voor steeds meer mensen in West-Europa als belangrijkste middel van bestaan gezien, maar door de industrie kon dit niet, hierdoor veranderde er zo veel dat men sprak van de Industriële Revolutie
  • Waardoor ontstond er een industriële samenleving?
    Door de Industriële Revolutie.
  • Als een agrarische samenleving veranderd in een industriële samenleving, wordt dit industrialisatie genoemd.
  • In Engeland ontstond er als eerst een industriële samenleving. De industrialisatie werd daar halverwege de 18de eeuw al op gang gebracht, een eeuw later volgden West-Europa en de VS, aan het einde van de 19de eeuw begon het ook in Oost-Europa en Japan en in de 20ste eeuw kwam het ook in de andere landen opgang, maar landbouw bleef daar over het algemeen het belangrijkste middel van bestaan.
  • Industriële Revolutie: Periode waarin de landbouw voor de meeste mensen in Europa als belangrijkste middel van bestaan verdrongen werd door de industrie. De veranderingen waren zo groot dat men sprak van een revolutie.
  • Industriële Revolutie
    Periode waarin de landbouw voor de meeste mensen in Europa als belangrijkste middel van bestaan verdrongen werd door de industrie. De veranderingen waren zo groot dat men sprak van een revolutie.
  • industriële samenleving: Een samenleving waarin de meeste goederen in fabrieken worden gemaakt en waarin de meeste mensen in de steden wonen.
  • industriële samenleving
    Een samenleving waarin de meeste goederen in fabrieken worden gemaakt en waarin de meeste mensen in de steden wonen
  •  industrialisatie: Verandering van ene samenleving waarin landbouw het belangrijkste middel van bestaan is naar een samenleving waarin de industrie het belangrijkste is.
  • industrialisatie
    Verandering van ene samenleving waarin landbouw het belangrijkste middel van bestaan is naar een samenleving waarin de industrie het belangrijkste is.
  • 3.2 Snelle groei van fabrieken en steden

  • Rijke ondernemers lieten werkplaatsen bouwen, kochten machines en grondstoffen en lieten er veel arbeiders werken. Deze werkplaatsen werden fabrieken genoemd.
  • Waar werden de eerste fabrieken gebouwd een waarom?
    Bij snel stromende rivieren zodat ze het water konden gebruiken voor het aandrijven van de machines.
  • Toen de stoommachine was uitgevonden werden de fabrieken dicht bij ijzer- en steenkoolmijnen gebouwd.
  • Arbeiders gingen dicht bij de fabrieken wonen, en zo ontstonden er nieuwe steden en groeiden de oude steden flink. In Engeland woonden in 1750 15% van de mensen in steden, en honderd jaar later was dat ruim 50%.
  • De groei van fabrieken werd ook mogelijk door massaproductie, er was een arbeidsverdeling en een lopende band.
  • Nadelen van massaproductie:
    Het werk werd voor de arbeiders saai, ze moesten elke keer het zelfde doen, ze moesten een bepaald tempo bijhouden en er kwam veel minder aandacht voor de arbeider als mens.
  • Voordelen van massaproductie:
    Door de massaproductie kon er veel sneller en goedkoper worden geproduceerd waardoor het voor veel mensen betaalbaar werd en kapotte onderdelen van producten konden steeds worden vervangen.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: werktijden:
    Ze hadden lange werktijden, 12 tot 14 uur werken per dag was normaal.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: werkomstandigheden, veiligheid werk:
    In de fabrieken was het ongezond en gevaarlijk.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: kinderarbeid:
    Kinderarbeid was normaal, gezinnen hadden hun inkomsten nodig om te kunnen leven.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: werkeloosheid:
    Werkeloosheid was een ramp voor de arbeiders. Zonder inkomsten konden zij alleen door particuliere liefdadigheid in leven blijven.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: woonomstandigheden:
    Woonomstandigheden waren heel slecht, gezinnen, van soms ongeveer twaalf personen, hadden maar een kamer. 
  • Grootste deel van de 19de eeuw: hygiëne en gezondheidszorg:
    Er waren open riolen, geen wc’s en er waren geen waterleidingen in huis dus je moest je water halen bij een pomp of uit een rivier, beek of gracht in de buurt.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: (on)veiligheid in de stad:
    Er was weinig politie en het was onveilig in de onverlichte straten.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: onderwijs:
    Kinderen van fabrieksarbeiders moesten werken en hadden geen vrije tijd voor onderwijs.
  • Grootste deel van de 19de eeuw: vrije tijd:
    Er was weinig te doen in de weinige vrije tijd van de arbeiders.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: werktijden:
    Er kwamen minder lange werktijden, 9 tot 10 uur per dag was nu normaal.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: werkomgeving en veiligheid werk:
    De werkomgeving in de fabrieken werden veiliger en gezonder gemaakt.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: kinderarbeid:
    Er kwam een verbod op kinderarbeid, in Nederland was dat in 1874, maar het werd pas goed nageleefd toen de leerplicht werd ingevoerd.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: werkeloosheid:
    Er kwamen uitkeringen in het geval dat iemand werkeloos was.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: woonomstandigheden:
    De overheid ging eisen stellen aan woningen en veel arbeiders gingen meer verdienen dus konden ze beter wonen.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: hygiëne en gezondheidszorg:
    Er kwam een ondergrond riolenstelsel en er kwamen waterleidingen in huizen.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: (on)veiligheid in de stad:
    Er kwam meer veiligheid op straat doordat er straatverlichting werd ingevoerd en omdat er meer politie kwam.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: onderwijs:
    Er werden meer scholen en bibliotheken gebouwd en de arbeiders gingen elkaar helpen in organisaties.
  • Vanaf het einde van de 19de eeuw: vrije tijd:
    Er kwam meer vrije tijd voor de arbeiders en er werden meer uitgaansmogelijkheden ingevoerd.
  • massaproductie:
     Het vervaardigen van grote aantallen precies dezelfde producten.
  • massaproductie: Het vervaardigen van grote aantallen precies dezelfde producten.
  • arbeidsverdeling:
    Het maken van producten in verschillende stappen. Iedere arbeider hoeft maar een handeling te verrichten.
  • lopende band:
    Transportband die een product in wording van arbeider naar arbeider brengt, zodat elke arbeider zijn handeling zonder tijdverlies kan verrichten.
  • arbeidsverdeling: Het maken van producten in verschillende stappen. Iedere arbeider hoeft maar een handeling te verrichten.
  • lopende band: Transportband die een product in wording van arbeider naar arbeider brengt, zodat elke arbeider zijn handeling zonder tijdverlies kan verrichten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat mag de overheid wel bepalen volgens de liberalen?
- de burgers beschermen tegen buitenlandse vijanden
- zorgen voor rust en veiligheid in het land
- openbare werken uitvoeren
- zorgen voor de rechten van de mens
Wat waren de sociale ideeën van het socialisme?
  1. de overheid moet mensen socialistisch leren denken, daarvoor moet onderwijs en kunst worden gebruikt
  2. socialisten willen een samenleving waarin iedereen gelijk is, dus zonder bevolkingslagen
productiemiddelen
alles wat nodig is om te kunnen produceren:
  • arbeid
  • kapitaal
  • natuur
Wat waren de economische ideeën van de socialisten?
  1. de overheid moet alle belangrijke bedrijven bezitten
  2. de regering zorg ervoor dat iedereen verdient en krijgt wat hij nodig heeft
Welke taken moest de overheid op zich nemen volgens de socialisten?
  • zorgen dat alle burgers het even goed krijgen
  • bepalen wat er wordt geproduceerd
  • de hoogte van lonen en prijzen bepalen
  • zorgen voor goede werkomstandigheden
  • zorgen voor mensen die niet kunnen werken
proletariaat
Volgens Karl Max de onderdrukte klasse van arbeiders.
Wat wilden de communisten?
Zij vertrouwden niet op verkiezingen. Zij wilden de macht grijpen door een Revolutie. Zij wilden dan andere partijen verbieden. Daarna wouden zij de bevolking voorbereiden op de ideale samenleving, waarin iedereen gelijk zou zijn.
Wat wilden de sociaal democraten?
Ze wilden kiesrecht voor iedereen. Ze dachten dan dat de meerderheid van kiezers dan op hun zou gaan stemmen. Dan hadden zij de meerderheid in het parlement en gingen zij zorgen voor gelijkheid voor iedereen.
De socialisten vielen uit in 2 groepen over het kiesrecht welke?
  1. de socialisten --> sociaal-democraten
  2. communisten
De politieke ideeën van het socialisme.
  1. vooral gelijkheid voor iedereen
  2. onenigheid onder de socialisten over het kiesrecht
  3. volledige scheiding van kerk en staat, afkeer van het godsdienst
  4. de regering dankt haar macht aan de arbeiders, het proletariaat
  5. de overheid moet veel taken op zich nemen