Summary Staatsrecht

-
911 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Staatsrecht

  • 1 België, zijn burgers en hun rechten

  • -
  • 1.1 Wat is de Belgische staat?

  • De staat is de basisentiteit waarbinnen het nationale publiekrecht vorm krijgt. Wat zich daarbuiten speelt is een zaak van internationaal recht tussen staten.
  • 1.1.1 Constitutieve bestanddelen van de Staat

  • Wat zijn de constitutieve bestanddelen van een staat?
    Om een staat te zijn, moet er sprake zijn van een permanente bevolking, een afgebakend gebied, en een overheid die ook het vermogen heeft om met andere Staten relaties aan te gaan
  • Elke staat oefent gezag uit over een min of meer vaste groep personen. Deze mensen kunnen op verschillende manieren verbonden zijn. De uitoefening van gezag op personen is niet noodzakelijk exclusief verbonden aan 1 staat, omdat een staat ook gezag kan uitoefenen over personen die zijn nationaliteit niet hebben. België heeft een permanente bevolking.
  • Elke staat oefent gezag uit over een afgebakend territoriaal gebied. Deze gezagsuitoefening is wel exclusief, omdat deze bijdraagt tot de rechtszekerheid en de gelijkheid onder staten. Een territorium behoort slechts tot 1 staat. België heeft een afgebakend territorium.
  • Wat omvat het territorium van een staat?
    De landoppervlakte, de ondergrond, de binnenwateren, het luchtruim.
  • Wat omvat het territorium van een kuststaat?
    Naast het normale grondgebied van een staat, bevat het territorium van een kuststaat ook  de territoriale zee (12 zeemijl), een exclusieve economische zee (200 zeemijl) en het continentaal plat.
  • Elke staat beschikt over een overheid: een entiteit die in staat is om wetten te maken, te besturen en recht te spreken. De bevolking aanvaardt het gezag van de overheid in een democratische staat omdat zij daaraan deelnemen. België heeft een overheid die in staat is om de genoemde functies uit te oefenen over het hele grondgebied en al zijn inwoners. Er zijn in België federale en deelstatelijke overheden die er samen voor zorgen dat de functies van een overheid worden vervuld.
  • Er kunnen tegenwoordig geen nieuwe staten ontstaan. Dit kan wel op een afgeleide manier, zoals secessie, fusie of dismembratio. De Belgische staat is in 1830 ontstaan na de afscheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het Nationaal Congres heeft de Belgische Grondwet ontworpen (1831).
  • Naast de constitutieve bestanddelen is het nodig dat een staat wordt erkend door andere staten. Een erkenning is een rechtshandeling waarbij een andere staat het bestaan van een nieuwe staat bevestigt. Erkenning is eenzijdig en niet verplicht. Daarnaast is de rekening niet vrijblijvend en heeft ze een terugwerkende werking. Erkenning kan niet worden ongedaan gemaakt. In beginsel erkennen staten andere staten, niet de regeringen van die staten.
  • 1.1.2 Gevolgen van de kwalificatie als staat

  • België beschikt over rechtspersoonlijkheid. Deze geldt intern (optreden binnen de staat) en extern (optreden tegenover andere staten).
  • België beschikt over soevereiniteit. Deze op intern vlak (organen, wetgeving, procedures, instellingen) en op extern vlak (recht om ongestoord te functioneren zonder inmenging van andere staten). Staten kunnen hun soevereiniteit wel overdragen aan een supranationale instelling of binnen hun eigen structuren toewijzen aan andere dan de nationale overheid.
  • België heeft internationale immuniteit. De Belgische Staat is immuun ten opzichte van andere staten. Staten zijn gelijk, waardoor de ene de andere niet mag controleren.
  • België beschikt over rechtsmacht. Dit is de juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te oefenen. Dit is in de eerste plaats territoriaal bepaald (binnen grondgebied kan de staat gezag uitoefenen). Uitzonderlijk kan rechtsmacht ook extraterritoriaal zijn (buiten grondgebied in de zin van het recht van de gewapende conflicten).
  • 1.2 Burgerschap

  • De wet is van toepassing op het Belgische grondgebied, op elke situatie en elke persoon die zich op het grondgebied bevindt. Soms is de Belgische wet extraterritoriaal van toepassing en hangt het af van de nationaliteit van de betrokkene. De regels die hierover gaan zijn terug te vinden in het internationaal privaatrecht.
  • 1.2.1 Personen met de Belgische nationaliteit

  • Nationaliteitswetgeving bevat de regels over het verwerven of het verliezen van de nationaliteit. Om iemand nationaliteit vast te stellen geldt ofwel het Ius sanguinis of het Ius soli (of beide).
  • Wat is Ius sanguinis?
    Nationaliteit wordt toegerekend op basis van afstamming.
  • Wat is het Ius soli?
    Nationaliteit wordt toegerekend op basis van de plaats van geboorte.
  • Wat is bipatriditeit?
    Wanneer iemand 2 nationaliteiten heeft.
  • Wat is apatriditeit?
    Wanneer iemand geen enkele nationaliteit heeft.
  • De Belgische nationaliteit wordt geregeld in het wetboek Belgische nationaliteit van 28 juni 1984. Er wordt hierin een onderscheid gemaakt tussen de toekenning en de verkrijging van de Belgische nationaliteit.
  • Wat is de toekenning van de Belgische nationaliteit?
    Bij de toekenning volgt de nationaliteit uit de toestand waarin de persoon zich bevindt.
  • Wat is de verkrijging van de Belgische nationaliteit?
    Bij de verkrijging moet nog een vrijwillige handeling worden gesteld vooraleer men de Belgische nationaliteit verwerft.
  • In bepaalde gevallen kan de Belgische nationaliteit toegerekend worden als er aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan.
  • Personen kunnen ook de Belgische nationaliteit verkrijgen door een nationaliteitsverklaring. Hiervoor bestaan verschillende scenario's die in de wet worden uiteengezet.
  • Wat is naturalisatie?
    De naturalisatie is een aparte rechtsfiguur op basis waarvan de staat van Belg kan worden verkregen. Deze wordt verleend door de federale wetgevende macht. Daarvoor moet de betrokkene aan een aantal voorwaarden voldoen. Er gaat wel een uitgebreide procedure aan vooraf. Het is geen recht, maar een gunst, die wordt verleend in een naturalisatiewet.
  • Iemand met de Belgische nationaliteit kan deze ook verliezen. Dit kan door zelf afstand te doen. Dit kan enkel wanneer de betrokkene bewijst dat hij een vreemde nationaliteit bezit, verkrijgt of herkrijgt. Onder bepaalde voorwaarden is een herkrijging mogelijk. Daarnaast kan een Belg ook vervallen verklaard worden van zijn nationaliteit. Dit kan echter niet als dat zou leiden tot staatsloosheid van de betrokkene. Het wordt gevorderd door het openbaar ministerie en in bepaalde gevallen door de strafrechter.
  • Toekenning, verkrijging, verlies en herkrijging van de Belgische nationaliteit, uit welke oorzaak dan ook, hebben alleen gevolg voor de toekomst.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Declaratieve beslissing:
Waarbij het subjectief recht van de burgers reeds voortvloeide uit de objectieve rechtsregels en het bestuur het bestaan ervan enkel nog moest erkennen.
Constitutieve beslissing:
Waarbij door de beslissing een nieuw subjectief recht van de burger werd gecreëerd.
Beroep bij een ander bestuur:
Een wet kan ook uitdrukkelijk een andere bestuurlijke beroepsprocedure instellen dan de voorgaande. Dit is een georganiseerd beroep. Een onafhankelijk orgaan van bestuur zal dan oordelen over het beroep van een belanghebbende.
Beroep bij toezichthoudend bestuur:
Ingeval van een beslissing van een gedecentraliseerde overheid, kan een belanghebbende beroep indienen bij de overheid die toezicht uitoefent op de overheid die de beslissing heeft genomen. De toezichthoudende overheid wordt dan gevraagd om de beslissing te schorsen of te vernietigen als ze van oordeel is dat ze in strijd is met de wet of algemeen belang.
Hiërarchisch beroep:
Een belanghebbende kan beroep indienen bij de overheid of het orgaan dat hiërarchisch toezicht uitoefent op het orgaan dat de beslissing heeft genomen.
Het willig beroep:
Dat betekent dat een belanghebbende een beroep indient bij het bestuur dat de betwiste bestuurlijke rechtshandeling zelf heeft genomen.
Acte éclairé:
Wanneer het Hof reeds op een analoge vraag heeft geantwoord.
Acte clair:
Wanneer de prejudiciële vraag kennelijk niet relevant is oor de beslechting van het geschil voor de verwijzende rechter, wanneer het antwoord op de vraag al duidelijk is.
Positief injunctierecht van de minsiter:
Kan een vervolging bevelen, maar niet bevelen dat de vervolging wordt stopgezet.
Hoge Raad voor de Justitie:
Er bestaat een Nederlandstalig en Franstalig college, paritair samengesteld uit rechters en ambtenaren van het OM en uit andere leden benoemd door de Senaat.