Summary Statistics for the Behavioral Sciences, International Edition 9th Edition

-
ISBN-13 9781111839550
325 Flashcards & Notes
30 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Statistics for the Behavioral Sciences, International Edition 9th Edition". The author(s) of the book is/are Frederick J Gravetter. The ISBN of the book is 9781111839550. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Statistics for the Behavioral Sciences, International Edition 9th Edition

  • 1 Introduction to Statics

  • Wat is een populatie?

    Een populatie is een set van alle individuen waarin je geintreseerd bent binnen de studie

  • Een sampel is een steekproef

  • populatie --> steekproef
  • Correlatiemethode =
    De relatie tussen 2 verschillende variabelen meten, biedt geen verklaring
  • sampling error =
    discrepantie tussen de sample statistic en de corresponderende populatie parameter
  • descriptive statistics =
    het samenvatten, organiseren en simplificeren van data
  • construct = 
    interne karakteristiek die niet direct gemeten kan worden, wordt gebruikt om gedrag te verklaren
  • experimental method =
    oorzaak-gevolg relatie verklaren
  • environmental variables / omgeving variabelen zijn?
    Bv. tijd, weer, belichting
  • Statistiek dient ervoor om informatie van onderzoeken te organiseren en samenvatten en zo de resultaten naar anderen te kunnen communiceren.
  • descriptive statistics =
    het samenvatten, organiseren en simplificeren van data
  • 1.1 Statistics, science and observations

  • Statistiek heeft twee algemene bedoelingen: 1. Statistieken worden gebruikt om informatie te organiseren en samen te vatten zodat de onderzoeker kan zien wat er in zijn onderzoek is gebeurd en de resultaten naar anderen kan verstrekken. 2. Statistieken helpen de onderzoeker de vragen te beantwoorden dat met gemak de onderzoeker in staat stelt om precies vast te stellen wat de algemene conclusies zin die verantwoord zijn en specifieke resultaten verkrijgt.
  • Definitie: De term statistiek verwijst naar wiskundige procedures die informatie samenvat, organiseert en interpreteert

  • 1.2 Populations and samples

  • Definitie: Een populatie is een aandeel van alle individuen in een bepaalde studie (bijv. konijnenpopulatie, mannenpopulatie

  • In de praktijk zijn populaties zeer groot. Daarom is het vaak onmogelijk om de gehele populatie te onderzoeken. 

    In statistische termen heet een kleinere groep van een populatie die men gaat meten ook wel 'steekproef' (sample).
  • Definitie: Een een steekproef (sample) is een groep van een individuen van een populatie, die normaal gebruikt wordt om de populatie representeren in een onderzoek.

  • Het is kenmerkend, dat onderzoekers geïnteresseerd zijn in specifieke karakterkenmerken van de individuen in de populatie (of steekproef). Of ze zijn geinteresseerd in de externe factoren dat de individuen beinvloeden.

     

  • Definitie: Variable (variabel): is een karakteristiekkenmerk of voorwaarde dat veranderd of heeft verschillende waarden voor verschillende individuen. (bijv. hoogte, gewicht, gender, persoonlijkheid, temperatuur, tijdstip van de dag, grootte van de ruimte waar het onderzoek wordt uitgevoerd)

  • Populatie onderscheiden van een steekproef is belangrijk. Een karakterkenmerk dat de populatie beschrijft bijvoorbeeld, heet een 'parameter'. Een karakterkenmerk dat de steekproef beschrijft heet 'statistiek'. (De gemiddelde score van een steekproef is een voorbeeld van een statisitiek).  
  • Meting/ obseratie van een variabele heet ook wel 'datum' of een ander veel gebruikt woord: score of ruwe score (raw score). Complete lijst van scores heet ook wel data set of simpelweg 'data'.

     

  • Diverse statistische procedures om data te organiseren en te interpreteren: 2 categorieen. 

    1. Beschrijvende statistiek (descriptive statistics): zijn statistische procedures om data te samen te vatten, organiseren en te vereenvoudigen. 

    2. Inferential statistics (inferentie statistiek): zijn methoden die gebruikt worden om algemene conclusies te strekken van data van een populatie.
  • Definitie: Parameter is een waarde (numeriek), dat de populatie beschrijft. (individuen van populaties). Statistiek (statistic): is een waarde, nummeriek, dat beschrijft een steekproef.

  • Problemen die mogelijk zijn bij steekproeven: 
    • begrensde informatie
    •  geen perfect plaatje
    •  discrepantie, heet ook wel 'sampling error'. 
    • Fundamenteel probleem.
  • Definitie: Inferential statistics (inferentie statistiek): bestaat uit technieken die ons beschikbaar stelt om steekproeven te doen en het maken van generalisaties over de populatie die zijn geselecteerd.

  • Kenmerkend: onderzoekers maken gebruik van steekproef statistieken als basis om de conclusies te tekenen over de populatie parameters.

  • voorbeeld voor:
    Descriptief onderzoek: 
    1. data vereenvoudigen, bijv. grafiek en beschrijven (describtieve statistiek) 


    2. interpreteren van de resultaten inferentieve ( statistiek)
  • Verschilmaten bij 'sampling error' kan ook het resultaat zijn willekeurige toeval, zoals kans (onvoorspelbaar, onsystematisch).

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat is de vorm van deze distributie?Zie plaatje 
negatively skewed
H0 zegt dat de variabelen ..... zijn Onafhankelijk zijn
Onafhankelijk zijn
H 1 zegt dat de variabelen .... zijn
afhankelijk 
Hoe groter de Z+ hoe ..... de P
Kleiner
Wat zijn de waarden van MU en sigma bij een normaal verdeling?
Mu = populatie gemiddelde = 0

Sigma = standaarddeviatie N = 1

P = 0,5
Met welke toets bereken je kans?
Met de Z toets
Wat betekent een rechte streep in een punten wolk?
Er is geen correlatie 
Wat gebeurd er als er geen spreiding is binnen scores?
Dan is er eigenlijk niets te onderzoeken. Pas wanneer de scores spreiding hebben kun je het onderzoeken --> Er uitspraken over doen.


Wanneer gebruik je de T-toets voor afhankelijke variabele?
Deze gebruik je wanneer je 2 of meer test momenten met elkaar wil vergelijken, van de zelfde persoon & onderwerp en dezelfde test.

  • Bijvoorbeeld voor de uitleg en na de uitleg (voor en na meeting).
  • Ouders die allebei een vragenlijst invullen over hetzelfde kind (dit wordt als voor / na gezien, omdat deze gedeeltelijk wel overeen moeten komen gaat over het zelfde kind).
  • Man en vrouw die vragenlijst invullen over hun huwelijk. Deze staan met elkaar in verbinding dus zou het voor een gedeelte (groot) overeen moeten komen.

Wanneer gebruik je de T-toets voor onafhankelijke variabelen?
  • Voor het vergelijken van groepen.
  • Je wilt het verschil weten tussen deze groepen.
  • Je gaat dus kijken binnen 2 populatie / individuen.

Het gaat hier niet over verschillen van 2 variabelen, maar het gaat over de verschillen van 2 groepen op variabelen.

Bijvoorbeeld het verschil tussen jongens en meisjes.