Summary STEM 1.2

-
107 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - STEM 1.2

  • 1.1 Algemeen

  • Noem de twee soorten pleura!
    1. Pleura visceralis 
    2. Pleura parietalis
  • Wat is het pleura visceralis?
    Longvlies, bekleed tot aan het longhilum (=hier lopen aders, slagaders en de bronchus de long in en uit). Op dit punt gaan we over tot de pleura parietalis.
  • Wat is het pleura parietalis?
    Borstvlies, zacht bindweefsel aan de binnenkant van de thoraxwand (borstwand).
  • Waar zorgt de pleura parietalis voor?
    Zorgt ervoor dat de longen mee kunnen bewegen met het ademen.
  • Latijnse benaming voor: longen?
    Pulmonales.
  • Hoe veel kwabben heeft de rechterlong? En welke?
    3:
    1. lobus superior (bovenkwab);
    2. lobus medius (middenkwab);
    3. lobus inferior (onderkwab).
  • Hoe veel kwabben heeft de linkerlong? En welke?
    2:
    1. lobus superior (bovenste);
    2. lobus inferior (onderste).
  • Waarin worden de longen in onderverdeeld op kwabben na?
    Fissurae
  • Wat is de processus vocalis?
    Deel van de cartilago arythenoidea en hecht zich aan de stembanden.
  • Wat is de processus muscularis?
    Deel van het cartilago arythenoidea en zocht voor het openen en sluiten van de stemplooien: zorgt voor de aansturing dus.
  • Noem drie functies van de neusbijholten.
    1. Hoofd minder zwaar maken;
    2. Warmte regeling naar de hersenen;
    3. Resoneren bij stemgeving.
  • Uit welke drie delen bestaat het os hyoideum?
    1. Cornu malus: lange, grote stuk aan de achterkant;
    2. Cornu minus: korte uitsteeksel aan de voorkant;
    3. Corpus, lichaam, voorste stuk.
  • Noem de  5 stappen van de uitademing:

    1.     Ontspannen spieren middenrif en tussenribspieren;
    2.     Naar binnen bewegen van de buik en bol maken middenrif;
    3.     Longvolume wordt kleiner;
    4.     Druk in longen wordt kleiner: stijging druk t.o.v. buitenlucht;
    5.     Lucht stroomt naar buiten.
  • Noem de 5 stappen van de inademing:
    1.     Samentrekken spieren middenrif en tussenribspieren;
    2.    Naar buiten bewegen buik en plat worden middenrif;
    3.    Vergroten longvolume;
    4.    Verlaging druk t.o.v. buitenlucht;
    5.     Naar binnen stromen van de lucht.
  • Wat verstaan we onder vitale capaciteit?
    Alle uitgeademde lucht, capaciteit van d e longen doe je gebruikt + alles wat je ermee kan om normaal te functioneren.
  • Wat is de expiratoire reserve?
    Lucht die je nog kan uitademen na een normale uitademing
  • Wat is de inspiratoire reserve?
    De extra hoeveelheid lucht die je nog kan inademen na een normale inademing.
  • Noem drie onderdelen die zich bevinden in de onderste luchtwegen:
    1. Bronchiën: vertakkingen vanuit de luchtpijp;
    2. Bronchiolen: nog kleinere vertakkingen die zijn gemaakt van kraakbeen tot op zeker hoogte;
    3. Alveolen: longblaasjes. 
  • Noem vier onderdelen die zich bevinden in de bovenste luchtwegen:
    1. Neusholten;
    2. Farunx;
    3. Larynx;
    4. Trachea.
  • Noem de vier neusbijholten, zowel in het Latijns als ik het Nederlands:
    1. Sinus frontalis: voorhoofdsholte;
    2. Sinus ethomoïdalis: zeefbeenholte;
    3. Sinus maxillaris: bovenkaakholte;
    4. Sinus sphenoïdalis: wiggenbeenholte.
  • Wat zit er in die neusbijholten?
    Slijmvliezen
  • Neusschelpen in het Latijns?
    Conchae nasalis
  • Waarvoor zorgt de bovenste neusschelp?
    Voor het ruiken
  • Waarvoor dienen de middelste en de onderste neusschelp?
    Bevochtigen en zuiveren van je neus. En het verwarmen van de lucht.
  • Hoe kom je tot een diagnose bij stemstoornissen? Welke stappen onderga je ?
    Door te kijken naar:

    1. de anamnese;
    2. perceptuele beoordeling;
    3. objectieve beoordeling.
  • Waar let je op als je kijkt naar het habitueel stemgebruik? (7)
    1. Houding
    2. adem (type en beheersing)
    3. stemkwaliteit
    4. resonans 
    5. spreektoonhoogte
    6. spreekvolume
    7. prosodie 
  • Waar let je op als je kijkt naar de stemmogelijkheden? (bij de perceptieve beoordeling) (6)
    1. Steminzet
    2. kopstem of falsetstem op /oehoe/
    3. melodische stemomvang
    4. zingen en roepen
    5. aerodynamische metingen 
    6. nasaliteit 
  • Wat doe je en waar kijk je naar bij de perceptuele beoordeling? (3)
    Je gaat uit van je eigen waarneming, het is dus subjectief.

    1. habitueel stemgebruik;
    2. stemmogelijkheden;
    3. stemproeven 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.