Summary Stichting, Vereniging en personenvennootschappen Class notes

Course
- Stichting, Vereniging en personenvennootschappen
- Dr. mr. G.J.C. Rensen
- 2013 - 2014
- Radboud Universiteit Nijmegen
986 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Stichting, Vereniging en personenvennootschappen Class notes

  • 1391468400 College 1: Verenigingsrecht verdiept

  • Wat is een vereniging?
    Een vereniging is 1. een rechtspersonen 2. met leden 3. die is gericht op een bepaald doen, anders dan een die in artikel 2:53 lid 1 of lid 2 BW (een coöperatie) is omschreven.
  • Wat is het doel dat een vereniging niet ten doel mag hebben?
    In artikel 2;26 BW vermeldt dat een vereniging geen doel mag hebben dat staat omschreven in artikel 2:53 lid 1 of 2 BW, daar zij de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij neergelegd. 

    De twee doelen die een vereniging zich niet mag stellen zijn:
    1. Een vereniging mag zich niet ten doel stellen om in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten (een coöperatie, artikel 2:53 lid 1 BW). 
    2. Een vereniging mag zich niet ten doel stellen om met haar leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent.
  • In welk wetsartikel is de coöperatie neergelegd?
    Artikel 2:53 lid 1 BW.
  • Wat moet een coöperatie zich ten doel stellen?
    In artikel 2:52 lid 1 staat dat een coöperatie zich ten doel moet stellen om in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten. Waarbij het niet mag gaan om verzekeringsovereenkomsten die met hen is gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde voor eigen belang uitoefent of doet uitoefenen.
  • Waar is de OWM neergelegd?
    Artikel 2:53 lid 2 BW.
  • Wat moet een OWM zich tot doel stellen?
    In artikel 2:52 lid 2 BW is de onderlinge waarborgmaatschappij neergelegd. 
    De onderlinge waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Ofwel een OWM is een vereniging maar omdat zij bij notariële akte is opgericht als een vereniging die ene onderlinge waarborgmaatschappij is, is er sprake van een OWM. Een OWM moet zich blijkens haar statuten ten doel stellen om met haar leden verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent.
  • Wanneer is er sprake van een OWM?
    Artikel 2:53 lid 2 BW: De onderlinge waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Ofwel een OWM is een vereniging maar omdat zij bij notariële akte is opgericht als een vereniging die ene onderlinge waarborgmaatschappij is, is er sprake van een OWM. 
  • Wat is het bijzondere aan onderwijsinstellingen in geval van een fusie?
    IN geval van een fusie bij onderwijsinstellingen is er toestemming nodig van de minister van onderwijs. 
  • Wat zijn de meeste pensioenfondsen voor rechtsvormen?
    De meeste pensioenfondsen zijn stichtingen. Hiervoor is het bijzondere dat je in zowel Boek 2 BW moet kijken als in de pensioenwet.
  • Bestaan er concernverhoudingen in het geval van verenigingen?
    Ja, bijvoorbeeld bij de KNVB, daar zijn de voetbalverenigingen lid van de KNVB, deze verhoudingen kunnen worden gezien als concernverhoudingen.
  • Welk wetsvoorstel is 'trekking' m.b.t. verenigingen en stichtingen?
    De consultatie 'Wet bestuur en toezicht rechtspersonen'.
  • Wat is er neergelegd in dit wetsvoorstel/deze consultatie?
    De minister van Veiligheid en Justitie heeft het voornemen kenbaar gemaakt de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij  verenigingen en stichtingen te willen verbeteren. 
    De taak van bestuurders en toezichthouders bij rechtspersonen als de verenigingen en stichtingen is nu niet of nauwelijks in de wet geregeld. Er ontbreken manieren om de bestuurders en toezichthouders op de vingers te tikken als zij hun taak niet naar behoren vervullen of om hen bijtijds te corrigeren.

    Het wetsvoorstel sluit aan bij regelingen die voor de BV's en NV's gelden. Het voorziet niet enkel in een grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan ij verengingen en stichtingen (vaak aangeduid als raad van toezicht), maar het bevat ook:
    1. Een algemene regeling met het oog op behoorlijke taakvervulling
    2. Een tegenstrijdig belang-regeling
    3. Een regeling voor aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onbehoorlijk bestuur
    4. Een verruiming van de gronden voor ontslag van bestuurders en toezichthouders van een stichting.
  • Wat is het doel van het ingediende wetsvoorstel?
    Het doel van het ingediende wetsvoorstel is het verbeteren van de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen.
  • Wat is de aanleiding geweest om het wetsvoorstel in te dienen?
    Er bataat tot op heden geen uniforme regeling voor alle rechtspersonen die het bestuur en toezicht regelt. Verschillen tussen enerzijds de NV, BV en coöperatie en de OWM enerzijds en de stichting en vereniging anderzijds leiden in de praktijk tot onduidelijkheid.
  • Wat zijn de hoofdpunten van het nieuwe wetsvoorstel?
    De hoofdpunten van het nieuwe wetsvoorstel zijn:

    1. Bestuurders en toezichthouders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden organisatie.
    Deze norm is al vastgelegd voor NV's en BV's, maar zal nu gaan gelden voor alle rechtspersonen, dus ook voor stichtingen en verenigingen. Ook de toezichthoudende organen moeten het belang van de rechtspersoon laten prevaleren boven hun eigen belangen.

    2. Bestuurders en toezichthouders met een tegenstrijdig belang moeten zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en besluitvorming. Voor NV's en BV's was dit al vastgelegd in de wet, maar dit gaat nu ook gelden voor stichtingen en verenigingen.

    3. Bestuurders en toezichthouders kunnen aansprakelijk zijn voor schade als gevolg van onbehoorlijke taakvervulling. Deze aansprakelijkheidsnorm gaat voor alle rechtspersonen gelden. Wanneer bestuurder of toezichthouder zijn taak niet behoorlijk uitvoert en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is hij aansprakelijk voor de schade die de rechtspersoon daardoor lijdt. Het toezichthoudende orgaan moet een actieve rol aannemen zonder op de stoel van de bestuurder te gaan zitten.

    4. In het geval van een faillissement dat in belangrijke mate is veroorzaakt door onbehoorlijke taakvervulling bestuurders en toezichthouders hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn voor een tekort in de boedel.
    Er is voorgesteld om dit artikel (2:138 (NV) en 2:248 (BV)) te verplaatsen naar een nieuw artikel in de Faillissementswet: artikel 106a FW. Deze regeling gold al voor de NV's BV's en de zogenaamde commerciële stichtingen en verenigingen maar zal na overheveling naar de faillissementswet ook voor de niet-commerciële verenigingen en stichtingen gaan gelden.

    5. Toezichthouders van stichtingen kunnen worden ontslagen en de gronden waarop bestuurders kunnen worden ontslagen, worden uitgebreid.
    Huidige regeling erg beperkt, voor toezichthoudend orgaan geldt momenteel zelfs helemaal geen wettelijke ontslagregeling. Voorgesteld is dat de bestuurders en leden van het toezichthoudend orgaan die het belang van de stichting zodanig schaden dat het voortduren van hun bestuurderschap of lidmaatschap van het toezichthoudend orgaan in redelijkheid niet meer kan worden geduld, op verzoek van het OM of van belanghebbenden kunnen worden ontslagen door de rechtbank.

    6. Er komt uitdrukkelijke wettelijke grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij een vereniging
    IN het huidige BW bestaat geen wettelijke grondslag hiervoor bij een vereniging, terwijl ook een toezicht houdend orgaan bij een vereniging mogelijk is (net als bij een stichting). Boek 2 BW kent al wel een regeling voor een RvC in geval van een coöperatie, die een bijzondere vorm van een vereniging is. In wetsvoorstel is opgenomen dat in statuten kan worden bepaald dat er een toezichthoudend orgaan kan worden ingesteld. Hiermee is dus aan een toezichthoudend orgaan binnen een vereniging een wettelijke grondslag geboden. Ook wordt bepaald dat een RvC uit een of meer natuurlijke personen bestaat. 
  • Wat is het doel van het wetsvoorstel?
    Het wetsvoorstel heeft tot doel om de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen te verbeteren.
  • Is het mogelijk een lid van de vereniging geen stemrecht toe te kennen?
    Nee, ieder lid van de vereniging heeft stemrecht in de algemene vergadering. Wanneer een lid bijvoorbeeld iets heeft misdaan is het wel mogelijk hem te schorsen. Het is wel mogelijk een bepaald lid meer stemrechten te geven dan andere leden, bijvoorbeeld dat je bepaalt dat als iemand 10 jaar lid is hij voor zijn trouwheid wordt beloond en nog een extra stem in de algemene vergadering krijgt. Het is wel van belang dat het 'gelijkheidsbeginsel hierbij in acht wordt genomen, artikel 2:101 en 2:211 BW.
  • Wat is het bijzondere aan de 'vereniging van eigenaren'?
    Het bijzondere aan de vereniging van eigenaren is dat lidmaatschap is gekoppeld aan het eigendom van een appartement, artikel 5:124 e.v. BW.
  • Wat zijn 3 belangrijk kenmerken van een vereniging?
    1. Ze hebben een doel wat ze willen verwezenlijken'
    2. Ze treden samen op naar buiten'
    3. Ze hebben leden.

    Formeel kenmerk is dat een vereniging bij akte moet worden opgericht. Bij een informele vereniging geldt dat niet als vereiste.
  • Wat is het formele kenmerk van een vereniging?
    Formeel kenmerk is dat een vereniging bij akte moet worden opgericht. Bij een informele vereniging geldt dat niet als vereiste.
  • Moet een vereniging altijd bij akte worden opgericht?
    Ja, artikel 2:27 lid 1 BW: een vereniging moet altijd bij akte worden opgericht, tenzij er sprake is van een informele vereniging.
  • Mag een vereniging een onderneming drijven?
    Ja, een vereniging is bevoegd een onderneming te drijven, maar zij mag geen winst uitkeren aan haar leden, artikel 2:26 lid 3 BW.
  • Mag een vereniging winst maken?
    Ja, een vereniging mag winst maken, maar zij mag die alleen niet onder haar leden verdelen, artikel 2:26 lid 3 BW.
  • Wat was het probleem bij 'Vereniging Planwerk?
    Was in de jaren '80 opgericht om studenten op weg te helpen richting werkproces, vereniging voerde opdrachten uit voor derden die bepaalde dingen uitgezocht wilden hebben. Penningmeester was meneer Scheerder van 1996-2011. Op 24 juni 2011 wordt Scheerder ontslagen door de AVA van Planwerk en er wordt geen decharge aan hem verleend. Decharge ziet alleen op de dingen die aan de AVA bekend zijn en uit de jaarrekening blijken, wanneer een bestuurder bepaalde handelingen niet meedeelt geldt de decharge dus ook niet voor die handelingen. Nadat Scheerder weg was ging vereniging uitzoeken wat hij allemaal uit had gespookt, in periode van 2007-2011 is een groot bedrag overgemaakt aan de eenmanszaak van Scheerder. Hij was zelf penningmeester en voorzitter en hij was ook zelf degene die het geld naar zijn eigen eenmanszaak over had gemaakt.
    De rechtbank oordeelde dat er voorschotnota's zijn gestuurd en die zijn aan de eenmanszaak betaald, maar er is echter nooit een eindafrekening geweest en het is niet bekend hoe die nota's waren samengesteld. Er was uiteraard wel werk verricht maar de bestuurder had hier niks over geadministreerd. 10% van de opbrengst ging ongeveer naar de vereniging en 90% werd overgemaakt naar de eenmanszaak van Scheerder.

    De rechtbank oordeelde dat er geen berekening aan ten grondslag lag die aan kon tonen waarvoor die gelden zijn overgemaakt. De rechtbank heeft de uitkeringen aan de eenmanszaak toen beoordeeld als winstuitkeringen aan dhr. Scheerder en dat is in strijd met artikel 2:26 lid 3 BW. Wanneer je een vergoeding krijgt voor bepaalde werkzaamheden dan valt dit niet per definitie onder winstuitkering. In dit geval was dat echter een ander verhaal. Dhr. Scheerder werd door de rechtbank veroordeeld een bepaald terug te storten op de rekening van de vereniging.
  • Wat is een eenmanszaak?
    Een eenmanszaak is eigenlijk niks, je bent als natuurlijk persoon (wat vermogen betreft) gelijk met je eenmanszaak: de bescherming van een NV of BV gelden niet, het heeft geen rechtspersoonlijkheid en kent daarnaast ook geen afgescheiden vermogen. Schuldeisers kunnen zich dus op jouw privévermogen verhalen wanneer jij in je eenmanszaak schulden maakt. Bij een personenvennootschap is dit dan weer niet mogelijk.
  • Valt elke uitkering die door een vereniging aan een persoon wordt gedaan onder winstuitkering?
    Wanneer je een vergoeding krijgt voor bepaalde werkzaamheden dan valt dit niet per definitie onder winstuitkering. Het moet echter wel duidelijk uit de administratie naar voren komen welke werkzaamheden zijn verricht, hoeveel uur, etc.
  • Hoe zit dat met de OWM en coöperaties?
    Veel van de bepalingen zijn 1 op 1 van toepassing op de OWM en coöperaties, artikel 2:53a BW. Met uitzondering van het winstuikeringsverbod, dat geldt niet voor coöperaties. Binnen coöperaties mag er dus gewoon winst worden uitgekeerd. 
  • Mag er bij coöperaties winst worden uitgekeerd?
    Het winstuitkeringsverbod geldt niet voor coöperaties. Binnen coöperaties mag er dus gewoon winst worden uitgekeerd, zie artikel 2:53a BW.
  • Wat is er bepaald in artikel 2:53a BW?
    In artikel 2:53a BW is bepaald dat de bepalingen van de vereniging van toepassing zijn op de coöperatie en de WM met uitzondering van artikel 2:26 lid 3 BW (winstuitkeringsverbod) en artikel 2:44 lid 2 BW (gaat over vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuurd van een vereniging m.b.t. het aangaan van bepaalde overeenkomsten/het uitvoeren van bepaalde handelingen).
  • Wat zijn de taken en bevoegdheden van het bestuur van een vereniging?
    De taak van het bestuur is het besturen van de vereniging (artikel 2:44 lid 1 BW), hieronder vallen:
    1. Het algemeen beleid van de vereniging
    2. Het organisatorische 'reilen en zeilen'
    3. Het beheer van het vermogen
    4. Deelname aan het rechtsverkeer....
    .... dit alles voor zover er in de statuten geen beperkingen zijn neergelegd (artikel 2:44 lid 1 BW).
  • In welk artikel is bepaald dat het bestuur belast is met het besturen van de vereniging?
    Artikel 2:44 lid 1 BW.
  • Welke wettelijke beperkingen gelden er voor het bestuur van de vereniging m.b.t. tot het besturen van de vereniging?
    Die wettelijke beperkingen zijn neergelegd in artikel 2:44 lid 2 BW. Daarin is bepaald dat het bestuur slechts bevoegd is wanneer uit de statuten blijkt dat zij bevoegd is om te besluiten tot het aangaan van:
    1. overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; of
    2. overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden verbinden.
  • In welk artikel is de tegenstrijdigbelangregeling van de vereniging neergelegd?
    Artikel 2:47 BW. 
  • Wat is er neergelegd in artikel 2:47 BW?
    In artikel 2:47 BW is de tegenstrijdigbelangregeling bij de vereniging neergelegd. Wanneer de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders of commissarissen dan kan de algemene vergadering een of mee personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.
  • Wie kan er wat doen wanneer er sprake is van een tegenstrijdig belang bij een vereniging?
    Wanneer er sprake is van een tegenstrijdig belang bij een vereniging kan de algemene vergadering een of meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen, artikel 2:47 BW.
  • Wat kan de algemene vergadering doen wanneer er sprake is van een tegenstrijdig belang?
    Wanneer er bij de vereniging sprake is van een tegenstrijdig belang kan de algemene vergadering een of meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen, artikel 2:47 BW.
  • Wat is het verschil tussen de tegenstrijdig belang regeling die geldt bij de vereniging en de tegenstrijdig belang regeling die geldt bij de NV en BV?
    In geval van de vereniging gaat het om vertegenwoordiging, bij de NV en de BV gaat het om besluitbevoegdheid. In nieuwe consultatie zal dit ook veranderen, en dan gaat het ook bij de vereniging om besluitbevoegdheid en niet meer om vertegenwoordigingsbevoegdheid.
  • Aan wat voor beperking moet je denken m.b.t. de zin die in artikel 2:44 lid 1 BW staat: bestuurders zijn bevoegd te besturen 'behoudens beperkingen volgens de statuten'?
    Een voorbeeld is het goedkeuringsrecht dat in de statuten regelmatig wordt gegeven aan de algemene vergadering. Dit leidt tot een beperking van het bestuur. Voordat het bestuur een besluit door kan voeren moet zij dan eerst toestemming vragen aan de algemene vergadering. Wanneer het bestuur dan een besluit doorvoert zonder dat zij de toestemming van de algemene vergadering heeft verkregen, daar dit krachtens de statuten wel is vereist, dan is er sprake van een nietig besluit in de zin van artikel 2:14 lid 1 jo 2:14 lid 2 BW.
  • Wat is het uitgangspunt bij artikel 2;44 lid 2 BW?
    Daarin zijn de wettelijke beperkingen voor het bestuur neergelegd m.b.t. het besturen van de vereniging. Bij deze wettelijke beperkingen is het uitgangspunt dat het bestuur niet bevoegd is deze besluiten te nemen. Maar wie is dan bevoegd wanneer het bestuur bijvoorbeeld een pand wil kopen? In artikel 2:40 lid 1 BW is de restbevoegdheid van de algemene vergadering neergelegd: de algemene vergadering is bevoegd tot al hetgeen waartoe de andere organen niet bevoegd zijn.
  • Wat als het bestuur wettelijk is beperkt m.b.t. het aankopen van een pand, wie is daar dan toe bevoegd?
    In artikel 2:44 lid 2 BW is de wettelijke beperking neergelegd dat het uitgangspunt is dat het bestuur niet bevoegd is tot het aankopen van een pand. In artikel 2:40 BW is de restbevoegdheid van de algemene vergadering neergelegd: de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
  • Wat is er bepaald in artikel 2:40 lid 1 BW?
    In artikel 2:40 BW is de restbevoegdheid van de algemene vergadering neergelegd: de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
  • Welke 3 smaken zijn er in artikel 2:44 BW te vinden m.b.t. het besturen van de vereniging door het bestuur?
    Artikel 2:44 BW kent 3 smaken m.b.t. het besturen van de vereniging door het bestuur:
    1. Wanneer de statuten van de vereniging niets bepalen dan is het bestuur niet bevoegd m.b.t. het in lid 2 bepaalde.
    2. De statuten kunnen bepalen dat het bestuur wel bevoegd is, maar bijvoorbeeld niet tot alle handelingen die in artikel 2:44 lid 2 BW zijn opgesomd. Bijvoorbeeld bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot borgstelling, maar zij is wel bevoegd tot het aankopen van registergoederen.
    3. De statuten kunnen een eigen regeling geven: het bestuur is wel bevoegd om te besluiten tot de aankoop van een registergoed, maar heeft daarvoor wel de goedkeuring van de AVA nodig. Dan heeft het bestuur die bevoegdheden wel maar zijn er bepaalde voorwaarden aan verbonden.
  • Wat als een bestuurder geen toestemming vraagt aan de algemene vergadering terwijl in de statuten is bepaald dat dit wel is vereist?
    Dan kan de algemene vergadering een beroep doen op de nietigheid van artikel 2:14 BW en is heeft de nietigverklaring interne werking. In het geval van artikel 2:44 lid 2 BW (de besluiten die het bestuur niet bevoegd is om te nemen tenzij het in de statuten is bepaald) tast een besluit of handeling van het bestuur omtrent de daar genoemde onderwerpen ook de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan! Die beperking is dus wel extern. Wanneer je als bestuur dus besluit tot het kopen van een registergoed, terwijl dit niet bij de statuten is bepaald dat jij dit mag doen  dan kan de vereniging het ontbreken van die goedkeuring ook tegenwerpen aan die derde. Artikel 2:44 lid 2 BW geldt niet voor de coöperatie en de OWM. het bestuur van een coöperatie en OWM is dus wel bevoegd om een registergoed te kopen.
  • Wat als het bestuur van een vereniging besluit om een registergoed te kopen, terwijl dit niet in de statuten tot haar bevoegdheden behoort?
    In het geval van artikel 2:44 lid 2 BW (de besluiten die het bestuur niet bevoegd is om te nemen tenzij het in de statuten is bepaald) tast een besluit of handeling van het bestuur omtrent de daar genoemde onderwerpen ook de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan! Die beperking is dus wel extern. Wanneer je als bestuur dus besluit tot het kopen van een registergoed, terwijl dit niet bij de statuten is bepaald dat jij dit mag doen  dan kan de vereniging het ontbreken van die goedkeuring ook tegenwerpen aan die derde. 
  • Is het bestuur van een coöperatie of OWM bevoegd tot het aankopen van een registergoed?
    Ja, artikel 2:53a BW zegt dat artikel 2:44 lid 2 BW niet van toepassing is op de coöperatie en OWM.
  • Wat is het richtsnoer van het bestuur bij haar taakvervulling?
    Bij de NV en BV is het richtsnoer van de bestuurders het vennootschappelijk belang = het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. M.b.t. de vereniging is dit richtsnoer niet neergelegd in de wet, je kan zeggen dat het bestuur van de vereniging moet handeling in overeenstemming met het belang van de vereniging en de met haar verbonden onderneming. In het consulatiewetsvoorstel wordt dit richtsnoer waarschijnlijk in Titel 1 opgenomen zodat het geldt voor alle rechtspersonen.
  • Wat is het vennootschappelijk belang dat het bestuur van een NV/BV moet nastreven?
    Het vennootschappelijk belang = het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
  • Hoe wordt het bestuur van een vereniging geacht te handelen?
    Voor de vereniging kan je zeggen dat het bestuur van de vereniging moet handelen in overeenstemming met het belang van de vereniging en de met haar verbonden onderneming. In het consulatiewetsvoorstel wordt dit richtsnoer waarschijnlijk in Titel 1 opgenomen zodat het geldt voor alle rechtspersonen.
  • Wat als de statuten bepalen dat er 5 bestuurders zijn, en er zijn 2 vacatures, kan je dan nog besluiten nemen?
    Uit arrest Meaijer/Martin (17-09-1993) is bepaald dat het bestuur dan gewoon bevoegd blijft om besluiten te nemen, tenzij de statuten adners bepalen.
  • Kan de bestuurder van een vereniging een meervoudig stemrecht krijgen?
    Bij de BV/NV is het toegestaan dat de bestuurder een meervoudig stemrecht krijgt toebedeeld, in het verenigingsrecht is een dergelijke bepaling niet te vinden. Kan je die bepaling van de NV/BV dan toepassen op de bestuurder van de vereniging? Dat is mogelijk zegt men in de literatuur, omdat de regeling van het collegiaal bestuur niet verschilt van de NV/BV.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In geval een coöperatie overeenkomsten met haar leden aangaat in de zin van 'kapitaalstortingen', hoe noem je die coöperaties dan?
Die coöperaties noem je investeringscoöperaties.
Wat is de grondvorm van een coöperatie en een onderlinge waarborgmaatschappij?
De grondvorm is de vereniging art. 2:53 a BW
Is het mogelijk een lid van de vereniging geen stemrecht toe te kennen?
Nee, ieder lid van de vereniging heeft stemrecht in de algemene vergadering. Wanneer een lid bijvoorbeeld iets heeft misdaan is het wel mogelijk hem te schorsen. Het is wel mogelijk een bepaald lid meer stemrechten te geven dan andere leden, bijvoorbeeld dat je bepaalt dat als iemand 10 jaar lid is hij voor zijn trouwheid wordt beloond en nog een extra stem in de algemene vergadering krijgt. Het is wel van belang dat het 'gelijkheidsbeginsel hierbij in acht wordt genomen, artikel 2:101 en 2:211 BW.
Wat is de kaderwet?
Deze staat net voor de Awb. In artikel 3 lid 1 zie je de redenen om zo’n zelfstandig bestuursorgaan op te richten, namelijk behoefte aan:
a.     onafhankelijke oordeelsvorming, hier kom je ook met vrijheid van mening in de knel.
b.     Er is sprake van een spectrum omtrent de uitvoering van een groot aantal individuele gevallen, denk aan de Sociale Verzekeringsbank.
Wat is de ACM voor bestuursorgaan?
De ACM is een zelfstandig bestuursorgaan, maar er staan 3 sterretjes achter op de organogram, dan zie je daarboven staan dat de ACM is samengevoegd uit OPTA, NMA en Consumentenautoriteit, maar ACM is tevens een Baten-Lastendienst, dus die combinatie kan ook nog voorkomen. Waarom kiest met voor deze combinatie? De ACM moet mededingingsrechtelijke zaken op Europees niveau beslissingen nemen (o.g.v. artikel 6 Mw) en dat zijn gevoelige beslissingen die de minister niet aan zich wil binden. Daarnaast staat ook in de instellingswet dat de minister geen individuele aanwijzingen mag geven. Dat is de reden dat bij een zelfstandig bestuursorgaan, omdat het vaak gaat om zulke beslissing, dat bij die beslissingen er zo min mogelijk politieke invloed is, dan is het vaak een ZBO. 
Wanneer spreek van een een zelfstandig bestuursorgaan (zbo)?
Heb je het dan over de overkoepelende rechtspersoon of heb je het over de onderlinge organen of (het bestuur van of de Rvt)? 
Voorbeelden:

Voorbeeld 1
Instellingswet van ACM, in lid 2 daarvan zie je alleen staan: “er is een Autoriteit Consument en Markt”. En lid 2 van dat artikel zie je de taken staan die bij of krachtens de wet zijn opgedragen en dan zie je in dit geval dat het zelfstandig bestuursorgaan in dit geval ook de ACM is, zo wordt hij ook aangeduid. Dus 1 orgaan die bestaat uit 3 en ten hoogste 5 leden.  Voor de rest vind je daarin alleen organisatorische regels.

Voorbeeld 2
Organisatiewet voor Kadaster, daar staat in de wet in Artikel 2: “Er is een dienst voor het kadaster en de openbare registers.” Daar heb je overkoepelende rechtspersoon die is ingesteld in de bijzondere wet. Een publiekrechtelijke organisatie (de organisatie staat niet in het BW) en dan zie je in artikel 2a dat die wet van toepassing van toepassing wordt bepaald en zie je in artikel 7 en 8 hoe het zit met vertegenwoordiging. 
Wie is in dit geval dan het zelfstandig bestuursorgaan? Is dat dan de dienst voor het kadaster en openbare registers of is dat het bestuur en ook de RvT als zodanig? Er wordt vanuit gegaan dat ieder onderdeel van deze rechtspersoon, het bestuur en de RvT allebei apart een zelfstandig bestuursorgaan zijn die vallen onder de ‘paraplu’ van de rechtspersoon het kadaster.

Voorbeeld 3
In de Wegenverkeerswet (pag. 3884) zie je in artikel 4a Wegenverkeerswet staan: een aparte rechtspersoon die is gecreëerd in de wet losstaand van het ministerie. In artikel 4d zie je staan dat die dienst Wegverkeer een  directie en een RvT heeft. En in art. 4f lid 2 zie je dat alle bevoegdheden van de dienst wegverkeer die niet bij of krachtens de wet aan de rvt opgedragen, toekomen aan de Directie. Dus juridisch gezien moet je eigenlijk spreken van ‘de directie van het Dienst Wegverkeer beslist’ of ‘De RvT van de Diens Wegverkeer beslist’, dat zijn twee aparte zbo’en die deel uitmaken van de Dienst Wegverkeer.

Voorbeeld 4
Het CBR was een stichting (een ZBO) en ging organisatorisch niet goed, stichting is nu weggeveegd en alles is overgebracht naar een nieuwe organisatie à staat nu dat die CBR er nog is, maar is nu in een keer rechtspersoon naar publiekrecht à artikel 4z (pag. 3889). En in lid 2 wordt de kaderwet zbo van toepassing verklaard. In artikel 4ac e.v. (op p. 3890 wetboek) vind je de organen van die organisatie. Dan zie je ook dat de CBR een Directie en een Rvt heeft. Zie 4ae à Dus overal wordt in de wet gesproken van het CBR (het CBR neemt beslissingen), maar het bestuur neemt juridisch gezien de beslissingen, tenzij uitdrukkelijk de RvT wordt genoemd. Dus ook hier weer: 2 aparte bestuursorganen of zbo.

Voorbeeld 5
De Mediawet: artikel 7.1 lid 2: Het Commissariaat heeft rechtspersoonlijkheid en in artikel 7.3: bestaat uit voorzitter en 2 of 4 andere leden. Maar als je gaat zoeken naar een bestuur of RvT dan kennen ze die niet in deze organisatie. Dat is vervelend, wat moet je dan doen? Als je kijkt naar bestuursrechtelijke jurisprudentie en gaat kijken naar definitie uit Awb (1:1 lid 1 sub a Awb) dan lost de jurisprudentie het zo op dat het een ‘ samenval’ van rechtspersoon met orgaan zijn van. 

Wanneer spreek van een een zelfstandig bestuursorgaan (zbo)?
Heb je het dan over de overkoepelende rechtspersoon of heb je het over de onderlinge organen of (het bestuur van of de Rvt)? 
Voorbeelden:

Voorbeeld 1
Instellingswet van ACM, in lid 2 daarvan zie je alleen staan: “er is een Autoriteit Consument en Markt”. En lid 2 van dat artikel zie je de taken staan die bij of krachtens de wet zijn opgedragen en dan zie je in dit geval dat het zelfstandig bestuursorgaan in dit geval ook de ACM is, zo wordt hij ook aangeduid. Dus 1 orgaan die bestaat uit 3 en ten hoogste 5 leden.  Voor de rest vind je daarin alleen organisatorische regels.

Voorbeeld 2
Organisatiewet voor Kadaster, daar staat in de wet in Artikel 2: “Er is een dienst voor het kadaster en de openbare registers.” Daar heb je overkoepelende rechtspersoon die is ingesteld in de bijzondere wet. Een publiekrechtelijke organisatie (de organisatie staat niet in het BW) en dan zie je in artikel 2a dat die wet van toepassing van toepassing wordt bepaald en zie je in artikel 7 en 8 hoe het zit met vertegenwoordiging. 
Wie is in dit geval dan het zelfstandig bestuursorgaan? Is dat dan de dienst voor het kadaster en openbare registers of is dat het bestuur en ook de RvT als zodanig? Er wordt vanuit gegaan dat ieder onderdeel van deze rechtspersoon, het bestuur en de RvT allebei apart een zelfstandig bestuursorgaan zijn die vallen onder de ‘paraplu’ van de rechtspersoon het kadaster.

Voorbeeld 3
In de Wegenverkeerswet (pag. 3884) zie je in artikel 4a Wegenverkeerswet staan: een aparte rechtspersoon die is gecreëerd in de wet losstaand van het ministerie. In artikel 4d zie je staan dat die dienst Wegverkeer een  directie en een RvT heeft. En in art. 4f lid 2 zie je dat alle bevoegdheden van de dienst wegverkeer die niet bij of krachtens de wet aan de rvt opgedragen, toekomen aan de Directie. Dus juridisch gezien moet je eigenlijk spreken van ‘de directie van het Dienst Wegverkeer beslist’ of ‘De RvT van de Diens Wegverkeer beslist’, dat zijn twee aparte zbo’en die deel uitmaken van de Dienst Wegverkeer.

Voorbeeld 4
Het CBR was een stichting (een ZBO) en ging organisatorisch niet goed, stichting is nu weggeveegd en alles is overgebracht naar een nieuwe organisatie à staat nu dat die CBR er nog is, maar is nu in een keer rechtspersoon naar publiekrecht à artikel 4z (pag. 3889). En in lid 2 wordt de kaderwet zbo van toepassing verklaard. In artikel 4ac e.v. (op p. 3890 wetboek) vind je de organen van die organisatie. Dan zie je ook dat de CBR een Directie en een Rvt heeft. Zie 4ae à Dus overal wordt in de wet gesproken van het CBR (het CBR neemt beslissingen), maar het bestuur neemt juridisch gezien de beslissingen, tenzij uitdrukkelijk de RvT wordt genoemd. Dus ook hier weer: 2 aparte bestuursorganen of zbo.

-       De Mediawet: artikel 7.1 lid 2: Het Commissariaat heeft rechtspersoonlijkheid en in artikel 7.3: bestaat uit voorzitter en 2 of 4 andere leden. Maar als je gaat zoeken naar een bestuur of RvT dan kennen ze die niet in deze organisatie. Dat is vervelend, wat moet je dan doen? Als je kijkt naar bestuursrechtelijke jurisprudentie en gaat kijken naar definitie uit Awb (1:1 lid 1 sub a Awb) dan lost de jurisprudentie het zo op dat het een ‘ samenval’ van rechtspersoon met orgaan zijn van. 

Toelichting van de variant van de 'zbo die onderdeel uitmaakt van een aparte publiekrechtelijke rechtspersoon'
Hier is het geval dat er zelfstandige bestuursorganen zijn die uiteindelijk onderdeel uitmaken van een aparte publiekrechtelijke rechtspersoon. Dus je creëert een complete organisatie in de wet en zegt dan dat er een bepaalde dienst is die rechtspersoonlijkheid bezit zoals onder meer het kadaster. 
IS het mogelijk een zbo te creëren zonder rechtspersoonlijkheid?
Het is mogelijk een zbo te creëren zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld de ACM). Dan gaat men ervan uit dat een zelfstandig bestuursorgaan deel uitmaakt van de rechtspersoon van de staat. Dus de ACM wordt geacht orgaan te zijn van de Staat der Nederlanden. Dus in een publiekrechtelijke jas.
Licht de variant toe van de 'zbo zonder rechtspersoonlijkheid
Je hebt sinds kort ook de ACM, dat is een samenvoeging van o.a. de NMa en de OPTA. Dan zit je in tweede variant van zelfstandig bestuursorgaan, want die ACM heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid. 

Het is dus mogelijk om een zelfstandig bestuursorgaan te creëren zonder rechtspersoonlijkheid. Dan gaat men ervan uit dat een zelfstandig bestuursorgaan op dat moment deel uitmaakt van de rechtspersoon van de staat. Dus de ACM wordt geacht orgaan te zijn van de Staat der Nederlanden. Dus in een publiekrechtelijke jas.