Summary Stofwisseling

-
243 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Stofwisseling

  • 1 stofwisseling in cellen

  • Wat is chemische energie?
    De energie in energierijke stoffen
  • 1.1 Organische en anorganische stoffen

  • Elk mens is opgebouwd uit verschillende typen stoffen:
    1. organische stoffen.
    2. anorganische stoffen.
  • Stof -> moleculen -> atomen.
  • 1.1.1 Organische stoffen

  • Noem een voorbeeld van een organische stof.
    Glucose.
  • Waaruit bestaan de moleculen van organische stoffen?
    • de moleculen van organische stoffen bevatten altijd één of meer elementen koolstof (C). = koolstofatomen
    • én bevat naast het element (C) ook waterstof (H) en vaak zuurstof (O).
    • organische moleculen zijn groot en energierijk.
    • koolstofketen kunnen enkele atomen lang zijn, maar kunnen ook duizenden koolstofatomen bevatten.
  • Welke centrale rol speelt glucose?
    Glucose speelt een centrale rol bij de energievoorziening en de opbouw van organismen.
  • Door verbranding van .... verkrijgen spiercellen en andere cellen energie voor levensprocessen.
    glucose
  • Geef 4 voorbeelden van organische stoffen.
    koolhydraten, vetten, eiwitten en DNA.
  • Welk molecuul is groter: de glucosemolecuul of de eiwitmolecuul?
    De eiwitmolecuul. Deze kan uit duizenden atomen bestaan. (afb. 22, blz. 221)
  • Waaruit bestaat het een eiwitmolecuul?
    C-, H- en O- atomen, ook steeds stikstofatomen (N).
    Verder bevatten ze vaak atomen van de elementen zwavel (S) en fosfor (F).
  • 1.1.2 Anorganische stoffen

  • Geef 2 voorbeelden van anorganische stoffen.
    keukenzout en water.
  • Anorganische stoffen:
    1. kunnen heel veel verschillende moleculen bevatten;
    2. de moleculen zijn kleiner dan organische moleculen;
    3. bevatten energie-arme moleculen.
  • Welk molecuul is groter, de organische of de anorganische.
    De organische molecuul is groter.
  • 1.2 Assimilatie en dissimilatie

  • In welke twee groepen kan je de stofwisselingsprocessen indelen?
    1. Assimilatieprocessen;
    2. Dissimilatieprocessen.
  • Enzymen spelen een belangrijke rol in de stofwisselingsprocessen. Enzymen maken de chemische reacties in de cellen mogelijk.
  • 1.2.1 Assimilatie

  • Noem een voorbeeld van assimilatie.
    Fotosynthese.
  • Wat gebeurt er bij fotosynthese?
    Lichtenergie wordt omgezet in chemische energie in glucosemoleculen.
  • Door assimilatie ontstaan de organische stoffen waaruit de cellen van een organisme (b.v. de mens) bestaan. Waar kunnen deze voor dienen?
    1. groei (brandstof);
    2. vervanging en herstel (bouwstof);
    3. vormen van reservestof;
  • Bij assimilatie wordt altijd energie gebruikt. (afb 3. blz. 222)
    Deze energie wordt opgeslagen in de moleculen van de gevormde organische stoffen. Hoe noemen we energie in moleculen?
    Chemische energie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Medicinale behandeling van een te snel werkende schildklier:
  1. bètablokker (propranolol): trillen wordt minder en hartslag rustiger;
  2. productie van schildklierhormoon verminderen door specifieke medicatie.
Hoe wordt een te snel werkende schildklier onderzocht?
  1. palpatie: de vorm = meestal vergroot en harder. Kanook pijnlijk zijn;
  2. echografie: de structuur van de schildklier.
  3. labtests: verhoogde schildklierhormoonspiegel (vT4) in het bloedserum;
  4. bloedtest: onderzoek de werking van de hypofyse (TSH).
Noem de uiteenlopende symptomen van een te snel werkende schildklier (vaak voel- of zichtbaar)
  1. warme en vochtige huid;
  2. trillende vingers;
  3. versnelde hartslag;
  4. kortademigheid;
  5. diarree (soms chronisch en dan op zichzelfstaand symptoom);
  6. slechte warmtetolerantie;
  7. verhoogde neiging tot zweten.
  8. vermoeid;
  9. nerveus;
  10. gejaagd bewegen;
  11. uitpuilende ogen (exoftalmus);


Bij ouderen kan een te snel werkende schildklier worden vermomd door symptomen als boezemfibrileren of hartfalen.
Waaruit bestaat de behandeling van een traagwerkende schildklier?
  1. aanvullen van het tekort aan schildklierhormoon (thyroxine);
  2. dosering gebeurt nauwkeurig = afhankelijk van symptomen en gevoelens;
  3. controle d.m.v. bloedtests -> meestal noodzakelijk voor de rest van het leven.
Wat is de beste behandeling bij stoornissen in de bloedsomloop bij mensen met diabetes?
Preventie:
  1. niet op blote voeten lopen;
  2. goede hygiëne van voeten en tenen;
  3. goede maat schoenen;
  4. pedicure;
  5. observatie. 
Wat zijn de gevolgen van een lage temperatuur in de cel voor de moleculen? (= de omstandigheden bijv. temp.)
  1. lagere beweging van de moleculen
  2. gevolg: een reactie komt minder snel tot stand dan bij een hogere temperatuur.
  3. oorzaak: de botsingen zijn niet sterk genoeg om een reactie op gang te brengen.
De meesten soorten organismen kunnen ook glucose dissimileren zonder zuurtsof. Wat ontstaat er als bij anaerobe dissimilatie als de vrijgekomen energie wordt opgeslagen?
Er ontstaat dan melkzuur in de spieren.
Welk molecuul is groter, de organische of de anorganische.
De organische molecuul is groter.
Door verbranding van .... verkrijgen spiercellen en andere cellen energie voor levensprocessen.
glucose
Wat zijn de belangrijkste bronnen van cholesterol in onze voeding?
  1. dierlijke vetten;
  2. melkvetten;
  3. orgaanvlees;
  4. eieren.