Summary Strategische communicatie - Principes en toepassingen

-
221 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Strategische communicatie - Principes en toepassingen

  • 1 Terreinverkenning

  • Strategische communicatie?
    Communicatie die als doel heeft effectieve verbindingen te leggen tussen mensen.
  • Klassiek model van communicatie (Berlo, 1960):
    • zender, boodschap en ontvanger
    • geen aandacht voor activiteit van ontvanger (interpretatie van boodschap)
  • Sociaal constructivisme?
    Mensen constructueren de werkelijkheid door middel van interactie.
  • Context (sociale omgeving) beïnvloedt communicatie en betekenisverlening.
  • Seriële aspect van communicatie > invloed van voorgaande gebeurtenissen en de aard van de boodschap op de interpretatie ervan. 
  • Betrekkingsaspect van communicatie > relatie tussen betrokkenen en machtsverhoudingen. Waarneming van de ander: strateeg, tegenstander of partner.
  • Interactie context van communicatie > cultureel-psychologisch aspect.
  • Bedoelde boodschappen versus onbedoelde signalen.
  • Interactiemodel van communicatie:
    • zender = ontvanger
    • constructie van betekenis door interactie
    • zender/ontvanger in context
  • Communicatie is cruciaal bij afstemming in een veranderende omgeving.
  • Communicatie aan begin van innovatieproces > interactie > gezamenlijke betekenisverlening.
  • Chaostheorie?
    Verandering als gevolg van samenlopen van omstandigheden (Prigogine en Stenger, 1984).
  • Planning en voorspelbaarheid > toeval, doortrekken van huidige situatie.
  • Visie op planning: verandering als resultaat van samenspel tussen ambities, omstandigheden (context = obstakel én kans) en interactie.
  • 2 Gedrag en gedragsverandering

  • Gedrag?
    Iets doen of nalaten, keuze uit vele mogelijkheden.
  • Voorafgaand onderzoeken aan beïnvloeden van gedrag:
    • wat de beweegredenen zijn van personen om bepaald gedrag uit te oefenen of na te laten
    • in welke context een bepaald gedrag wordt uitgeoefend
  • Theorie van gepland gedrag (Fishbein en Ajzen, 1980)
    Oorzaken van gedrag en gedragsverandering:
    • attitude = houding tegenover bepaald gedrag (positief of negatief) die voortkomt uit inschatting van consequenties (kans op consequentie en waardering van consequentie)
    • subjectieve norm = invloed van de mening van 'belangrijke' anderen ten aanzien van gedrag (goed- of afkeuring, belang van mening)
    • eigen effectiviteit = persoonlijke inschatting van gemak of moeilijkheid waarmee het gedrag daadwerkelijk uitgevoerd kan worden
  • Afweging van attitude, subjectieve norm, eigen effectiviteit > intentie > specifieke omschrijving gedrag > gedrag.
  • Kritiek op Theorie van gepland gedrag:
    1. in de theorie wordt geen onderscheid gemaakt in typen gedrag (voorkeur/keuzegedrag, gewoontegedrag, verslavingsgedrag, noodzakelijk gedrag)
    2. hetzelfde gedrag wordt in verschillende contexten verschillend beoordeeld
    3. in de theorie geldt een helder onderscheid tussen beredeneerd gedrag en intuïtief gedrag
    4. manier waarop de subjectieve norm zou werken
  • Persuasieve communicatie?
    Elke boodschap die erop gericht is de respons van (een) ander(en) te vormen, te bekrachtigen of te veranderen (Miller, 1980).
  • Elaboration Likelihood Model (ELM)?
    Analyse van totstandkoming van een bepaalde attitudeverandering:
    • central route to persuasion (overweging van de waarde en juistheid van argumenten)
    • peripheral route to persuasion (laten leiden door heuristieken)
  • Motivatie tot verwerking:
    1. de betrokkenheid bij en/of belangstelling voor een bepaald onderwerp
    2. de behoefte tot nadenken (bekwaamheid)
  • Bekwaamheid om boodschap te verwerken:
    1. voorkennis
    2. afleiding en tijdsdruk
  • Perifere prikkels:
    • het betrekken van emoties
    • het betrekken van een geloofwaardige of aantrekkelijke bron
    • een aantrekkelijke verpakking van de boodschap
    • het noemen van meerdere argumenten
  • Voordelen van de rechte weg:
    1. de attitudeverandering via de rechte weg is duurzamer
    2. de attitudeverandering via de rechte weg is over het algemeen resistenter
    3. de attitudeverandering via de rechte weg lijkt een betere voorspeller voor een gedragsverandering
  • Suggesties voor communicatieprofessionals:
    • toeleggen op perifere prikkels die tot een veranderende attitude kunnen leiden
    • het onderwerp koppelen aan onderwerpen die wel aandacht van de doelgroep krijgen
    • interesse wekken door de boodschap in een breder kader te plaatsen
  • Combinatie van informatie en entertainment is effectieve persuasieve communicatie en bereikt grote hoeveelheden mensen en specifieke doelgroepen. (Bouman, 1999; Sood et al., 2004; Mustaerts et al., 2007).
  • Spelregels voor persuasieve communicatie:
    • kloppende argumenten
    • overzien van consequenties
    • transparant beleid voor communicatiecampagnes
  • Mensen gebruiken feitelijk, persoonlijke en morele argumenten in interactie om bepaalde doelen te bereiken.
  • Determinanten van gedrag?
    Hetgeen mensen kunnen, willen, mogen, kennen en durven, wat bepaald welk gedrag mensen vertonen.
  • Theorie van sociale beoordeling?
    Theorie (Sherif en Hovland, 1961; Sherif et al., 1965) die het effect behandelt van communicatie op attitudeverandering via een beoordelingsschaal met drie mogelijke 'acceptatiegebieden' (verwerpingszone, neutrale zone en acceptatiezone).
  • Mensen nemen verschijnselen en gebeurtenissen waar en geven er betekenis aan vanuit een specifiek referentiekader (overtuigingen, waarden, normen, kennis en belangen).
  • Cognitieve dissonantie?
    Onaangename spanning wanneer men zich ervan bewust wordt dat overtuigingen, opvattingen en/of gedrag niet in overeenstemming zijn.
  • Cognitieve dissonantietheorie?
    Theorie (Festinger, 1957) die beschrijft hoe strijdigheid tussen opvattingen en gedrag opgelost wordt door mensen, door:
    • negeren van dissonante informatie
    • toevoegen van cognities
    • veranderen van bestaande cognities
    • gedrag aanpassen
  • De cognitieve dissonantietheorie benadrukt het menselijk streven om dissonantie te voorkomen te sterk. Mensen houden niet van dissonantie, maar willen ook de werkelijkheid leren kennen.
  • Eenmalig persuasieve activiteiten zijn vaak onvoldoende voor blijvende verandering, wat kan worden verklaard aan de hand van de post-desicion-regret theorie (Inman et al., 1997).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Human Resource Management?
  • organisaties bestaan om menselijke behoeften te realiseren
  • organisaties en mensen hebben elkaar nodig
  • organisaties hebben ideeën, werkers, energie en talenten nodig
  • mensen hebben salarissen, carrières en werktevredenheid nodig
  • wanneer het niet klikt tussen werknemers en de organisatie zal één van beiden of beiden daaronder lijden, een goede klik is in beider voordeel
'Human Relations' benadering?
  • mensen zijn eerder emotioneel dan economisch-rationeel
  • organisaties zijn eerder coöperatieve, sociale dan mechanische systemen
  • organisaties bestaan zowel uit informele structuren, regels en normen als uit formele procedures en praktijken
Integratieve onderhandeling?
Onderhandeling die leidt tot compromissen die onbevredigend zijn voor alle partijen, waarbij een gezamenlijk probleem wordt geformuleerd dat alle afzonderlijke problemen omvat, wat resulteert in een creatief compromis.
Distributieve onderhandeling?
Onderhandeling waarbij elke partij probeert vooral zijn eigen probleem op te lossen, wat resulteert in een reactief compromis.
Machts- en afhankelijkheidsconflicten?
Conflicten waarin rivaliteit tussen personen of organisaties plaatsvindt in een context van gespannen verhoudingen.
Onderhandelingsconflicten?
Conflicten over de verdeling van schaarse middelen.
Sociaal-emotionele conflicten?
Conflicten die zich voordoen wanneer de identiteit van betrokkenen in het geding is.
Instrumentele conflicten?
Conflicten over zakelijke aangelegenheden.
Zelforganisatie perspectief?
Perspectief op innovatie, dat de aanname van stuurbaarheid loslaat en de aandacht vestigt op de verschillende manieren waarop mensen zichzelf organiseren om dingen voor elkaar te krijgen.
Complexiteitsbenadering?
Benadering die veronderstelt dat innovatie niet het resultaat is van de ontwerper, maar van interactie tussen netwerken van mensen.