Summary Studie Register Pensioen Consultant 2

-
530 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Studie Register Pensioen Consultant 2". The author(s) of the book is/are Flip Ackema Nederlands Pensioen Bureau. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Studie Register Pensioen Consultant 2

  • 1.1 Inleiding

  • Hoe groot is het belang van pensioen in Nederland?
    Ongeveer 1000 miljard euro gespaard voor oudedagsvoorziening, uitsluitend in tweede pijler. Dus geen derde pijler of DGA pensioenvermogen.
  • Hoe verhoudt zich het Ned. pensioenbelang tot andere Europese landen?
    In absolute zin hoogste pensioenvermogen in Europa. Bij invoering Euro ongeveer 40% van totale pensioenvermogen in Europa.
    Sinds 2002 heeft ook Spanje een belangrijk deel van Europees pensioenvermogen.
  • Hoe heeft Nederland regels gesteld om voldoende dekking te waarborgen conform de Europese richtlijnen?
    In de PW per 1 januari 2007 is het FTK (financieel toetsingskader) neergelegd.
  • Wat regelt het FTK?
    Het FTK regelt sterk hoe pensioenfondsen de dekkingsgraad moeten matchen. In de praktijk komt dit neer op een dekkingsgraad van 130% tot 140%.
  • Waar in de PW vinden we het financieel toetsingskader?
    In hoofdstuk 6 art. 125 tot en met 150
  • Wie is de uitvoerend toezichthouder vanuit het FTK?
    De Nederlandsche Bank DNB
  • Op welke wijze dient dekkingsgraad te worden vastgesteld?
    Dit is niet helemaal duidelijk bepaald. Bijvoorbeeld in Belgie kan onder voorwaarden worden uitgegaan van rekenrente van 6,25% => dan al heel gauw 100% dekkingsgraad
    In Nederland echter obv markrente.
    (Ogenschijnlijk lijkt situatie binnen Europa op elkaar echter inhoudelijk grote verschillen)
  • Waar staat API voor?
    Algemene Pensioen Instelling
  • Bij een pensioenfonds bestaat de verplichting van een paritair bestuur. Wat houdt paritair samengesteld in?
    Dit houdt in dat tenminste de helft van het aantal bestuursleden bestaat uit werknemersvertegenwoordigers (veelal vakbondsvertegenwoordigers)
  • Op welke wijze wordt pensioen gefinancierd in Europa?
    Grote verschillen. In sommige europese landen is het Eerste Pijler pensioen (zeg maar staatspensioen) van veel groter belang dan in Nederland.
    In bijvoorbeeld Frankrijk en Italie is het pensioen praktisch geheel in de eerste pijler voorzien. Tweede pijler is nog in ontwikkeling.
    In Nederland is het belang van de tweede pijler veel groter.
    Ongeveer 84% vh pensioenvermogen ondergebracht bij pensioenfondsen. Grootste deel hiervan bij bpf op grond van Wet bpf 2000.
    Daarnaast aantal ondernemingen met eigen pensioenfonds, op concernniveau uitgevoerd. Inclusief deze OPF ongeveer 570 fondsen actief in Nederland.
    Anno 2007 belangrijk deel in liquidatiefase. Voor kleinere fondsen verdwijnt bestaansrecht door:
    - strikte regelgeving
    - bekwaamheidseisen bestuursleden enz.
    (denk aan Pensionfund Governance)
    Naar schatting zal het aantal fondsen met 30 a 40% afnemen.
    Voor zover pensioenreserve niet bij fondsen is ondergebracht ligt dit bij private verzekeringsmaatschappijen.
  • Sinds medio 2007 (in PW opgenomen) bestaat mogelijkheid voor uitvoering via een API (Algemene Pensioen Instelling) Dit is een soort mengvorm tussen verzekeringsmaatschappij en pensioenfonds. Een API heeft wat meer vrijheden dan een fonds.
    Bij een fonds verplichting van paritair bestuur, bij API niet.
    Fonds verplichte vestiging in Nederland (ivm toezicht)
    API kan in Nederland zijn opgericht en bijvoorbeeld in Belgie gevestigd.
    PW blijft van toepassing echter toezichtkader in hostland (land van vestiging) In dit voorbeeld vervalt hierdoor vereiste van vrij vermogen van 5%
    Daarnaast kan in bepaalde gevallen rekenrente worden gesteld op hoger percentage, dus lagere premie dan wanneer API in Nederland is gevestigd.
  • Wat betekent reserveren op kapitaalbasis?
    Er dient voldoende kapitaal te worden gespaard om het pensioen te kunnen aankopen.
  • Sinds invoering van PW per 1 januari 2007 (vervanging PSW) bestaat in Nederland verplichting om pensioen op kapitaalbasis te reserveren, dit dient extern te worden veiliggesteld en in PW strikte voorwaarden omtrent wijze van opbouw.
  • Beeld van de adviesmarkt:
    In Nederland ongeveer 95% van alle werkgevers pensioenregeling aan personeel toegezegd. In feite verzadigde markt.
    Enige additionele markt is markt van nieuwe ondernemingen, ongeveer 1500 contracten per jaar. Voor het overige in feite geen nieuwe markten echter slechts herzieningen of verschuivingen (van ene naar andere uitvoerder)
  • Sinds 2002 heeft ook Spanje gekozen voor extern pensioenvermogen in plaats van eigen beheer (boekreservesysteem was gebruikelijk)
    Net als Nederland hebben Spanje, Engeland en de Scandinavische landen een kapitaaldekkingssysteem.
    Op basis van Europese richtlijnen dient elk land voldoende dekking te waarborgen tov aangegane pensioenverplichtingen.
    Hoe komt men aan een dekkingsgraad van 130%?
    Allereerst vereiste van vrij vermogen van 5% waardoor je al op een dekkingsgraad van minimaal 105% zit. Daarnaast zekerheidstoets, fonds moet aantonen dat afhankelijk van een aantal ontwikkelingen het fonds aan verplichtingen kan blijven voldoen. Hierbij zekerheidsmarge van 97,5%. Hierdoor aanzienlijk extra vermogen noodzakelijk waardoor totale dekkingsgraad op 130/140% uitkomt.
    Hoe staat het met de dekkingsgraad in Nederland? In de loop van 2009 veel pensioenfondsen in financieel ongunstige positie, met name door sterk gedaalde rentestand. De fondsen kwamen ruim onder de 100% uit.
    DNB eiste herstelplannen. Veel fondsen hebben in 2009 en 2010 maatregelen genomen ter versterking vd financiele positie zoals:
    - permieverhogingen
    - achterwege laten van indexaties
    - soms afstempelen, het korten van bestaande pensioenaanspraken en rechten.
  • 1.2 Drie pijlersysteem

  • Omschrijf het driepijler systeem
    Eerste pijler zijn de regelingen die door de overheid worden gevoerd
    Tweede pijler zijn de regelingen die tussen werkgever en werknemer worden gevoerd
    Derde pijler zijn de regelingen die men in de privésfeer kan treffen
  • Geef per pijler voorbeelden van voorzieningen of regeling op gebied van:
    - ouderdom
    - overlijden
    - arbeidsongeschiktheid (a.o.)
    Eerste pijler:
    - ouderdom: AOW
    - overlijden: ANW
    - a.o. : WIA
    Tweede pijler:
    - ouderdom: ouderdomspensioen OP
    - overlijden: nabestaandenpensioen PP en WzP
    - a.o.: invaliditeitspensioen IP of AOP
    Derde pijler:
    - ouderdom: oudedagslijfrente
    - overlijden: ORV of nabestaandenlijfrente
    - a.o.: ao verzekering of woonlastenverzekering
  • Wat is kenmerkend voor de Tweede Pijler voorzieningen?
    Deze regelingen maken deel uit van de arbeidsvoorwaarden en zijn uitsluitend mogelijk wanneer er sprake is van een dienstverband
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de belangrijkste bepalingen in RJ271.3 ten aanzien van de verplichtingen en bezittingen? (waardoor kunnen verplichten en bezittingen ontstaan?)
Verplichtingen ontstaan in geval van:
1. premieachterstand
2. uitvoerder pensioenfonds is en onderneming moet herstelpremies betalen
3. nog niet betaalde maar wel onvoorwaardelijk toegezegde toeslagen
4. toekenning salarisverhogingen op balansdatum waaruit nog backservice lasten volgen
5. aanvullende betalingen a.g.v. waardeoverdracht bij S/D regelingen
6. aanvullende betalingen a.g.v. voorgenomen wijziging van of aanvulling op de regeling
7. verschillen tussen inhoud pensioenovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst
8. niet door uitvoering gedekte verplichtingen t.o.v. werknemer
Bezittingen ontstaan in geval van:
1. teveel of vooruitbetaalde premie
2. restitutie van pensioenfonds vanwege te hoge dekkingsgraad
3. beschikking over overrente of winstdeling
4. S/D bij verzekeraar en baten vanuit waardeoverdracht
Wat is kern van RJ271.3, wat is onderneming verplicht na te gaan?
onderneming verplicht na te gaan:
- a.d.h.v. uitvoeringsovereenkoms=> zijn er verplichtingen per balansdatum naast verschuldigde premie?
- zijn er verplichtingen aan werknemer die niet door uitvoering worden gedekt?
Door welke onzekere elementen worden de baten en lasten ogv RJ271 veroorzaakt?
- beleggingsrendement
- renteontwikkeling (op pensioendatum)
- demografische ontwikkeling
- toekomstige salarisstijgingen
- kosten buiten premiecomponent
Welke boekhoudrichtlijn moet voor ondernemingen in Nederland toegepast worden ?
Is afhankelijk van de richtlijn van het moederconcern. Wereldwijde standaard gaat voor IAS19 en IAS19 gaat voor RJ271
Binnen welke termijn moet de startbrief worden verstrekt aan deelnemer en wie is hier verantwoordelijk voor?
Binnen 3 maanden nadat verwerving pensioen is begonnen, uitvoerder verstrekt dit echter werkgever moet erop toezien dat dit gebeurt.
De pensioenovereenkomst is vormvrij en mag dus zowel mondeling alsook schriftelijk worden aangegaan. Er gelden wel een aantal inhoudelijke eisen (art. 10 t/m 18 PW) welke zijn dat?
1. uit pensioenovk blijkt karakter van de regeling
2. pensioenuitkering, kapitaal en premie worden vastgesteld in euro's
3. wg mag voorbehoud maken tav verlagen of beeindigen van zijn aandeel in de premie igv ingrijpende wijziging van omstandigheden
4. in pensioenovk wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en zo ja, onder welke voorwaarden
5. evt. wachttijd OP is max 2 maanden, voor NP geen wachttijd toegestaan
6. evt. toetredingsleeftijd max. 21 jaar
7. OP is levenslange uitkering
8. bij Uitk. of Kap. ovk vindt verwerving aanspraken tijdsevenredig plaats
9. bij verlaging PS blijven opgebouwde aanspraken behouden
Hoe luidt het overgangsrecht voor C-polissen vanuit de PSW?
Reeds op 31 december 2006 lopende C-polissen blijven onder de PW gerespecteerd en kunnen dus worden voortgezet.
Onder PSW periode was toeslagenbeleid bij verzekeraars onzeker. Onder PW is dit meer gewaarborgd en wel in art. 95 PW. Wat regelt dit artikel ten aanzien van een toeslagenbeleid?
- bij voorwaardelijke toeslagverlening  is er consistentie  tussen gewekte verwachting, financiering en toekenning ervan
- toeslag alleen voorwaardelijk indien er in de juridische documenten en andere informatie vanuit uitvoerder een voorwaardelijkheidsverklaring is opgenomen. 

Bij onduidelijkheid of niet eenduidige communicatie bestaat kans dan toeslag onvoorwaardelijk wordt.
Wat is het verschil tussen PW en PSW daar waar het gaat om koppeling van pensioen aan arbeidsrelatie?
De koppeling van pensioen aan de arbeidsrelatie is elementair in de PW en is zelfs wettelijk vastgelegd in art. 1 PW
In welke categorieen kan het actuarieel technisch resultaat  worden uitgesplitst?
1) resultaat op premie => verschil tussen ontvangen premie en benodigde actuariële premie
2) resultaat op sterfte => verschil tussen ingecalculeerd overlijden en werkelijk overlijden
3) resultaat op a.o. => verschil tussen ontvangen risico premie en schade door ingang a.o.  en vrijval door revalidatie
4) resultaat op overige technische grondslagen => verschil tussen ontvangen risicopremies overige grondslagen en saldo baten/lasten a.g.v. optreden betrokken risicoprocessen
5) resultaat op mutaties => verschil tussen mutaties van technische voorz. en hiervoor ontv. premies, koopsommen of gedane uitkeringen